V 121 – Zittend vrouwelijk naakt

verblijfplaats onbekend

1941

wit marmer, 22,5 cm

In 1941 maakte Hildo Krop een wit marmeren zittend vrouwelijk naakt. De weigering te tekenen voor de door de Duitse bezetter ingestelde Kultuurkamer in 1942 had voor Hildo Krop tot gevolg dat hij niet verder mocht werken voor de gemeente. Dit betekende dat Krop vanaf dat moment, totdat hij weer na de oorlog in dienst kwam bij de gemeente in april 1946, de tijd had om veel vrij werk te maken. Het marmeren beeldje van de zittende vrouw uit 1941 diende als voorbeeld voor enkele keramische studies. In de catalogus van de herdenkingstentoonstelling ‘HILDO KROP 1884-1970 Beeldhouwer en ceramist’ van kunsthandel G.J. Scherpel B.V., Den Haag in 1984 vinden we een keramisch werkje terug welke is gebaseerd op het wit marmeren vrouwelijk naakt en wordt gedateerd op ca. 1943. De rechter arm leunt nu op een verticale steun, maar verder lijkt de houding identiek. Het vrouwfiguur is hierbij verguld, iets wat bij Krop veelvuldig voorkwam. Deze vergulde vrouwfiguren uit de periode rond eind jaren veertig/begin vijftig mag gezien worden als een symbool van ‘de eeuwige vrouw’, de bron van het leven.

Van dit 11 cm hoge beeldje maakte Krop ook een uitvoering in wit geglazuurde keramiek, zoals blijkt uit twee foto’s welke zich in het archief van het Hildo Krop Museum in Steenwijk bevinden.

bron: ‘HILDO KROP 1884-1970 Beeldhouwer en ceramist’, kunsthandel G.J. Scherpel B.V., Den Haag, 1984