Mo 28 – Grafmonument ter nagedachtenis van de achttien na de Februaristaking van 1941 door de Duitsers doodgeschoten mannen – Amsterdam

Nieuwe Ooster, Kruislaan 126, Amsterdam

1946-48 vrouwenfiguur met gespreide armen en wapperende vlag als symbool van de vrijheid - foto: loek van vlerken 05.03.2011vrouwenfiguur met gespreide armen en wapperende vlag als symbool van de vrijheid - foto: loek van vlerken 05.03.2011  vrouwenfiguur met gespreide armen en wapperende vlag als symbool van de vrijheid - foto: loek van vlerken 05.03.2011
vrouwenfiguur met gespreide armen en wapperende vlag als symbool van de vrijheid - foto: loek van vlerken 05.03.2011vrouwenfiguur met gespreide armen en wapperende vlag als symbool van de vrijheid - foto: loek van vlerken 03.03.2011
zuil met bekroning van vrouwenfiguur met gespreide armen en wapperende vlag als symbool van de vrijheid

inscriptie met tekst van Krop:

ZIJ WEZEN ONS DE WEG
WIJ ZULLEN VERDER GAAN
WAAR NIEMAND SLAAF WIL ZIJN
KAN GEEN TYRAN OPSTAAN

kapiteel - foto: loek van vlerken 30.03.2011kapiteel - foto: loek van vlerken 30.03.2011kapiteel - foto: loek van vlerken 30.03.2011kapiteel - foto: loek van vlerken 30.03.2011
travertin (voetstuk en zuil) / brons (figuur en kapiteel), 520 cm (totale hoogte)

De geëxecuteerde mannen werden op 20 oktober 1945 hier herbegraven.

Op 25 februari 1941 brak een algemene staking uit in Amsterdam uit protest tegen de terreur die de Duitse bezetters en Nederlandse NSB’ers tegen de joodse bewoners uitoefenden. De directe aanleiding werd gevormd door razzia’s, waarbij 425 joodse mannen werden opgepakt en naar Mauthausen werden afgevoerd.
staakt!!! staakt!!! staakt!!! - fragment manifest februaristaking 25.02.1941Op de avond van 24 februari 1941 werd op de Noordermarkt een bijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest Staakt, staakt, staakt !!! opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven. De bedoeling was dat er twee dagen zou worden gestaakt: dinsdag zo veel mogelijk bij de overheidsbedrijven en woensdag een algemene staking, dus inclusief het bedrijfsleven. Op de ochtend van 25 februari 1941 stonden de trams stil in Amsterdam. De staking breidde zich als een olievlek uit over de stad. Aan het eind van de ochtend was de algemene staking een feit, veel eerder dan was voorzien. De bezetter reageerde furieus: bij onlusten en samenscholingen moest er met scherp in de menigte worden geschoten.
In de weken die daarop volgden werden honderden stakers en vooral CPN’ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd.
De Februaristaking van 1941 was de eerste, grote daad van verzet in Nederland tegen het antisemitisme en de terreur van de Duitse bezetter.

Een van de eerste verzetsmonumenten die Hildo Krop ontwierp, was dat voor de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam ter nagedachtenis van de achttien mannen, die door de Duitsers waren terechtgesteld na de Februaristaking in 1941. Het was tevens bedoeld als grafmonument. Het gedenkteken kwam tot stand op initiatief van het Comité ‘Amsterdam eert achttien verzetspioniers’ en werd in 1947 onthuld door de nieuwe burgemeester A. d’Ailly.
De officiële herdenking van de Februaristaking bij het monument van Krop heeft niet veel jaren stand gehouden. In 1949 wilde de CPN de herdenking zien in het licht van de Indonesische vrijheidsstrijd. Anderen voelden daar niets voor. Een conflict was ontstaan. De Dokwerker - Mari Andriessen - foto: loek van vlerken 02.2011Er werd zelfs gesproken van een boycot van de herdenking. Vanaf dat moment waren er twee herdenkingen: een officiële in de ochtenduren, een ‘s middags van het herdenkingscomité, geïnitieerd door de Communistische Partij Nederland.
Uiteindelijk besloot de gemeente Amsterdam een nieuw monument op te richten. Zo werd de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein van Mari Andriessen en niet Krops beeld voortaan het middelpunt van de herdenkingen, en soms ook van demonstraties die weinig meer te maken hadden met het doel waarvoor het was opgericht.

 

bron: Paul Arnoldussen, Alledaags communisme, De Februaristaking, 26.02.1994