Mo 23 – Ontwerp Monument Georgiërs -Texel

Begraafplaats Georgiërs, Den Burg, Texel 

1945 – 46

ontwerp russen-begraafplaats - texel - foto: collectie hildo krop museum
foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk

keramiek, 7 cm
verblijfplaats onbekend

ontwerp russen-begraafplaats - texel - foto: lagerweij-polak
foto: Lagerweij-Polak

Franse kalksteen, 40 cm
verblijfplaats onbekend

Vlak na de bevrijding in 1945 werd het idee geboren om een monument op te richten voor de op Texel omgekomen Georgiërs. Gedacht werd aan een ommuurd terras, waarvoor het monument zou worden geplaatst. Hildo Krop maakte voor dit monument een schets, een klein beeldje van geglazuurde keramiek voorstellend twee mannen met vlag. Ook maakte hij een onvoltooid beeld met dezelfde voorstelling in Franse kalksteen. Daar bleef het voorlopig bij, omdat de autoriteiten in Moskou, die in de plannen waren gekend, zich  lange tijd in stilzwijgen hulden. Pas in november 1952, na herhaaldelijk aandringen van Texelse zijde, ging de Russische ambassade akkoord. Het aandeel van Krop met betrekking tot dit monument was toen al van de baan. In 1953 werd het (tijdelijke) houten gedenkteken vervangen door een granieten gedenkmuur.

Vijf jaar lang had Texel weinig hinder ondervonden van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel er een sterke Duitse bezetting was, overal bunkers waren gebouwd en honderden Texelse mannen naar Assen waren gedeporteerd, verliep het leven op Texel relatief rustig. Totdat in april 1945 de Georgische soldaten die meevochten aan Duitse zijde in opstand kwamen.

Toen de nederlaag van Duitsland zich aftekende, zette de legerleiding noodgedwongen troepen in die waren geformeerd uit krijgsgevangenen van het oostelijk front. Hiertoe behoorde ook het 822e Georgische infanteriebataljon dat op 6 februari 1945 naar Texel kwam. Dat bestond uit 800 Georgiërs en 400 Duitsers. Om aan de erbarmelijke omstandigheden tijdens hun krijgsgevangenschap te ontkomen, kozen veel Georgiërs min of meer noodgedwongen voor dienst in het Duitse leger. Anderen kozen er vrijwillig voor, in de hoop het communisme in hun vaderland te kunnen verdrijven. Toen het er naar uit zag dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen, vreesden de Georgiërs voor hun leven: de Sovjets beschouwden al deze soldaten, vrijwillig of niet, als landverraders.
Op 6 april zouden zij vertrekken om in Oost-Nederland te vechten tegen de geallieerden. De enige kans voor de Georgiërs om zich te rehabiliteren voor hun dienst in het Duitse leger was een opstand. Op 6 april om 01.00 uur ‘s nachts ging die van start, onder aanvoering van de Georgische commandant Schalwa Loladze. In de vroege ochtend waren al 450 Duitsers vermoord, meestal in hun slaap. Aanvankelijk liep de opstand gesmeerd. Op de Noord- en Zuidbatterij kregen de Georgiërs echter geen vat. Al snel stuurden de Duitsers versterking naar het eiland om de Georgische opstand de kop in te drukken. Uiteindelijk wisten de Duitsers na vijf weken bloedige strijd de Georgiërs er onder te krijgen. In deze strijd kwamen 565 Georgiërs, 120 Texelaars en ongeveer 800 Duitsers om het leven. De schade aan Texelse eigendommen was enorm. Hoewel Duitsland zich op 5 mei al onvoorwaardelijk had overgegeven, duurde de oorlog op Texel nog tot 20 mei. De Georgische Opstand wordt dan ook wel ‘Europa’s laatste slagveld’ genoemd.

Op de Georgische begraafplaats Loladze op de Hoge Berg is een groot deel van de gesneuvelde en gefusilleerde Georgiërs begraven. De 228 overlevende Georgiërs zijn naar hun vaderland teruggekeerd.

bron: VVV Texel