P z.n. – Herdenkingspenning Gerrit van der Veen en Frans Duwaer

particuliere collectie

1944

foto: Joost Berkovits
foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk

gebakken aarde, ca. 10 cm

In 1944 ontwierp Hildo Krop een penning ter herinnering aan Gerrit van der Veen en Frans Duwaer. Het Hildo Krop Museum is niet in het bezit van deze penning, maar de originele mallen zijn wel in de collectie van het museum aanwezig, zowel in gips als in gietijzer. Aan de voorzijde van de penning  staan twee mannen met een vaandel en de tekst ‘IN MEMORIAM G.J. V.D. VEEN EN FR. DUWAER’. Aan de andere zijde: een  uit de grond stekende arm met in de vuist een brandende fakkel, met de tekst :’10 juni 1944 HOUDT DE FAKKEL BRANDENDE’.

In de zomer van 1942 werd de Persoonsbewijs centrale  opgericht door o.a. Gerrit van der Veen. Deze P.C.B. was een Nederlandse ondergrondse organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog het verzet en onderduikers voorzag van vervalste persoonsbewijzen. De centrale werkte als een overkoepelend orgaan van vervalsingsfirma’s. Vervalsingen werden geleverd op bestelling, vooral van collega-verzetsorganisaties. Het vervalsingswerk werd gedaan door vaklieden, zoals Frans Duwaer, de directeur van een bloeiend drukkersbedrijf in Amsterdam. Een meesterdrukker en een Nederlander met het hart op de juiste plaats. Zijn vriend de beeldhouwer Gerrit Jan van der Veen, die ook handig was met de tekenpen, zorgde voor het grafisch werk. Moeilijk, maar ook gevaarlijk werk. Zij leverden een dermate goed product af, dat het niet van echt was te onderscheiden. Dit alles werd in het diepste geheim gedaan. Twee jaar lang heeft Frans Duwaer zijn zondagen aan dat drukken gegeven, want het moest gebeuren als er niemand in de drukkerij was. Er mocht ook geen spoor achterblijven van het clandestiene werk. Aan het einde van de werkdag moest alles weer precies op zijn plaats gelegd worden als voorheen. In deze jaren zijn zestig- tot zeventigduizend persoonsbewijzen gedrukt— om nog maar niet te spreken van de duizenden andere falsificaties: ‘Ausweise’, zegeltjes en Ariërverklaringen. Ze werden verspreid over heel het land. De S.D. had wel iets door. In een rapport gaven ze openlijk toe dat de vervalsingen zo goed zijn, dat alleen deskundigen na een nauwkeurig onderzoek de afwijkingen konden vaststellen. Begin 1944 hadden ongeveer honderd mensen een dagtaak bij de P.B.C.. Omstreeks Pasen 1944 ging het mis. Gerrit van der Veen werd opgepakt. Ondanks de waarschuwingen uit zijn omgeving bleef Frans Duwaer in Amsterdam. Hij wilde de zaak niet in de steek laten. Begin juni werd hij aangehouden bij een simpele persoonsbewijscontrole. Binnen zestig uur na zijn aanhouding was zijn vonnis al bekend. Gerrit van der Veen en Frans Duwaer werden samen met vijf anderen op 10 juni 1944 in de duinen bij Overveen gefusilleerd.

Deze door Hildo Krop in 1944 ontworpen penning is gemaakt, ter herdenking aan deze twee grote verzetshelden.  De in gebakken aarde uitgevoerde herdenkingspenning is waarschijnlijk uitgereikt aan leden van de P.B.C. met het verzoek om toch vooral door te gaan met het illegale werk en de fakkel brandend te houden.  

bronnen: J. Berkovits; Wikipedia