Me 34 – Meubels voor Huize ‘De Geer’, Rhenen

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1921

Huize de Geer – foto: archief Hildo Krop Museum

a. gangkast
b. buffet met gekleurde glas-in-lood raampjes
c. koekkoek van glas-in-lood, blank glas met gekleurde details
d. ovale tafel
e. vier rechte stoelen
f. twee armstoelen
g. twee fauteuils met snijwerk in rugleuning 
 model fauteuil, geschilderd hout, ca. 17 cm  
h. lage bank
i. theetafel
j. laag achthoekig tafeltje
k. pianokruk
l. boekenkast met uitklapbaar tafeltje
m. glazenkastje met gekleurd glas-in-lood

tenzij anders vermeld donkerbruin eikenhout met coromandelhouten details

d.e.f. en g. (model): in collectie Hildo Krop Museum


Lucine en Hildo Krop – foto: archief Hildo Krop Museum

Rond 1921 ontwierp Hildo Krop voor zijn oudste zuster Lucine en zwager Adriaan van Wijngaarden ‘Huize de Geer’ in de Herenstraat 63 in Rhenen. Naast het ontwerp voor de villa ontwierp hij ook het complete meubilair en een aantal tapijten (Me33) voor deze woning. De meubelontwerpen van Krop, vaak voor familieleden, sluiten aan bij het meubilair van de Amsterdamse school-architecten en -ontwerpers Michel de Klerk en Piet Kramer. De ontwerpen van Krop zijn echter minder uitbundig van ontwerp en materiaal.

buffet:

koekoek:

ovale tafel – vier rechte stoelen – twee armstoelen:

twee fauteuils met snijwerk in de rugleuning:

Uit het archief van het Hildo Krop Museum blijkt dat het Rijksmuseum een paar van deze leunstoelen in de collectie heeft. Het betreft een schenking van mevrouw A.H. Hondius-Crone in Lagerweij-Polak genoemd als Me28 (1920-21). Waarschijnlijk gaat om dezelfde fauteuils door Krop ontworpen en uitgevoerd door de firma Nusink & Zonen. Overigens is de bekleding (zwart-beige gestreept) van deze leunstoelen gespiegeld aan die van de fauteuils van Huize de Geer (zie onder).

interieur Huize de Geer:

boekenkast met uitklapbaar bureautje:

kastje met glas-in-loodraampje:

kastje:

Volstrekt uniek, maar tevens een simpel en schijnbaar weinig zeggend is een houten miniatuur fauteuiltje van 17 cm. Dit model heeft jaren dienst gedaan als poppenstoeltje bij de kleindochter van Lucine Krop, maar daar was het niet voor gemaakt. Net als bij opdrachten voor bouwbeeldhouwwerk en monumenten maakte Krop altijd eerst een model om de opdrachtgever een idee te geven hoe het werk er uiteindelijk zou komen uit te zien. Voor meubelen was dat niet anders. Ook dit fauteuilmodel heeft een plek gevonden in de collectie van het Hildo Krop Museum.

Zie ook Me27