Mo 33 – Monument Henri Viotta – Amsterdam

Richard Wagnerstraat, Amsterdam

1948

henri viotta - foto: loek van vlerken 14.03.2012 monument henri viotta - foto: loek van vlerken 09.03.2011monument henri viota - foto: loek van vlerken 09.03.2011

tekst op sokkel monument henri viotta - foto: loek van vlerken 09.03.2011 tekst op sokkel monument henri viotta - foto: loek van vlerken 09.03.2011

Franse kalksteen, 248 cm

 

In 1938 kreeg Hildo Krop het verzoek een monument te maken voor de Grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Het betrof een monument voor Willem Kes (Mo17), de eerste dirigent van het Concertgebouworkest, dit naar aanleiding van het 50-jarige bestaan van het Concertgebouw en zijn orkest in dat jaar. Tien jaar later kreeg Krop de opdracht nog een monument maken van een (toen) bekend dirigent: Henri Viotta (1848-1933). Op 16 april 1948 zou groots gevierd worden dat Viotta 100 jaar geleden werd geboren met de onthulling van het monument in de Richard Wagnerstraat. Dit gedenkteken bestaat uit  een sokkel met een rond reliëf, waarin de kop van Viotta is afgebeeld. Het geheel wordt bekroond door een notenbalk. Op de sokkel aan de zijkanten staan de volgende teksten:

HIJ
DIE DE HEERLIJKHEID VAN
WAGNER’S KUNST
HEEFT GEBRACHT IN ONS LAND
DIEPENBROCK

en

VAN VRIENDEN EN VEREERDERS
IN SAMENWERKING
MET AMSTERDAM’S
GEMEENTEBESTUUR

henri viotta 1915 - fotograaf: onbekendDe dirigent, componist, cellist, pianist en advocaat Henri Viotta was een pionier voor de nieuwe muziek. Hij wilde dan ook werken van de toenmalige moderne componisten, zoals Richard Wagner, Richard Strauss, Hector Berlioz dirigeren. Degene die echter de scepter zwaaide over het Amsterdamse muziekleven in de 19e eeuw was de componist Johannes Verhulst, leerling van Felix Mendelssohn en vriend van Robert Schumann. Verhulst waakte er op allerlei manieren voor dat de moderne muziek geen kans kreeg. Daarom richtte Viotta de Wagner-Vereeniging op met als doelstelling ‘de waardige uitvoering van Richard Wagner’s dramatisch-muzikale werken’. Viotta’s dirigentschap van deze vereniging betekende niet alleen voor het werk van zijn idool een doorbraak, maar ook voor zichzelf: in 1904 werd hij benoemd tot eerste dirigent van het mede op zijn initiatief in datzelfde jaar opgerichte Residentie Orkest.

bron: Wikipedia