Tagarchief: lagerweij-polak e.j.

P 7 – Senaatspenning – Steenwijk

1932

Hildo Krop Museum, Steenwijk

foto: Arie van Andel

brons, diameter 6 cm

In 1932 was het 300 jaar geleden dat in Amsterdam het Athenaeum Illustre werd gesticht. Ter gelegenheid van de verjaardag van deze voorloper van de Universiteit van Amsterdam, werden drie penningen geslagen. De ontwerpers waren Jan Bronner, Bertus Sondaar en Hildo Krop. Krop nam de Senaatspenning voor zijn rekening. Aan de voorzijde plaatste hij drie naakte mannen met fakkels, voorstellende de drie eeuwen die het licht der wetenschap van generatie op generatie hebben doorgegeven. Daaronder voegde hij zes medaillons toe met de symbolen van de faculteiten: wis- en natuurkunde, geneeskunde, godgeleerdheid, rechtsgeleerdheid, letteren en wijsbegeerte en handelswetenschappen.
Op de achterzijde van de penning is een koggeschip te zien, het oudste wapen van Amsterdam. Dat is niet zo bijzonder. Dit wapen gebruikte Krop vaker, onder andere bij gemeentelijke bouwwerken zoals bij de Universiteits Bilbliotheek, het stadhuis op de Oudezijds Voorburgwal, tramremise Lekstraat, Politiebureau Elandsgracht, Koninklijke Hollandse Lloyd en bij de Stadionbrug. Op de kogge staat soms één, maar meestal twee ridders afgebeeld en vaak ook nog met een hond erbij, als symbool van trouw. Maar het figuur op dit koggeschip roept vragen op. We zien een breed geschouderd figuur met een zwaard en een kroon. Dit is beslist géén ridder te noemen en nog minder de Amsterdamse stedenmaagd, zoals door Emmy Lagerweij-Polak werd beweerd in haar artikel Nederlandse makers van penningen 13 – Hildo Krop uit 1980 in “De Beeldenaar”. De eerste gedachte die opkomt bij het zien van het figuur is ‘een Afrikaans stamhoofd’. Wat Krop met dit figuur bedoelt valt, zoals vaak bij de cryptische gedachtegang van de beeldhouwer, moeilijk te raden. Toch moet het een reden hebben. Bij Krop was niets ‘zo maar’, alles in zijn werk had een betekenis. Soms ver gezocht, maar toch. Zou de verbeelding misschien iets met de slavernij te maken kunnen hebben?

B 130 – B 103 – B 10

Na de ontdekking van Amerika vestigden de Spanjaarden en Portugezen zich in Zuid- en Midden-Amerika. Om goedkope arbeidskrachten in de mijnen en plantages in te kunnen zetten, begon men in de zestiende eeuw mensen uit Afrika te kopen. De Nederlanders zagen ook wel brood in deze handel. Zij verenigden zich in de West-Indische Compagnie (WIC) die in 1621 werd opgericht. Hiermee werd een grootscheepse slavenhandel opgezet. Of Krop op deze penning de slavernij aan de orde had willen stellen is niet zeker. De slavernij-discussie speelde begin jaren dertig in ieder geval niet in die mate, zoals dat tegenwoordig aan de orde is. Maar is het niet erg toevallig dat Krop op deze penning voor de 300ste verjaardag van Athenaeum Illustre, een Afrikaans figuur plaatst, terwijl de oprichting van deze illustere school samenvalt met het moment dat de Nederlandse slavenhandel grote vormen aannam? Het blijft natuurlijk gissen.

bronnen: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014; Wikipedia

Knielende man – Steenwijk

Hildo Krop Museum,  Steenwijk

ca. 1953

geknielde man - foto: loek van vlerken 18.10.2018geknielde man - foto: loek van vlerken 18.10.2018geknielde man - foto: loek van vlerken 18.10.2018
wit geglazuurd keramiek met blauwe keramische grondplaat, 8,8 x 5,4 cm

Dit is één van de kleinste Hildo Krop werken die er bestaan. Desondanks weet Krop dit kleine figuurtje een monumentale uitstraling te geven.
Het bezig zijn met keramiek was voor Krop beslist geen tijdverdrijf, aldus kenner bij uitstek van Krops werk, Emmy Lagerweij-Polak. Zij  beoordeelt Krops keramiek niet alleen als een belangrijke aanvulling op zijn grote monumentale werk, maar is ook van mening dat het Krop heeft behoed voor verstarring. Er is zeer beslist sprake van een wisselwerking tussen zijn beeldhouwwerk en zijn keramiek.  Zijn sculpturale werk geeft kracht aan zijn keramiek en omgekeerd houden zijn keramische werken zijn beeldhouwkunst vitaal. Zijn keramiek heeft een stoere uitstraling, vertoont aldus een typische karaktertrek van zijn beeldhouwkunst en is bijna altijd te duiden als: kloek en groot maar dan binnen het kader van de handzame afmetingen, zoals bij dit knielende mannetje.

Dit beeldje is in het najaar van 2018 aangekocht door het Hildo Krop Museum in Steenwijk.

Waarschijnlijk is dit beeldje een voorstudie van een ander keramisch beeldje, namelijk ‘Geknield liggende man’ (V162)  en ‘Paar’ (V163) beide uit 1953. Dit werk staat afgebeeld in de catalogus van de herdenkingstentoonstelling ‘Hildo Krop’ – 1984, van de Kunsthandel G.J. Scherpel, Den Haag. (zie ook Liggend naakt)geknield liggende man - foto: hildo krop museum
geknield liggende man – 1953 – V162 – foto: Hildo Krop Museum,  Steenwijk

paar - foto: hildo krop beeldhouwer en ceramist, g.j.scherpel, 1984
paar – 1953 – V163 – foto: Hildo Krop beeldhouwer en ceramist, G.J. Scherpel, 1984

bronnen: Hildo Krop – Keramiek, Wim Heij/Arie van Andel, 2015;
Hildo Krop 1884-1970 Beeldhouwer en ceramist, Kunsthandel G.J. Scherpel B.V., Den Haag, 1984

oeuvre catalogus

De foto’s  op deze site zijn gemaakt door Loek van Vlerken, behoudens enige incidentele- en historische foto’s (de maker en/of bron wordt dan bij de foto vermeld).
De publicatierechten zijn naar beste intentie geregeld. Een ieder die meent dat zijn of haar rechten zijn overtreden wordt verzocht contact op te nemen via het contactformulier.

Alle rechten voorbehouden. Niets van deze site mag worden gekopieerd, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

© Loek van Vlerken / Hildo Krop Museum, Steenwijk

De bron van de teksten bij de werken komen voornamelijk uit de door drs. E.J. Lagerweij-Polak opgestelde oeuvrecatalogus ‘Hildo Krop’, uit de reeks monografieën van Nederlandse kunstenaars uit 1992. Indien de tekst niet (of slechts gedeeltelijk)  deze oeuvrecatalogus als bron heeft, wordt de extra geraadpleegde bron vermeld.
Op deze site wordt dezelfde nummering (letter gevolgd door een cijfer) aangehouden als in de genoemde oeuvrecatalogus:

B    = bouwbeeldhouwwerk
Mo = monumenten / gedenktekens
V    = vrij werk
Me = meubels en interieurontwerpen
Ma = toneelmaskers
P    = penningen, medailles en kleine plaquettes
(z.n.
= zonder nummer – staat niet in catalogus Lagerweij-Polak)

monografie van nederlandse kunstenaars - beeldhouwer hildo krop - e.j. lagerweij-polak, 1992 - foto: loek van vlerken

introductie

ZOEKINSTRUCTIE:

  • Ga naar bovenstaande menubalk
  • Onder oeuvrecatalogus zijn de kunstwerken zowel per categorie als chronologisch op te zoeken.
  • Voor personen en instellingen: zoek via de index
  • Voor overige zaken: zoek met een trefwoord via   
  • Onder Stadsbeeldhouwer van Amsterdam / Hildo Krop locaties in Amsterdam is het beeldhouwwerk van Krop in Amsterdam op deelkaarten te vinden en aan te klikken.
  • Over het leven van Hildo Krop: zie digitaal kenniscentrum / biografische gegevens
  • Mocht er desondanks een vraag onbeantwoord blijven, stel deze dan via het contactformulier onder contact.

foto ' s: loek van vlerken

Op deze website wordt aan de hand van ca. 3000 foto’s en beschrijvingen op ruim 300 pagina’s een zo volledig mogelijk beeld gegeven van het beeldhouwwerk, de monumenten, de gedenktekens, toneelmaskers en het vrije werk van HILDO KROP.

De foto’s op deze site zijn voornamelijk gemaakt door Loek van Vlerken, behoudens incidentele- en historische foto’s (de maker en/of bron wordt dan bij de foto of op de pagina vermeld).
De bron van de teksten bij de werken komen voornamelijk uit de door drs. E.J. Lagerweij-Polak opgestelde oeuvrecatalogus ‘Hildo Krop’, uit de reeks monografieën van Nederlandse kunstenaars uit 1992. Indien de tekst niet (of slechts gedeeltelijk)  deze oeuvrecatalogus als bron heeft, wordt deze extra geraadpleegde bron vermeld.
De publicatierechten zijn naar beste intentie geregeld. Een ieder die meent dat zijn of haar rechten zijn overtreden wordt verzocht contact op te nemen via het contactformulier.

Alle rechten voorbehouden. Niets van deze site mag worden gekopieerd, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

© Loek van Vlerken / Hildo Krop Museum, Steenwijk

 

gazelle transparante achtergrond klein

B 70 – Sint Nicolaaskerk – deuren tochtportaal – IJsselstein

Kronenburgplantsoen, IJsselstein

ca. 1928

geknielde figuur - man - foto: loek van vlerken 12.12.2016 geknielde figuur - vrouw - foto: loek van vlerken - 12.12.2016
wapen van ijsselstein - foto: loek van vlerken - 12.12.2016  christus symbool - foto: loek van vlerken - 12.12.2016
12 panelen: 3x geknielde man-figuren, 3x geknielde vrouw-figuren, 4x het wapen van IJsselstein en het 2x Christus monogram (Chi-Rho)

geperst glas, 20 cm

nagelkoppen aan de deuren - foto: hildo krop museum
foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk

nagelkoppen
1. knielend vrouwfiguur met gebogen armen
2. wapen van IJsselstein
3. Sint Nicolaas
4. kelkbloem
5. manfiguur in orante-houding

brons of koper, 5,25 cm

ontwerp deuren: H.A.J. Baanders

In 1921 kreeg Michel de Klerk de opdracht een nieuwe torenspits te ontwerpen voor de Sint Nicolaaskerk in IJsselstein, die in 1911 door brand verwoest was. Voor echter met de bouw  van de spits en restauratie van de toren een begin gemaakt kon worden, overleed De Klerk. Het geheel werd alsnog uitgevoerd onder de leiding van architect H.A.J. Baanders. Hildo Krop werd gevraagd het benodigde beeldhouwwerk te maken (zie B 56). Baanders ontwierp voor de kerk ook een nieuwe ingang. Ook hiervoor werd Krop gevraagd een aandeel te leveren. Krop ontwierp voor de deuren 12 panelen om uit te voeren in glas, voorstellende: 3x een naar rechts knielende man in orante-houding, 3x een naar links knielende vrouw in orante-houding, 4x het wapen van IJsselstein en 2x het Christus monogram of Chi-Rho (opmerkelijk is dat Lagerweij-Polak in haar oeuvrecatalogus hier 6x geknielde figuur in orante-houding noemt i.p.v. 3x vrouwen- en 3x mannenfiguur). De uitvoering in glas werd uitbesteed aan de Glasfabriek Leerdam. De uitvoering van deze tegels bestaat waarschijnlijk uit geperst glas, hoewel Lagerweij-Polak van gegoten glas spreekt. In het artikel ‘Leerdams Glaswerk in IJsselstein; Hildo Krop en de oude Nicolaaskerk’ schrijft Thimo te Duits: “Het persen van glas nam in de jaren twintig en dertig een prominente plaats in binnen de productie van de Glasfabriek Leerdam. Na de uitgave vanaf 1923 van geperst serviesgoed van o.a. K.P.C. de Bazel en H.P. Berlage, was men op de fabriek bijzonder geïnteresseerd in de fabricage van plastieken in geperst glas. (…) Binnen het opstarten van de productie plastieken moet de opdracht voor het persen van de reliëfs van Krop stimulerend hebben gewerkt. Het persen van deze vlakke tegels moet relatief weinig  technische problemen hebben opgeleverd.” 
De twaalf tegels zijn symmetrisch in de deuren verwerkt, gegroepeerd in vier verticale rijen van drie tegels. Aan de buitenzijden afwisselend mannen- en vrouwenfiguren. In het midden worden de twee Chi-Rho kruizen afgewisseld met vier keer het wapen van IJsselstein.
Exemplaren van de vier verschillende glastegels bevinden zich in het Hildo Krop Museum te Steenwijk. Drie tegels (mannenfiguur, wapen en Chi-Rho) komen uit de inboedel van het Hildo Krop atelier. De vierde, het vrouwenfiguur, is door een aankoop van een particulier in 2015 toegevoegd aan de collectie. Naast de glaspanelen ontwierp Krop ook verschillende nagelkoppen voor deze deuren naar de kerk. Deze nagels werden uitgevoerd in brons, hoewel Lagerweij-Polak van koper spreekt. Het vrouwenfiguur (hier met gebogen armen i.p.v de orante-houding), het mannenfiguur (wél in orante-houding) en het wapen van IJsselstein zijn motieven die Krop ook gebruikte in de glaspanelen. Daarnaast  zien we ook een kelkbloem en Sint Nicolaas, de heilige waarnaar de kerk is vernoemd.

nieuwe ingang van architect baanders - foto: wendingen - 1929 - jrg.10 nr.4foto: Wendingen – 1929 nr.4 

 

bron: Leerdams glaswerk in IJsselstein, Thimo te Duits, Historische Kring IJsselstein, 1996

B 3 – Scheepvaarthuis – Amsterdam

Prins Hendrikkade 108, Amsterdam

1913-16

a. 13 consoleportretten: Roggeveen, Van Noort, A.van Diemen,  C. Speelman, Van Spilbergen(zijde Prins Hendrikkade), P.Both, J.Pzn Coen, C. de Houtman, Jac. van Heemskerck, W. Barendsz, J. van Neck, Usselinx, Bleau (zijde Binnenkant).
dioriet, 40 cm

b. emblemen scheepvaartmaatschappijen.
gebakken aarde, 56 cm

c. Schipper en Bootsman (stuurman en matroos).
gebakken aarde, 148 cm

d. beeld hoektoren: Neptunus.
lood, ca. 200 cm

e. ingangsversiering zijde Binnenkant: School vissen in de golven.
graniet, 28 cm

f. plintversiering zijde Binnenkant: letters  ’T SCHEEPVAARTHUIS.
graniet, 52 cm

Een van de eerste uitingen van de Amsterdamse School architectuur is het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade / Binnenkant. Het werd tussen 1913 en 1916 gebouwd als gemeenschappelijk kantoorgebouw van zes Amsterdamse rederijen: De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM), de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPN), de Java-China-Japan-Lijn (JCJL), de Koninklijke West-Indische Maildienst (KWIM) en de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij (NRM). Het ontwerp en de uitvoering van het pand werd toevertrouwd aan de gebroeders J.G. en A.D.N. van Gendt. Zij waren verantwoordelijk voor de technische uitvoering en voor het ontwerp van het betonskelet. De architectonische vormgeving lieten zij over aan de toen vrij onbekende architect J.M. van der Meij. Ook de latere Amsterdamse School-architecten M. de Klerk en P.L. Kramer werden aangetrokken. Daarnaast heeft een grote groep kunstenaars meegewerkt aan de talrijke decoraties van zowel exterieur als interieur van het gebouw. Voor de decoraties aan de buitenkant had Hendrik van den Eijnde de verantwoordelijkheid. Hij heeft veel beeldhouwwerk aan de gevel vervaardigd, zoals het monumentale entree ‘De Vier Wereldzeeën’. Piet Kramer introduceerde Hildo Krop bij van der Meij. Via deze architect kwam het contact tot stand tussen Krop en de beeldhouwer van het Scheepvaarthuis Van den Eijnde. De uitvoering van het beeldhouwwerk aan het Scheepvaarthuis werd verzorgd door een groep beeldhouwers onder leiding van Van den Eijnde met als zijn eerste assistent Hildo Krop.

vlnr: Van den Eijnde, Joop van Lunteren, Toon Rädecker, Krop (zittend) en De Klerk – foto: collectie Hildo Krop Museum.

Van Lunteren en Rädecker voerden de ontwerpen van Van den Eijnde uit. In hoofdlijnen kunnen we stellen dat de ontwerpen van het beeldhouwwerk aan de gevels voornamelijk van Van den Eijnde en Krop zijn. Het blijkt overigens, staand voor de gevel, erg moeilijk te bepalen welk werk van Van den Eijnde is en welk van Krop. De jonge beeldhouwer had in deze beginfase van zijn carrière nog niet een duidelijke eigen signatuur. (Dit betreft zeker de 1e fase van het Scheepvaarthuis). Door de door Krop geautoriseerde oeuvrecatalogus van drs. E.J. Lagerweij-Polak, de nicht van de beeldhouwer, hebben we een goed beeld van het werk van Hildo Krop aan het Scheepvaarthuis. (Het is overigens wel gebleken dat bij het samenstellen van de oeuvrecatalogus er wel wat hiaten en onjuistheden zijn binnengeslopen. Dit komt ook omdat Lagerweij-Polak de beeldhouwer op hoge leeftijd over zijn werk interviewde en Krop zich niet alles meer haarscherp kon herinneren).
In deze oeuvrecatalogus wordt vermeld dat Krop 13 van de 15 consoleportretten hakte:


Roggeveen, Van Noord, Van Diemen, Van Spilbergen, Speelman 


Both, Coen, Houtman, Van Heemskerk

Barendsz, Van Neck, Usselinx, Bleau

De versieringen aan de gevel van het Scheepvaarthuis, die de geschiedenis van de Nederlandse scheepvaart op de wereldzeeën laat zien, konden rijkelijk aan de gevel worden verwezenlijkt omdat er niet vanuit de constructie van het gebouw gedacht behoefde te worden. De bakstenen  gevel was immers een omhulsel rond het betonnen skelet. De consoles bijvoorbeeld met de gebeeldhouwde koppen van de grote namen uit de zeevaart, kooplieden, ontdekkingsreizigers en gouverneurs van Indië  hebben dan ook geen andere functie dan decoratie. Deze niet dragende balken zijn vooral in het ontwerp opgenomen vanwege de symbolische betekenis. Het zijn ‘draagstenen als dragers van portretten van grootheden uit de Nederlandse welvaart’, zoals Lagerweij-Polak het noemt. Als voorbeeld voor deze portretten gebruikte Krop oude gravures.

gevel scheepvaarthuis - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Het werk aan het Scheepvaarthuis was voor de ontwikkeling van Krop van grote betekenis. Hij leerde hier het bewerken van een ongelofelijke verscheidenheid aan materialen: van gebakken aarde tot graniet, van gips en hout tot lood en ijzer. Maar eigenlijk was het werk aan het Scheepvaarthuis voor alle beeldhouwers van groot belang. Hier werd voor het eerst in Nederland door de beeldhouwers met luchtdrukhamers gewerkt. Het Scheepvaarthuis heeft hierdoor een reuze stoot gegeven in de ontwikkeling van de beeldhouwkunst, aldus Krop in 1969 in een televisie interview.

Daarnaast was een nieuwe, symbolische beeldtaal voor de jonge Hildo Krop van groot belang. Eind negentiende eeuw was er een tijd ontstaan waarin men een materialistische kijk op het leven had. Het symbolisme probeerde aan deze tendens een tegenwicht te bieden door een meer gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool stond daarbij centraal; een zintuiglijk waarneembaar teken dat een ingang geeft tot een niet-zintuiglijke wereld.

Krop had op het punt van symboliek veel geleerd van Van der Meij. Een mooi voorbeeld hiervan is terug te vinden onder de ramen van de verschillende maatschappijen welke gehuisvest zouden worden in het Scheepvaarthuis. Deze symbolen in terracotta, die door Krop werden ontworpen, verbeelden de vaarroutes en de gebieden waar de desbetreffende maatschappijen handel dreven.

embleem scheepvaartmij - foto: loek van vlerken 28.04.2011

De KNSM (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij) laat Hercules zien, die de naar hem genoemde zuilen omklemt. De Zuilen van Hercules was de oude aanduiding van de Straat van Gibraltar, de zee-engte die de Middellandse Zee verbindt met de Atlantische Oceaan. De zuilen zijn de vooruít stekende rotsen: de Monte Hacho in Afrika en de Rots van Gibraltar in Europa.

embleem scheepvaartmij - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Voor de KWIM (Koninklijke West-Indische Maildienst) ontwierp Krop embleem waar twee bewoners van Suriname in een kano zitten. Bijzonder is de kogelvis die in de wateren van de Noord Atlantische Oceaan voor de Surinaamse kust leeft.

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 03.08.2016

De NRM (Nieuwe Rijnvaart Maatschappij) met de namen van twee zijrivieren van de Rijn; de Neckar en de Main. Door deze namen op het embleem golven de lange gouden haren van de Loreley-nimf.

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 03.08.2016

Het symbool van de JCJL (de Java-China-Japan-Lijn) was een Boeddhabeeld (Java): Het boeddhisme in Indonesië was een belangrijke religie op Sumatra en Java, een draak (China): de Chinese draak wordt gezien als een teken van geluk en een chrysant (Japan): de gele bloem van de chrysant is in Japan het symbool van de zon en het licht (onsterfelijkheid).

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Een anker tussen een kreeft en een steenbok wijst op de route van de KPM (Koninklijke Paketvaart Maatschappij) tussen zuidelijke steenbokskeerkring en de noordelijke kreeftskeerkring .

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 28.04.2011

De SMN (Stoomvaart Maatschappij Nederland) wordt gesymboliseerd door een weegschaal (de evenaar) met een gordel naar een beeldspraak van Multatuli uit Max Havelaar: ‘t prachtig rijk van INSULINDE dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd …

Zowel links als rechts van de hoofdingang zijn twee springende paardjes aan de gevel te vinden, met kwal en inktvistentakels. Dit zijn de paarden van Neptunus – als symbool voor de golven van de zee. Niet zeker is of deze terracotta paardjes van de hand van Krop zijn, maar het is in ieder geval wel bijzonder dat hij dit soort figuratie later gaat gebruiken bij bouwbeeldhouwwerk. Aan verschillende gevels van scholen maakte hij een dergelijk springende paardjes, zoals bijvoorbeeld aan de kleuterschool ‘De Veulens’, nu Museum Het Schip,  in de Oostzaanstraat in de Rubensstraat aan de zijgevel van het huidige Gerrit van der Veen College.


Springende paardjes in de Oostzaanstraat en de Rubensstraat

schipper en bootsman - foto: loek van vlerken 20.04.2011

Naast al dit symbolisch bakwerk zijn ook de figuren van een stuurman en een matroos, ook in terracotta, van de hand van Hildo Krop. Deze figuren worden langs het gebouw aan de Prins Hendrikkade en Binnenkant vele malen herhaald.

Naast deze figuren plaatste hij steeds verschillende producten, die rond 1900 door de maatschappijen werden vervoerd zoals koffie, thee, kruiden, specerijen, etc.

neptunes - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Op de hoektoren boven de ingang van het Scheepvaarthuis staan twee in lood gegoten afbeelding van elk twee meter hoog. De linker, Neptunus, is een ontwerp van Krop. Het andere beeld, Fortuna, was een ontwerp van Van der Eijnde, aldus Krop in Lagerweij-Polak.

ingang zijde binnenkant - foto: loek van vlerken 20.04.2011

Voor de ingang aan de Binnenkant maakte Krop een school vissen in de golven als ingangsversiering, ook gehakt in graniet.

plintversiering - foto: loek van vlerken 28.04.2011

plintversiering - foto: loek van vlerken 21.04.2011

Krop ontwierp de plintversieringen in natuursteen, zowel  langs de Prins Hendrikkade als de Binnenkant. Ook voor de letters op deze plint, die samen het woord ‘t Scheepvaarthuis’ vormen, is Krop verantwoordelijk. Dezelfde letters zouden worden herhaald bij de uitbreiding van het gebouw, welke plaats vond tussen 1926 en 1928 (zie hiervoor B 61).

timpaan met walruskoppen - foto: loek van vlerken 30.11.2013

Mogelijk is het timpaan met walruskoppen boven de zij-ingang aan de Prins Hendrikkade ook van de hand van Krop. Zie hiervoor bij: Toegeschreven aan Hildo Krop – B3a

bronnen:
‘Het Scheepvaarthuis, een schepping van de bijna vergeten architect J.M. van der Meij’ – F. van Sloteren, Ons Amsterdam, mei 1985 jrg. 37 nr.5;
‘Van der Mey en het Scheepvaarthuis’ – Boterenbraad/Prang, 1989;
‘joan melchior van der meij – architect’ – Michiel Kruidenier/Paul Smeets, nai010,   2014.