Tagarchief: kramer p.

Reliëfportret Tom – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca.1910

tom schilperoort - foto: loek van vlerken 28.08.2017
gips, 24 cm

 

Rond 1910 maakte Hildo Krop dit reliëfportret van Tom Schilperoort (1882-1930). De twee zagen elkaar regelmatig in het zogeheten ‘Jopie-hol’, een klein huisje in een zijsteeg van de Leidsegracht, waar Jopie Breemer woonde. Dit bouwvallige onderkomen met een gecombineerde zit-, eet- en slaapkamer,  ‘… was ingericht met den smaak van menschen, die geen geld hebben – er hingen dus lappen’. Het was een rendez-vous van de Amsterdamse bohème en kan gezien worden als een voorloper van de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring. Elke woensdag en vrijdag organiseerde Jopie Breemer in zijn ‘hol’ zogenaamde ‘ontboezemingsavonden’. Dat waren avonden met thee, véél thee, apenootjes en roddels, imitaties en veel ‘diepe’ gesprekken. Tot deze ‘Jopianen’ behoorden naast Krop en Schilperoort o.a. Jacob Bendien, John Rädecker, Joan van der Mey, Michel de Klerk en Piet Kramer. Maar ook schrijvers, musici, acteurs en journalisten behoorden tot de regelmatige gasten. Tom Schilperoort was een flamboyante journalist die in Schoorl woonde en door sommigen wordt gezien als de man die model zou hebben gestaan voor Japi in het verhaal ‘De Uitvreter’ van Nescio. Hij heeft er in ieder geval wel voor gezorgd dat Pablo Picasso enige weken in Noord-Holland verbleef.
Schilperoort was in 1904, als correspondent van de NRC en De Telegraaf, naar Parijs afgereisd om er verslag te doen over het culturele leven in de Franse hoofdstad. In die tijd waren veel, ook Nederlandse, kunstenaars in Parijs werkzaam:  onder andere Otto van Rees en Kees van Dongen. Via hen ontmoette hij Picasso. In het voorjaar van 1905 nodigde hij de jonge Spaanse  kunstenaar (op dat moment 23 jaar) uit om samen naar Schoorl te gaan waar Schilperoort een huisje had gehuurd. In juni van dat jaar reisden beiden met de trein naar Alkmaar. Enige dagen bracht Picasso bij Schilperoort door maar de woning was te klein om er ongestoord te kunnen werken. Daarom nam de schilder zijn intrek in het pension van Dieuwertje de Geus in Schoorldam. De ongetrouwde Dieuwertje zou naakt voor Picasso hebben geposeerd hetgeen destijds in het dorp tot heel veel praatjes zou hebben geleid.

la belle hollandaise, picasso
La belle Hollandaise, Picasso
foto: collectie Queensland Art Gallery, Brisbane, Australië 

De Alkmaarse publicist Kees Komen verhaalt in Picasso in Holland-Parijs Schoorldam 1905 de commotie die het verblijf van de schilder in het landelijke plaatsje met zich meebracht. Uit Picasso’s korte verblijf in Noord-Holland zijn in ieder geval twee schilderijen bekend. Of er werkelijk sprake was van een diepgaande vriendschap tussen Picasso en Schilperoort valt te betwijfelen. Alles wijst er op dat er van een dergelijke relatie na 1905 niet veel meer over was.

tom schilperoort ca. 1915 - foto: nrc handelsblad 12.04.1991
Tom Schilperoort ca. 1915
foto: NRC Handelsblad 12.04.1991

Het reliëfportret van Tom Schilperoort is in het bezit van het Hildo Krop Museum in Steenwijk.
Het schilderij  ‘La Belle Hollandaise’ van Picasso uit, 1905 was in de zomer van 2016 in het Stedelijk Museum Alkmaar te zien, samen met de andere werken die Picasso tijdens zijn verblijf in Nederland vervaardigde. Het werk bevindt zich in de collectie van Queensland Art Gallery, Brisbane, Australië.

bronnen:
De ontboezemingsbundel van Jopie Breemer – inleiding Gerrit Komrij, 1998
John Rädecker, De droom van het levende beeld, Ype Koopmans – 2006
Hildo Krop, Portretten – Wim Heij, 2011
Hildo Krop, Ontwerpen, schetsen en afgietsels van gips – Wim Heij, 2017

V 4 – Meisjesportret L.C. Varekamp – Steenwijk

Hildo Krop Museum,  Steenwijk

1912-13

leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012 leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012
leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012
gips, 38 cm

Dit uit 1912/13 daterende beeldje van Leentje Varekamp is in niet onbelangrijke mate bepalend geweest voor de succesvolle carrière van Hildo Krop. Wie was Leentje Varekamp? Leentje was de dochter van de binnenvaartreder Piet Varekamp. Hij was, evenals Hildo Krop en de architect Piet Kramer een frequent bezoeker van het zogenoemde ‘Jopie-hol’. Dit was het huis van de bohémien-dichter Jopie Breemer in een zijsteeg van de Amsterdamse Leidsegracht. Het was een ontmoetingsplaats van kunstenaars, wetenschappers en schrijvers. Kramer raakte geïnteresseerd in het werk van Krop en na het zien van het meisjesportret van Leentje Varekamp vroeg de architect of hij een gevelsteen wilde ontwerpen voor zijn gebouw van de Bond van Mindere Marine Personeel in Den Helder. Ook introduceerde Kramer hem bij de J. M. van der Mey, de architect  van het nog te bouwen Scheepvaarthuis. Via Van der Mey kwam het contact tot stand met H. A. van den Eijnde, de eerstverantwoordelijke beeldhouwer van het Scheepvaarthuis. Het door Krop, als assistent van Van den Eijnde, vervaardigde beeldhouwwerk aan het Scheepvaarthuis, trok dermate de aandacht van het gemeentebestuur van Amsterdam, dat men hem een parttime dienstverband aanbood.
Misschien was zonder dit gipsen kopje van Leentje Varekamp, Hildo Krop nooit de uiteindelijke Stadsbeeldhouwer van Amsterdam geworden.

In de monografie ‘Hildo Krop’ van E.J. Lagerweij-Polak wordt gemeld dat er twee exemplaren van dit gipsen beeldje zijn afgegoten. Dit werd door de dochter van Leentje bevestigd. Zoals zij ook wist aan te geven dat het zo goed als zeker is dat het tweede exemplaar in het voormalige Nederlands Indië is achtergebleven, zo niet verloren gegaan.
Haar grootvader, Piet Varekamp, was op een zeker moment met zijn gezin naar Nederlands Indië gegaan met de beide beelden van zijn dochter Leentje. Eén exemplaar is later met Leentje teruggekomen naar Nederland.

bron: Wim Heij, Hildo Krop Museum, Steenwijk

Mo 41 – Portret van de heer H.J. Winkelman – Amsterdam

N.V. Ateliers voor kunstnijverheid Winkelman,
Westerstraat 99, Amsterdam

1951

reliëfplaquette

brons, 67 cm

Hendrik Jan Winkelman (1872–1947) begon zijn carrière in dienst van de Koninklijke Fabriek F.W. Braat in Delft. Hij ontwikkelde zich als autodidact tot ontwerper en tekenaar van eigen projecten. In 1911 richtte hij de ‘N.V. Ateliers voor kunstnijverheid Winkelman’ op. Dit atelier voor siersmeedkunst vervaardigde in 1915 onder andere het hekwerk en het siersmeedwerk van trappen en lampen van het Scheepvaarthuis in Amsterdam naar het ontwerp van architect J.M. van der Mey. In 1929 was het atelier uitgegroeid tot een bedrijf met 29 personeelsleden met opdrachten in Amsterdam en Den Haag. Winkelman werkte veelvuldig samen met de beeldhouwer Hildo Krop en de architect Piet Kramer bij de realisering van projecten van de Amsterdamse School, zoals talloze brugleuningen.
Ter gelegenheid van het veertig jarig bestaan van het bedrijf maakte Hildo Krop een reliëfplaquette met een afbeelding van de oprichter. Op het reliëf staat de tekst:

1 SEPT. 1911     1 SEPT. 1951
H.J. WINKELMAN
OPRICHTER
N.V. ATELIERS VOOR
KUNSTNIJVERHEID
WINKELMAN

Het bronzen reliëf bevindt zich in een particuliere collectie. Een reliëf in gips is aanwezig in de collectie van het  Hildo Krop Museum in Steenwijk.

bron: Wikipedia

B 109 – Brug nr. 200 – ‘Vondelbrug’ – Amsterdam

over het Vondelpark, tussen 1e Constantijn Huygensstraat en Van Baerlestraat, Amsterdam

1939-42

gijsbrecht van aemstel - foto: loek van vlerken 24.01.2011vondelbrug - foto: loek van vlerken 24.01.2011brugversieringen:
a. op de brug, reliëf:
scène uit de ‘Gijsbrecht’ van Joost van den Vondel
Franse kalksteen, 130 cm

meisje met pop - foto: loek van vlerken 08.02.2011jongen met dierenkoppen - foto: loek van vlerken 08.02.2011 b. onder de brug (Vondelpark doorgang) in nissen:
1. staand meisje met pop met aan weerszijden slingerende takken met gnomenkoppen
2. staande jongen met aan weerszijden dierkoppen
Muschelkalksteen, 187 cm

architect: Piet Kramer

De Vondelbrug was al vanaf 1907 een wens van het gemeentebestuur, maar de bouw ervan begon pas in 1940 en kwam meteen alweer door de oorlog stil te liggen. Op 16 oktober 1947 werd uiteindelijk de brug feestelijk geopend en werden de Eerste Constantijn Huygensstraat met de Van Baerlestraat verbonden.
Brug 200, in de volksmond Vondelbrug, was op dat moment het grootste Amsterdamse bouwwerk van na de oorlog. De brug van architect Piet Kramer is gesierd met beeldhouwwerken uit 1942 van Hildo Krop. Op de brug bedacht Krop een tafereel uit de Gijsbrecht, als hommage aan de naamgever van het park. Voor de beelden onder de brug verplaatste hij zich in de gedachten van het kind. Al heel gauw ziet een kind in het donker, en zeker ‘s avonds in het park, allerlei schimmen, enge dieren en griezelige koppen uit het struikgewas tevoorschijn komen. Aan één kant van de onderdoorgang staat een jongen in vrijetijdskleding of schooluniform die zijn armen openhoudt naar de toeschouwer toe. De omlijsting van de nis bestaat uit dierenkoppen, waaronder die van een roofvogel, een zwijn, een tijger en een leguaan. Het meisje aan de overkant draagt dezelfde kleding maar dan met rok. Een kleine harlekijnspop bungelt aan haar hand. Aan weerszijden van de nis steken saterkoppen uit het struikgewas.
Helaas ware de beelden door waterschade dermate aangetast dat ze in 2009 zijn vervangen door replica’s (restaurator Pier Terwen, Leiden). De originelen hadden zo goed als geen reliëf meer. De overblijfselen zijn nog aangeboden aan het Hildo Krop Museum in Steenwijk, maar deze waren in een dermate slechte conditie dat er van afgezien is. In ieder geval zijn onder de Vondelbrug de details van de beelden weer goed te zien.

  

B 114 – Brug nr. 415 – Parnassusbrug – Amsterdam

over het Zuider Amstelkanaal / Parnassusweg, Amsterdam

1941-42

zwevende muze - foto: loek van vlerken 09.03.2012 berlage en roland holst - foto: loek van vlerken 09.03.2012zwevende muze - foto: loek van vlerken 08.02.2011 zwevende muze - foto: loek van vlerken 08.02.2011 zwevende muze - foto: loek van vlerken 09.03.2012 berlage - foto: loek van vlerken 08.02.2011 berlage - foto: loek van vlerken 08.02.2011 roland holst en mendes da costa - foto: loek van vlerken 08.02.2011roland holst - foto: loek van vlerken 08.02.2011 mendes da costa - foto: loek van vlerken 08.02.2011
2 brugbekroningen:
1. zwevende muze
2. Berlage, Roland Holst en Mendes da Costa

graniet, 180 cm

architect: Piet Kramer

Door het instellen van een cultuurkamer door de Duitse bezetter, was het gedurende de oorlog voor Hildo Krop verboden om arbeid te verrichten voor de dienst Publieke Werken van Amsterdam. Om in die periode te kunnen werken moest je als kunstenaar lid zijn van deze cultuurkamer. Dit weigerde Krop pertinent. Na de oorlog werden nog maar een paar beelden van zijn hand op bruggen geplaatst. Eén daarvan betrof de Parnassusbrug, waarvoor hij in 1941-42 al de beelden had gemaakt: De zwevende muze en Berlage met driehoek, Roland Holst met palet en penseel, Mendes da Costa met hamer en beitel. Deze kunstwerken zijn pas in 1957 op genoemde brug geplaatst. Volgens E.J. Lagerweij-Polak, in de monografie ‘Hildo Krop’, is de combinatie Berlage, Holst en Mendes mogelijk gekozen, omdat dit drietal de sluiting van de Haarlemse Kunstnijverheidsschool in 1926 heeft proberen te voorkomen.
De achterzijde van het Berlage-Holst-Mendesbeeld laat het platteland van Nederland zien met z’n molens en bomen en een Amsterdams stads tafereel met de Westertoren en de huizen aan de Prinsengracht.

B 72 – Brug nr. 404 – ‘Ferdinand Bolbrug’ – Amsterdam

over Amstelkanaal tussen Ferdinand Bolstraat en Scheldestraat, Amsterdam

1928

vis in golven - foto: loek van vlerken 25.07.2017vis in golven - foto: 13.02.2011hoofd met sterren en golven - foto: loek van vlerken 25.07.2017hoofd met sterren en golven - foto: 13.02.2011slang in golven - foto: loek van vlerken 25.07.2017slang in golven - foto: 13.02.2011faunkop in golven - foto: loek van vlerken 25.07.2017faunkop in golven - foto: 13.02.20114 brugversieringen:
1. vis in golven
2. menselijk hoofd omgeven door sterren en golven
3. opgerolde slang
4. faunkop in golven

graniet, 23/26 cm

architect: Piet Kramer

Hildo Krop maakte voor de bekroningen van het landhoofd van deze brug vier bolvormige beelden: een vissenkop die boven de golven uitsteekt; een menselijk hoofd omgeven door sterren en golven; een zeeslang (met een boeketje bloemen) in kabbelend water en een faunkop in de golven.
Het is niet altijd direct duidelijk wat de ‘brugbeelden’ van Hildo Krop betekenen, maar als ze naar water verwijzen, zoals bij deze brug over het Amstelkanaal, wordt het wel wat eenvoudiger. Maar ook hier kun je jezelf afvragen wat de beeldhouwer bedoelt met de mannenkop in het water met sterren rond zijn hoofd, of de betekenis van de bloemetjes bij de zeeslang.  En wat doet de faun daar in het water?

Van deze in het water dobberende faun bestaat ook een keramisch exemplaar. Deze gepolychromeerde faunkop (9 cm) is mogelijk rond 1930 ontstaan. (zie: faunkop)

B 98 – Brug nr. 382 – ‘Jan van Galenbrug’ – Amsterdam

over het Westelijk Marktkanaal / Jan van Galenstraat, Amsterdam

1935

sjouwers - foto: loek van vlerken 22.03.2011sjouwers - foto: loek van vlerken 30.03.2011sjouwers - foto: loek van vlerken 30.03.2011loods en hijskranen - foto: loek van vlerken 22.03.2011hijskranen - foto: loek van vlerken 22.03.2011loods en hijskranen - foto: loek van vlerken 22.03.2011voedselvoorraden - foto: loek van vlerken 22.03.2011a. 2 pijlerbekroningen:
1. blok van vijf pakhuizen met trapgevels en sjouwers
2. loods en hijskranen
graniet, 45 cm

twee zeeleeuwen met bal - foto: loek van vlerken 30.03.2011twee zeeleeuwen met bal - foto: loek van vlerken 19.04.2017
twee zeeleeuwen met bal - foto: loek van vlerken 30.03.2011 twee zeeleeuwen met bal en jonas in de walvis - foto: loek van vlerken 19.04.2017jonas in de walvis - foto: loek van vlerken 19.04.2017jonas in de walvis - foto: loek van vlerken 19.04.2017b. versieringen aan trapleuning:
1. twee liggende zeeleeuwen met bal
2. Jonas in de walvis
graniet
180/80 cm

architect: Piet Kramer

De 23 meter brede ‘Jan van Galenbrug’ werd in 1935 gebouwd omdat er een goede verbinding moest komen naar de nieuwe Markthallen vanuit het westen van de stad. Was voorheen de aanvoer van goederen over het water de belangrijkste route, het vervoer over de weg nam dermate toe dat een nieuwe brede brug noodzakelijk was.
jaap kaas - zeemonster - foto: loek van vlerken 22.03.2011Twee sluitstenen van Hildo Krop verwijzen met de pakhuizen en balensjouwers naar de nabijgelegen markthallen. Krop liet hiermee tevens de gevolgen van de economische crisis voor de arbeiders zien. Op beide stenen is de rijkdom aan voedsel in de pakhuizen te zien. Met deze pakhuizen en hijskranen wordt het kapitaal verbeeld en de sjouwers (de arbeiders) gaan in deze crisistijd gebukt onder een zware last. Op de gemetselde balustrade van het lage bordes is vrij werk van Krop geplaatst; twee liggende zeeleeuwen met een bal en een sluitsteen met Jonas in de walvis. Onderaan de trap naar de machinekamer staat een forse granieten trappaal met een kop van een zeemonster, gehakt door de beeldhouwer Jaap Kaas.

krop in atelier met kleimodel zeeleeuwen met bal - foto: cas oorthuys ca. 1935 (lagerweij-polak)

B 69 – Brug nr. 410 – ‘Lyceumbrug’ – Amsterdam

over Noorder Amstelkanaal bij het Olympiaplein, Amsterdam

1926-28

moeder en dochter - foto: loek van vlerken 23.02.2011moeder en dochter - foto: loek van vlerken 23.02.2011moeder en dochter - foto: loek van vlerken 23.02.2011vader en zoon - foto: loek van vlerken 23.02.2011vader en zoon - foto: loek van vlerken 23.02.2011vader en zoon - foto: loek van vlerken 23.02.2011a. 2 pijlerbekroningen
1. moeder en dochter
2. vader en zoon
Franse kalksteen, 175 cm

meisje - foto: loek van vlerken 23.02.2011meisje - foto: loek van vlerken 23.02.2011jongen - foto: loek van vlerken 23.02.2011jongen - foto: leok van vlerken 23.02.2011b. 2 paalversieringen
1. meisje
2. jongen
Franse kalksteen, 255 cm

architect: Piet Kramer

brugdeel - foto: loek van vlerken 23.02.2011
De vier beelden van Hildo Krop op de Lyceumbrug over Noorder Amstelkanaal bij het Olympiaplein in Amsterdam verwijzen naar de jeugd, de opvoeding en het onderwijs en daarmee naar het aan de brug liggende schoolgebouw van het Amsterdams Lyceum. Aan de lyceumzijde zijn de beelden geplaatst op bakstenen pylonen, aan de Olympiapleinzijde hebben de beelden een lagere sokkel. De beelden, een jongen en een meisje (de kinderen van Krop, Helen en Johan, hebben hier model voor gestaan) staan te midden van golven en gestileerde lelies (symbool van puurheid) en lotusbloemen.

De hoge beelden laten een moeder en dochter zien (Krop’s vrouw en dochter Helen). De moeder met een roos in haar hand. Zij legt haar dochter uit hoe de natuur werkt. Daar tegenover zit een vaderfiguur met een zoon (Krop zelf met zoon Johan). Hij brengt zijn zoon het functioneren van technisch gereedschap bij. Onder de voeten van de figuren zijn vliegende vogels in laag reliëf weergegeven.  De zwaluw (met de gevorkte staart) moet gezien worden als vrouwelijk. De zwaluw is nestvast. De meeuw bij de vader en zoon is mannelijk, vanwege zijn zwervend bestaan. De beelden verwijzen naar de jeugd, de opvoeding en het onderwijs en daarmee naar het aan de brug liggende schoolgebouw van het Amsterdams Lyceum. Het oogt allemaal wat moralistisch. Maar we moeten niet vergeten dat het voor de toen geldende sociale rolpatronen een nogal voor de hand liggende verbeelding van het ‘ideale’ gezin was. Gezien de locatie van de brug, voor het Amsterdams Lyceum, is het niet onwaarschijnlijk dat dit opvoedingsthema door de gemeente als uitgangspunt werd gekozen en Krop hier een duidelijke invulling aan moest geven.

Met Piet Kramer, de architect van de brug, had Krop wel eens verschil van mening. Krop vertelde in een interview (augustus 1969) dat Kramer niet plastisch genoeg dacht. Hij bedacht dingen, die misschien als tekening, prachtig te realiseren zouden zijn, maar als beeldhouwwerk niet. Daar hadden ze dan wel eens strijd over. Met name over het vrouwfiguur op de Lyceumbrug was Kramer van mening dat de voeten veel te groot waren. Krop legt uit: “Zij heeft zulke grote voeten, omdat de zuil waarop ze staat vrij breed is en het bovengedeelte van die zuil is natuursteen waar het beeld als het ware uitgroeit. Dus ik heb voor die voeten vrij grote vormen gemaakt als overgang van het brok natuursteen naar het beeld. Hoe verder je naar boven gaat, hoe fijner het wordt. Maar nou maakte Kramer aanmerkingen op die voeten, omdat het volgens hem van die ‘klospoten’ waren.”
moeder en dochter (detail) - foto: loek van vlerken 23.02.2011

In de jaren 2007/08 zijn de kalkstenen beelden, die erg verweerd waren gerestaureerd. De hoge beelden zijn geïmpregneerd met de zgn. ‘Ibach-methode’. In de beelden worden tot in de kern acrylhars geperst, waardoor de steen geconsolideerd wordt. Bij de kleine beelden werd gekozen voor het repliceren in stampmortel. De oude beelden werden gerestaureerd, waarna er mallen werden gemaakt. In deze mallen werd de mortel aangebracht. De structuur en kleur van de originele steen wordt zeer goed benaderd en de stampmortel is bestendiger dan de oorspronkelijke poreuze kalksteen.

(zie ook de terracotta studie V 81).

bron: Kunst aan de straat, Joost de Wal (red.), 2009

amsterdams lyceum en lyceumbrug - foto: loek van vlerken 23.02.2011

B 108 – Brug nr. 417 – ‘Beethovenbrug’ – Amsterdam

Beethovenstraat, Amsterdam

1939-40




brugversieringen:
1. ‘Nieuw leven’
2. ‘De handen van de Schepper’

graniet, 86 cm (beelden), 124 cm (incl. sokkel)

architect: Piet Kramer

Voor de brug over het Zuider Amstelkanaal bij de Beethovenstraat maakte Hildo Krop twee brugversieringen. Twee baby’s die elkaar omhelzen, omgeven door een (kool)blad met de titel ‘Nieuw leven’ en een naakt mensenpaar gezeten tussen twee opgeheven handen: ‘De handen van de schepper’.
In de uitbreiding van Amsterdam-Zuid, die volgens de hoofdlijnen van het ‘Plan Berlage’ tot uitvoering kwam, werd een waterweg tussen de Schinkel en de Amstel gegraven. Piet Kramer ontwierp over dit Amstelkanaal, dat bij de Boerenwetering splitst in het Zuider- en Noorder Amstelkanaal, zestien bruggen. Hildo Krop heeft (met uitzondering van twee bruggen, nrs. 401 en 403) voor alle stenen ‘Kramerbruggen’ in het uitbreidingsplan Zuid beelden gemaakt.

In de collectie van het Hildo Krop Museum in Steenwijk zijn twee voorstudies in gips van deze brugversieringen te bewonderen.nieuw leven en de handen van de schepper - gips - foto: loek van vlerken 13.10.2016

B 83 – Brug nr. 419 – ‘Hildo Kropbrug’ – Amsterdam

Muzenplein, Amsterdam

1929-32

hildo kropbrug - foto: loek van vlerken 16.05.2019liggende jongen op voorplecht - foto: loek van vlerken 21.01.2011liggend meisje op voorplecht - foto: loek van vlerken 21.01.2011liggend meisje op voorplecht - foto: loek van vlerken 21.01.2011liggende jongen op voorplecht - foto: loek van vlerken 21.01.20112 brugpijlerbekroningen:
1. liggend meisje op voorplecht
2. liggende jongen op voorplecht

graniet, 335 cm (totaal) / 75 cm bekroning

architect: Piet Kramer

Amsterdam heeft in Zeeburg een plein dat het ‘Hildo Kropplein’ heet. Ook is er een brug naar de stadsbeeldhouwer van Amsterdam genoemd: brug 419 over het Zuider Amstelkanaal bij het Muzenplein. Samen met de brug over de Boerenwetering, de ‘Muzenpleinbrug’, vormen deze bruggen een uitbundige aaneenschakeling van beeldhouwwerken waarbij kinderen het onderwerp zijn. Op de Hildo Kropbrug zien we op de twee pijlers figuren op de voorplecht van een boot. Voor deze jongen en meisje hebben de kinderen van Krop model gestaan. Krop laat deze kinderen in de puberjaren zien. Ze liggen plat op hun buik waarbij ze proberen het bootje in de goede richting door het water sturen. Dit als symbool van een nieuwe generatie die zijn eigen richting gaat.

liggende jongen op voorplecht - foto: loek van vlerken 1986

B 100 – Brug nr. 413 – ‘Stadionbrug’ – Amsterdam

Amstelveenseweg, Amsterdam

1936-38

staande vrouw met kindje - foto: loek van vlerken 02.04.2011staande vrouw met kindje - foto: loek van vlerken 02.04.2011staande vrouw met kindje - foto: 02.04.2011staande sluiswachter - foto: loek van vlerken 02.04.2011staande sluiswachter - foto: loek van vlerken 02.04.2011staande sluiswachter - foto: loek van vlerken 02.04.2011 stadionbrug - foto: loek van vlerken 27.07.2011 stadionbrug - foto: loek van vlerken 27.07.2011koggeschip - foto: loek van vlerken 02.04.20112 pijlerbekroningen op pijlers naar eigen ontwerp:
1. staande vrouw met kindje op rechter arm, bloesemtak en vogels
op de pijler het koggeschip (eerste zegel van Amsterdam)
2. staande sluiswachter met hendel en tak appels
op pijler het wapen van Amsterdam

italiaanse travertin, 245 cm beelden, 775 cm pijlers

architect: Piet Kramer

Op de Stadionbrug staan op twee pylonen met beelden van een man en een vrouw. Zij markeren de voormalige hoofdtoegangsweg naar Amsterdam vanuit het zuiden. Deze twee beelden van Hildo Krop laat een sluiswachter zien, die met zijn rechterhand de hendel van het brugmechanisme bedient, terwijl de linkerhand ‘de vruchten van zijn arbeid’ draagt. Aan de overkant van de weg staat een vrouw, een moeder die haar kind op de schouder tilt. In haar hand een bloeiende tak en rond haar voeten zijn duiven neergestreken.
Het Hildo Krop Museum in Steenwijk bezit een gipsen studie van deze vrouw met kind op haar rechter schouder (zie ook V 107)

Het ontwerp voor deze brug, die eind jaren dertig van de vorige eeuw gebouwd werd over het Zuider Amstelkanaal bij het Olympisch Stadion, had nogal wat voeten in de aarde. Dit ontwerpproces bestond uit verschillende fases. In eerste instantie kwam de architect van de brug, Piet Kramer, met een ontwerp waar hij al in 1934 aan begonnen was: een muur met eenvoudig beeldhouwwerk op ooghoogte en een zitelement. De gemeente was niet enthousiast omdat het te veel zou wegvallen ten opzichte van de breedte van de brug. Het ontwerp werd afgekeurd. Het tweede ontwerp van Kramer, uit 1936, bestond uit met beeldhouwwerk bekroonde zuilen van verschillende hoogtes. Dit ontwerp werd wél model op schaal in atelier- foto: hildo krop museumgoedgekeurd door de schoonheidscommissie, maar uiteindelijk niet uitgevoerd omdat de verwezenlijking  van dit plan te kostbaar zou worden. Hildo Krop werd om advies gevraagd en kwam met een alternatief, dat door Kramer overigens minder werd gewaardeerd. Aan weerszijden van de Amstelveenseweg  ontwierp Krop aan de zuidkant van de brug twee ranke pijlers, elk bekroond met een beeld. Aan de ene zijde een vrouw met een kindje op de schouder en aan de overkant een sluiswachter. Om het effect op de commissie goed te laten uitkomen had Krop een model van een pijler op schaal gemaakt. De schoonheidscommissie was onmiddellijk enthousiast, omdat men vond dat de hoge pijlers een goed tegenwicht vormden ten opzichte van de verlichtingsmasten van het nabijgelegen stadion. Mede hierdoor viel deze oplossing bij de gemeente in goede aarde en werd dit ontwerp later uitgevoerd.

stadionbrug - foto: loek van vlerken 27.07.2011

bron: Piet Kramer. Bruggenbouwer van de Amsterdamse school, S. Baggelaar/P.v. Schaik, 2016

B 111 – Brug nr. 263 – ‘Weesperpoort’ – Amsterdam

Rhijnspoorplein, Amsterdam

1940-42

poorter - foto: loek van vlerken 22.02.2011 poorter - foto: loek van vlerken 22.02.2011 poorter - foto: loek van vlerken 20.10.2011poortersvrouw - foto: loek van vlerken 22.02.2011 poortersvrouw - foto: loek van vlerken 22.02.20112 brugversieringen geplaatst tegen pijlers:
1. poorter (in historisch kostuum)
2. poortersvrouw (idem)

graniet, 250 cm (beelden), 420 cm pijlers

architect: Piet Kramer

 

brugdeel - foto: loek van vlerken 22.02.2011Het Rhijnspoorplein kreeg zijn naam in 1939. Hier stond van 1843 tot 1939 het Weesperpoortstation. Dit was het vertrekpunt voor de, door Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij aangelegde en geëxploiteerde spoorverbinding naar Utrecht en Arnhem. In de jaren dertig werden de laaggelegen spoorlijnen in Amsterdam-Oost vervangen door sporen op spoordijken. De vele overwegen werden vervangen door viaducten. Het laaggelegen Weesperpoortstation werd gesloten en afgebroken. Als herinnering aan het station, maar wellicht ook om het honderdjarige bestaan van de spoorweg in Nederland luister bij te zetten, heeft Piet Kramer een beeld ontworpen dat in 1941 op de hoek met de Sarphatistraat is geplaatst. (het is niet bekend of dit beeld in het atelier van Krop is gehakt). Dit beeld, ‘De ontwikkeling van de locomotief’ bevat drie data die belangrijk waren voor de ontwikkeling van de spoorwegen: de Stoomtrein d’Arend 1839, de eerste elektrische trein 1908 en de eerste dieselelektrische trein 1934. Het gesloopte Weesperpoortstation dankte zijn naam op zijn beurt weer aan de oude stadspoort die hier stond. De poort werd echter in 1855 al gesloopt. De twee beelden van Hildo Krop uit 1940-42, een Poorter en Poortersvrouw in historische kostuums, zijn hier geplaatst ter herinnering aan deze Weesperpoort.

piet kramer: de ontwikkeling van de locomotief - foto: loek van vlerken 1986

B 68 – Brug nr. 406 – ‘Boerenweteringbrug’ – Amsterdam

Ruysdaelkade/Hillegaertstraat, Amsterdam

1927

mannenfiguur met kleinere figuren - foto: loek van vlerken 17.02.2011mannenfiguur met kleinere figuren - foto: loek van vlerken 17.02.2011 mannenfiguur met vogels - foto: loek van vlerken 17.02.2011vogels - foto: loek van vlerken 17.02.2011 moeder met kind - foto: loek van vlerken 17.02.2011 mannenfiguur met maskers - foto: loek van vlerken 17.02.2011
mannenfiguur met maskers - foto: loek van vlerken 17.02.20112 pijlerbekroningen:

1. mannenfiguur met geheven hand, naast hem trapsgewijs geplaatst drie kleinere figuren
2. mannenfiguur met een banier, naast hem trapsgewijs maskerkoppen

graniet, 137 cm

architect: Piet Kramer

De Boerenweteringbrug uit 1927, bij de Ruysdaelkade en Hillegaertstraat, ligt over de Amsterdamse Boerenwetering die oorspronkelijk van de Kalfjeslaan tot aan het huidige Koningsplein liep. Hier splitst het Amstelkanaal zich in het Noorder en Zuider Amstelkanaal. De bekroningen van Hildo Krop op de granieten middenpijlers aan weerskanten van de brug zijn geïnspireerd op dichtregels van de socialist Abraham van Collem (1858-1933). Het werk van deze dichter bevat veel van de maatschappelijke ellende en smart van de armen en veel van de hoop van de strijdenden. Het was het zuivere sentiment van zijn gedichten dat de arbeiders aansprak. En dat was precies wat hem voor ogen stond: met zijn werk bijdragen tot het bewustwordingsproces van het proletariaat, iets wat Krop met zijn beeldhouwkunst ook nastreefde.
Binnen de SDAP behoorde Van Collem tot de radicaal-marxistische richting. Tussen 1900 en 1910 nam hij afstand van de sociaal-democratie, die naar zijn mening te reformistisch was geworden. Geïnspireerd door de Revolutie in Rusland werd hij communist, maar bij een partij heeft hij zich waarschijnlijk niet meer aangesloten. Dit loopt vrij synchroon met de politieke keuze die Hildo Krop maakte. Ook Krop verliet de SDAP, in zijn geval in 1918 omdat in het socialistische dagblad ‘Het Volk’ een oproep stond om de negende Duitse oorlogslening te steunen. Maar misschien was het ook zijn enthousiasme voor de Russische Revolutie. Krop was een overtuigd strijder voor een betere samenleving met meer gelijkheid en solidariteit. Krop is na zijn vertrek bij de SDAP naar eigen zeggen nooit meer lid geweest van een politieke partij, hoewel hij sterke communistische sympathieën had.
Zowel Krop als Van Collem leefden in de zekerheid van het socialisme (lees ‘communisme’) dat zou uitmonden in de nieuwe gemeenschap van de mensen. Van Collem zag zichzelf als een ‘Ziener naar de toekomst’ en zijn dichtkunst diende een groeiende bewustwording van bestaand onrecht en de komst van een betere toekomst.
Centraal in het werk van Van Collem staat de mens in de natuur en het communisme als een nieuwe soort religie.
Aan de noordzijde van de brug heeft Krop een staand mannenfiguur met geheven hand geplaatst. Naast hem staan trapsgewijs, van beneden naar boven, een vrouwenfiguur, een mannenfiguur met opgeheven hand en een moeder met kind. De Westzijde van deze pijler laat twee vliegende reigers zien (Van Collem: ‘Die zag de vlucht der wijze vogels gaan’ ) en het geheel is omgeven met bloemmotieven (Van Collem: ‘Een groei van leliën en blanke rozen’). De pijler aan de zuidzijde laat ook een mannenfiguur zien. Hij heeft een banier boven zijn hoofd en rondom hem maskerkoppen, sterren en bloemmotieven (Van Collem: ‘En zij stegen naar de gouden sterren’). Ook de trapsymboliek in de twee  beeldhouwwerken refereert aan Van Collem die van mening was dat het de kunstenaar is die de mensen de weg naar een hoger bewustzijn wijst.

bron: Nederlandse Poëzie Encyclopedie, 08.02.2015, P.J. Bakker

B 51 – Brug nr. 407 – ‘Timo Smeehuijzenbrug’ – Amsterdam

Beethovenstraat / J.M. Coenenstraat, Amsterdam

1925

robbenkop in golven - foto: loek van vlerken 07.02.2011orpheus met lier en slangen - foto: loek van vlerken 04.10.2011 orpheus met lier - foto: loek van vlerken  28.02.2019orpheus met lier en slangen - foto: loek van vlerken 07.02.2011
robbenkop - foto: loek van vlerken 04.05.2017over de golven vliegende vogel - foto: loek van vlerken 04.05.2017brugversiering, 4 afdekplaten:
1. robbenkop uitlopend in golven (2x)
2. Orpheus voor grot met de lier geflankeerd door zeearenden (1x) en slangen (1x)

graniet, 60 cm

architect: Piet Kramer

Aan deze brug over het Noorder Amstelkanaal gebruikte Hildo Krop een robbenkop als afdekplaat van de brugpijler, zoals hij dat ook al eerder had gedaan bij de ‘Piet Kramerbrug’ (B 15). De kop is nu echter naar het publiek gericht. Naast deze robbenkop in de golven (twee maal uitgevoerd), is op de twee andere pijlers Orpheus met z’n lier te zien. De afbeelding van deze god van de muziek, die wel op zijn plaats is hier in de componistenbuurt. De zijkanten van deze stenen zijn verschillend: aan de oostkant zijn  kronkelende slangen afgebeeld en aan westelijke zijde zien we een vliegende zeearend boven de golven.
Timo Smeehuijzenbrug is sinds februari 2009 de naam van deze brug die voorheen alleen kadastraal bekend stond als ‘brug nummer 407’. De brug is vernoemd naar de in juni 2007 in Uruzgan, Afghanistan, gesneuvelde Nederlandse ISAF-militair Timo Smeehuijzen, soldaat der eerste klasse van het 42e bataljon Limburgse jagers. Bij deze doop werd benadrukt dat deze brug moet worden gezien als symbool voor alle Nederlandse militairen die tijdens vredesmissies zijn gesneuveld.

bron: Wikipedia

slang - foto: loek van vlerken 1986

B 119 – Brug nr. 199 – ‘Overtoomsesluis’ – Amsterdam

Kostverlorenvaart en Schinkel bij de Overtoom, Amsterdam

1949

sluiswachters - foto: loek van vlerken 18.11.2011verladers - foto: loek van vlerken 18.11.2011sluiswachters - foto: loek van vlerken 18.11.2011sluiswachters - foto: loek van vlerken 07.02.2011verladers - foto: loek van vlerken 18.11.2011 verladers - foto: loek van vlerken 07.02.20112 brugbekroningen – ‘Overhaal’:
1. sluiswachters
2. verladers

graniet, 90 cm

architect: Piet Kramer

De naam Overtoomsesluis herinnert aan twee voorbije situaties: aan de sluis die op deze plek lag en aan de vroegere overtoom of overhaal tussen de Slotervaart en de Kostverlorenvaart. De scheepspassage lag tussen twee polderpeilen waarvan het niveauverschil van 1,6 meter door middel van een hellingbaan kon worden overbrugd. Met behulp van een lier, die met een groot wiel handmatig werd bediend, werden de scheepjes omhooggetrokken. De overtoom werd door tuinders gebruikt om hun groente en fruit naar de centrale markt aan de Marnixstraat te brengen. De gebeeldhouwde sluitstenen van Hildo Krop refereren aan deze periode. De steen aan de oostzijde van de doorvaart verbeeldt de vroegere overtoom met het grote rad en bedieningspersoneel. Op de steen aan de westzijde zijn verladers van de groente en fruit afgebeeld.

bron: Bruggen in Amsterdam, Frank V. Smit, 2010

overhaal bij overtoomse sluis - foto: anoniem, begin 20ste eeuw
overhaal bij Overtoomse sluis begin 20ste eeuw

B 94 – Brug nr. 381 – Vier Windstrekenbrug – Amsterdam

Admiralengracht / Jan van Galenstraat, Amsterdam

1932-33

het noorden - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het noorden - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het noorden - foto: loek van vlerken 30.03.2011

het zuiden - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het zuiden - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het zuiden - foto: loek van vlerken 30.03.2011

het westen - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het westen - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het westen - foto: loek van vlerken 30.03.2011

het oosten - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het oosten - foto: loek van vlerken 30.03.2011 het oosten - foto: loek van vlerken 30.03.2011
4 brugbekroningen:
1. ‘Het noorden’
2. ‘Het zuiden of Afrika’
3. ‘Het westen of Europa/Amerika’
4. ‘Het oosten of Azië’
graniet, 190 cm

architect: Piet Kramer

hubert van lith, 'staand naakt' en jaap kaas, 'moeder en kind' - foto: loek van vlerken 30.03.2011De brug Jan van Galenstraat / Admiralengracht wordt ook wel de Vier Windstrekenbrug genoemd. Op de hoeken van deze brug heeft Hildo Krop sculpturen gemaakt die de windstreken en/of werelddelen symboliseren. De Inuit’s met walrussen vertegenwoordigen het noorden, een telefonerende man met auto’s en beursnoteringen het westen, een Afrikaanse krijger met twee leeuwen het zuiden en een Chinees met stoomboten en pakhuizen het oosten. Naast dit werk van Krop staan er ook beeldhouwwerken van Jaap Kaas (Moeder met Kind), Hubert van Lith (Staand Naakt) en Jan Trapman (IJsbeer en Tijger) aan deze brug. In 1932 werd naar aanleiding vanjan trapman, 'tijger' - foto: loek van vlerken 30.03.2011 een verzoek van de wethouder van publieke werken genoemde beeldhouwers aangewezen, om naast Hildo Krop beeldhouwwerken te maken voor dit project. Dit had tot doel om noodlijdende kunstenaars aan het werk te houden. Het resultaat is uit artistiek oogpunt echter niet bevredigend. Het werk van deze beeldhouwers is dermate heterogeen dat het werk absoluut niet met elkaar communiceert en er geen eenheid is ontstaan.

B 63 – Brug nr. 405 – Musicerende fauntjes – Amsterdam

Noorder Amstelkanaal, Stadionweg/Hobbemakade, Amsterdam

1926-27

twee faunen - foto: loek van vlerken 17.02.2011
faun met mandoline - foto: loek van vlerken 17.02.2011 faun met mandoline - foto: loek van vlerken 17.02.2011
faun met trekharmonica - foto: loek van vlerken 17.02.2011
faun met trekharmonica - foto: loek van vlerken 17.02.2011 4 brugversieringen aan de uiteinden van de leuningen:
1. bol met sterren en watermonster met grote kop leunend tegen bol en faun met mandoline
2. bol met sterren en watermonster met grote kop leunend tegen bol en faun met harmonica
graniet, 80 cm

man met roofvogel - foto: loek van vlerken 17.02.2011 man met roofvogel - foto: loek van vlerken 17.02.2011 vrouw met roofvogel - foto: loek van vlerken 17.02.2011
vrouw met roofvogel - foto: loek van vlerken 17.02.2011 3. pyloon waarvoor wijdbeens staande man met roofvogel
4. pyloon waarvoor staande vrouw met roofvogel
graniet,  3. 124 cm; 4. 125 cm

pijlerbekroning slangenkopjes - foto: loek van vlerken 17.02.20112 pijlerbekroningen:
elk met twee slangenkopjes
graniet, afmeting onbekend

architect: Piet Kramer

Een subtiele manier van samenwerking tussen brugleuning en beeldhouwwerk is te zien aan deze brug over het Noorder Amstelkanaal. Aan de bovenzijde van de pijler zijn twee slangenkopjes te zien, maar als je een paar stappen naar achteren zet, zie je dat de kopjes de ogen van een watermonster zijn geworden en de smeedijzeren krullen van de leuning een soort mond (of snor). Aan de noord-west kant van de brug staan twee musicerende fauntjes tegen grote bollen geleund, één met trekharmonica en één met een mandoline. Rond beide bollen bevindt zich een watermonster die zijn staart rond de bol hebben geslingerd.  Dit watermonster gebruikte Krop eerder bij zijn faunfiguur aan de nieuwe vleugel van het raadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal (B38). Aan de overzijde van de brug plaatste Krop een man en een vrouw, beide met open handen (open en positief gebaar) en een gestileerde roofvogel (waakzaamheid).

B 44 – Brug nr. 106 – ‘Niek Engelschmanbrug’ – Amsterdam

Keizersgracht/Westermarkt, Amsterdam

1924

faun - foto: loek van vlerken 25.02.2011faun - foto: loek van vlerken 12.12.2018

2 brugversieringen:
faunskop met lange baard tussen kraaien – aan de onderzijde 2 koppen van kikkers

grijs graniet, 87 cm

architect: Piet Kramer

In 1924 maakte Hildo Krop voor de brug over de Keizersgracht bij de Westermarkt een tweetal identieke beelden. Deze kop van een faun lijkt op de gebogen strip van de brugleuning te blazen, alsof het een dwarsfluit is. “De kop in kwestie is vreemdsoortig en doet sfinxachtig aan. De ogen zijn geloken, als een dodenmasker. Is dit een uit de Keizersgracht gedregd lijk? De tronie heeft aan weerszijde een klauwachtige formatie die als een chaotische koptelefoon de wangen bedekt. Schuins beziend vallen er twee vogeltrio’s in te herkennen: kraaien, doodsverkondigers? Zijaanzicht doet ook pas de onmenselijke beharing opvallen: boven de lange spitse oren draaien zich horens uit”, aldus Johan Sonnenschein in een fragment uit het boek FAUNEN VAN HILDO KROP. Dit boek met alle faunen in het werk van Krop, verscheen in 2019 tegelijkertijd met de tentoonstelling over dit thema in het Hildo Krop Museum in Steenwijk. Krop gaf het beeld op deze brug een persoonlijk tintje. Hij was tijdens het ontwerpen van de sculptuur nogal geërgerd, omdat een bepaalde beeldhouwopdracht bij de gemeente, in zijn ogen onterecht, niet was doorgegaan. Om die reden plaatste hij naast de faun een groepje kraaien. Deze vogels zouden voor de bestuurders staan, die de kunst geen goed hart toedragen. Onder de faun hakte hij ook nog twee gestileerde kikkerkoppen. Deze blaaskaken zouden de ambtelijke meepraters vertegenwoordigen.
detail faun - foto: loek van vlerken 12.12.2018faunskop met kraaien - foto: loek van vlerken 12.12.2018
kikkerkoppen - foto: loek van vlerken 12.12.2018

De brug is in 2002 vernoemd naar Niek Engelschman, acteur, homo-activist en verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog.

bronnen:
Hildo Krop – Faunen, Johan Sonnenschein – Loek van Vlerken, 2019;
Wikipedia

B 6 – Brug nrs. 29, 43 en 68 – Leidsestraat bruggen – Amsterdam

Leidsestraat over de bruggen Heren-, Keizers- en Prinsengracht, Amsterdam

1916

fabeldier - foto: loek van vlerken 17.02.2011fabeldier herengracht - foto: loek van vlerken 03.08.2016fabeldier - foto: loek van vlerken 06.03.2012 fabeldier – zerkmodellen met koppen aan voor- en achterkant (12x)

graniet, 30 cm

architect: Piet Kramer

leidsestraat-prinsengracht - foto: loek van vlerken 1986 (bewerkt 2016)

In 1913 wisselde de architect Piet Kramer het bureau van Cuypers in voor een betrekking bij de Dienst Publieke Werken van de Gemeente Amsterdam. Hij werd de assistent van de architect Joan Melchior van der Mey, die als esthetisch adviseur bij deze dienst werkzaam was. In 1916 nam Kramer de functie van Van der Mey op het gebied van de afdeling ‘Bruggen’ over, een functie die hij tot 1952 zou blijven vervullen. Bijna alle bruggen die in dit tijdsvlak in de hoofdstad zijn gebouwd, komen van de tekentafel van Kramer. Hij ontwierp er zo’n 500, waarvan er ongeveer 220 uitgevoerd zijn.
Rond 1913 raakte Piet Kramer na het zien van een gebeeldhouwd meisjeskopje geïnteresseerd in het werk van Hildo Krop en bood hem enkele opdrachten aan, waaronder beeldhouwwerk aan het Scheepvaarthuis.  Het beeldhouwwerk van Krop aan dit bouwwerk trok dermate de aandacht van het gemeentebestuur van Amsterdam, dat men hem een parttime dienstverband aanbood. Een van de eerste resultaten van het samenwerkingsverband tussen Krop en Kramer binnen de Dienst Publieke Werken, zijn te zien op deze bruggen in de Leidsestraat. Deze bruggen werden aangelegd om het toenemende verkeer meer ruimte te geven, vooral ook omdat het tramverkeer in de straat steeds drukker werd. Hoewel  de gemeenteraad de plannen in maart 1916 goedkeurde, werden door het gebrek aan materialen ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog, de bruggen pas in 1921 en 1922 opgeleverd. Voor deze bruggen over de Heren-, Keizers- en Prinsengracht in de Leidsestraat ontwierp Krop in 1916 een granieten afdekplaat in de vorm van een langgerekt, rogvormig, tweekoppig fabeldier. Dit was Krops’ eerste ontwerp voor beeldhouwwerk aan bruggen voor de gemeente Amsterdam. Er zouden nog veel ontwerpen voor zo’n 20 bruggen voor de gemeente volgen. Het hakken van deze twaalf dekstenen had Krop overigens uitbesteed aan zijn collega beeldhouwer Johan Polet.

B 53 – Magazijn ‘De Bijenkorf’ – Den Haag

Grote Marktstraat/Wagenstraat, Den Haag

1925

koppen en een rij langs golven afdalende figuren - foto: wendingen - bijenkorfnummer 1925 (nrs11 en 12) - bewerking: loek van vlerkenfoto: Hildo Krop Museum, Steenwijk

a. wandplaat naast hoofdingang Grote Marktstraat:
koppen en een rij langs golven afdalende figuren
reliëf, brons, 198 cm
verloren gegaan

a. koppen en een rij langs golven afdalende figuren (detail) - gips hildo krop museum - foto: loek van vlerken - 03.04.2017
a. wandplaat naast hoofdingang Grote Marktstraat:
rechter kop en een rij langs golven afdalende figuren (detail)
reliëf, gips
collectie Hildo Krop Museum, Steenwijkgipsmodel linker kop - foto: loek van vlerken 25.02.2019
a. wandplaat naast hoofdingang Grote Marktstraat:
linker kop
reliëf, gips
collectie Hildo Krop Museum, Steenwijk

a. wandplaat naast hoofdingang Grote Marktstraat:
reconstructie van gips resten
reliëf, gips, ca. 200 cm
collectie Hildo Krop Museum, Steenwijk

staande man met honingraat en bijenkorf - foto: loek van vlerken 01.06.2011staande man met honingraat en bijenkorf - foto: loek van vlerken 01.06.2011 b. gevelsteen zijde Wagenstraat:
staande man met omhoog geheven armen, honingraat en bijenkorf
Wünschelburger zandsteen, ca. 200 cm

sjouwers met stoomboot - foto: loek van vlerken 01.06.2011 man met vogels en bloemen - foto: loek van vlerken 01.06.2011wegrennend paard - foto: loek van vlerken 07.07.2016 weg rennend hert - foto: loek van vlerken 07.07.2016c. 4 kraagstenen zijde Wagenstraat:
1. drie sjouwers met stoomboot
2. man met vogels en bloemen
3. paar met wegrennend paard
4. vrouw met weg rennend hert
Wünschelburger zandsteen, ca. 50 cm

architect: Piet Kramer

De directie van De Bijenkorf had voor de bouw van een groot warenhuis in Den Haag een prijsvraag uitgeschreven. De winnaar werd het ontwerp van architect Piet Kramer. De bouw van dit warenhuis, in de stijl van de Amsterdamse School met zijn golvende bakstenen muurvlakken en glas in lood ramen, vond plaats tussen 1924 en 1926 aan de Grote markt. De gevel is voorzien van veel beeldhouwwerk waaraan veel Nederlandse beeldhouwers hebben gewerkt. Naast o.a. John Rädecker, Johan Polet en H. van den Eijnde heeft ook Hildo Krop beeldhouwwerk geleverd voor dit project. Zijn gevelbeeld aan de Wagenstraat laat een man zien die een honingraat boven zijn hoofd houdt. Achter hem is een bijenkorf te zien. De gebeitelde tekst aan de linkerzijkant meldt:
T’IS DE RAAT WAAR ’T OM GAAT,
waarmee men wil zeggen dat de binnenkant van De Bijenkorf belangrijker is dan de buitenkant, want dáár is alles te koop.
Naast deze grote gevelsteen maakte Krop ook nog vier kleinere kraagstenen met diverse figuren en een bronzen wandplaat naast de hoofdingang met mensenhoofden langs golven afdalende figuren. Het bronzen reliëf is bij verschillende ingrijpende verbouwingen helaas verloren gegaan, maar het Hildo Krop Museum in Steenwijk bezit gelukkig nog enkele gipsen fragmenten van dit kunstwerk.

B 15 – Brug nr. 400 – P.L. Kramerbrug – Amsterdam

Amsteldijk/Jozef Israëlskade, Amsterdam

1917-22

zeerob - foto: loek van vlerken 26.11.2015brugpijlers - foto: loek van vlerken 27.11.2015
zeerob en hekwerk - foto: loek van vlerken 26.11.20151. liggende robben (4x aan brugleuning)
graniet, 80 cm

mannenkop - foto: loek van vlerken 18.02.2011  mannenkop - foto: loek van vlerken 18.02.2011
2. mannenkop (2x aan vaaringang Amstelzijde)
graniet, ca. 65 cm

ridderfiguur - gijsbrecht van amstel - foto: loek van vlerken 13.02.2011  ridderfiguur - gijsbrecht van amstel - foto: loek van vlerken 13.02.2011
3. ridderfiguur: Gijsbrecht van Amstel (2x aan vaaringang Amstelkanaalzijde)
graniet, ca. 65 cm

fabeldier - foto: loek van vlerken 13.02.2011
fabeldier - foto: loek van vlerken 13.02.20114. zittend fabeldier (2x aan brugleuning Amstelzijde)
graniet, 50 cm

architect: Piet Kramer

p.l.kramerbrug - foto: loek van vlerken 03.06.2011

Met de naamgeving van brug 400, die in 1917 werd ontworpen en in 1921-22 uitgevoerd, is de ontwerper Piet Kramer geëerd. Tussen de jaren 1921 en 1957 zijn van hem in Amsterdam 210 brugontwerpen gerealiseerd. Zeventien bruggen hiervan liggen over het Amstelkanaal. De eerste uit die Amstelkanaalbruggenreeks is brug 400. Bij deze rijk versierde brug heeft Kramer voor het eerst op de bruggenhoofden brughuisjes ontworpen. Een ervan was een onderkomen van de afdeling Beplantingen en de ander bevatte een transformator van het Gemeentelijk Energie Bedrijf. Aan deze uitbundige Amsterdamse School-architectuur van Kramer heeft Hildo Krop nog tien bouwsculpturen toegevoegd, waarbij hij ook de toppen van de cilindervormige pijlers heeft vormgegeven met omhoog draaiende groeven.
Het thema van een zeerob als afdekplaat van een brugpijler zou Krop in 1925 nog een keer gebruiken bij brug 407 over het Noorder Amstelkanaal (B 51).

ridderfiguur met replicakopje - foto: loek van vlerken 27.11.2015Een van de granieten ridderfiguren had schade opgelopen. Van dit beeldje was het kopje afgebroken. Dit bleek oude schade die al eerder was gerestaureerd; er werden namelijk op het breukvlak resten lijm of cement aangetroffen. Helaas is het originele kopje niet meer teruggevonden. Op basis van het parallelbeeldje aan de andere kant van de brug is van het kopje in 2005 een replica gemaakt en hiermee het beeldhouwwerk hersteld.

bron: Kunst aan de straat – 2009

B 40 – Visarend – Brug nr. 257 – ‘Dr. Meijer de Hondbrug’ – Amsterdam

Weesperstraat, Amsterdam

1923

visarend - foto: loek van vlerken 06.03.2011visarend - foto: loek van vlerken 01.03.2011 visarend - foto: loek van vlerken 01.03.2011visjes bij visarend - foto: loek van vlerken 01.03.2011dr. meijer de hondbrug - foto: loek van vlerken 14.03.20164 visarenden

graniet, 115 cm

architect brug 1923: Piet Kramer

In 1923 werd de brug over de Nieuwe Achtergracht bij de Weesperstraat door Piet Kramer verbreed. Voor deze vaste brug kreeg Hildo Krop van de gemeente Amsterdam de opdracht om beeldhouwwerk te maken. Hij ontwierp een visarend, gezeten aan de rand van golvend water met vissen. Dit beeld werd vier maal in graniet op elke hoek toegepast.
Begin jaren zestig van de vorige eeuw was het noodzakelijk dat de bruggen in de Weesperstraat opnieuw verbreed zouden worden in verband met de aanrijroute naar de IJ-tunnel. In 1963 werden vier bruggen in deze nieuwe brede straat in de voormalige joodse wijk vernieuwd en werden vernoemd naar belangrijke personen uit de joodse gemeenschap. Brug 257 kreeg de naam Dr. Meijer de Hondbrug, naar de rabbijn Meijer de Hond (1882-1943).
De gemetselde pijlers en mooie smeedijzeren hekken van Kramer hebben deze verbreding niet overleefd. Ook de visarenden van Krop werden verwijderd en opgeslagen in een depot. In 1995 besloot men echter de beelden alsnog op de brug te herplaatsen. Alleen vormen ze geen geheel meer met de borstwering zoals in de oude situatie, waar de beelden aansloten op de granieten dekstenen.

situatie vóór 1963 - historische foto: Hildo Krop Museumfoto: Hildo Krop Museum, Steenwijk – situatie vóór 1963

B 82 – Brug nr. 420 – ‘Muzenpleinbrug’ – Amsterdam

Muzenplein, Amsterdam

1929-32

de onbevangenheid der mensen tegenover het leven - foto: loek van vlerken 13.01.2012

de onbevangenheid der mensen tegenover het leven - foto: loek van vlerken 21.01.2011 de onbevangenheid der mensen tegenover het leven (detail) - foto: loek van vlerken 13.01.2012
a. brugpijlerbekroning:
‘De onbevangenheid der mensen tegenover het leven’
Beierse graniet, 1000 cm (incl. sokkel) / 285 cm (bekroning)

jongen met konijnen - foto: loek van vlerken 21.01.2011meisje met eekhoorns - foto: loek van vlerken 21.01.2011   jongen met konijnen (detail) - foto: loek van vlerken 21.01.2011    meisje met eekhoorns (detail) - foto: loek van vlerken 21.01.2011
b. 2 brugleuningdecoraties:
1. jongen met konijnen
2. meisje met eekhoorns
Beierse graniet, resp. 100 / 95 cm

muzenpleinbrug - foto: wendingen jrg.1931 nrs.5-6 - collectie loek van vlerken

architect: Piet Kramer

Eind jaren twintig van de vorige eeuw had de gemeente Amsterdam begrip voor de bezwaren tegen de ‘monopoliepositie’ van Hildo Krop. Dit had tot gevolg dat Publieke Werken ook andere beeldhouwers bij nieuwe projecten ging betrekken. Voor de brug bij het Muzenplein werden dan ook, naast Krop, maar liefst acht andere beeldhouwers betrokken, waarbij ze allen van hetzelfde thema moesten uitgaan: ‘Kind en dier’. Krop ontwierp wel het belangrijkste beeld, een steigerend paard met tussen de voorbenen een klein meisje. Het is een verbeelding van ‘De onbevangenheid der mensen tegenover het leven’. Het beeld staat op een hoge brede pijler dwars op de verkeersstroom. Mede door het formaat en de plaats waar het beeld is gesitueerd, is dit kunstwerk een van de bekendste werken van Krop.
Een detail aan het beeldhouwwerk aan de brug zal bij velen onbekend zijn. Dit komt omdat deze sculptuur niet of nauwelijks te zien is. Als je echter op de Amstelkade net voorbij het transformatorhuisje naar de brug kijkt, is aan de onderzijde van de brugpijler een klein granieten blokje waarneembaar. Bij nadere beschouwing blijkt dit een hoofd van een roepende drenkeling te zijn. Krop wil hier waarschijnlijk mee zeggen dat je best onbevangen tegenover het leven mag zijn, maar dat je wel moet opletten dat je niet (letterlijk) buiten de boot valt. Om die reden is het beeldje ook alleen vanaf het water te zien.
brugsteen - foto: loek van vlerken 09.03.2019

Voor dezelfde brug, tegenover het Meisje en het Paard, maakte Krop nog twee sculpturen: een jongen met konijnen en een meisje met eekhoorns. Aan de waterkant, schuin achter het Meisje en het Paard, bevindt zich in het plantsoen een rij beeldjes van de andere beeldhouwers: Jaap Kaas, Marinus Vreugde, Frits van Hall, Hubert van Lith, Loes Beijerman, Willem IJzerdraat, Frans Werner en Theo Vos.muzenpleinplantsoen - foto: loek van vlerken 04.05. 2017

de onbevangenheid der mensen tegenover het leven - foto: loek van vlerken 12.01.2012In de bundel ‘Water en Vuur’ heeft Erik Menkveld een gedicht gewijd aan het beeld van het meisje en het paard:

Nietsontziend vernietigend zal het
om zich heen willen trappen, alles
wat het voor de hoeven vindt
versplinteren en vertreden – laat het
komen, denkt ze, laat het komen. (…)

In een artikel over Hildo Krop van Paul Arnoldussen in Het Parool van 22 februari 2010, wordt dit gedicht van Menkveld aangehaald, met name de regel: ‘Laat het komen, denkt ze, laat het komen’:

(…) Dacht ze dat? We kunnen het vragen. Documentairemaakster Hedda van Gennep stond, toen drie jaar oud, model voor het meisje.
“Dat heeft mijn moeder me verteld. Ik herinner me er niets meer van, ik heb nog wel wat vage beelden van zijn atelier aan de Plantage Muidergracht. Afgaand op mijn kinderfoto’s lijkt het beeld goed. Mijn ouders waren bevriend met Hildo en Mien Krop. Ik denk dat ik mee was op visite bij ze, en dat Hildo van die gelegenheid maar gebruik heeft gemaakt. Hildo was een leuke man, hij had pretoogjes. En hij had prachtige wenkbrauwen, van die grote grijze plukken die eindigen in een krul. Altijd als ik langs dat beeld fiets, en dat is vaak, denk ik: dat ben ik. En dat vind ik heel grappig.”

In november 2017 overleed Hedda van Gennep op 88-jarige leeftijd.

bronnen: Het Parool, 22.02.2010; Water en Vuur, gedichten bij beelden in Amsterdam, 2006

B 62 – Brug nr. 348 – ‘Zeilbrug’ – Amsterdam

Over de Schinkel, Zeilstraat/Hoofddorpweg, Amsterdam

1926-27
robbenkop - foto: loek van vlerken 23.01.2011brugdeel - foto: loek van vlerken 23.01.2011visser-met-tros-touw-op-voorplecht-van-boot - foto: loek van vlerken 05.04.2019 zeilschip - foto: loek van vlerken 14.02.2012man die schip voortboomt - foto: loek van vlerken 23.01.2011 man die schip voortboomt - foto: loek van vlerken 23.01.2011a. pijlerbekroningen:
3x Robbenkoppen met aan keerzijde daarvan verschillende voorstellingen:
1. visser met tros touw op voorplecht van boot
2. zeilschip
3. man die schip voortboomt
graniet 75 cm

relief vissen - foto: loek van vlerken 08.02.2012   relief harpoenier - foto: loek van vlerken 23.01.2011   relief-Vrouwelijk-naakt-en-ster - foto: loek van vlerken 23.01.2011
b. 3 verticale reliëfs
1. vissen
2. harpoenier op walviskop en vissen
3. vrouwelijk naakt met golven en ster
graniet 87,5 cm

architect: Piet Kramer

Voor iemand die de Zeilbrug tegenwoordig oversteekt, is het moeilijk voor te stellen dat tot in de jaren twintig van de vorige eeuw aan de ene kant van de Schinkel de stad en aan de andere kant het platteland lag. Door de uitdijende stadsbevolking van Amsterdam werd in 1921 de landelijke gemeente Sloten geannexeerd. Hier was een overvloedige hoeveelheid bouwgrond beschikbaar. De Hoofddorppleinbuurt kwam vervolgens grotendeels van 1925 tot 1934 tot stand. Voor een goede verbinding tussen de nieuwe wijk en de oude stad werd over de Schinkel een brug ontworpen. Deze brug, die de Zeilstraat met de Hoofddorpweg verbindt, werd in 1927 gebouwd als een basculebrug naar een ontwerp van Piet Kramer. In 1966 werd de brug verbreed waarbij helaas het originele brugwachtershuisje werd afgebroken omdat het letterlijk in de weg kwam te staan. Een kleine dertig jaar later (oktober 1995) concludeerde de Dienst Infrastructuur dat de brug ‘op’ was. ‘Onherstelbaar versleten, verouderd en onbetrouwbaar’. Voor de gemeente was het duidelijk dat er moest worden ingegrepen en wel onmiddellijk. Uit verschillende opties werd in 1999 besloten dat de nieuwe brug een ophaalbrug moest worden. De Amsterdamse School-stijl van Kramer zou hierbij plaats maken voor een modern ontwerp. Bij de verschillende organisaties die zich hadden ingezet voor het behoud (of reconstructie) van de oude brug bestond de behoefte om in ieder geval het beeldhouwwerk van Hildo Krop te handhaven in de nieuwe brug. De architect Henk Meijer voldeed gelukkig aan dit verzoek zodat alle bouwsculpturen van Krop – dekzerken, bolwerkbekroningen, reliëfs – terug werden geplaatst. Maar in tegenstelling tot de oorspronkelijke situatie zijn de bolwerken verplaatst naar de kadekanten. De gebeeldhouwde ‘robbenkoppen’ staan dus nu aan het begin van de brug en niet meer zoals voorheen bij het bewegende brugdeel. De drie robbenkoppen hebben aan de keerzijden verschillende voorstellingen: visser met tros touw, zeilschip en man die schip voortboomt. In de kademuur zijn de drie reliëfs herplaatst: vissen, harpoenier op walviskop, vrouwelijk naakt en ster.

brugdeel - situatie voor 1966 - foto: peter evers/wim de boer - amsterdamse bruggen, 1983
foto:  Peter Evers/Wim de Boer – Amsterdamse bruggen, 1983
situatie vóór 1966 (boven) en huidige situatie (onder)
brugdeel - nieuwe situatie - foto: loek van vlerken 23.01.2011

Van de drie reliëfs met voorstellingen van vissen, een harpoenier op walvisvaart en een vrouwelijk naakt met ster, is met name de laatste bijzonder. Gezien het feit dat alle kunstwerken op deze brug met scheepvaart, visvangst en waterdieren te maken heeft, neem ik aan dat de ster in genoemd reliëf de ‘Poolster’ is, een belangrijk baken voor de scheepvaart in vroegere tijden. Ook wordt in de Tarot ‘de Ster’ met een naakte vrouw afgebeeld. Deze kaart voorspelt geluk en voorspoed.

relief-Vrouwelijk-naakt-en-ster - foto: loek van vlerken 23.01.2011 tarot kaart-the star

B 3 – Scheepvaarthuis – Amsterdam

Prins Hendrikkade 108, Amsterdam

1913-16

a. 13 consoleportretten: Roggeveen, Van Noort, A.van Diemen,  C. Speelman, Van Spilbergen(zijde Prins Hendrikkade), P.Both, J.Pzn Coen, C. de Houtman, Jac. van Heemskerck, W. Barendsz, J. van Neck, Usselinx, Bleau (zijde Binnenkant).
dioriet, 40 cm

b. emblemen scheepvaartmaatschappijen.
gebakken aarde, 56 cm

c. Schipper en Bootsman (stuurman en matroos).
gebakken aarde, 148 cm

d. beeld hoektoren: Neptunus.
lood, ca. 200 cm

e. ingangsversiering zijde Binnenkant: School vissen in de golven.
graniet, 28 cm

f. plintversiering zijde Binnenkant: letters  ’T SCHEEPVAARTHUIS.
graniet, 52 cm

Een van de eerste uitingen van de Amsterdamse School architectuur is het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade / Binnenkant. Het werd tussen 1913 en 1916 gebouwd als gemeenschappelijk kantoorgebouw van zes Amsterdamse rederijen: De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM), de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPN), de Java-China-Japan-Lijn (JCJL), de Koninklijke West-Indische Maildienst (KWIM) en de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij (NRM). Het ontwerp en de uitvoering van het pand werd toevertrouwd aan de gebroeders J.G. en A.D.N. van Gendt. Zij waren verantwoordelijk voor de technische uitvoering en voor het ontwerp van het betonskelet. De architectonische vormgeving lieten zij over aan de toen vrij onbekende architect J.M. van der Meij. Ook de latere Amsterdamse School-architecten M. de Klerk en P.L. Kramer werden aangetrokken. Daarnaast heeft een grote groep kunstenaars meegewerkt aan de talrijke decoraties van zowel exterieur als interieur van het gebouw. Voor de decoraties aan de buitenkant had Hendrik van den Eijnde de verantwoordelijkheid. Hij heeft veel beeldhouwwerk aan de gevel vervaardigd, zoals het monumentale entree ‘De Vier Wereldzeeën’. Piet Kramer introduceerde Hildo Krop bij van der Meij. Via deze architect kwam het contact tot stand tussen Krop en de beeldhouwer van het Scheepvaarthuis Van den Eijnde. De uitvoering van het beeldhouwwerk aan het Scheepvaarthuis werd verzorgd door een groep beeldhouwers onder leiding van Van den Eijnde met als zijn eerste assistent Hildo Krop.

vlnr: Van den Eijnde, Joop van Lunteren, Toon Rädecker, Krop (zittend) en De Klerk – foto: collectie Hildo Krop Museum.

Van Lunteren en Rädecker voerden de ontwerpen van Van den Eijnde uit. In hoofdlijnen kunnen we stellen dat de ontwerpen van het beeldhouwwerk aan de gevels voornamelijk van Van den Eijnde en Krop zijn. Het blijkt overigens, staand voor de gevel, erg moeilijk te bepalen welk werk van Van den Eijnde is en welk van Krop. De jonge beeldhouwer had in deze beginfase van zijn carrière nog niet een duidelijke eigen signatuur. (Dit betreft zeker de 1e fase van het Scheepvaarthuis). Door de door Krop geautoriseerde oeuvrecatalogus van drs. E.J. Lagerweij-Polak, de nicht van de beeldhouwer, hebben we een goed beeld van het werk van Hildo Krop aan het Scheepvaarthuis. (Het is overigens wel gebleken dat bij het samenstellen van de oeuvrecatalogus er wel wat hiaten en onjuistheden zijn binnengeslopen. Dit komt ook omdat Lagerweij-Polak de beeldhouwer op hoge leeftijd over zijn werk interviewde en Krop zich niet alles meer haarscherp kon herinneren).
In deze oeuvrecatalogus wordt vermeld dat Krop 13 van de 15 consoleportretten hakte:


Roggeveen, Van Noord, Van Diemen, Van Spilbergen, Speelman 


Both, Coen, Houtman, Van Heemskerk

Barendsz, Van Neck, Usselinx, Bleau

De versieringen aan de gevel van het Scheepvaarthuis, die de geschiedenis van de Nederlandse scheepvaart op de wereldzeeën laat zien, konden rijkelijk aan de gevel worden verwezenlijkt omdat er niet vanuit de constructie van het gebouw gedacht behoefde te worden. De bakstenen  gevel was immers een omhulsel rond het betonnen skelet. De consoles bijvoorbeeld met de gebeeldhouwde koppen van de grote namen uit de zeevaart, kooplieden, ontdekkingsreizigers en gouverneurs van Indië  hebben dan ook geen andere functie dan decoratie. Deze niet dragende balken zijn vooral in het ontwerp opgenomen vanwege de symbolische betekenis. Het zijn ‘draagstenen als dragers van portretten van grootheden uit de Nederlandse welvaart’, zoals Lagerweij-Polak het noemt. Als voorbeeld voor deze portretten gebruikte Krop oude gravures.

gevel scheepvaarthuis - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Het werk aan het Scheepvaarthuis was voor de ontwikkeling van Krop van grote betekenis. Hij leerde hier het bewerken van een ongelofelijke verscheidenheid aan materialen: van gebakken aarde tot graniet, van gips en hout tot lood en ijzer. “Maar eigenlijk was het werk aan het Scheepvaarthuis voor alle beeldhouwers van groot belang. Hier werd voor het eerst in Nederland door de beeldhouwers met luchtdrukhamers gewerkt. Het Scheepvaarthuis heeft hierdoor een reuze stoot gegeven in de ontwikkeling van de beeldhouwkunst”, aldus Krop in 1969 in een televisie interview.

Daarnaast was een nieuwe, symbolische beeldtaal voor de jonge Hildo Krop van groot belang. Eind negentiende eeuw was er een tijd ontstaan waarin men een materialistische kijk op het leven had. Het symbolisme probeerde aan deze tendens een tegenwicht te bieden door een meer gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool stond daarbij centraal; een zintuiglijk waarneembaar teken dat een ingang geeft tot een niet-zintuiglijke wereld.

Krop had op het punt van symboliek veel geleerd van Van der Meij. Een mooi voorbeeld hiervan is terug te vinden onder de ramen van de verschillende maatschappijen welke gehuisvest zouden worden in het Scheepvaarthuis. Deze symbolen in terracotta, die door Krop werden ontworpen, verbeelden de vaarroutes en de gebieden waar de desbetreffende maatschappijen handel dreven.

embleem scheepvaartmij - foto: loek van vlerken 28.04.2011

De KNSM (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij) laat Hercules zien, die de naar hem genoemde zuilen omklemt. De Zuilen van Hercules was de oude aanduiding van de Straat van Gibraltar, de zee-engte die de Middellandse Zee verbindt met de Atlantische Oceaan. De zuilen zijn de vooruít stekende rotsen: de Monte Hacho in Afrika en de Rots van Gibraltar in Europa.

embleem scheepvaartmij - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Voor de KWIM (Koninklijke West-Indische Maildienst) ontwierp Krop embleem waar twee bewoners van Suriname in een kano zitten. Bijzonder is de kogelvis die in de wateren van de Noord Atlantische Oceaan voor de Surinaamse kust leeft.

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 03.08.2016

De NRM (Nieuwe Rijnvaart Maatschappij) met de namen van twee zijrivieren van de Rijn; de Neckar en de Main. Door deze namen op het embleem golven de lange gouden haren van de Loreley-nimf.

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 03.08.2016

Het symbool van de JCJL (de Java-China-Japan-Lijn) was een Boeddhabeeld (Java): Het boeddhisme in Indonesië was een belangrijke religie op Sumatra en Java, een draak (China): de Chinese draak wordt gezien als een teken van geluk en een chrysant (Japan): de gele bloem van de chrysant is in Japan het symbool van de zon en het licht (onsterfelijkheid).

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Een anker tussen een kreeft en een steenbok wijst op de route van de KPM (Koninklijke Paketvaart Maatschappij) tussen zuidelijke steenbokskeerkring en de noordelijke kreeftskeerkring .

emblemen scheepvaartmaatschappijen - foto: loek van vlerken 28.04.2011

De SMN (Stoomvaart Maatschappij Nederland) wordt gesymboliseerd door een weegschaal (de evenaar) met een gordel naar een beeldspraak van Multatuli uit Max Havelaar: ‘t prachtig rijk van INSULINDE dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd …

Zowel links als rechts van de hoofdingang zijn twee springende paardjes aan de gevel te vinden, met kwal en inktvistentakels. Dit zijn de paarden van Neptunus – als symbool voor de golven van de zee. Niet zeker is of deze terracotta paardjes van de hand van Krop zijn, maar het is in ieder geval wel bijzonder dat hij dit soort figuratie later gaat gebruiken bij bouwbeeldhouwwerk. Aan verschillende gevels van scholen maakte hij een dergelijk springende paardjes, zoals bijvoorbeeld aan de kleuterschool ‘De Veulens’, nu Museum Het Schip,  in de Oostzaanstraat in de Rubensstraat aan de zijgevel van het huidige Gerrit van der Veen College.


Springende paardjes in de Oostzaanstraat en de Rubensstraat

schipper en bootsman - foto: loek van vlerken 20.04.2011

Naast al dit symbolisch bakwerk zijn ook de figuren van een stuurman en een matroos, ook in terracotta, van de hand van Hildo Krop. Deze figuren worden langs het gebouw aan de Prins Hendrikkade en Binnenkant vele malen herhaald.

Naast deze figuren plaatste hij steeds verschillende producten, die rond 1900 door de maatschappijen werden vervoerd zoals koffie, thee, kruiden, specerijen, etc.

neptunes - foto: loek van vlerken 28.04.2011

Op de hoektoren boven de ingang van het Scheepvaarthuis staan twee in lood gegoten afbeelding van elk twee meter hoog. De linker, Neptunus, is een ontwerp van Krop. Het andere beeld, Fortuna, was een ontwerp van Van der Eijnde, aldus Krop in Lagerweij-Polak.

ingang zijde binnenkant - foto: loek van vlerken 20.04.2011

Voor de ingang aan de Binnenkant maakte Krop een school vissen in de golven als ingangsversiering, ook gehakt in graniet.

plintversiering - foto: loek van vlerken 28.04.2011

plintversiering - foto: loek van vlerken 21.04.2011

Krop ontwierp de plintversieringen in natuursteen, zowel  langs de Prins Hendrikkade als de Binnenkant. Ook voor de letters op deze plint, die samen het woord ‘t Scheepvaarthuis’ vormen, is Krop verantwoordelijk. Dezelfde letters zouden worden herhaald bij de uitbreiding van het gebouw, welke plaats vond tussen 1926 en 1928 (zie hiervoor B 61).

timpaan met walruskoppen - foto: loek van vlerken 30.11.2013

Mogelijk is het timpaan met walruskoppen boven de zij-ingang aan de Prins Hendrikkade ook van de hand van Krop. Zie hiervoor bij: Toegeschreven aan Hildo Krop – B3a

bronnen:
‘Het Scheepvaarthuis, een schepping van de bijna vergeten architect J.M. van der Meij’ – F. van Sloteren, Ons Amsterdam, mei 1985 jrg. 37 nr.5;
‘Van der Mey en het Scheepvaarthuis’ – Boterenbraad/Prang, 1989;
‘joan melchior van der meij – architect’ – Michiel Kruidenier/Paul Smeets, nai010,   2014.