Tagarchief: kneulman c.

V 172 – Carel Kneulman

verblijfplaats onbekend  

1958 -59

terracotta, 17 cm

In dezelfde periode (1958-59)dat hij het terracotta portret van de beeldhouwer Johan Wertheim maakte (V171), was Hildo Krop bezig met nog een portret van een collega beeldhouwer: Carel Kneulman (1915-2008). De verblijfplaats van het beeldje is niet bekend. Bovendien is er in geen enkele catalogus een afbeelding van te vinden. Toch bestaat het vermoeden dat de twee foto’s,  welke zich in het fotoarchief van het Hildo Krop Museum bevinden, de afbeelding van dit werk is. Te zien is een boomlange zittende man met een wat fragiele uitstraling. Dit komt behoorlijk overeen met het uiterlijk van Kneulman.

Vastbesloten om beeldhouwer te worden, ging Kneulman in 1941 op zoek naar een leraar. De eerste aan wie hij dacht was Hildo Krop. Een logische keuze voor iemand die verder nauwelijks op de hoogte was van de contemporaine beeldhouwkunst in Nederland. Het werk van  Krop was overal op straat te zien. Maar de meester had geen plaats voor een leerling. Desondanks waren Krop en Kneulman later lange tijd bevriend met elkaar, hoewel ze totaal andere beeldhouwers waren. Kneulman had niet veel op met de heersende regels en conventies, en kon dan ook niet kiezen tussen abstractie en figuratie. Wat hun vooral bond was het sociale aspect in hun beider werk.

Beeldhouwer Carel Kneulman in zijn atelier Zwanenburgwal met zijn beeld ‘Kind’ – ca. 1957

Een mooi voorbeeld van de waardering  voor het werk van zijn collega is te vinden in een brief die Kneulman op 16 december 1966 schreef aan Hildo Krop. Door deze brief, die zich in het archief van het Hildo Krop Museum bevindt, komen we te weten wat Kneulman’s mening is over het Berlage-monument (Mo48):

Beste Hildo,

Gisteravond liep ik eerst nog door de stad, ondanks de bank*) en de stank, een fijne stad en opeens moest ik aan jou denken en ik dacht, morgen ga ik het Hildo toch eens zeggen.
En hier sta ik dan met m’n papiertje. Een tijdje geleden, in 1938 ongeveer, ik was toen 22 jaar, ontdekte ik voor het eerst de monumentale bruggen van Amsterdam. Dat was niet m’n eerste contact met beelden, want als kleine jongen had ik al de Sphinxen van het Wertheimpark en de Leeuwen van Zeeburg bereden en de Jezus op de Mozes- en Aaronkerk heeft ook een onuitwisbare indruk achtergelaten. Je kunt wel zeggen, dat ik volkomen maagdelijk was, op het gebied van de beeldhouwkunst dan. En toen opeens die bruggen met beeldhouwwerk. Prachtig vond ze en ik ontdekte toen nog meer beeldhouwwerk, overal beeldhouwwerk van graniet in de stad. Vogels, saters, herten, paarden, konijntjes, slangen, sterren en zonnen, hele steden van graniet, en treinen met rook, bloemen en bliksem, watervallen, harpen en fluiten, zwaarden en spaden, kinderen, veel kinderen en altijd staat daar onverwrikbaar rechtop een volwassen mens en kijkt je doordringend aan. En die mens is vol vertrouwen en vertelt daarvan in al zijn handelingen in duizend beelden.
Ik dacht, een man die zo’n machtig lied zingt moet een reus zijn.
Een reus van een beeldhouwer.
Een reus van een mens.
Ik ben dikwijls in je werkplaats geweest daarna en ik heb je ontmoet in een niet aflatende aandacht voor de vele, vele details van het leven.
Toen ik laatst weer eens bij je binnenstapte ontdekte ik ergens op het topje van een geweldige steenberg, die uit ettelijke berglagen bestond een klein bergbeklimmertje. En dat mannetje sloeg de berg op z’n kop dat de stukken eraf vlogen. Toen hij eindelijk voorzichtig langs de berghelling weer op de begane grond was aangekomen, bleek het bergbeklimmertje Hildo Krop te zijn en toen we samen voldoende afstand van de berg genomen hadden, bleken de berglagen Berlage te zijn.
Hildo, je hebt met dit geweldige werk tegelijk 3 monumenten opgericht, 1 voor Berlage de grote bouwmeester van Amsterdam, nog 1 in de basis voor alle werkers van Amsterdam**) en in het geheel heb je ongewild het monument opgericht van het grote Vertrouwen, van Samenwerking, van democratie.
Het is een machtig teken en het staat prachtig gericht naar de Vrijheidslaan. Hildo namens alle collega’s feliciteer ik je met dit geslaagde werk en dank ik je voor dit monument.

Kneulman.

*) Kneulman doelt met ‘de bank’ op het in aanbouw zijnde gebouw van de Nederlandse Bank aan het Frederiksplein. Volgens velen een erg lelijk gebouw, waar toentertijd veel tegenstand bestond.
**) Rondom het voetstuk, waarop bouwmeester Berlage staat, zijn in reliëf de helpers van de bouwmeester uitgebeeld: een metselaar, een steigerbouwer, een beeldhouwer, een opperman en een tekenaar. Deze werkers zijn essentieel voor het realiseren van het ontwerp van de bouwmeester.

Van 1973 tot 1990 werkte Kneulman op een historische plek, het oude atelier van ‘stadsbeeldhouwer’ Hildo Krop aan de Plantage Muidergracht, waar nog veel herinnerde aan de vroegere gebruiker. Kneulman had eigenlijk nooit echt goed kunnen aarden in het grote donkere atelier. In een gesprek met Jan Teeuwisse in 1989 vertelde hij, terwijl zijn blik door het atelier dwaalde: “Ik krijg Krop er niet uit.”

bronnen:
Ida Boelema/Feico Hoekstra, Carel Kneulman, 2006
Jan Teeuwisse, (voorwoord) Carel Kneulman, 2006