Tagarchief: hulshoff a.r.

B 29 – Cornelis Drebbelschool – Amsterdam

Smaragdplein 3/5, Amsterdam

1921-22

met veer op perkamentrol schrijvende faun - foto: loek van vlerken 11.08.2017met veer op perkamentrol schrijvende faun - foto: loek van vlerken 11.08.2017met veer op perkamentrol schrijvende faun - foto: loek van vlerken 11.08.2017met veer op perkamentrol schrijvende faun - foto: loek van vlerken 11.08.2017 met veer op perkamentrol schrijvende faun - foto: loek van vlerken 04.03.20112 pilasterbekroningen:
schrijvende faun met verschillende dieren aan zijkant (2x)

kalksteen, 95 cm

architect: A.R. Hulshoff

 

Voor de voormalige Cornelis Drebbelschool  op het Smaragdplein in Amsterdam maakte Hildo Krop twee gespiegelde beelden als pilasterbekroningen. In tegenstelling tot de betiteling ‘ramskop met verschillende dieren’, zoals in de oeuvrecatalogus van Lagerweij-Polak vermeld wordt, ben ik van mening dat het hier een zittende faun betreft die met een veer op een perkamentrol schrijft. De faun noteert allerlei informatie welke hem door de vogels wordt ingefluisterd. Deze kalkstenen beelden hebben inmiddels wel veel van hun schoonheid verloren, doordat weer en wind behoorlijk hebben huisgehouden. Delen van de verschillende dieren aan de zijkanten zijn niet of nauwelijks meer waar te nemen. Het vosje van het beeld aan de rechterzijde moet helaas zijn kopje missen en van de raaf is bijna helemaal niets meer te zien. Dit zal waarschijnlijk het resultaat van voetballen zijn.

schrijvende faun met beschadigde zijkant - foto: loek van vlerken 02.04.2011

B 90 – Rattenvanger van Hamelen – Amsterdam

Herschelstraat 4, Amsterdam

1931

rattenvanger van hamelen - foto: loek van vlerken 10.01.2011

rattenvanger - foto: loek van vlerken 23.03.2019
a. pijlerbekroning:
Franse kalksteen, 66 cm

rennend hert - foto: loek van vlerken 08.03.2011
b. 6 balkuiteinden (3 typen):
1. rennend hert

vliegende reiger - foto: loek van vlerken 08.03.2011
2. vliegende reiger

  eekhoorn - foto: loek van vlerken 08.03.2011
3. zittende eekhoorn
gepolychromeerd teakhout, 30 cm

c. tuinbeeld:
faun
geglazuurde keramiek, 94 cm
verloren gegaan

architect: A.R. Hulshoff i.s.m. N. Lansdorp

rattenvanger van hamelen - foto: loek van vlerken 10.01.2011

Aan de voormalige 5de Montessorischool in de Herschelstraat, Watergraafsmeer Amsterdam, is deze pijlerbekroning van Hildo Krop geplaatst. De thema van dit beeld is duidelijk; de rattenvanger (hier als verbeeldt als faun figuur) met zijn fluit voorop en daarachter een meegelokt kindje en een troosteloze moeder. Onder de brug loeren drie rattenkopjes.

rattenvanger van hamelen (detail: moeder en kind) - foto: loek van vlerken 10.01.2011rattenvanger van hamelen (detail: ratten) - foto: loek van vlerken 10.01.2011

Aan zes balkuiteinden aan de geveltop zijn ook houtsnijwerken van Krop te vinden. Er zijn drie verschillende voorstellingen: een rennend hert, met bloemmotieven; een vliegende reiger, met zon en een wolk en een zittende eekhoorn, met zon en bladermotief, elk twee maal uitgevoerd.

B 80 – Wilhelmina Gasthuis – Chirurgische klinieken – Amsterdam

WG-plein, Amsterdam

1929

entree links - foto: loek van vlerken 09.04.2011 entree rechts - foto: loek van vlerken 01.04.2011 chirurgische klinieken - foto: loek van vlerken 23.01.2016 boogschutter - foto: loek van vlerken 09.04.2011chirurg links - foto: loek van vlerken 09.01.2011chirurg rechts - foto: loek van vlerken 09.01.2011 pijl in roos - foto: loek van vlerken 09.01.2011
ingangsversiering, 4 gevelstenen:
1. boogschutter, verpleegster met patiënt
2. chirurg
3. chirurg
4. pijl met punt in roos, verpleegster met patiënt

graniet, 89 cm

architect: A.R. Hulshoff

 

Het voormalige gebouw van de Chirurgische klinieken van het Wilhelmina Gasthuis is symmetrisch en kent een tweedeling in de opzet: de beide klinieken dienden in oorsprong waarschijnlijk de scheiding naar geslacht. Er zijn dan ook twee ingangen. Entrees met granieten omlijstingen en reliëfs van de hand van Hildo Krop. Bijzonder is dat Krop deze beide ingangen toch met elkaar verbond door op de steen van de linker ingang een boogschutter te plaatsen die zijn pijl op de rechter ingang richt. Op de rechter ingang zien we de afgeschoten pijl midden in de roos. Daarnaast zien we op deze ingangsversieringen chirurgen, verpleegsters en patiënten.

   boogschutter - foto: loek van vlerken 01.04.2011            pijl in roos - foto: loek van vlerken 01.04.2011

B 66 – Pathologisch Anatomisch Laboratorium van het Wilhelmina Gasthuis – Amsterdam

Arie Biemondstraat 105-113, Amsterdam

1926-30

raampartij boven hoofdingang - foto: loek van vlerken 01.04.2011man en adelaar - foto: loek van vlerken 01.04.2011 vrouw met bloem - foto: loek van vlerken 01.04.2011a. bekroning raampartij hoofdingang:
lijst met aan weerszijden arenden en daartussen twee mannen- en twee vrouwenfiguren voor ondiepe nissen
gebakken aarde, 125 cm

man, vrouw, kind en phoenix - foto: wendingen 1931 nrs.5/6 - collectie loek van vlerken
b. hoekpijlerbekroning:
man, vrouw, kindje en phoenix
tufsteen, 180 cm
verloren gegaan
man-vrouw-kind-en-phoenix (kleimodel) - foto: hildo krop museum
b. hoekpijlerbekroning:
man, vrouw, kindje en phoenix
kleimodel, 180 cm
verloren gegaan
ontwerp hoekpijlerbekroning gipsmodel - foto: loek van vlerken 06.11.2017
b. hoekpijlerbekroning:
man, vrouw, kindje en phoenix
gipsmodel, 34 cm
collectie Hildo Krop Museum

toorts met vlucht zwaluwen - foto: loek van vlerken 01.04.2011 toorts met vlucht zwaluwen - foto: loek van vlerken 01.04.2011
c. hoekpijlerbekroning:
toorts met vlucht zwaluwen
gebakken aarde, 100 cm

vrouwenkop met maan en sterren - foto: loek van vlerken 06.03.2012
mannenkop en zon - foto: loek van vlerken 06.03.2012d. versieringen naast hoofdingang:
1. vrouw met gebogen hoofd steunend op hand, maansikkel en sterren
2. mannenkop en stralende zon
tufsteen, 25/33 cm

deurpaneel links - foto: hildo krop museum deurpaneel rechts - foto: hildo krop museum deurpaneel links - foto: hildo krop museum deurpaneel rechts - foto: hildo krop museum
e. 2 panelen op deuren hoofdingang:
1. staande man met opgeheven armen en erboven een stralende zon, koppel paarden, bloem- en plantmotieven
2. staande vrouw met opgeheven armen, sterren, planeten en hertenpaar, vogels, bloem- en plantmotieven
brons, 65 cm
verloren gegaan

architect: A.R. Hulshoff

De gevel van dit gebouw bevat veel werk van Hildo Krop. Aan de Nicolaas Beetsstraat zijn meerdere beelden te vinden (zie: B 65 en B 84). Aan de Arie Biemondstraat is bouwbeeldhouwwerk van Krop geplaatst boven de hoge vensterpartij. Krop koos als thema  twee identieke mannenfiguren met een open hand als positief symbool en twee identieke vrouwenfiguren met een bloem in de hand als teken van liefde. Aan beide kanten van deze bekroning is een arend geplaatst als symbool van waakzaamheid.
Bij de hoofdingang bevindt zich een versiering van gebakken aarde, voorstellende een toorts met een vlucht zwaluwen. Krop doelde hier op het doorgeven van het altijd brandende vuur van de wetenschap, waar constant nieuwe wetenschappers, uit dit academische ziekenhuis ‘uitvliegen’.
Aan weerszijden van deze ingang twee versieringen: Een vrouw met gebogen hoofd steunend op hand, maansikkel en sterren (het symbool van rust) en een mannenkop en stralende zon (symbool van energie). De twee bronzen panelen op deuren van de hoofdingang, een staande man en een staande vrouw, zijn helaas verloren gegaan.
In 1930 echter was er nog meer werk van Krop aan deze gevel te vinden. Aan de noordoostzijde van het pand, wat tegenwoordig de ‘G. Borstkade’ heet, was op een vierkante uitbouw een tufstenen beeld van 180 cm geplaatst. Te zien was een man en een vrouw die samen een kindje dragen. In de linkerhand heeft de man een hamer vast. Aan de voeten van het man- en vrouwfiguur een phoenix, herrijzend uit zijn as. Waarschijnlijk is het beeld door het Hollandse klimaat vergaan en later verwijderd.

gevel pathologisch anatomisch laboratorium ca. 1930 - foto: hildo krop museum - bewerking loek van vlerken
ca. 1930 met rechts het beeld ‘Gezin met Phoenix’

hoofdingang arie biemondstraat - foto: loek van vlerken 01.04.2011

Het WG-terrein omvat een verzameling gebouwen die deel uitmaakten van een ziekenhuis: het Wilhelmina Gasthuis. Het oudste gedeelte bestond naar de modernste inzichten uit vrijstaande paviljoens in een parkachtige omgeving. Tot 1937 werden er nog paviljoens bijgebouwd. In de jaren vijftig kwam men tot de conclusie dat het terrein te vol was geworden. Na jaren van touwtrekken verhuisde het Academisch Ziekenhuis, zoals het inmiddels heette, in 1983 naar Amsterdam Zuidoost. In de paviljoens van het WG-terrein trokken kunstenaars, kleine bedrijfjes en welzijnsorganisaties. Sommige paviljoens zijn omgebouwd tot woningen. Het voormalige Pathologisch Anatomisch Laboratorium is een cultuurcentrum geworden met activiteiten voor filmmakers en -liefhebbers, zalen voor festivals en congressen, een filmzaal en een café/restaurant.

B 96 – Wilhelmina Gasthuis – Oogheelkundige kliniek – Amsterdam

WG-plein, Amsterdam

1933-37

de dag - foto: loek van vlerken 02.04.2011achterzijde de dag - foto: loek van vlerken 23.01.2016de dag (detail) - foto: loek van vlerken 02.04.2011de dag - foto: loek van vlerken 02.04.2011de nacht - foto: loek van vlerken 01.04.2011de nacht (detail) - foto: loek van vlerken 09.04.2011de nacht - foto: 01.04.2011de nacht - foto: loek van vlerken 23.01.2016
a. 2 hoekstenen:
1. ‘De Dag’ (geknield vrouwelijk naakt met vogel en stralende zon)
2. ‘De Nacht’ (uil op tak voor volle maan, in nis eronder een bij elkaar liggend reeënpaar)
kalksteen, 136 cm

gevelsteentje 'knielend vrouwenfiguur' - foto: loek van vlerken 01.04.2011   gevelsteentje 'knielend vrouwenfiguur' - foto: loek van vlerken 01.04.2011
gevelsteentje coll. hildo krop museum - foto: loek van vlerken 20.09.2015b. 8 gevelsteentjes
knielend achteromkijkende vrouw met stralende zon
gebakken aarde, 30 cm
deels beschadigd, deels opgeslagen in Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
een exemplaar in het  Hildo Krop Museum, Steenwijk

architect: A.R. Hulshoff

Dat Hildo Krop als thema voor het beeldhouwwerk aan deze oogheelkundige kliniek ‘Dag’ en ‘Nacht’ heeft gekozen ligt enigszins voor de hand: de Dag voor het licht en de Nacht voor de donkerte van de slechtzienden en blinden.
De bouw van deze kliniek voor oogheelkunde van het Wilhelmina Gasthuis (Paviljoen 19) werd gefinancierd uit het Werkfonds 1934, een nationale pot met leningen voor openbare werken. Het fonds was bedoeld om de hoge werkloosheid van die jaren te bestrijden en loonsverlaging te stimuleren. In aanmerking kwamen alleen werken die werden uitgevoerd tegen zeer lage uurlonen. De arbeiders die werden ingezet kregen slechts enkele guldens meer dan een steunuitkering.
Na de verhuizing in 1983 naar het Amsterdams Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam Zuid-Oost, kregen de gebouwen een nieuwe bestemming. Het voormalige Paviljoen 19 (de  oogheelkunde kliniek) werd samen met Paviljoen 18 (de vrouwenkliniek) een verzameling van ruim 100 werkruimtes voor kunstenaars. Er werken hier meer dan 100 kunstenaars uit alle mogelijke disciplines zoals schilderen, tekenen, grafiek, beeldhouwen, fotografie, glas in lood, edelsmeden, vormgeving, architectuur, textiel en keramiek, lichtkunst, multimedia, video, film en mixed media.

bronnen: wg-terrein.nl; atelierWG.nl

gevel oogheelkundige kliniek - foto: loek van vlerken 04.01.2018

B 30 – Christiaan de Wet school – Amsterdam

Christiaan de Wetstraat 23, Amsterdam

1921-22

steenbok en vos - foto: loek van vlerken 16.03.2011 vos en raaf - foto: loek van vlerken 16.03.2011vos en leeuw - foto: loek van vlerken 16.03.2011 zittende vos - foto: loek van vlerken 16.03.20114 gevelstenen:
1. steenbok en vos
2. vos en raaf in boom
3. vos en leeuw
4. zittende vos

kalksteen, 70 cm (elk)

architect: A.R. Hulshoff

gevel school (detail) - foto: loek van vlerken 08.08.2018gevel school - foto: loek van vlerken 08.08.2018

Voor deze school in de Transvaalbuurt in Amsterdam maakte Hildo Krop 4 gevelstenen. Hij hakte deze stenen, waarschijnlijk taille directe, in vijf dagen. Opmerkelijk is dat Krop in de periode tussen 1916 en 1922 vaker een vos als thema nam, zie bijvoorbeeld het bankgebouw Geldersche Crediet Vereeniging in Doetinchem (B 4) en het bankgebouw in Haarlem (B 21).

vos - bankgebouw doetinchem - foto: loek van vlerken 29.04.2013 bankgebouw haarlem - foto: loek van vlerken 18.11.2015

B 65 – Pathologisch Anatomisch Laboratorium van het Wilhelmina Gasthuis (vier pijlers) – Amsterdam

Nicolaas Beetsstraat, Amsterdam

1926-28

pijlerversieringen - foto: loek van vlerken 29.03.2012man met arend - met met raaf - foto: loek van vlerken 04.01.2018
man met zittende arend op de rechter arm
man met raaf op nest

vrouw met vogel - vrouw met vlammend hart - foto: loek van vlerken 04.01.2018
vrouw met vogel koesterend in de handen
vrouw met vlammend hart in de hand

vrouw met kelkbloem - vrouw in orante-houding - foto: loek van vlerken 04.01.2018vrouw met kelkbloem
vrouw in orante-houding

man met vogel - man met pijl en boog - foto: loek van vlerken 04.01.2018
man met neerdalende vogel
man met pijl en boog

hardsteen, 205 cm

architect: A.R. Hulshoff

 

pijlerversieringen n.beetsstraat - foto: loek van vlerken 01.04.2011

Het WG-terrein omvat een verzameling gebouwen die deel uitmaakten van een ziekenhuis: het Wilhelmina Gasthuis. Het oudste gedeelte bestond naar de modernste inzichten uit vrijstaande paviljoens in een parkachtige omgeving. Tot 1937 werden er nog paviljoens bijgebouwd. In de jaren vijftig kwam men tot de conclusie dat het terrein te vol was geworden. Na jaren van touwtrekken verhuisde het Academisch Ziekenhuis, zoals het inmiddels heette, in 1983 naar Amsterdam Zuidoost. In de paviljoens van het WG-terrein trokken kunstenaars, kleine bedrijfjes en welzijnsorganisaties.  Het Pathologisch Anatomisch Laboratorium is nu een expositieruimte, café-restaurant en een filmzaal.

Aan de buitenzijde van het Pathologisch Anatomisch Laboratorium, aan de Nicolaas Beetsstraat, loopt een overdekte gang naar het Jacob van Lennepkanaal. Via deze gang legden de overledenen hun laatste weg af, waarna ze per schip naar de laatste rustplaats werden vervoerd. Deze gang heeft vier pijlers welke door Hildo Krop van beeldhouwwerk zijn voorzien. Aan beide zijkanten van elke pijler hakte hij mannen- en vrouwenfiguren met verschillende attributen.

Hildo Krop hanteerde niet altijd erg toegankelijke symboliek. Zijn productie was enorm en hij had zichzelf de eis gesteld dat zijn werk ‘betekenisvolle inhoud’ moest hebben. Om niet in herhaling te treden was hij genoodzaakt steeds weer nieuwe betekenissen te zoeken, met tot gevolg dat de symbolen soms erg gezocht waren of nog nauwelijks te begrijpen. Zelfs Krop kon soms later niet meer herinneren wat de symboliek achter zijn beelden betekende. Voor het personeelsblad van het Pathologisch Anatomisch Laboratorium (no. 15  januari 1968) werd Krop door de arts Dr. O.H. Dijkstra geïnterviewd voor een artikel met betrekking tot al het beeldhouwwerk aan dit laboratoriumgebouw. Over de acht beelden aan de Nicolaas Beetsstraat wist Krop te vertellen dat die betrekking hadden op “de krachten die in een ziekenhuis werkzaam zijn”.  Hij kon zich een man met een vogel herinneren, waarbij hij gedacht had aan het Chirurgische ingrijpen: “zoals een vogel pijlsnel omlaag duikt en ingrijpt”. Wat de andere zeven beelden voorstelden, wist hij niet meer. Als we het uitgangspunt van Krop  “de krachten die in een ziekenhuis werkzaam zijn” in ons achterhoofd houden, kunnen we de symboliek van de beelden proberen te reconstrueren door te stellen dat het beeldhouwwerk te maken heeft met ziek zijn en genezen, leven en dood:

man met zittende arend op arm - foto loek van vlerken 04.01.2018 man met arend op de arm (detail) - foto: loek van vlerken 04.01.2018
man met zittende adelaar op rechter arm: waakzaamheid
Letterlijk ‘de vinger aan de pols houden’.
Het beeld van de man met de adelaar heeft Krop later uitgewerkt tot een losstaand beeld waarbij hij het de titel ‘De waakzaamheid in eigen hand genomen’ gaf (B 99).
man met raaf op golven - foto: loek van vlerken 04.01.2018 man met raaf op golven (detail) - foto: loek van vlerken 04.01.2018 man met raaf op golven (detail) - foto: loek van vlerken 04.01.2018
man met raaf  op nest: geborgenheid
Lagerweij-Polak spreekt van een Phoenix die uit de as herrijst.  Waarschijnlijk moet het gezien worden als een vogel op haar nest, als symbool van geborgenheid.vrouw met vogel koesterend in haar handen - foto: loek van vlerken 04.01.2018 Vrouw met vogel koesterend in haar handen (detail) - foto: loek van vlerken 04.01.2018
vrouw met een vogel in de handen: koestering
Het goed verzorgen van de patiënten.
Ook het beeld van de vrouw met een vogel koesterend in haar hand heeft Krop later uitgewerkt tot een losstaand beeld (B 95).
vrouw met vlammend hard in hand - foto: loek van vlerken 04.01.2018 vrouw met vlammend hard in hand (detail) - foto: loek van vlerken 04.01.2018
vrouw met vlammend hart in de hand: liefde
Met liefde patiënten helpen.
vrouw met kelkbloem - foto: loek van vlerken 04.01.2018
vrouw met kelkbloem: sterven
De lelie staat symbool voor liefde en zuiverheid, maar op deze plek is het waarschijnlijk bedoeld als grafbloem en daarmee een symbool voor sterven.
vrouw in orante-houding - foto: loek van vlerken 04.01.2018
vrouw in orante-houding: meditatie
Het bereiken van een rustige gemoedstoestand.
man met neerdalende vogel - foto: loek van vlerken 04.01.2018
man met neerdalende vogel: Chirurgisch ingrijpen
‘Zoals een vogel pijlsnel omlaag duikt en ingrijpt’.
man met pijl en boog - foto: loek van vlerken 04.01.2018
man met pijl en boog: strijd
Met instrumenten strijden tegen ziektes.

bron: Personeelsblad van het Pathologisch Anatomisch Laboratorium, nr.15, januari 1968

 

B 9 b – Gevelversieringen Telefoondienst – Amsterdam

Singel 340, Amsterdam

1916-19

gevel - foto: loek van vlerken 14.12.2011 ingangversiering - foto: loek van vlerken 14.12.2011 ingangversiering - foto: loek van vlerken 24.01.2011


omlijsting hoofdingang:
Boeren aan het werk met kruiwagens, hark en dors
Mijnwerkers
Bouwvakkers

Muschelkalksteen, 645 cm

spingende gazelle - foto: loek van vlerken 16.07.2016wapenschilden verbonden met telefoonkabels - foto: loek van vlerken 16.07.2016wapenschilden verbonden met telefoonkabels - foto: loek van vlerken 16.07.2016wapenschilden verbonden met telefoonkabels - foto: loek van vlerken 16.07.2016wapenschilden verbonden met telefoonkabels - foto: loek van vlerken 16.07.2016wapenschilden verbonden met telefoonkabels - foto: loek van vlerken 16.07.2016wapenschilden verbonden met telefoonkabels - foto: loek van vlerken 16.07.2016
gevelversieringen:
springende gazelles
wapenschilden

Muschelkalksteen, div. afmetingen

Architecten: G.J. Rutgers, P.L. Marnette o.l.v. A.R. Hulshoff

De eerste echte grote opdracht van de gemeente aan Krop betrof het ontwerpen van versieringen voor het hoofdgebouw van de gemeentelijke telefoondienst aan de Herengracht 295, waarvan nu alleen nog de achterkant aan het Singel intact is. Krop beeldde boeren, mijnwerkers en bouwvakkers uit, die staan voor de moderne handel, scheepvaart, landbouw en industrie. Springende gazelles symboliseren de snelheid van de telefoon en de wapenschilden staan voor allerlei steden die door telefoonkabels met elkaar verbonden zijn.

Zie ook : Gevelversieringen Telefoondienst – Herengracht.

B 9 a – Gevelversieringen Telefoondienst – Amsterdam

oorspronkelijk Herengracht 295, Amsterdam
herplaatst Kamerlingh Onneslaan, Amsterdam

1916-19

hoofdingang - foto: loek van vlerken 25.01.2011oorspronkelijke ingang herengracht - foto lagerweij-polak (fotograaf onbekend) foto: Lagerweij-Polak


fragment hoofdingang - foto: loek van vlerken 25.01.2011
noorden - foto: loek van vlerken 20.01.2012oosten - foto: loek van vlerken 20.01.2012
westen - foto: loek van vlerken 20.01.2012zuiden - loek van vlerken foto: 20.01.2012gevelversieringen o.a. omlijsting ingang
Het Noorden: Inuit, Walrus en IJsberen
Het Oosten: Aziaat, Tijger en Ossen
Het Westen: Indiaan, Buffel en Paarden
Het Zuiden: Afrikaan, Olifant en Leeuw
kop Mercurius
land (gebouwen) en zee (zeilschepen)
mensfiguren

Muschelkalksteen

Architecten: G.J. Rutgers, P.L. Marnette o.l.v. A.R. Hulshoff

herengracht 295 - foto: stadsarchief amsterdam - fotograaf onbekend - jaren 50
foto: Stadsarchief Amsterdam – fotograaf onbekend – jaren 50

De eerste echte grote opdracht van de gemeente aan Krop betrof het ontwerpen van versieringen voor het hoofdgebouw van de gemeentelijke telefoondienst aan de Herengracht 295, waarvan nu alleen nog de achterkant aan het Singel intact is. Krop beeldde boeren, mijnwerkers en bouwvakkers uit, die staan voor de moderne handel, scheepvaart, landbouw en industrie. Springende gazelles symboliseren de snelheid en figuren van een Afrikaan, Aziaat, Indiaan en Inuit verbeelden het wijde bereik van de telefoon.
Bij vernieuwing van het pand aan de Herengrachtzijde in 1954 is de gevel verloren gegaan op de ingangsomlijsting na, die herplaatst werd aan het gebouw Telefoondienst Kamerlingh Onneslaan 1.
Overigens heeft Krop de nieuwe gevel aan de Herengracht ook van een nieuw beeldhouwwerk voorzien (B 125)

zie ook : Gevelversieringen Telefoondienst – Singel.

omlijsting hoofdingang - het westen - gipsmodel - foto: hildo krop museum, steenwijk
gipsmodel ‘Het Westen’ – foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk

B 7 – Erkerversiering – Openbare school voor voorbereidend onderwijs – Amsterdam

2e Boerhaavestraat 22, Amsterdam

1916

erkerversiering - foto: loek van vlerken 01.03.2011erkerversiering - foto: loek van vlerken 01.03.2011 Franse kalksteen, 175 cm.

architect: Publieke Werken (A.R. Hulshoff)

schoolgebouw 2e boerhaavestraat - foto: loek van vlerken 01.03.2011

erkerversiering - foto: loek van vlerken 01.03.2011
Het schoolgebouw aan de 2de Boerhaavestraat in Amsterdam was een van de eerste gebouwen van Publieke Werken die in de stijl van de Amsterdamse School werden uitgevoerd. Alleen de gevel is nog oorspronkelijk; erachter is alles vernieuwd. Voor de erkerversiering koos Hildo Krop een ram en een papegaai (elk 2x spiegelend) met gestileerd bladmotief. Het middendeel van de erker laat een cartouche met het wapen van Amsterdam zien. Ook is te zien dat dit een openbare school is voor voorbereidend onderwijs. Voorbereidende scholen waren de voorlopers van kleuterscholen. De benaming met een letter (in dit geval de letter ‘Z’) geeft aan de school bedoeld was voor kinderen waarvan de ouders te bemiddeld waren voor de gratis scholen, maar niet rijk genoeg voor particuliere scholen. Het cartouche was beschadigd door een daar aangebracht luchtrooster, maar is weer gerestaureerd.

apen (willem brouwer) - foto: loek van vlerken 01.03.2011Tussen de hoge ramen op de eerste verdieping van deze school vinden we nog meer dieren, namelijk apen. Dit beeldhouwwerk is niet van Krop, maar van de keramist en beeldhouwer Willem Brouwer.

B 43 – Lam en wolf – Amsterdam

Bestevaerstraat 60, Amsterdam

1924

gevelsteen lam en wolf - foto: loek van vlerken 25.03.2011gevelsteen lam en wolf - foto: loek van vlerken 25.03.2011reliëf: Lam en wolf aan weerszijde van een slingerende beek

graniet, 141 cm

architect: A.R. Hulshoff

van rijnschool 1924 - foto: hildo krop museum
Van Rijnschool 1924 – foto: archief Hildo Krop Museum

 

Naast het werk aan grote schoolcomplexen, zoals aan de Postjesweg en de P.L. Takstraat, ontwierp Hildo Krop in de jaren twintig ook beeldhouwwerk voor kleinere schoolgebouwen. De voorstelling van de gevelsteen voor de Van Rijnschool, die zich aan de zijmuur van de school in de Bestevaerstraat bevond, laat een kronkelende beek zien met aan de ene kant een lam en aan de overzijde een wolf, naar een fabel van La Fontaine (zie onder). Dergelijke dierfiguren gebruikte Krop vaker aan kleuter- en lagere scholen, met symboliek als veilig en gevaar, actief en passief, enz.
Krop heeft dit grote reliëf in ‘taille directe’ gehakt, d.w.z. gehakt zonder gips- of klei-voorbeeld op ware grootte, maar slechts met een klein kleischetsje als voorbeeld zoals op de atelierfoto te zien is. Op deze foto zien we Krop die met een pneumatische hamer het granieten sculptuur vorm geeft. Vanwege de structuur van dit harde graniet, is het niet mogelijk om kleine details te verwezenlijken. Hierdoor is de afbeelding bewust wat hoekig gekozen en komt het enigszins geabstraheerd over.

Het schoolgebouw is begin jaren negentig afgebroken en in 1993 is er een woningcomplex voor in de plaats gekomen. Gelukkig heeft de gemeente besloten het reliëf in een muur bij de ingang te herplaatsen.

krop aan het werk aan lam en wolf - foto: collectie hildo krop museum
foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk – Hildo Krop aan het werk aan ‘Lam en Wolf’


Een wolf en een zachtaardig lam
kwamen eens bij een rivier om te drinken.
Ze dronken op twee verschillende plaatsen:
de wolf meer en het lam minder stroomopwaarts.
Toen zei de wolf: ‘Jij bevuilt voor mij al
het water dat ik wil drinken.’
‘Ach heer,’ antwoordde het lam, ‘wat zegt u daar?
Het water stroomt toch van u naar mij toe.’
‘Welja,’ zei de wolf, ‘scheld je me nu ook nog uit?’
Het lam antwoordde: ‘Dat doe ik niet, heer.’
‘Dat doe je wel!’ zei de wolf, ‘en dat deed je vader
vroeger ook al, en al je voorvaderen.’
Het lam zei: ‘Toen was ik nog niet eens geboren.
Waarom moet ik het nu dan ontgelden?’
‘En je gaat maar door ook!’ zei de wolf,
‘me dunkt dat ik je daarvoor moet straffen!’
De wolf scheurde het lam helemaal
aan stukken; dat had het niet verdiend.

Zo vindt een slecht mens altijd wel een aanleiding
om een goed mens kwaad te doen.

bron: vogala.org

B 87 – Van der Waalslaboratorium – Amsterdam

Nieuwe Achtergracht 129, Amsterdam

1930-32

gevel - foto: loek van vlerken 06.12.2015architecten: A.R. Hulshoff m.m.v. C. van der Wilk

Tussen 1930 en 1932 maakte Hildo Krop ontwerpen voor de gevels van de twee aaneengesloten vleugels van de universiteitsgebouwen op het Roeterseiland; het toenmalige Van der Waals Laboratorium en het Geologische Instituut. De gevel van het Van der Waals Laboratorium werd door Hildo Krop verlevendigd met een aantal gevelstenen welke betrekking hebben op laboratoriumwerkzaamheden, chemische processen en delfstoffen.

hoeksteen - foto: loek van vlerken 30.10.2012hoeksteen - foto: loek van vlerken 08.04.2011
hoeksteen (achterzijde) - foto: loek van vlerken 17.12.20155 staande mannenfiguren met attributen (helm met gasmasker, document, zaaizak, retort, houweel), bekroond door model van een chemische formule

a. hoeksteen
Franse kalksteen, 90 cm

geknielde man met houweel - foto: loek van vlerken 06.04.2011
geknielde man met houweel
geknielde man met houweel - foto: loek van vlerken 20.02.2012
geknielde man met houweelman met houweel - collectie hildo krop museum - foto: loek van vlerken 15.01.2018
geknielde man met houweel – collectie Hildo Krop Museum (terracotta)

steenhakker - foto: loek van vlerken 06.04.2011
steenhakker
steenhakker - foto: loek van vlerken 06.04.2011
steenhakker
analist - foto: loek van vlerken 30.10.2012
man met kolven in de handen voor buizenstelsel (consolesteen)

b. 4 gevelstenen
Franse kalksteen 44, 44, 35 en 40 cm
(een vierde steen: ‘man met de sextant’, is verloren gegaan)

negen boortorens - foto: loek van vlerken 06.04.2011
negen boortorens
mijnschacht met afvalberg en fabriek - foto: loek van vlerken 06.04.2011
mijnschacht met afvalberg en fabriek
berg, bos en huizen - foto: loek van vlerken 06.04.2011
berg, bos en huizen
fabriek - foto: loek van vlerken 06.04.2011

fabriek
twee gashouders en huizen - foto: loek van vlerken 06.04.2011
twee gashouders en huizen
man met basaltblokken - dijkwerker - foto: loek van vlerken 06.04.2011
man met basaltblokken

c. consolesteentjes (18 stuks) – 6 verschillende typen
gebakken aarde, 18 cm

laboratorium-instrument - foto: loek van vlerken 06.04.2011
laboratoriuminstrument
wetenschapper en arbeider in fabriek - foto: loek van vlerken 06.04.2011
wetenschapper en arbeider in fabriek

wetenschapper en arbeider in fabriek (detail)
chemische fabriek - foto: loek van vlerken 06.04.2011
chemische fabriek
huizen met middenboven gaper - symbool drogist - foto: loek van vlerken 06.04.2011
huizen met midden boven grote gaper (symbool drogist)

gaper (detail)
microscoop - foto: loek van vlerken 06.04.2011
microscoop

d. pijlerbekroningen (16 stuks) – 5 verschillende typen
gebakken aarde, 37 cm

geveldeel - foto: loek van vlerken 06.04.2011
pijlerbekroningen

Helaas blijkt dat bij de restauratie van het gebouw in 2016, een van de pijlerbekroningen flink is beschadigd:
schade aan gevelsteen - foto: loek van vlerken 14.07.2016  schade aan gevelsteen - foto: loek van vlerken 14.07.2016

In 1877, bij de omzetting van het Atheneum Illustre tot universiteit, werd Johannes Diderik van der Waals (1837-1923) benoemd als eerste hoogleraar natuurkunde. In 1880 werd aan de Plantage Muidergracht 6 begonnen met de bouw van een eigen instituut voor de natuurkunde, het Natuurkundig Laboratorium, dat in 1882 in gebruik genomen werd. Het Natuurkundig Laboratorium werd snel te krap. In 1935 verhuisde een gedeelte van dit Laboratorium naar de nieuwbouw aan de Nieuwe Achtergracht 129 en werd vanaf 1937 het Van der Waals Laboratorium genoemd. In 1964 verliet het Van der Waals Laboratorium de Nieuwe Achtergracht en verhuisde naar Valckeniersstraat 67.

bron: Stadsarchief Amsterdam

In het trappenhuis is nog een werk van Hildo Krop te vinden: een bronzen buste uit 1965 van Johan Pieter Wibaut (1886-1967) – zie Mo 49

B 86 – Geologisch Instituut – Amsterdam

Nieuwe Prinsengracht 130, Amsterdam

1930-32

moeder aarde - foto: loek van vlerken 10.12.2011moeder aarde - foto: loek van vlerken 10.12.2011gevel Geologisch Instituut - foto: loek van vlerken 06.04.2011moeder aarde in het atelier - foto: hildo krop museum

moeder aarde in het atelier - foto: hildo krop museum
‘Moeder Aarde, de opgaande en neergaande krachten in de natuur’
a. gevelbeeld:
Franse kalksteen (Euville), 122 cm

torenbekroning - foto: loek van vlerken 06.04.2011torenbekroning - foto: loek van vlerken 15.04.2011
man met houweel, die in de verte tuurt (2x spiegelbeeldig)
b. torenbekroning:
Franse kalksteen, ca. 75 cm
vogel pikkend aan top van de berg - foto: loek van vlerken 06.04.2011
vogel pikkend aan de top van de berg
Naast de ingang heeft Krop een steen geplaatst met de afbeelding van de vogel pikkend aan de top van de berg. Dit symboliseert ‘de oneindigende eeuwigheid’. Het is geïnspireerd op een Japanse fabel over een vogel die eens in de miljoen jaar een korrel pikt van de top van een hoge berg. Wanneer de berg verdwenen is, is er een seconde van de eeuwigheid voorbijgegaan.

onderzoeker met meetapparatuur op driepoot
notitiemakende onderzoeker - foto: loek van vlerken 06.04.2011
onderzoeker die notities maakt
stenenbikker - foto: loek van vlerken 06.04.2011
stenenbikker

analist met twee kolven (verloren gegaan)

c. gevelstenen
Franse kalksteen, 55, 70, 44 cm

twee gehurkt zittende mannen met schaal - foto: loek van vlerken 06.04.2011
twee gehurkte mannen met schaal (goudwassers)
aardbeving - foto: loek van vlerken 06.04.2011
aardbeving
prehistorische vogel - foto: loek van vlerken 06.04.2011 prehistorische vogel
prehistorische viervoeter - foto: loek van vlerken 06.04.2011

prehistorische viervoeter
boogbrug voor berglandschap - foto: loek van vlerken 06.04.2011
boogbrug voor berglandschap
bergpieken, waterval en een meer - foto: loek van vlerken 06.04.2011
bergpieken, een waterval en een meer

d. consolesteentjes (33 stuks) – 6 verschillende typen
gebakken aarde, 18 cm

berglandschap met gletcher of waterval - foto: loek van vlerken 06.04.2011
berglandschap met gletsjer of waterval
rokende vulkaan - foto: loek van vlerken 06.04.2011
rokende vulkaan
boortorens waarvan een spuitende - foto: loek van vlerken 06.04.2011
boortorens, één spuitende toren
landschap met spuitende geiser - foto: loek van vlerken 06.04.2011
landschap met dennen en spuitende geiser
prehistorische plant - foto: loek van vlerken 06.04.2011
prehistorische planten
bergpieken met twee samenvloeiende rivieren - foto: loek van vlerken 06.04.2011
bergpieken met samenvloeiende rivieren

d. pijlerbekroningen (29 stuks) – 6 verschillende typen
gebakken aarde, 37 cm

architecten: A.R. Hulshoff m.m.v. C. van der Wilk

gevel - foto: loek van vlerken 06.04.2011Tussen 1930 en 1932 maakte Hildo Krop ontwerpen voor de gevels van de twee aaneengesloten vleugels van de universiteitsgebouwen op het Roeterseiland; het toenmalige Geologische Instituut en het  Van der Waals Laboratorium. Voor de ingangspartij van het Geologisch Instituut ontwierp Krop een vrouwenfiguur ‘Moeder Aarde’, die de opgaande en neergaande krachten in de natuur symboliseert. Daarnaast is de gevel met veel beeltenissen verlevendigd. Deze gevelstenen in kalksteen en bakwerk houden alle verband met geologie en laboratoriumwerk. Zo zijn er mannen met reageerbuizen, verrekijkers en houwelen; boortorens, vulkanen en prehistorische planten en dieren.

Het gebouw werd in 1934 officieel in gebruik genomen. Het instituut bestond uit afzonderlijke laboratoria of afdelingen, ieder onder leiding van een hoogleraar. Door de bezuinigingen van het eerste kabinet-Lubbers (1982-1986) werd het Geologisch Instituut afgevoerd van de lijst van instellingen waar men geologie kon studeren. De museumcollectie van het Geologisch Instituut (inclusief een grote verzameling stenen ondergebracht in een opslagruimte in Amsterdam-Noord) werd in 1988 opgesplitst in verschillende deelcollecties en overgedragen aan diverse instanties. Stukken met een museale waarde werden ondergebracht bij het Zoölogisch Museum in Artis. Enkele jaren later is deze collectie terechtgekomen bij het museum Naturalis in Leiden.


bron: Stadsarchief Amsterdam

achterzijde moeder aarde - foto's: loek van vlerken 16.07.2019 (links) - archief hildo krop museum, steenwijk (Rechts)
Helaas is van de fraaie rugpartij van ‘Moeder Aarde’ aan de binnenzijde van het Instituut weinig waar te nemen. We zullen het moet doen met de oude atelierfoto (rechts).

B 50 – Purmerschool – Amsterdam

Schermerstraat, Amsterdam

1925

fluitspelende faun met kikkers - foto: loek van vlerken 03.04.2011 fluitspelende faun met kikkers - foto: loek van vlerken 03.04.2011

kikkers - foto: loek van vlerken 03.04.2011fluit spelende faun met dansende kikkers
graniet, 108 cm

fluitspelende faun en slangenkop - foto: loek van vlerken 03.04.2011slangenkop - foto: loek van vlerken 03.04.2011
slang
graniet, 25 cm

sint joris en de draak - foto: loek van vlerken 03.04.2011 sint joris en de draak - foto: loek van vlerken 03.04.2011  sint joris en de draak - foto: loek van vlerken 03.04.2011Sint Joris en de draak
gepolychromeerd hout, 60 cm

architect: A.R. Hulshoff

Aan het eind van de Schermerstraat staat de voormalige Purmerschool. Het gebouw is eind vorige eeuw verbouwd tot zes seniorenwoningen. Het door ir. A.R. Hulshoff van de Dienst der Publieke Werken ontworpen gebouw is versierd met beeldhouwwerkjes van Hildo Krop. Het zijn de fluitspelende faun met tegen zijn poten omhoogklimmende kikkers en iets lager, bij het raamkozijn, zien we een slangenkop die zich naar buiten wurmt. Als hekpaalbekroning koos Krop voor een gestileerde Sint Joris in gevecht met de draak. Krop gebruikte echter een slang in plaats van een draak als een te overwinnen prooi. De slang moet hier gezien worden als het kapitaal dat door de arbeidersklasse overwonnen moet worden, in plaats van het christendom die de heidenen overwint, zoals in de oorspronkelijke legende. Het houten beeldje was oorspronkelijk door Krop gepolychromeerd en later is het effen wit geschilderd. Tegenwoordig is het in heldere kleuren beschilderd.


Het beeld vóór en ná de onderhoudsbeurt in 2019.

B 5 – Transvaalse boer – Amsterdam

voormalige Openbare school voor Gewoon Lager Onderwijs (No.105)
De Wetstraat 21, Amsterdam

1916

transvaalse boer te paard - foto: loek van vlerken 26.04.2011sluitsteen:  Transvaalse boer te paard

graniet, 75 cm

 

Op 16 juni 1916 viel binnen B & W van Amsterdam een besluit, dat voor Hildo Krop’s verdere loopbaan bepalend zou zijn. Het college nam op die dag de beslissing om ‘den Directeur der Publieke Werken, zoo dikwijls als dit door hem noodig wordt geoordeeld, ten behoeve van werken, by den genoemde dienst in voorbereiding of in uitvoering, te werk te stellen den beeldhouwer H.L.Krop.’ De directeur van de Publieke Werken, A.W. Bos had namelijk de wethouder gevraagd een regeling te treffen, waarbij Krop zijn diensten (parttime) zou mogen verlenen voor de Dienst der Publieke Werken. Als aanbeveling vermeldde Bos dat Krop onder andere door beeldhouwwerk aan het Scheepvaarthuis had bewezen een zeer bekwaam beeldhouwer te zijn met moderne opvattingen. Maar voor dat zo ver was had dat nog heel wat voeten in de aarde. Hoewel Bos wel oren had naar de voorstellen van de jonge enthousiaste beeldhouwer, was de onderdirecteur De Groot aanmerkelijk koeler gestemd. Hij vroeg aan Krop: “Vind u dat er veel beeldhouwwerken in de stad staan, meneer Krop?” Naar de mening van Krop was dit niet het geval, waarop De Groot vervolgde: “Juist en er zullen er niet veel bij komen ook”. Vooral door de toenmalige stadsarchitect Hulshoff werd het beeldhouwwerkloze tijdperk toch doorbroken. Krop kreeg zijn parttime baan bij de gemeente en zijn eerste werk dat hij in gemeentedienst maakte, was een bescheiden sluitsteen van graniet boven de ingang van een school in de De Wetstraat, gelegen in de Transvaalbuurt. Geïnspireerd op de naam van deze buurt  ontwierp hij een Transvaalse boer te paard. Het gestileerde figuurtje laat de kop van de boer en face zien en het paard van opzij.

bron: Ons Amsterdam, 04.1959

transvaalse boer te paard - foto: loek van vlerken 26.04.2011

entree school met sluitsteen Transvaalse boer te paard - foto: loek van vlerken 08.08.2018

B 59 – Volksredenaar – Amsterdam

Oudezijds Voorburgwal, Amsterdam
aan de walkant tegenover het voormalig stadhuis

1926volksredenaar - foto: loek van vlerken 01.03.2011volksredenaar - foto: loek van vlerken 25.02.2011 volksredenaar - foto: loek van vlerken 25.02.2011
Urinoirbekroning
grijze hardsteen, 115 cm
architect: A.R. Hulshoff

Aan de walkant van de Oudezijds Voorburgwal, ter hoogte van de Prinsenhofssteeg, staat een bijzonder bouwwerk: een urinoir. Dit stuk straatmeubilair werd in 1926 tegelijkertijd met de nieuwe vleugel van het toenmalige stadhuis, geheel in de stijl van de Amsterdamse School gerealiseerd. Het is een ‘krul’, maar niet een ijzeren, zoals er veel in Amsterdam staan. Deze monumentale urinoir, ontworpen door de Publieke Werken architect  Allard Remco Hulshoff, heeft een natuurstenen sokkel met een daarboven aangebracht maaswerk van baksteen, afgedekt door een rond en plat dak en bekroond met beeldhouwwerk van Hildo Krop.
Vrijwel altijd probeerde Krop in elk beeld een bepaalde symboliek te leggen. Het waren bij Krop nooit zo maar beelden. Zelfs op deze urinoir creëerde hij niet zomaar een beeldje. Hier hakte hij het beeld ‘De Volksredenaar’. Het is niet toevallig dat dit beeld vlakbij de ingang van het stadhuis staat. Krop had in zijn jeugd Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) horen spreken. Die vurige rede van deze socialistische leider van de SDAP is Krop zijn hele leven bij gebleven. Deze ‘Volksredenaar’ geeft hij weer als een volksmenner met de rechter vuist strijdbaar omhoog. Hij wil het volk overtuigen om op te komen voor hun rechten. De rond dit figuur geplaatste koppen volgen dit advies, gezien hun open monden. Eén van deze koppen doet er echter het zwijgen toe. Interessant is dat juist deze ene kop een vrouwenkop is. Hier wordt subtiel aangegeven dat de vrouw anno 1926, ondanks het in 1919 verkregen kiesrecht, haar mening nog steeds niet openlijk mag verkondigen.

volksredenaar - foto: loek van vlerken 25.02.2011

B 55 c – Vos zittend voor cypres – Amsterdam

Willem Royaardsstraat, Amsterdam

1924-25

vos zittend voor cypresboompje - foto: loek van vlerken 22.06.2011

gebakken aarde, 60 cm

 

Aan de achterzijde van het Vossiusgymnasium, in de Willem Royaardsstraat, bevindt zich op een zuiltje van baksteen een vos zittend voor een cypresboompje. Dit beeldje van gebakken aarde uit 1924 is gelijk aan de beeldjes welke bij twee andere Amsterdamse scholen zijn geplaatst, n.l. aan de Wingerdweg in Noord en aan de Huismanhof in Betondorp.
Vanwege het feit dat de financiële middelen niet toereikend waren, vroeg de directeur van de afdeling Gebouwen van Publieke werken, ir. A.R. Hulshoff aan Krop of hij de ontwerpen van het schoolgebouw aan de Wingerdweg opnieuw mocht gebruiken voor een aantal scholen die werden ontworpen door de architect N. Lansdorp. Krop had daar geen bezwaar tegen, zodat dezelfde steentjes van gebakken aarde ook aan de gevels van de Watergraafsmeerschool in Betondorp, de Dr. Voûteschool in de Obistraat in Amsterdam-Oost en de achterzijde van het Vossius-gymnasium aan de Willem Royaardsstraat werden geplaatst. Bij de Dr. Voûteschool en het Vossius-gymnasium zijn overigens alleen de portiekbekroningen gebruikt.
Bij een reconstructie van de buurt werd de school in de Obistraat afgebroken, waarbij het beeldhouwwerk waarschijnlijk verloren is gegaan.

vos zittend voor cypresboompje - foto: loek van vlerken 22.06.2011

De oeuvre catalogus van E.J. Lagerweij-Polak vermeldt bij B55 dat de beeltenis van een van de portiekbekroningen een ‘lynx zittend voor een cypres’ betreft. Lynxen hebben een kort staartje. Dit dier heeft een lange staart  en een echte vossenkraag. Bovendien verbeeldde Krop regelmatige  vosjes bij scholen (symbool voor slimheid). We hebben hier dus niet te maken met een lynx, maar met een ‘vos zittend voor een cypres’.
vos zittend voor cypres - foto: loek van vlerken 10.09.2011
beeldje van Watergraafsmeerschool (B55b)

B 55 b – Watergraafsmeerschool – Amsterdam

Huismanhof 11/13, Amsterdam

1926

kabouter op slak - foto: loek van vlerken 10.09.2011 vos zittend voor cypres - foto: loek van vlerken 10.09.2011

a. portiekbekroningen:
1. kabouter op slak voor cypres (zwaar beschadigd)
2 vos zittend voor cypres
gebakken aarde, 60 cm elk

twee vogels - foto: loek van vlerken 10.09.2011
twee vogels

don quichotte te paard - foto: loek van vlerken 10.09.2011
Don Quichotte te paard

snacho panza op een ezel - foto: loek van vlerken 10.09.2011
Sancho Panza op ezel

fluitspelend jongetje - foto: loek van vlerken 10.09.2011
fluitspelend jongetje met vogels

de bremer stadsmuzikanten - foto: loek van vlerken 10.09.2011 de Bremer Stadsmuzikanten

zittend fauntje - foto: loek van vlerken 10.09.2011
fauntje zittend met gekruiste poten

kind rijdend op een bok - foto: loek van vlerken 10.09.2011
kind rijdend op bok

boom met springend hert - foto: loek van vlerken 10.09.2011
boommotief met springend hert

b. gevelsteentjes:
1. twee vogels
2. Don Quichotte te paard
3. Sancho Panza op ezel
4. fluitspelend jongetje met vogels
5. de Bremer Stadsmuzikanten
6. fauntje zittend met gekruiste poten
7. kind rijdend op bok
8. boommotief met springend hert
gebakken aarde, 34 cm

architect: N. Lansdorp

 

gevel - foto: loek van vlerken 10.09.2011portiekbekroning - foto: loek van vlerken 10.09.2011Na het scholencomplex aan het Zuivelplein uit 1923 bouwde Nico Lansdorp drie jaar later, aan het Huismanhof, een tweede school in Betondorp. Ook aan deze school zou Krop zijn medewerking verlenen. Maar omdat de gemeente op dat moment krap bij kas zat, vroeg de directeur van de afdeling Gebouwen van Publieke werken, ir. A.R. Hulshoff aan Krop of hij de ontwerpen van het schoolgebouw aan de Wingerdweg in Amsterdam-Noord (ook gebouwd door N. Lansdorp) opnieuw mocht gebruiken. Krop had daar geen bezwaar tegen, zodat dezelfde steentjes van gebakken aarde ook aan de Watergraafsmeerschool werden aangebracht. Deze steentjes hebben de voor Krop bekende thema’s zoals vogels, fauntjes en springende herten, maar ook figuren uit de literatuur, zoals de Bremer Straatmuzikanten uit de sprookjes van Grimm en Don Quichotte en zijn knecht Sancho Panza uit de roman van Cervantes. Er zijn nog twee scholen waar deze steentjes werden gebruikt (alleen de portiekbekroningen): de Dr. Voûteschool in de Obistraat in Amsterdam-Oost (school is afgebroken en beeldhouwwerk is waarschijnlijk verloren gegaan) en de achterzijde van het Vossius-gymnasium aan de Willem Royaardsstraat.

De oeuvre catalogus van E.J. Lagerweij-Polak vermeldt bij B55 dat de beeltenis van een van de portiekbekroningen een ‘lynx zittend voor een cypres’ betreft. Lynxen hebben een kort staartje. Dit dier heeft een lange staart  en een echte vossenkraag. Bovendien verbeeldde Krop regelmatige  vosjes bij scholen (symbool voor slimheid). We hebben hier dus niet te maken met een lynx, maar met een ‘vos zittend voor een cypres’.
vos zittend voor cypres - foto: loek van vlerken 10.09.2011

B 55 a – Openbare basisschool De Wingerd – Amsterdam

Wingerdweg 32-34, Amsterdam

1924-25

kabouter op slak - foto: loek van vlerken 20.03.2011 vos zittend voor cypres - foto: loek van vlerken 20.03.2011

a. portiekbekroningen:
1. kabouter op slak voor cypres
2 vos zittend voor cypres
gebakken aarde, 60 cm elk
(zowel de kabouter als de vos zijn zwaar beschadigd)

twee vogels - foto: loek van vlerken 20.03.2011
twee vogels

don quichotte te paard - foto: loek van vlerken 20.03.2011 Don Quichotte te paard

sancho panza op ezel - foto: loek van vlerken 20.03.2011
Sancho Panza op ezel

fluitspelend jongetje met vogels - foto: loek van vlerken 20.03.2011
fluitspelend jongetje met vogels

de bremer stadsmuzikanten - foto: loek van vlerken 20.03.2011
de Bremer Stadsmuzikanten 

fauntje zittend met gekruiste poten - foto: loek van vlerken 20.03.2011
fauntje zittend met gekruiste poten

kind rijdend op een bok - foto: loek van vlerken 20.03.2011
kind rijdend op bok

springend hert met boom - foto: loek van vlerken 20.03.2011
boommotief met springend hert

b. gevelsteentjes:
1. twee vogels
2. Don Quichotte te paard
3. Sancho Panza op ezel
4. fluitspelend jongetje met vogels
5. de Bremer Stadsmuzikanten
6. fauntje zittend met gekruiste poten
7. kind rijdend op bok
8. boommotief met springend hert
gebakken aarde, 34 cm

architect: N. Lansdorp

gevel - foto: loek van vlerken 20.03.2011Voor kleuter- en lagere scholen gebruikte Krop vaak sprookjesachtige motieven. Zo ook voor een school in Amsterdam-Noord aan de Wingerdweg. Naast de voor Krop bekende thema’s zoals vogels, fauntjes en springende herten, maakte hij voor deze schoolgevel ook figuren uit de literatuur, zoals de Bremer Straatmuzikanten uit de sprookjes van Grimm en Don Quichotte en zijn knecht Sancho Panza uit de roman van Cervantes.
Vanwege geldgebrek bij de gemeente, vroeg de directeur van de afdeling Gebouwen van Publieke werken, ir. A.R. Hulshoff aan Krop of hij de ontwerpen van het beeldhouwwerk aan dit schoolgebouw ook mocht gebruiken voor andere scholen. Krop had daar geen bezwaar tegen, zodat dezelfde steentjes van gebakken aarde ook aan de Watergraafsmeerschool in Betondorp werden aangebracht. Er zijn nog twee scholen waar deze steentjes werden gebruikt (alleen de portiekbekroningen): de Dr. Voûteschool in de Obistraat in Amsterdam-Oost (school is afgebroken en beeldhouwwerk is waarschijnlijk verloren gegaan) en de achterzijde van het Vossius-gymnasium aan de Willem Royaardsstraat.

De oeuvre catalogus van E.J. Lagerweij-Polak vermeldt bij B55 dat de beeltenis van een van de portiekbekroningen een ‘lynx zittend voor een cypres’ betreft. Lynxen hebben een kort staartje. Dit dier heeft een lange staart  en een echte vossenkraag. Bovendien verbeeldde Krop regelmatige  vosjes bij scholen (symbool voor slimheid). We hebben hier dus niet te maken met een lynx, maar met een ‘vos zittend voor een cypres’.
vos zittend voor cypres - foto: loek van vlerken 10.09.2011
beeldje van Watergraafsmeerschool (B55b)

biografie Hildo Krop

plaquette aan het geboortehuis van Hildo Krop

.

JEUGD
Hildebrand Lucien (Hildo) Krop werd geboren op 26 februari 1884 in het Overijsselse Steenwijk. Een bronzen plaquette uit 2000 aan zijn geboortehuis in de Oosterstraat 11, gemaakt door de beeldhouwer Jan Krikke, herinnert hieraan. Hildo groeide op in een banketbakkersgezin. Het gezin bestond uit twee zoons en vier dochters. Bovendien telde dit gezin nog een vroeg wees geworden nichtje en inwonend personeel. De vader van Hildo Krop kwam uit een protestants milieu, maar keerde de kerk de rug toe. Hij bezocht, soms in het gezelschap van zijn beide zoons, bijeenkomsten waar mensen als F. Domela Nieuwenhuis en Pieter Jelles Troelstra spraken. Hier ontstond bij de jonge Hildo de kiem voor het socialisme. Het kunstzinnig talent had Hildo van moeders kant. Als jonge vrouw speelde ze evenals haar man bij de amateurtoneelvereeniging. Zijn grootvader Hendrik Cordes was horlogemaker, fotograaf en tekenleraar.
Hoewel Hildo goed kon leren, zat hij niet graag op school. Het leek daarom voor de hand liggend dat hij werd voorbereid om de bakkerij van zijn vader over te nemen, temeer omdat zijn oudere broer wèl wilde doorleren.

1898

OPLEIDING BANKETBAKKER / KOK
Met veertien jaar leerde hij van zijn vader de eerste beginselen van het bakkersvak. Een jaar later ging hij, zoals dat in die tijd de gewoonte was, elders praktijkervaring op te doen. Bij bakker Willemse in Leiden liep hij stage. ‘s Avonds ging hij boetseerlessen volgen om marsepeinfiguren te kunnen maken. In 1901 ging hij als tweede bediende werken bij een joodse bakker in de Amsterdamse Utrechtsestraat. In 1902 vertrok hij naar de stad Groningen om daar te gaan werken bij een banketbakkerij aan de Groote Markt. Twee jaar daarna ging hij ter vervolmaking van zijn bakker-kok-opleiding naar Brussel. Hier kreeg hij een betrekking bij een patisserie aan de chique Avenue Louise. In zijn vrije tijd ging de jonge Krop vaak de stad in om de vele beeldhouwwerken van Brussel te bewonderen van onder anderen Constantin Meunier en Jef Lambeaux.

1902 bakkersgezel in Groningen – Krop 2e v.l.

ENGELAND
Na allerlei omzwervingen in Frankrijk en Italië, waar hij baantjes had als banketbakker, kok en balensjouwer in de haven, kreeg hij in 1906 in Engeland werk als kok op het historische buiten Well Hall in Eltham, Kent. Het was een cultureel en politiek bewust milieu waarin hij terecht kwam. Krops werkgevers, Sir Hubert Bland en Edith Nesbit, ontvingen veel gasten, waarvoor Krop diners bereidde. Onder deze gasten waren veel kunstenaars en ‘Fabians’. Sir Hubert Bland was een vooraanstaand lid van de Fabian Society, een vereniging van democratisch gerichte socialisten uit de ontwikkelde middenklasse. Ondanks de vele diners, had Krop soms tijd om wat te schilderen. Met deze bezigheid was hij al in Steenwijk begonnen in het atelier van zijn grootvader Cordes. Mevrouw Bland raakte geïnteresseerd in Krop toen ze hem bezig zag met een zelfportret. Zij nodigde hem uit huiselijke bijeenkomsten bij te wonen, waar onder andere Bernard Shaw kwam. Ook bracht ze Krop in contact met de schilder/lithograaf Gerald Spencer Pryce. Hij raadde Krop aan schilderlessen te nemen. Dit was een zaadje dat in vruchtbare bodem viel. Krop nam ontslag bij de Blands en volgde een zomercursus op de Heatherly’s of Fine Art in Londen.

RIJKSACADEMIE
Eenmaal terug in Nederland, hij was ondertussen een goed opgeleide banketbakker, liet Hildo zijn ouders weten dat hij toch liever kunstenaar wilde worden. Eind 1907 vertrok hij opnieuw naar Frankrijk om er teken- en schilderlessen te gaan volgen aan de vrije Académie Julien in Parijs. In deze periode begon hij tevens met het boetseren van volkstypen. Omdat hij in zijn directe omgeving meer waardering ondervond voor zijn kleifiguren dan voor zijn teken- en schilderwerk, verschoof zijn ambitie in toenemende mate naar het beeldhouwen. Om die reden meldde de 24 jarige Krop zich in 1908 aan als leerling aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. In 1911, na het behalen van het einddiploma van de Rijksacademie, schreef Krop zich in voor de Prix de Rome met een in gips uitgevoerde schets (Cain door de pijl van Lamech gedood – V 3). Hij behaalde hiermee de tweede prijs.

1910-11

BEGINPERIODE
Hoewel aan de zilveren medaille van de Prix de Rome geen jaargeld was verbonden, kreeg Krop toch de gelegenheid zich gedurende een jaar in het buitenland te oriënteren. De winter van 1911-1912 bracht hij door in Berlijn, waar hij lessen volgde aan de Kunstgewerbeschule, een kunstnijverheidsopleiding. Hier leerde hij onder meer de techniek van het snijden in leisteen, een vaardigheid die hem later van pas zou komen bij het vervaardigen van penningen. Via Rome en opnieuw Parijs vestigde de jonge kunstenaar zich eind 1912 definitief in Amsterdam om zich verder te bekwamen in verschillende technieken. Het hakken in steen had hij niet geleerd aan de Rijksacademie. Die opleiding bestond nog niet en zou pas in 1914 als onderdeel van de beeldhouwopleiding ingevoerd worden. Zijn vriend John Rädecker, zoon van een steenhouwer en inmiddels zelf een bedreven bewerker van steen, had hem al eerder de beginselen en de fijne kneepjes van het hakken in verschillende steensoorten geleerd. Om in zijn levensonderhoud te voorzien ging hij werken als meubelmaker-in-opleiding bij de Amsterdamse meubelmaker W. Gieben. Hier kreeg hij een gedegen opleiding als meubelmaker. Van de voorman Anton Stoltz leerde Krop de techniek van het houtsnijden. Bijzonder is dat deze Stoltz later veel werk van Krop zou gaan uitvoeren als voorman in het atelier van Krop .

GEZIN
In 1914 trouwde Krop met Mien Sleef. Krop was een regelmatige bezoeker van liederen-avonden, waar gezongen werd door amateurs. Op een van deze avonden heeft Krop Mien Sleef leren kennen. Zij was de dochter van de voorzitter van de Amsterdamse SDAP-afdeling en typograaf J.W. Sleef. De omgang met het gezin Sleef zal Krops’ politieke vorming ongetwijfeld hebben beïnvloedt. Anders dan Krop die goedaardig van karakter was, hoewel hij zeer boos kon worden, had Mien een felle en fanatieke natuur. Naast hun twee kinderen Helen  en Johan, die voorspoedig opgroeiden, overleed hun derde kind Hein al heel jong. Vanaf 1920 woonde het gezin naast het atelier aan de Plantage Muidergracht.

 SCHEEPVAARTHUIS
De architect Piet Kramer introduceerde in 1914 Hildo Krop bij de architect van het nog te bouwen Scheepvaarthuis, J. M. van der Meij. Hierdoor kwam het contact tot stand tussen Krop en de eerstverantwoordelijke beeldhouwer van het Scheepvaarthuis, H. A. van den Eijnde. De uitvoering van het beeldhouwwerk aan het Scheepvaarthuis werd verzorgd door een groep beeldhouwers onder leiding van Van den Eijnde met als zijn eerste assistent Hildo Krop.
Het werk aan het Scheepvaarthuis was voor de ontwikkeling van Krop van grote betekenis. Hij leerde hier het bewerken van een ongelofelijke verscheidenheid aan materialen: van gebakken aarde tot graniet, van gips en hout tot lood en ijzer. Maar eigenlijk was het werk aan het Scheepvaarthuis voor alle beeldhouwers van groot belang. Hier werd voor het eerst in Nederland door de beeldhouwers met luchtdrukhamers gewerkt.

PUBLIEKE WERKEN
De door Krop verrichtte werkzaamheden aan het Scheepvaarthuis trokken zo de aandacht van A.W. Bos, de directeur van de Amsterdamse Gemeentelijke Dienst der Publieke Werken, dat hij de wethouder verzocht hem te machtigen een regeling te treffen, waarbij Krop een gedeelte van zijn tijd en werkkracht ter beschikking zou kunnen stellen voor belangrijke werken die bij de Dienst in uitvoering waren. Het honorarium was fl. 7,50 per halve werkdag, inclusief de atelierhuur aan de Plantage Muidergracht. Bovendien werd het loon van de uitvoerders evenals de huur van de benodigde hakmachines door de gemeente betaald. Er werd bepaald dat Krop voor elke opdracht een ontwerp in klei en een gipsafgietsel diende te leveren en uiteraard het definitieve werk, dat meestal gehakt werd in steen. Dit voorstel werd 16 juni 1916 bekrachtigd en nooit meer gewijzigd, op de honorering en een onderbreking gedurende de Tweede Wereldoorlog na. Gedurende dit dienstverband zijn heel veel werken tot stand gekomen. Aan veel  scholen en andere openbare gebouwen in de stadsuitbreidingswijken die tussen de beide wereldoorlogen werden gebouwd, werd beeldhouwwerk van Krop toegepast. Maar ook aan de Amsterdamse bruggen ontstond werk van Krop. Begin twintigste eeuw werden in Amsterdam in de nieuwe wijken aan de rand van de stad maar ook in het centrum, vanwege de toename van het verkeer, veel bruggen gebouwd en verbouwd. Voor meer dan twintig bruggen, bijna allemaal ontworpen door de architect Kramer (die evenals Krop een dienstverband had bij dezelfde gemeentelijke dienst), heeft Krop beeldhouwwerk gemaakt. Door de samenwerking met verschillende architecten in Amsterdam, kreeg Krop ook regelmatig opdrachten aan bouwbeeldhouwwerk elders in het land. Voor bankgebouwen, kerken, scholen, woningcomplexen en winkels maakte hij de meest uiteenlopende sculpturen.

SOCIALISME
In zijn jeugd had Hildo Krop, aan de hand van zijn vader, de socialistische leider van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, Pieter Jelles Troelstra horen spreken. Dit maakte een blijvende indruk op hem. Omstreeks 1908 werd hij lid van de SDAP. Dit lidmaatschap duurde echter maar tien jaar. Krop verliet de SDAP in 1918 omdat in het socialistische dagblad ‘Het Volk’ een oproep stond om de negende Duitse oorlogslening te steunen. De pacifist Krop was van mening dat hij van een dergelijke partij geen lid meer kon zijn. Krop is na zijn vertrek bij de SDAP naar eigen zeggen nooit meer lid geweest van een politieke partij, ondanks zijn sterke communistische sympathieën.
Krop was een overtuigd strijder voor een betere samenleving met meer gelijkheid en solidariteit. Het socialisme heeft Krop in veel van zijn werk inspiratie gegeven. In het werk van de socialistische schrijvers als Abraham van Collem, C.S. Adama van Scheltema en Herman Gorter vond Krop gedreven medestanders om via hun werk de arbeiders de weg naar een beter leven te wijzen. Met name het gedicht ‘Pan’ van Gorter heeft een sterke stempel gedrukt op het werk van Krop. Tussen 1918 en 1931 vervaardigde hij meer dan vijfentwintig werken in de openbare ruimte waarin een prominente rol voor de faun wordt ingeruimd. Krops faunen, saters en Panfiguren zijn rechtstreeks terug te voeren op Gorters episch gedicht, dat in kringen van socialisten een grote faam had. In dit werk wordt door toedoen van Pan een omwenteling tot stand gebracht, waarin het kapitalisme wordt overwonnen en de arbeiders betere leefomstandigheden krijgen.

BAUHAUS
Rond het begin van de jaren twintig begon Krop bekendheid te krijgen en werd zijn werk ook in het buitenland getoond, onder meer op de tentoonstelling ‘Holländische Kunst’ in Berlijn. Walter Gropius, de eerste directeur van Bauhaus in Weimar, zag zijn werk en vroeg Krop aan het Bauhaus les te komen geven, omdat hij in hem zijn eigen levensidealen herkende. Krop ging serieus in op het voorstel van Gropius en reisde naar Weimar. De tegenstellingen binnen het Bauhaus begonnen echter  in 1921 al duidelijk te worden en de politieke situatie in Duitsland was onstabiel. Daarnaast had Krop het eigenlijk best naar zin in Amsterdam met zijn werk voor de gemeente. Het aanbod van Gropius werd door Krop afgewezen.

circa 1925

MONOPOLIEPOSITIE
In de loop van de jaren twintig werden er verschillende keren bezwaren geuit tegen de monopoliepositie van Krop binnen Publieke werken. Voor het eerst was dat in 1923, toen een slechter wordende economie de toepassing van beeldende kunst aan gebouwen bedreigde. Er werd bepleit bij de afdeling Kunstzaken van de gemeente, ook anderen dan Krop in de gelegenheid te stellen voor de gemeente te werken. Het verantwoordelijk hoofd van de afdeling Gebouwen, Allard Remco Hulshoff, stelde zich op het standpunt dat hij evenals andere architecten het recht had zelf uit te maken met welke beeldhouwer hij wilde samenwerken. In 1928 volgde opnieuw een dergelijk incident. De commissie van Bijstand voor de Kunst achtte het niet in het belang van de stad om alle sculpturen door dezelfde beeldhouwer uit te laten voeren. Men vond dit ook oneerlijk tegenover andere beeldhouwers die nooit een kans kregen. Hulshoff was van mening dat de commissie een verkeerde indruk had van de omvang van het aan Krop opgedragen werk. Deze was niet zodanig, dat de kwaliteit er onder zou lijden. Hij wees ook op de snelle uitvoering van het werk door Krop. Bovendien, en dat was wellicht de voornaamste reden, was de verstandhouding tussen de gemeente en Krop uitstekend te noemen. Ook in latere jaren zou de positie van Krop nog enige malen ter sprake komen in de gemeenteraad. In 1929 had de gemeente oog voor noodlijdende kunstenaars en liet men naast Krop nog negen andere beeldhouwers beeldhouwwerk ontwerpen voor een brug. Voor deze brug ontwierp Krop wel het belangrijkste beeld, een steigerend paard met tussen de voorbenen een klein meisje (B 82). Het is de verbeelding van ‘De onbevangenheid der mensen tegenover het leven’ en is een van de bekendste werken van Krop geworden. De andere negen beeldhouwers maakten beeldjes die zich bevinden in het plantsoen langs de waterkant. Ook aan een brug aan de Jan van Galenstraat (B 94) zouden meerdere beeldhouwers hun bijdrage leveren: naast Krop, Jaap Kaas, Jan Trapman en Hubert van Lith. Het werk van verschillende kunstenaars bleek te heterogeen om zo dicht op elkaar geplaatst te worden, vond de wethouder van Kunstzaken. In principe leek daarmee de positie van Krop veilig gesteld, maar de praktijk bleek anders.

NIEUWE ZAKELIJKHEID
Langzamerhand verminderde de behoefte aan bouwbeeldhouwkunst sterk. Dit had niet alleen te maken met de verslechterende economische omstandigheden. De Amsterdamse school maakte plaats voor de bouwstijl van de Nieuwe Zakelijkheid. Na 1932 werd bouwbeeldhouwwerk niet meer toegepast en het sculptuur werd steeds meer een autonoom element bij een gebouw. Veel van deze sculpturen hebben een klassieke, strenge uitstraling. Ook de maatvoering had meer relatie tot het gebouw. Dit betekende voor Krop een ander soort opdrachten, zoals het standbeeld van Erasmus (B 89) bij de ingang van het Vossius-gymnasium.

circa 1934

SOVJET-UNIE
Met veel andere kunstenaars keek Krop met enthousiasme naar de Russische Revolutie en de jonge Sovjet-staat. Een staat waar de arbeider het voor het zeggen zou hebben. Dat Krop geen lid van de communistische partij werd, had meer een pragmatische reden. Hij wilde zijn positie als stadsbeeldhouwer niet in gevaar brengen. Het echtpaar Krop bewoog zich echter wel in communistische kringen. Voor De Tribune maakte hij in de jaren twintig politieke houtsneden en bij het tienjarig bestaan van de Sovjet-Unie ontwierp hij een legpenning (P 5). Ook ontstond er van zijn hand een portretbuste van Lenin (V 89), die zijn verdere leven in zijn atelier pronkte. In 1935 ging Krop op uitnodiging van de WOKS (een Russische vereniging voor culturele betrekkingen met het buitenland) naar de Sovjet-Unie. De bedoeling was dat hij een maand in Moskou zou verblijven, het werden drie maanden. De bereidheid van het echtpaar Krop om inlichtingenagenten van de Sovjet-Unie van dienst te zijn, wordt gesuggereerd door Igor Cornelissen in zijn boek ‘De GPOe op de Overtoom’. Krop maakte kennis met geheim agent Ignace Reiss. Hildo en Mien Krop waren wel gesteld op deze Reiss (of Poretsky, of Meneer Ludwik) en er ontstond een vriendschappelijke relatie, die onder meer resulteerde in een indringende portretbuste van deze ‘meneer Ludwik’ (V 106). Krop gaf na de oorlog in gesprekken met de Binnenlandse Veiligheidsdienst weinig prijs over deze vriendschap. Een gepensioneerde ambtenaar van de BVD laat in het boek van Cornelissen weten: “Hildo was geen apparatsjik. Hij was politiek niet zo slim, hij was vooral een idealist. Ons idee was dat zijn vrouw Mien er veel dieper in stak.”

TWEEDE WERELDOORLOG
In mei 1941 werd de discussie over de monopoliepositie van Krop voor de derde keer geopend, dit keer door de wethouder van Kunstzaken J. Smit. Deze wethouder was lid van de al voor de oorlog opgerichte Nederlandse Cultuurkring, die sympathiseerde met de gedachte van een nationalistische cultuur en die zich afzette tegen de antifascistische beweging. Door de gemeente was inmiddels besloten dat elke kunstenaar zou kunnen inschrijven op kunstwerken aan bouwwerken. Al op 20 mei 1941 werd de directeur van Publieke werken verzocht om met spoed op te geven welke opdrachten aan Krop in een zodanig stadium verkeerden, dat ze alsnog zouden kunnen worden geannuleerd. Op 10 juni antwoordde directeur De Graaf, dat Krop geen werk in voorbereiding of uitvoering had, maar dat drie opdrachten zich in een dergelijke fase bevonden, dat ze redelijkerwijs niet meer konden worden teruggedraaid. Dit betrof beeldhouwwerk aan de bruggen aan het Vondelpark (B 109), Weesperplein (B 111) en Parnassusweg (B 114). De ontslagbrief aan Krop is gedateerd 14 juli 1941.
In de Tweede Wereldoorlog waren het vooral de beeldhouwers, en dan met name de Amsterdamse leden van de NKB, die protesteerden tegen het Kultuurkamerbeleid van de Duitse bezetter. Toen begin 1942, tijdens een vergadering van de NKB enkele beeldhouwers met Duitse sympathieën, overwogen om toch maar te tekenen voor de Kultuukamer, verlieten Gerrit van der Veen, Fred Carasso, Leo Braat en Hildo Krop de bijeenkomst, waarbij penningmeester Braat de kas meenam. Het geld zou voornamelijk worden gebruikt om kunstenaars in moeilijkheden financieel te kunnen helpen. Krop werd later nog gepaaid om lid te worden van de Kultuurkamer, waarbij hem herstel van de werkverhouding en een belangrijke opdracht in het vooruitzicht werd gesteld. Krop weigerde resoluut. Hij zou nog liever weer als kok gaan werken. Gedurende de oorlog kreeg Krop alleen een paar privé-opdrachten en maakte veel vrij werk. Hoewel het bekend was dat Krop er een antifascistische mening op na hield, werd hij pas in januari 1944 opgeroepen om te worden verhoord door de Duitse politie. Hoewel van veel kanten Krop het advies kreeg om onder te duiken, meldde hij zich toch bij het hoofdkwartier van de SS in de Euterpestraat in Amsterdam. Hij werd gedurende drie uur verhoord door een Nederlander in het bijzijn van een Duits officier. Op een gegeven moment wilde men hem laten gaan, maar de ondervrager zei: ‘Toch heb ik het gevoel dat je me belazert!’ Krop, die zijn hoed al op had, zette die weer af en zei: ‘Wel, dat neem ik niet!’ Tenslotte liet men hem toch vertrekken .

NA DE OORLOG
Al vrij snel na de bevrijding kwam de verbroken verhouding tussen de gemeente en Krop aan de orde. Er werd voorgesteld om eerherstel te verlenen door Krop de opdracht te geven om een beeldje te maken voor een locatie aan het Rokin (Fortuna – B 117). Het college vreesde echter dat daaruit opgemaakt zou kunnen worden dat Krop opnieuw ‘het monopolie voor de opdrachten voor de Dienst van Publieke werken zou moeten hebben’. Er werd besloten dat Krop wel de opdracht voor het beeldje aan het Rokin zou krijgen, maar dat hij niet in zijn oude positie bij Publieke werken zou terug komen. Een bezoek aan Krop van de wethouders voor Kunstzaken en Publieke Werken, in gezelschap van de stadsarchitect Hulshoff had echter tot resultaat, dat dit besluit werd teruggedraaid. Krop werd wel duidelijk gemaakt, dat ‘gezien de ontwikkeling van de Nederlandse beeldhouwkunst, dat in de toekomst ook aan andere talentvolle krachten van Gemeentewege opdrachten behooren te worden gegeven’. Krop was het hier van harte mee eens. Hij gaf bij herhaling blijk van zijn waardering voor de jonge garde. Maar toch hield hij een gevoel van teleurstelling over aan de manier waarop dit allemaal tot stand kwam. De opdracht voor het beeldje aan het Rokin ervoer hij als een doekje voor het bloeden. Zó kon hij niet ingaan op het voorstel. Hij vond dat B&W de culturele kant van de zaak verwaarloosden. Het ging niet om hem, maar om het culturele belang van zijn werk voor de stad. ‘Zelfs al wilde u de oude regeling niet weer in werking laten treden, dan had dit toch wel op een andere manier kunnen gebeuren, met althans enige waardering voor de vele werken’. Uiteindelijk herstelde de gemeente de fout. Wethouder De Roos sprak op 3 januari 1946 zijn erkenning uit over verdiensten van Krop voor de stad. Vervolgens accepteerde Krop alsnog de opdracht voor het beeldje Fortuna, het oude dienstverband ging weer in en maakte Krop opnieuw deel uit van de heropgerichte commissie voor opdrachten van beeldhouwwerk.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een golf van opdrachten voor verzets- en herdenkingsmonumenten. Een van de eerste monumenten, die Krop ontwierp, was dat voor de Nieuw Ooster (begraafplaats in Amsterdam-Watergraafsmeer) ter nagedachtenis van de achttien mannen die waren terecht gesteld na de Februaristaking in 1941. Ook ontwierp hij herdenkingsmonumenten o.a. aan de Marnixstraat in Amsterdam, Steenwijk, Kampen en Den Haag.

circa 1947

STADSBEELDHOUWER VAN AMSTERDAM
Op 21 februari 1956 werd Krop eindelijk officieel ‘Stadsbeeldhouwer van Amsterdam’. Bij deze eretitel werd hij tevens benoemd tot adviseur van Publieke werken voor de beeldhouwkunst. Ook kreeg hij de opdracht van de gemeente een monument te ontwerpen voor de architect H.P. Berlage, dat geplaatst zou worden op het Victorieplein. Dit was een eervolle, maar zware opdracht voor de 72-jarige Krop, omdat het beeld en sokkel naar zijn mening in natuursteen uitgevoerd moest worden. Van de mogelijkheid het in brons uit te voeren, een suggestie van zijn bezorgde vrouw, wilde Krop niets weten. Het zou tien jaar duren voordat het beeld onthult zou worden (Mo 48).

LAATSTE JAREN
In de eerste helft van de jaren zestig liet Krops gezondheid steeds meer te wensen over. Het auto-ongeluk dat hij eind 1963 kreeg verslechterde zijn gesteldheid behoorlijk. Maar op 26 februari 1964 was hij voldoende hersteld om de huldiging voor zijn tachtigste verjaardag in zijn geboorteplaats Steenwijk te ondergaan. Enkele maanden later volgde een uitgebreide solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam.
Hildo Krop stierf in het harnas. Op 20 augustus 1970 overleed hij in zijn atelier aan de Plantage Muidergracht aan een hartaanval.

1964

masker op muur atelier - foto: loek van vlerken 29.09.2015 muurschildering atelier - foto: loek van vlerken 29.09.2015
Herinnering aan Hildo Krop  in zijn oude atelier aan de Plantage Muidergracht:
een uitgehouwen kop en een muurschildering

De portretfoto’s van Hildo Krop komen uit het archief van het Hildo Krop Museum, Steenwijk

.

gazelle transparante achtergrond klein