Tagarchief: heij w.

Lopend paar – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1949

polychroom geglazuurd terracotta, 26 cm

“De keuze voor het thema man/vrouw, (echt)paar kan niet los worden gezien van Krop zijn credo: Kunst en gemeenschap dienen onverbrekelijk met elkaar te zijn verbonden. Een kunstenaar is een dienaar van de gemeenschap, waarbij hij het woord gemeenschap in dit verband altijd met een hoofdletter schreef. Een kunstwerk, zo was zijn opvatting, dient iets te symboliseren en een vorm te hebben die de gevoelens en verlangens vertolkt die bij mensen leven. Aangezien de kleinste eenheid, waar een gemeenschap door wordt gevormd, uit twee mensen bestaat, een man en een vrouw, ligt hier ten diepste de verklaring voor Krop zijn niet aflatende keuze, gedurende zijn gehele leven, voor juist dit thema”.

(citaat Wim Heij: Nieuwsbrief nr. 14 – juli 2017 – Hildo Krop Museum).

V 95 – Doodsportret van Willem Steenhoff

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1932

witte grès, 19 cm

De kunstschilder, graficus en tekenaar Willem Steenhoff  (1863-1932) was van 1905 tot 1924 onderdirecteur van het Rijksmuseum in Amsterdam en daarna directeur van het Haagse Mesdag Museum (1924-1928). Vanaf 1914 werkte Steenhoff ook als kunstcriticus voor de krant De Nieuwe Amsterdammer.

Wim Heij schreef over Krops doodsportret van Willem Steenhoff in het boek ‘Hildo Krop – Portretten’: “Dit in ivoorbleke grès uitgevoerde portret laat op indringende wijze de eerbied voor het mysterie van de dood zien.”

Leda en de zwaan – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

jaren ’50 (?)

leda en de zwaan - foto: loek van vlerken 07.05.2018leda en de zwaan - foto: loek van vlerken 07.05.2018leda en de zwaan - foto: loek van vlerken 07.05.2018

polychroom geglazuurd keramiek, 10 cm

Leda is een bekend figuur uit de Griekse mythologie. Deze bekendheid ontleent zij aan het verhaal ‘Leda en de zwaan’. De oppergod Zeus was verliefd op Leda, maar kon haar niet verleiden een keer geslachtsgemeenschap met hem te hebben. Om zijn doel te bereiken veranderde hij zichzelf in een zwaan en overweldigde Leda.
Door de eeuwen heen heeft dit klassieke thema ontelbare kunstenaars geïnspireerd, zoals Michelangelo, Leonardo da Vinci, Matisse, Dali, Cézanne en Brancusi. Hildo Krop maakte op dit thema  in ieder geval twee plastiekjes, vermoedelijk in de jaren vijftig van de vorige eeuw, waarvan er één deel uitmaakt van de collectie van het  Hildo Krop Museum in Steenwijk.
Dit werk is niet opgenomen in de oeuvrecatalogus Lagerweij-Polak.

bron: Hildo Krop Keramiek, Wim Heij, 2015

V 171 – Johan Wertheim – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1958 – 59

johan wertheim - foto: loek van vlerken 07.05.2018johan wertheim - foto: loek van vlerken 07.05.2018johan wertheim - foto: loek van vlerken 07.05.2018johan wertheim - foto: loek van vlerken 07.05.2018

terracotta, 18 cm

Johan Wertheim (1898-1977) was in zijn tijd een bekende beeldhouwer, vooral als portrettist. Ook als cultuurondernemer heeft hij zich bijzonder onderscheiden; hij was de initiatiefnemer van de succesvolle Stichting Openbaar Kunstbezit. Wekelijks werd op de radio en later ook op televisie een kunstwerk besproken waarvan de abonnees tevoren een reproductie thuis gestuurd hadden gekregen.
Aan het eind van de jaren vijftig maakte Hildo Krop van deze Johan ‘Jobs’ Wertheim een klein figuurportret. Wim Heij schrijft over dit beeldje in de uitgave ‘Portretten’  (2011) van het Hildo Krop Museum: “Het is zonder meer frappant hoe Krop in een beeldje van slechts achttien cm hoog, door het een bepaalde houding te geven, de totale mens Wertheim heeft weten te typeren”.
Dit figuurportret in terracotta behoort zonder meer tot het beste wat Krop als portrettist heeft gemaakt en bevindt zich in de collectie van het  Hildo Krop Museum in Steenwijk.

Ook bezit het museum een foto waarop Wertheim een portret maakt van Hildo Krop. In zijn eigen atelier zit Krop pontificaal te poseren, terwijl Wertheim zorgvuldig de kleistukjes modelleert. Of er iets met het kleimodel is gedaan is niet duidelijk. Bij het Hildo Krop Museum is het niet bekend of er een afgietsel van is gemaakt.


bron: Portretten, Wim Heij, 2011

Tapir en miereneter, Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1927 (of later)

tapir - foto: loek van vlerken 26.03.2018tapir - foto: loek van vlerken 26.03.2018tapir - foto: loek van vlerken 26.03.2018
tapir

miereneter - foto: loek van vlerken 26.03.2018miereneter - foto: loek van vlerken 26.03.2018
miereneter

polychroom geglazuurd keramiek, resp. 4 en 3,5 cm

Voor zijn in 1919 geboren zoontje Johan boetseerde Hildo Krop een olifantje. Vanwege zijn ontwerpen voor de Steenwijkse keramiekfabriek ESKAF, kwam hij op het idee om dit boetseerwerkje te bakken. Bij gebrek aan beter deed hij dit in een potkachel. Het resultaat was verre van optimaal en hij besloot lessen te gaan volgen bij de docent/keramist Bert Nienhuis (1873-1960). Ook kocht hij een op kolen gestookte oventje waarmee hij ging experimenteren. Vanaf 1927 produceerde hij een grote hoeveelheid kleine keramische werkjes, waaronder veel dierfiguurtjes. Voor het vervaardigen  van veel exotische dieren, zoals deze tapir en miereneter, had hij veel voorbeelden op loopafstand. De dierentuin Artis bevond zich namelijk vlak achter zijn atelier aan de Plantage Middenlaan. Regelmatig was hij hier te vinden om schetsen te maken van de meest uiteenlopende diersoorten.

bron: Hildo Krop – keramiek, Wim Heij, 2015

V 75 – Portret Karel B. (Bendien) – Steenwijk

1929

Hildo Krop Museum,  Steenwijk

karel bendien - foto: loek van vlerken 26.03.2018karel bendien - foto: loek van vlerken 26.03.2018karel bendien - foto: loek van vlerken 26.03.2018karel bendien - foto: loek van vlerken 26.03.2018

brons, 36 cm

Hildo Krop kwam al vanaf zijn academietijd veelvuldig bij de familie Bendien over de vloer. Hij was enige tijd verloofd met Celina Bendien. Met Celina’s broer Jacob Bendien, de schilder, was Krop ook  goed bevriend. Aan het begin van hun kunstenaarsbestaan gingen de twee regelmatig op pad om buiten te tekenen.

In 1929 maakte Krop een portret van Karel Bendien. Wie deze Karel Bendien was is niet geheel duidelijk. Waarschijnlijk was het een van de vele neven van Celine en Jacob.

Er bestaan twee bronzen exemplaren van het ‘Portret Karel B.’, waarvan er een in het bezit is van het Hildo Krop Museum te Steenwijk.

bronnen: Hildo Krop Portretten, Wim Heij, 2011;
email Ype Koopmans, 2021

V 80 – Doodsportret Erich Wichman – Utrecht / Steenwijk

1929

doodsportret erich wichman terracotta 1 - foto loek van vlerken 26.03.2018doodsportret erich wichman terracotta 2 - foto loek van vlerken 26.03.2018

1 ex. terracotta, 1 ex. brons, 14 x 39 x 43 cm

terracotta: Hildo Krop Museum, Steenwijk
brons: Centraal Museum, Utrecht

Van de overleden Erich Wichman (1890-1929) maakte Hildo Krop een doodsportret in terracotta en brons. In het bijzonder het gedrag van deze in Utrecht geboren Wichman zorgde er voor dat deze beeldende kunstenaar en begaafde literator/polemist bij zijn leven al een legende was. Hij kleedde zich als een dandy, verheerlijkte het alcoholisme als levensstijl en beschimpte in zijn spotschriften zo ongeveer alles en iedereen. Na zijn dood raakte Wichman, vanwege zijn betoonde sympathie voor het fascisme van Mussolini, zeer omstreden. De nog uit de begintijd van De Kring daterende vriendschap tussen Wichman en Krop was kennelijk zo sterk dat de antifascist Krop dit maar op de koop toe nam. Bovendien was men in kunstkringen gedurende de jaren twintig, politiek gezien, niet zo gepolariseerd als tegenwoordig.  Nederland was een sterk religieus en politiek verzuilde maatschappij waarin men gewend was elkaar zoveel mogelijk met rust te laten. Kunstenaars waren veeleer geneigd elkaar te helpen. Pas ná de machtsovername van Hitler in 1933, verhardden de politieke standpunten zich onder kunstenaars, ook in Nederland.
Krop en Wichman exposeerden samen in 1916 in de Haagse Kunstzaal d’Audretsch van Krops zwager Herman d’Audretsch, ook hadden zij gelijktijdige werkzaamheden aan het Nederlandse Paviljoen op de ‘Art Déco’ tentoonstelling van 1925 in Parijs. Maar Krops doodsportret van Wichman is niet zomaar ontstaan als een werk uit ‘vriendschappelijke collegialiteit’. Het was de ‘linkse’ Amsterdamse uitgever en journalist Henri Wiessing die de verbindende factor was tussen Krop en Wichman. Wiessing was aanvankelijk de directeur van De Amsterdammer, tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij dat van de zeer linkse afsplitsing daarvan, het weekblad de Nieuwe Groene Amsterdammer. Vanaf begin 1918 was hij uitgever van het tijdschrift Wendingen. In het ‘Houtsnijdersnummer’ (1919) van dit tijdschrift publiceerden zowel Wichman als Krop grafisch werk. Ná 1921 werd Wiessing een soort zaakwaarnemer van Wichman. Onder het pseudoniem Van den Eeckhout schreef Wiessing regelmatig over moderne Nederlandse beeldhouwkunst in Architectura  en publiceerde in 1925 een interview met Krop.
Zo wonderlijk is het dus niet dat Wiessing begin januari 1929 met  Krop telefoneerde om hem op de hoogte te brengen dat Wichman op nieuwjaarsochtend was overleden. Tevens vroeg hij Krop of hij een doodsportret van Wichman wilde maken. “Hij ligt daar maar en straks is hij weg…” Krop kon heel hard werken, maar in een of twee dagen een gelijkend doods/herinneringsportret van iemand maken was te veel gevraagd. Wiessing heeft toen een anoniem gebleven fotograaf gevraagd de overledene op diens doodsbed te fotograferen. Deze foto diende als boetseervoorbeeld voor het levensgrote bronzen portret: de houding is immers identiek. Overigens zal Krop het portret hoogst waarschijnlijk niet voor niets hebben gemaakt, maar wie hem er voor betaalde is niet bekend.

bronnen:
Hildo Krop Portretten, Wim Heij, 2011;
Reactie op Bezoekersvragen, Nieuwsbrief Hildo Krop Museum nr. 23, Frans van Burkom, december 2019

V 176 – Opvliegende roofvogel – Steenwijk

1961

Hildo Krop Museum, Steenwijk


wit-donkergroengeaderd marmer, 27 cm

Hildo Krop maakte in zijn leven uitsluitend figuratieve beelden. Toch was hij geen tegenstander van meer experimentele, naar de abstractie neigende vormen van de beeldhouwkunst. Dit is bijvoorbeeld te zien in zijn opvliegende roofvogel uit 1961. Het marmer van het achterlijf en de poten van de vogel zijn slechts een aanzetting, vrij grof en bijna onbewerkt. Fraai is overigens het effect van de donkergroene aders van het marmer in de vleugelpartijen, die snelheid suggereren.
Een beeldhouwwerk was, in de visie van Krop, pas een kunstwerk als het meer was dan een bewerkt stuk steen of brons. Het moet iets uitstralen, iets symboliseren en een vorm hebben die gevoelens en/of verlangens bij mensen losmaken. Zijn credo was dat kunst en gemeenschap onverbrekelijk met elkaar verbonden dienen te zijn. Een kunstenaar is een dienaar van de gemeenschap.

bron: De mens en kunstenaar Hildo Krop – Wim Heij, 2006

V 167 – Isidore Opsomer – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1953

isidore opsomer - foto: loek van vlerken 28.08.2017
verzilverd gips, 97 cm

In 1953 maakte Hildo Krop een portretkop (36 cm) in terracotta (V 165) van zijn vriend, de Vlaamse (portret-)schilder baron Isidore Opsomer (1878-1967).

Vrijwel direct hierna verbeeldde hij de schilder nog eens groot en zittend in bureaustoel met uitgestreken rechterhand met potlood (V 167). Over dit figuurportret schreef de Nederlandse kunstcriticus W. Jos de Gruyter in 1954: “Ik ken nauwelijks een andere beeldhouwer, die zo sterk het zitten van zijn gestalte beklemtoont als Krop. Het staan of zitten van de figuur heeft voor hem een even fundamentele waarde als het man- of vrouw-zijn”. De stadsarchitect ir. J. Leupen over dit zelfde beeld: “Massaal, in grote vormen opgebouwd zit de ronde Vlaming aan de arbeid, de spirituele kop strak op zijn werk gericht, terwijl met een zeker en dwingend gebaar van de rechter naar voren gestrekte alm een krachtige toets op het denkbeeldige doek wordt geplaatst. Met welk een creatieve kracht wordt hier een creatieve geest verbeeld”.

Isidore Opsomer had op zijn beurt in 1952 al een portret geschilderd van Hildo Krop. Dit doek (olieverf – 44 x 53 cm) is naast Krop’s zittende beeld Opsomer, te bewonderen in het Hildo Krop Museum in Steenwijk.
portret van hildo krop, 1952 door baron isidore opsomer - foto loek van vlerken 28.08.2017

Het Singermuseum te Laren en Stedelijk Museum te Schiedam bezitten een bronzen exemplaar van de zittende Opsomer. In welke collectie Krop’s portretkop (V 165) van de Belgische schilder zich bevindt is niet bekend.

bron: Hildo Krop Portretten – Hildo Krop Museum, Wim Heij, 2011

Reliëfportret Tom – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca.1910

tom schilperoort - foto: loek van vlerken 28.08.2017
gips, 24 cm

 

Rond 1910 maakte Hildo Krop dit reliëfportret van Tom Schilperoort (1882-1930). De twee zagen elkaar regelmatig in het zogeheten ‘Jopie-hol’, een klein huisje in een zijsteeg van de Leidsegracht, waar Jopie Breemer woonde. Dit bouwvallige onderkomen met een gecombineerde zit-, eet- en slaapkamer,  ‘… was ingericht met den smaak van menschen, die geen geld hebben – er hingen dus lappen’. Het was een rendez-vous van de Amsterdamse bohème en kan gezien worden als een voorloper van de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring. Elke woensdag en vrijdag organiseerde Jopie Breemer in zijn ‘hol’ zogenaamde ‘ontboezemingsavonden’. Dat waren avonden met thee, véél thee, apenootjes en roddels, imitaties en veel ‘diepe’ gesprekken. Tot deze ‘Jopianen’ behoorden naast Krop en Schilperoort o.a. Jacob Bendien, John Rädecker, Joan van der Mey, Michel de Klerk en Piet Kramer. Maar ook schrijvers, musici, acteurs en journalisten behoorden tot de regelmatige gasten. Tom Schilperoort was een flamboyante journalist die in Schoorl woonde en door sommigen wordt gezien als de man die model zou hebben gestaan voor Japi in het verhaal ‘De Uitvreter’ van Nescio. Hij heeft er in ieder geval wel voor gezorgd dat Pablo Picasso enige weken in Noord-Holland verbleef.
Schilperoort was in 1904, als correspondent van de NRC en De Telegraaf, naar Parijs afgereisd om er verslag te doen over het culturele leven in de Franse hoofdstad. In die tijd waren veel, ook Nederlandse, kunstenaars in Parijs werkzaam:  onder andere Otto van Rees en Kees van Dongen. Via hen ontmoette hij Picasso. In het voorjaar van 1905 nodigde hij de jonge Spaanse  kunstenaar (op dat moment 23 jaar) uit om samen naar Schoorl te gaan waar Schilperoort een huisje had gehuurd. In juni van dat jaar reisden beiden met de trein naar Alkmaar. Enige dagen bracht Picasso bij Schilperoort door maar de woning was te klein om er ongestoord te kunnen werken. Daarom nam de schilder zijn intrek in het pension van Dieuwertje de Geus in Schoorldam. De ongetrouwde Dieuwertje zou naakt voor Picasso hebben geposeerd hetgeen destijds in het dorp tot heel veel praatjes zou hebben geleid.

la belle hollandaise, picasso
La belle Hollandaise, Picasso
foto: collectie Queensland Art Gallery, Brisbane, Australië 

De Alkmaarse publicist Kees Komen verhaalt in Picasso in Holland-Parijs Schoorldam 1905 de commotie die het verblijf van de schilder in het landelijke plaatsje met zich meebracht. Uit Picasso’s korte verblijf in Noord-Holland zijn in ieder geval twee schilderijen bekend. Of er werkelijk sprake was van een diepgaande vriendschap tussen Picasso en Schilperoort valt te betwijfelen. Alles wijst er op dat er van een dergelijke relatie na 1905 niet veel meer over was.

tom schilperoort ca. 1915 - foto: nrc handelsblad 12.04.1991
Tom Schilperoort ca. 1915
foto: NRC Handelsblad 12.04.1991

Het reliëfportret van Tom Schilperoort is in het bezit van het Hildo Krop Museum in Steenwijk.
Het schilderij  ‘La Belle Hollandaise’ van Picasso uit, 1905 was in de zomer van 2016 in het Stedelijk Museum Alkmaar te zien, samen met de andere werken die Picasso tijdens zijn verblijf in Nederland vervaardigde. Het werk bevindt zich in de collectie van Queensland Art Gallery, Brisbane, Australië.

bronnen:
De ontboezemingsbundel van Jopie Breemer – inleiding Gerrit Komrij, 1998
John Rädecker, De droom van het levende beeld, Ype Koopmans – 2006
Hildo Krop, Portretten – Wim Heij, 2011
Hildo Krop, Ontwerpen, schetsen en afgietsels van gips – Wim Heij, 2017

V 46 – Steigerend paardje

particuliere collectie

1924

steigerend paardje - foto: hildo krop-jos de gruyter 1938 - collectie loek van vlerken

wit marmer, 19 cm

studie – terracotta, ca. 8 cm

Dit terracotta beeldje van een steigerend paardje maakte Hildo Krop waarschijnlijk als voorstudie voor het marmeren paardje dat hij in 1924 maakte. Ook een travertin exemplaar van dit paardje uit 1939, voor Krop’s buitenhuisje in Schoorl, heeft deze studie als voorbeeld.   Het Hildo Krop Museum verwierf dit terracotta beeldje eind juni 2017, bij de opening van de tentoonstelling ‘Hildo Krop – Ontwerpen, schetsen en afgietsels van gips’  als geschenk van onderzoeker, adviseur en beeldenrestaurateur Pier Terwen. Hij kreeg dit beeldje destijds van de erven Krop bij de inventarisatie van Krop’s ateliers als dank voor zijn hulp. Tijdens de openingsrede van Terwen bij genoemde tentoonstelling overhandigde hij het paardje aan Wim Heij, voorzitter van het Hildo Krop Museum, met de woorden dat het beeldje naar zijn mening thuishoort in de collectie van het Hildo Krop Museum, omdat alle beelden en voorstudies uit Krop’s ateliers in de collectie van dit museum zijn ondergebracht.


Het beeldje in travertin aan de gevel van Krop’s buitenhuisje in Schoorl (zie ook B 107).

V 42 – De Omhelzing – Den Haag / Steenwijk

Kunstmuseum, Den Haag
Hildo Krop Museum, Steenwijk

1923
de omhelzing gem.museum den haag - foto: loek van vlerken 09.01.2018de omhelzing gem.museum den haag - foto: loek van vlerken 09.01.2018de omhelzing gem.museum den haag (detail) - foto: loek van vlerken 09.01.2018
hardsteen, 58 cm (Den Haag)

de omhelzing - foto: loek van vlerken 13.10.2016
de omhelzing - foto: loek van vlerken 13.10.2016 de omhelzing - foto: loek van vlerken 13.10.2016
donkerbruine grès, 45 cm (Steenwijk)

De hardstenen uitvoering van Hildo Krop’s  ‘De omhelzing’ uit 1923 maakt deel uit van de collectie van het Kunstmuseum in Den Haag. De grès-uitvoering*, in het bezit van het Hildo Krop Museum in Steenwijk, is enkele centimeters kleiner en heeft op de voet de meegegoten signatuur van Krop. Aan de binnenzijde staat ESKAF Steenwijk gekrast. Mogelijk dat dit ontwerp bedoeld was als bekroning van een trappaal of als eindstuk van een balustrade, gezien het ontluchtingsgaatje aan de bovenzijde voor als de bodem ingemetseld zou worden. Van een dergelijke toepassing is echter niets bekend.

* grès is extra heet gebakken klei tot op een temperatuur waarop het net niet smelt (sinteren) waardoor de buitenlaag zeer hard wordt.

bron: Hildo Krop Keramiek, Wim Heij

V 4 – Meisjesportret L.C. Varekamp – Steenwijk

Hildo Krop Museum,  Steenwijk

1912-13

leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012 leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012
leentje varekamp - foto: loek van vlerken 16.03.2012
gips, 38 cm

Dit uit 1912/13 daterende beeldje van Leentje Varekamp is in niet onbelangrijke mate bepalend geweest voor de succesvolle carrière van Hildo Krop. Wie was Leentje Varekamp? Leentje was de dochter van de binnenvaartreder Piet Varekamp. Hij was, evenals Hildo Krop en de architect Piet Kramer een frequent bezoeker van het zogenoemde ‘Jopie-hol’. Dit was het huis van de bohémien-dichter Jopie Breemer in een zijsteeg van de Amsterdamse Leidsegracht. Het was een ontmoetingsplaats van kunstenaars, wetenschappers en schrijvers. Kramer raakte geïnteresseerd in het werk van Krop en na het zien van het meisjesportret van Leentje Varekamp vroeg de architect of hij een gevelsteen wilde ontwerpen voor zijn gebouw van de Bond van Mindere Marine Personeel in Den Helder. Ook introduceerde Kramer hem bij de J. M. van der Mey, de architect  van het nog te bouwen Scheepvaarthuis. Via Van der Mey kwam het contact tot stand met H. A. van den Eijnde, de eerstverantwoordelijke beeldhouwer van het Scheepvaarthuis. Het door Krop, als assistent van Van den Eijnde, vervaardigde beeldhouwwerk aan het Scheepvaarthuis, trok dermate de aandacht van het gemeentebestuur van Amsterdam, dat men hem een parttime dienstverband aanbood.
Misschien was zonder dit gipsen kopje van Leentje Varekamp, Hildo Krop nooit de uiteindelijke Stadsbeeldhouwer van Amsterdam geworden.

In de monografie ‘Hildo Krop’ van E.J. Lagerweij-Polak wordt gemeld dat er twee exemplaren van dit gipsen beeldje zijn afgegoten. Dit werd door de dochter van Leentje bevestigd. Zoals zij ook wist aan te geven dat het zo goed als zeker is dat het tweede exemplaar in het voormalige Nederlands Indië is achtergebleven, zo niet verloren gegaan.
Haar grootvader, Piet Varekamp, was op een zeker moment met zijn gezin naar Nederlands Indië gegaan met de beide beelden van zijn dochter Leentje. Eén exemplaar is later met Leentje teruggekomen naar Nederland.

bron: Wim Heij, Hildo Krop Museum, Steenwijk

Mo 2 – Belgenmonument – Amersfoort

Belgenlaan, Amersfoort

1917

belgenmonument - foto: loek van vlerken 13.03.2014fusillade - foto: loek van vlerken 13.03.2014
Fusillade - foto: loek van vlerken 16.10.2016uittocht - foto loek van vlerken 13.03.2014uittocht-linkerdeel - foto: loek van vlerken 16.10.2016uittocht-middendeel - foto: loek van vlerken 16.10.2016uittocht-rechterdeel - foto: loek van vlerken 16.10.2016internering - foto loek van vlerken 13.03.2014
internering - foto: loek van vlerken 16.10.2016
3 reliëfs aan herdenkingsmuur:
1. Fusillade
2. Uittocht
3. Internering

Franse kalksteen, resp. 176 x 320 / 248 x 1295 / 174 x 320 cm

architect monument: Huib Hoste

overige reliëfs van François Gos
Alle oorspronkelijk van beton; na restauratie van al het externe beeldhouwwerk o.l.v. Krop in 1957, Franse kalksteen

voorzijde hoofdgebouw - foto: loek van vlerken 16.10.2016achterzijde hoofdgebouw monument - foto: loek van vlerken 13.03.2014

Het Belgenmonument is door België geschonken aan Nederland ter herinnering aan de internering van gevluchte militairen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het is in omvang het grootste monument van Nederland.

In oktober 1914, wanneer het Duitse leger Antwerpen nagenoeg omsingeld heeft, weten veertigduizend Belgische militairen aan krijgsgevangenschap te ontkomen door uit te wijken naar Nederland. Op grond van internationale verdragen werden deze militairen ontwapend en geïnterneerd en in, inderhaast opgezette barakkenkampen (in Zeist en Harderwijk), ondergebracht. Met name Kamp Zeist moet een verschrikkelijk oord zijn geweest wat betreft huisvesting, eten en gebrek aan medische verzorging. De ellende en de opgekropte frustraties leidden tot diverse gewelddadige conflicten. Een grote groep Belgische militairen keerde zich, scheldend en stenen gooiend, tegen de Nederlandse bewakingstroepen. Deze laatsten voelden zich zo bedreigd dat ze gericht begonnen te schieten. Het drama, waarbij acht doden en achttien gewonden waren te betreuren, schokte de publieke opinie enorm. Uit verontwaardiging bood Krop aan belangeloos beeldhouwwerk te verzorgen voor een nog op te richten herdenkingsmonument.
Het in baksteen opgetrokken Belgenmonument was oorspronkelijk bedoeld ter nagedachtenis van geïnterneerden, die tijdens die opstand tegen de Nederlandse bewaking om het leven waren gekomen. Omdat men dit onkies vond tegenover het gastland, werd op 5 oktober 1916 door de Centrale Commissie der Werkscholen van de geïnterneerde Belgen in Nederland aan het college van B&W van Amersfoort een voorstel gestuurd om een gedenkteken op te richten als blijk van waardering voor de genoten gastvrijheid. De commissie “zou willen bouwen een monument, als dankbetuiging jegens de Nederlandsche overheid en de natie, voor al hetgeen gedaan is geworden tot welzijn der geïnterneerden en hunne gezinnen.”
De Belgische architect Huib Hoste (1881–1957) maakte een ontwerp voor een plek op de Amersfoortse Berg. In mei 1917 werd gestart met de werkzaamheden. Het zou tot het voorjaar van 1919 duren voordat het monument geheel gereed was.

Het monument bestaat uit twee bouwwerken, het hoofdgebouw en een herdenkingsmuur. De architect Hoste heeft aan de herdenkingsmuur de droefheid willen verbeelden en aan het hoofdgebouw niet de vreugde, maar het vertrouwen in en de hoop op een betere toekomst. De reliëfs van het hoofdgebouw werden ontworpen door de Zwitserse beeldhouwer François Gos. Aan de herdenkingsmuur vindt men drie reliëfs van Hildo Krop, met de titels: Fusillade, Uittocht en Internering. Krop koos een laag reliëf en hield de figuren strak omlijnd. Krop heeft het verdriet en ellende van de Belgische vluchtelingen tijdens de oorlog weer gegeven. Op het grote centrale tafereel Uittocht heeft Hildo Krop de vlucht van de oude en de nieuwe wereld - 1919 (of eerder) - foto: loek van vlerken de Belgen naar Nederland verbeeld. Aan de rechterkant van het tafereel ontploft een granaat. Mannen, vrouwen en kinderen slaan op de vlucht en proberen hun baby’s te redden. Aan de linkerkant van het tafereel worden de vluchtelingen in Nederland ontvangen met voedsel en boeken.
Op het rechterrelliëf, Internering, staan de slachtoffers van de oorlog. Vier radeloze mannen met gebogen hoofd die worden bedreigd door bajonetten. De houtsnede De oude en de Nieuwe Wereld van Krop fungeerde als ontwerp voor dit reliëf (deze houtsnede werd afgedrukt in het ‘Houtsnedennummer’ van het tijdschrift Wendingen, jrg. 1919 – nrs. 7/8).
Op het linkerreliëf, Fusillade, ligt een onderuit gezakte dode soldaat die wordt belaagd door de vlammen. Rechtsboven in dit reliëf is de dood met zijn zeis afgebeeld.

De door Krop en Gos in klei geboetseerde reliëfs werden, zoals te doen gebruikelijk afgegoten in gips, waarvan vervolgens door leerlingen van het Instituut der Werkscholen voor Geïnterneerden in Amersfoort contramallen werden gemaakt. Daarin werd beton, vermengd met kalksteen gestort, nadat er ter versteviging ijzeren staven in waren gelegd. IJzer was in die dagen schaars en men gebruikte wat men te pakken kon krijgen tot ijzerwerk van oude soldatenkribben toe. Omdat het gietwerk toen weinig professioneel is uitgevoerd, waren de reliëfs na de Tweede Wereldoorlog zo gehavend dat ze – ook die van het hoofdgebouw – onder leiding van Krop opnieuw zijn uitgevoerd, nu rechtstreeks gehakt in Franse kalksteen.

Deze reliëfs, behoren tot zijn belangrijkste vroege werk. Krop kon hierin zijn weerzin tegen de wereldoorlog vrijuit weergeven. In zijn afwijzing van oorlog was hij zeer principieel. In 1918 verliet hij de SDAP waarvan hij sinds ongeveer 1908 lid was geweest, omdat in het socialistische dagblad Het Volk een oproep stond om de negende Duitse oorlogslening te steunen. Krop is daarna naar eigen zeggen nooit meer lid geweest van een politieke partij, hoewel hij wel steeds aan de kant heeft gestaan van degenen die gepleit hebben voor een humanere maatschappij.

Het Hildo Krop Museum, Steenwijk bezit twee originele gipsdetails van dit imposante kunstwerk. Een fragment uit Internering en  een uit Fusillade. Dit laatste fragment is in 2019 geschonken door Mevr. Rini Stigter-Aerden.
Het feit dat de reliëfs van het Belgenmonument enkele keren bij restauraties stevig onderhanden zijn genomen, maakt dat deze gipsen fragmenten (de meest oorspronkelijke
uitvoeringen!), vanuit kunstzinnig oogpunt bezien, van grote waarde zijn.


originele gipsfragmenten (Hildo Krop Museum): links ‘Fusillade’ en rechts ‘Internering’


bronnen: Wikipedia;
‘Schenking fragment Belgenmonument’, Wim Heij, Nieuwsbrief 23 (dec.2019), Hildo Krop Museum, Steenwijk.

Stadsbeeldhouwer van Amsterdam

wapen van amsterdam - foto: loek van vlerken Al snel na zijn opleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, maakte Hildo Krop naam en werd hem door de gemeente Amsterdam een dienstverband aangeboden. Een dienstverband dat, op een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog na, nooit meer werd gewijzigd. Na veertig jaar voor de hoofdstad te hebben gewerkt, kreeg Krop in 1956 officieel de eretitel Stadsbeeldhouwer van Amsterdam.

Gedurende deze periode zijn heel veel werken tot stand gekomen. Men treft ze vooral aan bij scholen, bruggen en andere openbare gebouwen in de stadsuitbreidingswijken die tussen de beide wereldoorlogen werden gebouwd.
Begin twintigste eeuw werden in Amsterdam in deze nieuwe wijken, maar ook in het centrum, vanwege de toename van het verkeer, veel bruggen gebouwd en verbouwd. Aan deze bruggen werd heel vaak beeldhouwwerk toegepast. Voor meer dan twintig bruggen, bijna allemaal ontworpen door de architect Kramer (die evenals Krop een dienstverband had bij dezelfde gemeentelijke dienst), heeft Krop beeldhouwwerk gemaakt.

Eind 2012 verscheen een rijk geïllustreerde boekje Hildo Krop: stadsbeeldhouwer van Amsterdam van Loek van Vlerken en Wim Heij, een uitgave van het  Hildo Krop Museum – Steenwijk. Het werd uitgegeven naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling van het Hildo Krop Museum in Rams Woerthe, Steenwijk (juni 2012-eind 2013).
In 2018 verscheen de derde, verbeterde druk – te koop in de webshop.

Loek van Vlerken / Wim Heij - foto: loek van vlerken .

Impressie van de tentoonstelling HILDO KROP – STADSBEELDHOUWER VAN AMSTERDAM (juni 2012-eind 2013) met foto’s van Loek van Vlerken:

tentoonstelling hildo krop stadsbeeldhouwer van amsterdam - foto: loek van vlerken

tentoonstelling hildo krop stadsbeeldhouwer van amsterdam - foto: loek van vlerken    tentoonstelling hildo krop stadsbeeldhouwer van amsterdam - foto: loek van vlerken

tentoonstelling hildo krop stadsbeeldhouwer van amsterdam - foto: loek van vlerken  tentoonstelling hildo krop stadsbeeldhouwer van amsterdam - foto: loek van vlerken

tentoonstelling hildo krop stadsbeeldhouwer van amsterdam - foto: loek van vlerken   tentoonstelling hildo krop, stadsbeeldhouwer van amsterdam - foto: loek van vlerken

.
Bij de tentoonstelling was ook onderstaande film te zien: een dwarsdoorsnede van de beelden van Hildo Krop in Amsterdam:

gazelle transparante achtergrond klein