Tagarchief: gruyter w. jos de

V 138 – Veluws vrouwtje – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1947

polychrome keramiek, 22 cm

Krop was tijdens de oorlogsjaren actief in het verzet. Op een bepaald moment leek het hem verstandig om een tijdje onder te duiken. Hij vertrok naar de Veluwe en kwam terecht bij een boerenfamilie in Elspeet, waar hij gastvrij ontvangen werd. Van dit boerengezin maakte Krop in 1953 een keramisch plastiek (V 161). De moeder van het gezin had Krop al zes jaar eerder gemodelleerd als een Veluws vrouwtje.

De kunstcriticus W. Jos de Gruyter schreef in 1954 over dit beeld onder meer:  “Opmerkelijk is dat de zin voor het boertige of groteske hem (Krop red.) nooit tot spot voert. Het raakt soms aan de caricatuur, maar is het in wezen niet. Ook Het Veluws vrouwtje intens vergenoegd-van-binnen en één en al goedlachse ronding, is zeker geen caricatuur, want daarvoor straalt de goedmoedigheid der bedoeling er te duidelijk af. Deze volkse matrone schijnt veeleer een nieuwe variatie op het thema van het moeder-idool.”

bron: Hildo Krop Keramiek, Wim Heij/Arie van Andel, 2015
foto’s: Arie van Andel

V 167 – Isidore Opsomer – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1953

isidore opsomer - foto: loek van vlerken 28.08.2017
verzilverd gips, 97 cm

In 1953 maakte Hildo Krop een portretkop (36 cm) in terracotta (V 165) van zijn vriend, de Vlaamse (portret-)schilder baron Isidore Opsomer (1878-1967).
v165 isidore opsomer - foto hildo krop portretten 2011
foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk

Vrijwel direct hierna verbeeldde hij de schilder nog eens groot en zittend in bureaustoel met uitgestreken rechterhand met potlood (V 167). Over dit figuurportret schreef de Nederlandse kunstcriticus W. Jos de Gruyter in 1954: “Ik ken nauwelijks een andere beeldhouwer, die zo sterk het zitten van zijn gestalte beklemtoont als Krop. Het staan of zitten van de figuur heeft voor hem een even fundamentele waarde als het man- of vrouw-zijn”. De stadsarchitect ir. J. Leupen over dit zelfde beeld: “Massaal, in grote vormen opgebouwd zit de ronde Vlaming aan de arbeid, de spirituele kop strak op zijn werk gericht, terwijl met een zeker en dwingend gebaar van de rechter naar voren gestrekte alm een krachtige toets op het denkbeeldige doek wordt geplaatst. Met welk een creatieve kracht wordt hier een creatieve geest verbeeld”.

Isidore Opsomer had op zijn beurt in 1952 al een portret geschilderd van Hildo Krop. Dit doek (olieverf – 44 x 53 cm) is naast Krop’s zittende beeld Opsomer, te bewonderen in het Hildo Krop Museum in Steenwijk.
portret van hildo krop, 1952 door baron isidore opsomer - foto loek van vlerken 28.08.2017

Het Singermuseum te Laren en Stedelijk Museum te Schiedam bezitten een bronzen exemplaar van de zittende Opsomer. In welke collectie Krop’s portretkop (V 165) van de Belgische schilder zich bevindt is niet bekend.

bron: Hildo Krop Portretten – Hildo Krop Museum, Wim Heij, 2011

V 89 – Lenin – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1931

lenin - foto: loek van vlerken 13.10.2016

lenin - foto: loek van vlerken 13.10.2016terracotta, 49 cm

Als veel andere kunstenaars keek Hildo Krop in de jaren twintig van de vorige eeuw hoopvol naar het nieuwe Rusland. In 1931 modelleerde Krop een portretbuste van Lenin, die in zijn visie meer een denker, een man van de wetenschap is, dan een leider met in zijn blik een mengeling van het ‘menselijke goede en het Oosters harde’.
In de tijd dat hij aan de Lenin-buste werkte raakte Krop betrokken bij de organisatie van de tentoonstelling Moderne hedendaagse Nederlandse Kunst, die in mei-juni 1932 in Moskou zou worden gehouden. Enige jaren later ontving hij een uitnodiging van de WOKS – een Russische vereniging voor culturele betrekkingen met het buitenland – om gedurende een maand Moskou te bezoeken. Krop vertrok in 1936 naar de hoofdstad van de Sovjet Unie en schonk een terracotta-uitvoering van het Lenin-borstbeeld aan het Lenin Museum in Moskou. (Een tweede exemplaar bevindt zich in het Hildo Krop Museum in Steenwijk). Hij zou er  drie maanden verblijven en bezocht ook Leningrad (St. Petersburg). Hij bracht er naar eigen zeggen een prettige tijd door. De Stalinistische zuiveringsprocessen waren nog niet begonnen en kunstenaars werden in ere gehouden. Ze werden goed betaald en kregen veel faciliteiten. Het positieve in Rusland vond Krop dat kunst daar niet als luxe werd beschouwd, maar als een eerste levensbehoefte.

Dat niet iedereen blij was met de schenking van de Lenin-buste, blijkt wel uit het bericht in De Banier, Staatkundig Gereformeerd dagblad van 24 februari 1936:

de banier-staatkundig gereformeerd dagblad - 24.02.1936lenin - foto: wendingen 1931-5/6 - collectie loek van vlerken
foto: Wendingen 1931 nrs.5/6

V 96 – Zittend vrouwelijk naakt

1932-34

Particuliere collectie

zittend vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 04.01.2018
zittend vrouwelijk naakt (detail) - foto: loek van vlerken 04.01.2018gelakt esdoornhout (taille directe), 115 cm

Vanaf ca.1920 werkte Hildo Krop in een speciaal voor hem door de gemeente Amsterdam gebouwd atelier achter zijn woning aan de Plantage Muidergracht 105. Later had hij ook de beschikking over de grote stenen paardenstal tegenover de woning en het tussenliggende pleintje. Daar ontstonden tot aan zijn dood in 1970 vrijwel al zijn beeldhouwwerken. De woning verliet hij al na zo’n vier jaar. Na hem betrok de familie Post de woning. Het gezin bestond uit vader en moeder en tien kinderen. De arbeiders van het atelier en ook Krop zelf, kwamen regelmatig bij het gezin over de vloer. De kinderen speelden als er niet gewerkt werd op het atelierterrein, waar grote kolossale granieten en marmeren kunstvoorwerpen lagen. Van tijd tot tijd kwamen er ook modellen naar Krops’ atelier en volgens de toenmalige 16 jarige Kees Post waren dat soms de mooiste vrouwen van Nederland. Althans dat schrijf hij in het herinneringsboekje ‘Verhalen over Krop als buurman’ uit ca. 1955, dat in het archief van het Hildo Krop Museum ligt. In 1932 wilde Hildo Krop een groot houten beeld maken voor de solo-tentoonstelling in 1934, die hem was aangeboden naar aanleiding van zijn vijftigste verjaardag. Het zou een zittend vrouwelijk naakt van esdoornhout moeten worden van meer dan een  meter hoog. Gezien de fraaie modellen die de jonge Kees over het terrein zag lopen, moest het wel een prachtig beeld worden. Groot was dan ook de teleurstelling toen het werk af was. Kees kwam kijken in het atelier en zocht naar een Mona Lisa of Minerva beeld, compleet met alles erop en eraan. Toen zei Hildo “Kees, jongen, hier is dat beeld hoor” en hij wees naar ‘die zittende tante’, zoals Kees het beeld beschreef.  Hij had iets heel anders gehoopt te zien. Om er snel tussen uit te kunnen knijpen was zijn antwoord: “me moeder roept me”. En weg was Kees.


zittend vrouwelijk naakt in ongelakt stadium - historische foto: k.l. sijmons (collectie hildo krop museum) 02.06.1933foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk – het nog ongelakte beeld in het atelier

Ook Krop zelf was in eerste instantie niet helemaal tevreden met het resultaat. Dit betrof niet de gebeeldhouwde vormen, maar het lag meer aan het materiaal. Esdoornhout heeft een nogal lichte kleur, waardoor het beeld een wat vlakke uitstraling had. Om de lijnen en vormen beter te laten uitkomen, wilde hij het beeld donkerder hebben. Na enkele testen besloot hij het beeld af te spuiten met zwarte autolak en dat pakte erg goed uit. De donkere kleur onderstreepte het zware, ‘primitieve’ zoals bij een middeleeuwse zwarte madonna. Volgens E.J. Lagerweij-Polak in de monografie ‘Hildo Krop’, kan het kunstwerk gezien worden als de verbeelding van een oermoeder of een aardse godin of, zoals Jos de Gruyter het verwoordde in zijn monografie over Krop uit 1938: ‘een moeder, het stabiliserende beginsel in de natuur, een idool dat eigenlijk niet thuis hoort in een museum’. Dit prachtige beeldhouwwerk staat dan ook niet in een museum, maar bevindt zich in een particuliere collectie.

bron: Verhalen over Krop als buurman, Kees Post, ca. 1955

zittend vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 04.01.2018

In 1952 stond het beeld wél in een museum. Het Stedelijk Museum in Amsterdam toonde het beeld, zoals de foto uit de catalogus laat zien:historische foto: stedelijk museum 1952
foto: Stedelijk Museum, Amsterdam, 1952