Tagarchief: gennep h. van

Amsterdamse bruggen 3

Begin twintigste eeuw was Amsterdam veel te klein geworden voor alle mensen die in de stad woonden. De beroemde architect Berlage maakte in 1915 een plan om in Amsterdam Zuid een nieuwe wijk te bouwen.

Deze wijk werd gebouwd ten zuiden van de De Lairessestraat en de Pijp. Hier dwars doorheen werden twee grachten gegraven. Het Noorder Amstelkanaal en het Zuider Amstelkanaal. Dit water loopt van de Amstel tot aan de Schinkel bij het Olympisch Stadion. Over dit water moesten natuurlijk veel bruggen worden gebouwd. Voor de meeste van deze bruggen kreeg Hildo Krop de opdracht om er beelden voor te maken.

De beroemdste brug is wel de brug bij het Muzenplein, die ook wel de ‘Kinderbrug’ genoemd wordt.  Hildo Krop maakte een heel hoog beeld van een steigerend paard met tussen de voorhoeven een klein meisje.

Dat meisje bestond echt. Haar naam was Hedda van Gennep. Zij vertelde dat het beeld goed lijkt, als ze naar vroege foto’s van haar kijkt. Haar ouders waren bevriend met Hildo Krop. Op een dag was ze met haar vader en moeder op bezoek bij meneer en mevrouw Krop. En de beeldhouwer heeft toen een portretje van haar gemaakt, die hij gebruikte voor het meisje met het paard. Ook vertelde zij: “Hildo Krop was een leuke man, hij had pretoogjes. En hij had prachtige wenkbrauwen, van die grote grijze plukken die eindigen in een krul. Altijd als ik langs dat beeld fiets, en dat is vaak, denk ik: dat ben ik. En dat vind ik heel grappig.”

Voor dezelfde brug, tegenover het Meisje en het Paard, maakte Krop nog twee beelden: een jongen met konijnen en een meisje met eekhoorns.

Aan de waterkant, schuin achter het Meisje en het Paard, bevindt zich in het plantsoen een rij beeldjes van kinderen gemaakt door andere beeldhouwers.

Ook een hele leuke brug is die bij de Mozartkade en de Reijnier Vinkeleskade. Een brug met muziek makende fauntjes.

Ze staan tegen grote bollen geleund, één met trekharmonica en één met een mandoline. Rond beide bollen zie je een watermonster die hun staarten rond de bol hebben geslingerd. Hildo Krop laat hier de fauntjes met hun muziek de monsters rustig indutten, zodat ze geen kwaad kunnen doen.

B 82 – Brug nr. 420 – ‘Muzenpleinbrug’ – Amsterdam

Muzenplein, Amsterdam

1929-32

de onbevangenheid der mensen tegenover het leven - foto: loek van vlerken 13.01.2012

de onbevangenheid der mensen tegenover het leven - foto: loek van vlerken 21.01.2011 de onbevangenheid der mensen tegenover het leven (detail) - foto: loek van vlerken 13.01.2012
a. brugpijlerbekroning:
‘De onbevangenheid der mensen tegenover het leven’
Beierse graniet, 1000 cm (incl. sokkel) / 285 cm (bekroning)

jongen met konijnen - foto: loek van vlerken 21.01.2011meisje met eekhoorns - foto: loek van vlerken 21.01.2011   jongen met konijnen (detail) - foto: loek van vlerken 21.01.2011    meisje met eekhoorns (detail) - foto: loek van vlerken 21.01.2011
b. 2 brugleuningdecoraties:
1. jongen met konijnen
2. meisje met eekhoorns
Beierse graniet, resp. 100 / 95 cm

muzenpleinbrug - foto: wendingen jrg.1931 nrs.5-6 - collectie loek van vlerken

architect: Piet Kramer

Eind jaren twintig van de vorige eeuw had de gemeente Amsterdam begrip voor de bezwaren tegen de ‘monopoliepositie’ van Hildo Krop. Dit had tot gevolg dat Publieke Werken ook andere beeldhouwers bij nieuwe projecten ging betrekken. Voor de brug bij het Muzenplein werden dan ook, naast Krop, maar liefst acht andere beeldhouwers betrokken, waarbij ze allen van hetzelfde thema moesten uitgaan: ‘Kind en dier’. Krop ontwierp wel het belangrijkste beeld, een steigerend paard met tussen de voorbenen een klein meisje. Het is een verbeelding van ‘De onbevangenheid der mensen tegenover het leven’. Het beeld staat op een hoge brede pijler dwars op de verkeersstroom. Mede door het formaat en de plaats waar het beeld is gesitueerd, is dit kunstwerk een van de bekendste werken van Krop.
Een detail aan het beeldhouwwerk aan de brug zal bij velen onbekend zijn. Dit komt omdat deze sculptuur niet of nauwelijks te zien is. Als je echter op de Amstelkade net voorbij het transformatorhuisje naar de brug kijkt, is aan de onderzijde van de brugpijler een klein granieten blokje waarneembaar. Bij nadere beschouwing blijkt dit een hoofd van een roepende drenkeling te zijn. Krop wil hier waarschijnlijk mee zeggen dat je best onbevangen tegenover het leven mag zijn, maar dat je wel moet opletten dat je niet (letterlijk) buiten de boot valt. Om die reden is het beeldje ook alleen vanaf het water te zien.
brugsteen - foto: loek van vlerken 09.03.2019

Voor dezelfde brug, tegenover het Meisje en het Paard, maakte Krop nog twee sculpturen: een jongen met konijnen en een meisje met eekhoorns. Aan de waterkant, schuin achter het Meisje en het Paard, bevindt zich in het plantsoen een rij beeldjes van de andere beeldhouwers: Jaap Kaas, Marinus Vreugde, Frits van Hall, Hubert van Lith, Loes Beijerman, Willem IJzerdraat, Frans Werner en Theo Vos.muzenpleinplantsoen - foto: loek van vlerken 04.05. 2017

de onbevangenheid der mensen tegenover het leven - foto: loek van vlerken 12.01.2012In de bundel ‘Water en Vuur’ heeft Erik Menkveld een gedicht gewijd aan het beeld van het meisje en het paard:

Nietsontziend vernietigend zal het
om zich heen willen trappen, alles
wat het voor de hoeven vindt
versplinteren en vertreden – laat het
komen, denkt ze, laat het komen. (…)

In een artikel over Hildo Krop van Paul Arnoldussen in Het Parool van 22 februari 2010, wordt dit gedicht van Menkveld aangehaald, met name de regel: ‘Laat het komen, denkt ze, laat het komen’:

(…) Dacht ze dat? We kunnen het vragen. Documentairemaakster Hedda van Gennep stond, toen drie jaar oud, model voor het meisje.
“Dat heeft mijn moeder me verteld. Ik herinner me er niets meer van, ik heb nog wel wat vage beelden van zijn atelier aan de Plantage Muidergracht. Afgaand op mijn kinderfoto’s lijkt het beeld goed. Mijn ouders waren bevriend met Hildo en Mien Krop. Ik denk dat ik mee was op visite bij ze, en dat Hildo van die gelegenheid maar gebruik heeft gemaakt. Hildo was een leuke man, hij had pretoogjes. En hij had prachtige wenkbrauwen, van die grote grijze plukken die eindigen in een krul. Altijd als ik langs dat beeld fiets, en dat is vaak, denk ik: dat ben ik. En dat vind ik heel grappig.”

In november 2017 overleed Hedda van Gennep op 88-jarige leeftijd.

bronnen: Het Parool, 22.02.2010; Water en Vuur, gedichten bij beelden in Amsterdam, 2006