Tagarchief: audretsch h.e. d’

V 9 – Vrouwenkop

verblijfplaats onbekend

1915

foto: archief Hildo Krop Museum

eikenhout, 29 cm

In 1916 exposeerde Hildo Krop dit eikenhouten vrouwenkopje op de groepstentoonstelling bij zijn zwager, de Haagse kunsthandelaar H.E. d’Audretsch. In Lagerweij-Polak wordt vermeld dat de verblijfplaats Rijksmuseum Kröller-Müller in Otterlo is, maar het werk komt niet voor in de catalogus.

V 6 – Honger

particuliere collectie

1915

foto: archief Hildo Krop Museum

coromandelhout, 29,5 cm

In 1916 exposeerde Hildo Krop dit houten beeldje op de groepstentoonstelling bij zijn zwager, de Haagse kunsthandelaar H.E. d’Audretsch. Het werk werd verkocht aan mevrouw Ada von Saher, de schoondochter van de directeur van de Haarlemse Kunstnijverheidsschool. Deze Eduard August von Saher zou Krop in 1920 persoonlijk leren kennen.
Met dit houten sculptuur Honger toont Krop een grote sociale bewogenheid. In het jaar dat Krop dit beeldje hakte verscheen ook het boek Dagen van honger en ellende van Neel Doff. Een boek van schrijnend leed zonder hoop. Hoewel dit boek het leven schetst van een paupergezin in de tweede helft van de 19e eeuw, was het in 1915 nog steeds actueel. Een citaat: “We waren allemaal misselijk van den honger… Moeder was uitgegaan; ze dacht, dat haar hoofdpijn beter zou worden, als ze voor de keukenramen de lucht van ‘t eten, dat er werd klaargemaakt, op ging snuiven; maar ze kwam nog zieker thuis en met nijpender honger”.

bron: Neel Doff, Dagen van honger en ellende. Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, Amsterdam 1915



V 2 – Hanneke – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1911

gips, 19 cm

Het werk van Hildo Krop is in z’n algemeenheid te omschrijven als aards, stoer en stevig. Het valt daarom des te meer op hoe teder de kinderportretten van zijn hand zijn. “In zijn uitbeelding van kleine kinderen weet Krop verrassend fijn te zijn, heel licht, bijna beschroomd”, schreef Just Havelaar in zijn biografie ‘Hildo Krop’.

In Den Haag bezocht Krop regelmatig zijn jongere zus Greta die getrouwd was met de kunsthandelaar H.E. d’Audretsch. Van hun buurmeisje Hanneke maakte hij rond 1911 zijn eerste kinderportret.  

bron: Hildo Krop Portretten, Wim Heij, 2011

V 80 – Doodsportret Erich Wichman – Utrecht / Steenwijk

1929

doodsportret erich wichman terracotta 1 - foto loek van vlerken 26.03.2018doodsportret erich wichman terracotta 2 - foto loek van vlerken 26.03.2018

1 ex. terracotta, 1 ex. brons, 14 x 39 x 43 cm

terracotta: Hildo Krop Museum, Steenwijk
brons: Centraal Museum, Utrecht

Van de overleden Erich Wichman (1890-1929) maakte Hildo Krop een doodsportret in terracotta en brons. In het bijzonder het gedrag van deze in Utrecht geboren Wichman zorgde er voor dat deze beeldende kunstenaar en begaafde literator/polemist bij zijn leven al een legende was. Hij kleedde zich als een dandy, verheerlijkte het alcoholisme als levensstijl en beschimpte in zijn spotschriften zo ongeveer alles en iedereen. Na zijn dood raakte Wichman, vanwege zijn betoonde sympathie voor het fascisme van Mussolini, zeer omstreden. De nog uit de begintijd van De Kring daterende vriendschap tussen Wichman en Krop was kennelijk zo sterk dat de antifascist Krop dit maar op de koop toe nam. Bovendien was men in kunstkringen gedurende de jaren twintig, politiek gezien, niet zo gepolariseerd als tegenwoordig.  Nederland was een sterk religieus en politiek verzuilde maatschappij waarin men gewend was elkaar zoveel mogelijk met rust te laten. Kunstenaars waren veeleer geneigd elkaar te helpen. Pas ná de machtsovername van Hitler in 1933, verhardden de politieke standpunten zich onder kunstenaars, ook in Nederland.
Krop en Wichman exposeerden samen in 1916 in de Haagse Kunstzaal d’Audretsch van Krops zwager Herman d’Audretsch, ook hadden zij gelijktijdige werkzaamheden aan het Nederlandse Paviljoen op de ‘Art Déco’ tentoonstelling van 1925 in Parijs. Maar Krops doodsportret van Wichman is niet zomaar ontstaan als een werk uit ‘vriendschappelijke collegialiteit’. Het was de ‘linkse’ Amsterdamse uitgever en journalist Henri Wiessing die de verbindende factor was tussen Krop en Wichman. Wiessing was aanvankelijk de directeur van De Amsterdammer, tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij dat van de zeer linkse afsplitsing daarvan, het weekblad de Nieuwe Groene Amsterdammer. Vanaf begin 1918 was hij uitgever van het tijdschrift Wendingen. In het ‘Houtsnijdersnummer’ (1919) van dit tijdschrift publiceerden zowel Wichman als Krop grafisch werk. Ná 1921 werd Wiessing een soort zaakwaarnemer van Wichman. Onder het pseudoniem Van den Eeckhout schreef Wiessing regelmatig over moderne Nederlandse beeldhouwkunst in Architectura  en publiceerde in 1925 een interview met Krop.
Zo wonderlijk is het dus niet dat Wiessing begin januari 1929 met  Krop telefoneerde om hem op de hoogte te brengen dat Wichman op nieuwjaarsochtend was overleden. Tevens vroeg hij Krop of hij een doodsportret van Wichman wilde maken. “Hij ligt daar maar en straks is hij weg…” Krop kon heel hard werken, maar in een of twee dagen een gelijkend doods/herinneringsportret van iemand maken was te veel gevraagd. Wiessing heeft toen een anoniem gebleven fotograaf gevraagd de overledene op diens doodsbed te fotograferen. Deze foto diende als boetseervoorbeeld voor het levensgrote bronzen portret: de houding is immers identiek. Overigens zal Krop het portret hoogst waarschijnlijk niet voor niets hebben gemaakt, maar wie hem er voor betaalde is niet bekend.

bronnen:
Hildo Krop Portretten, Wim Heij, 2011;
Reactie op Bezoekersvragen, Nieuwsbrief Hildo Krop Museum nr. 23, Frans van Burkom, december 2019