Het petje van Hildo Krop

Als beeldhouwer moet je er goed op letten dat je geen stof en steenscherfjes in je ogen krijgt. Beeldhouwers dragen dan ook vaak een bril. Hildo Krop had er soms zelfs twee over elkaar.

Ook droeg hij een bijzonder petje tegen de stof. Dit was een vilten hoed waar hij gedeeltelijk de randen van had afgeknipt. Hildo Krop was buiten zijn atelier altijd een echt heertje. Hij droeg altijd een mooi pak met een wit overhemd en een vlinderdasje. Als hij buiten liep had hij altijd een hoed op. Zijn oude hoeden kon hij dus goed gebruiken bij zijn werk. Zo’n oude hoed met afgeknipte randen was zijn vaste hoofddeksel als hij aan het hakken was in zijn atelier.

In 1959 maakte hij een zelfportret . Op dit miniatuurtje van aardewerk draagt hij zijn werkpetje.

Zijn laatste petje is te zien in het Hildo Krop Museum.