Amsterdamse bruggen 2

Begin twintigste eeuw was Amsterdam veel te klein geworden voor alle mensen die in de stad woonden. Er waren veel te weinig huizen. Daarom werden rond het oude centrum nieuwe wijken ontworpen. Omdat vroeger in Amsterdam veel goederen met bootjes werden vervoerd, werden in deze nieuwe wijken ook grachten gegraven. En over deze grachten moesten natuurlijk bruggen komen. Voor twee bruggen aan de Jan van Galenstraat in West maakte Hildo Krop beelden met dierfiguren.

Op een muurtje ligt een groot watermonster. Een dikke slang, die maar net op het muurtje past. Als je in z’n bek kijkt zie je een mannetje naar buiten komen.

De volgende brug ligt vlak voor het Erasmuspark. De beelden die je hier ziet zijn Noord, Zuid, West en Oost: de vier windstreken (daarom heet deze brug de ‘Vier windstrekenbrug’).

Bij het beeld van Noord zie je een bewoner van Groenland (dit is vlak bij de noordpool). Hij heeft een dikke jas aan want het kan er erg koud zijn. Het kan in de winter soms wel 50 graden vriezen. Naast hem zie je een mannetje en een vrouwtje walrus. Deze dieren zijn in het echt wel 3 ½ meter lang en wegen zo’n 1000 kilo. Ze hebben een hele dikke vetlaag om ze te beschermen tegen de kou.

Bij West zie je een zakenman met een telefoon. Dit is nog een ouderwetse telefoon, in de jaren 30 van de vorige eeuw waren er nog geen ‘smartphones’. Hij rijdt in grote auto’s en belt met de bank voor zijn geld.

Aan de overkant zie je het Oosten. Hier staat een Chinees bij de pakhuizen aan de haven in China. Met die grote schepen worden allerlei spullen uit het oosten vervoerd. Dat gebeurt nog steeds, alleen zijn het nu containerschepen met wel tien keer zoveel vracht als in de vorige eeuw.

Het laatste beeld is Zuid met een leeuwenpaar. In Afrika heb je veel wilde dieren en de leeuw wordt wel de koning van het dierenrijk genoemd. De bewoners in Afrika gingen vroeger met speren jagen op de dieren om aan eten te komen. Dat gebeurt gelukkig al lang niet meer.