Amsterdamse bruggen 1

In 1916 ging Hildo Krop werken bij de Gemeente Amsterdam. Voor een halve werkdag kreeg hij  zeven-en-een-halve gulden, dit is omgerekend € 3,40. Voor dit loon moest hij voor elke opdracht een ontwerp in klei en een gipsafgietsel maken en natuurlijk het uiteindelijke beeldhouwwerk, dat meestal gehakt werd in steen. Deze overeenkomst werd tot aan zijn dood in 1970 nooit meer veranderd. Natuurlijk kreeg hij af en toe wel loonsverhoging.

Begin twintigste eeuw moesten in het centrum van Amsterdam veel bruggen worden verbouwd. Door de zware ijzeren trams die in de stad  verschenen moesten de bruggen breder en steviger gemaakt worden.

In de Amsterdamse Leidsestraat werden de vernieuwde bruggen voorzien met beeldhouwwerk van Hildo Krop. Dit waren de eerste beelden aan bruggen in zijn nieuwe baan.

Hij maakte één model van een lange platte steen met een kop aan de voorkant en dezelfde kop aan de achterkant. Op elke hoek van de brug kwam zo’n steen. Dat deed hij voor de drie bruggen over de Heren-, Keizers- en Prinsengracht, zodat hij twaalf precies dezelfde stenen moest hakken.

Ook de brug over de Keizersgracht bij de Westertoren werd vernieuwd. Krop hakte voor beide kanten van de brug een kop van een faun. Een faun is een fantasiedier uit de Griekse mythologie. Een half mens en half dier met een kop met hoorns, bokkenpoten en een krulstaartje. Dit faunfiguur zal later nog vaak voorkomen in het werk van Krop.

faun

Aan de zijkant van de faunkop kan je een stel raven zien zitten. En als je goed kijkt zie je ook nog net onder de ijzeren leuning twee kikkerkoppen.

Als je voor het beeld staat en je neemt een stapje terug lijkt het net of de faun op een dwarsfluit blaast.

Wil je meer faunen zien? Ga naar ‘De raadselachtige faun’