Categoriearchief: Vrij werk

Wandelend paar – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1950/60

terracotta, 20 cm

De vrouw en dan met name de moeder, was volgens Hildo Krop de bron van het leven. Veelvuldig heeft hij dat beeld in zijn oeuvre vorm gegeven. Maar ook het paar, man en vrouw, zittend, staand, minnend, lopend, zoals bij dit terracotta beeldje uit de jaren 50 van de vorige eeuw, is veel voorkomend in zijn werk. In dit bijzondere beeldje laat Krop zowel het contrast tussen man en vrouw zien, als de eenheid die ontstaat tussen de twee seksen. Dit wordt extra geaccentueerd doordat het paar elkaar op de rug vasthoudt. De moeder mag dan de bron van het leven zijn, maar voor het voortbestaan van het menselijk leven is de eenheid van man en vrouw noodzakelijk.

Deze wandelende man en vrouw heeft het Hildo Krop Museum in langdurige bruikleen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Lopend paar – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1949

polychroom geglazuurd terracotta, 26 cm

“De keuze voor het thema man/vrouw, (echt)paar kan niet los worden gezien van Krop zijn credo: Kunst en gemeenschap dienen onverbrekelijk met elkaar te zijn verbonden. Een kunstenaar is een dienaar van de gemeenschap, waarbij hij het woord gemeenschap in dit verband altijd met een hoofdletter schreef. Een kunstwerk, zo was zijn opvatting, dient iets te symboliseren en een vorm te hebben die de gevoelens en verlangens vertolkt die bij mensen leven. Aangezien de kleinste eenheid, waar een gemeenschap door wordt gevormd, uit twee mensen bestaat, een man en een vrouw, ligt hier ten diepste de verklaring voor Krop zijn niet aflatende keuze, gedurende zijn gehele leven, voor juist dit thema”.

(citaat Wim Heij: Nieuwsbrief nr. 14 – juli 2017 – Hildo Krop Museum).

V 130 – Staande vrouw met tak lelies

verblijfplaats onbekend

1944

Portlandstone, 114 cm

Van deze staande vrouw met lelietak heeft het Hildo Krop Museum een gipsen model in de collectie. De enige afbeelding van dit kunstwerk in Portlandstone is te zien op een foto  van het atelier van Krop, gemaakt door Johan Krop, de zoon van de kunstenaar. Dit beeld is ontstaan vanwege een opdracht voor een monument voor een cacaofabriek in de Zaanstreek (Mo22).
Waarschijnlijk was Krop zo tevreden over het resultaat dat hij naast dit monument, dat in brons werd afgegoten, ook dit werk in Portlandstone hakte en wel twee keer zo groot als het gipsmodel.
Waar dit beeld zich bevindt is niet bekend.

gipsen exemplaar in het Hildo Krop Museum

V 122 – Zittende kat, Steenwijk

verblijfplaats (marmer en brons) onbekend

gips: Hildo Krop Museum, Steenwijk

1941 – 42

1 exemplaar wit marmer , 22,5 cm
1 exemplaar brons, afmeting onbekend
1 exemplaar gips, 45 cm

In de oorlogsjaren was er voor Hildo Krop niet veel werk te doen. Hij had geweigerd om voor de Kultuurkamer te tekenen en was hierdoor zijn baan bij de gemeente kwijt geraakt. Daarnaast ontstond er ook een probleem met betrekking tot het verkrijgen van materiaal. Niet tekenen voor de Kultuurkamer betekende ook dat hij geen materiaal kon aanschaffen om te werken. Gelukkig had hij nog wel wat voorraadjes steen. Waarschijnlijk had hij nog wat stukken onbewerkt marmer liggen, gezien zijn productie in die jaren van beeldhouwwerk in marmer. Hij maakte in dit materiaal enkele naakten (V121, V124, V129), een liggende vrouw met kindje (V123) en deze zittende kat. Van deze kat met een ‘Egyptische’-uitstraling is helaas geen afbeelding bekend. Er bestaat ook een uitvoering in brons. Hoogst waarschijnlijk is deze bronzen uitvoering, waarvan de afmetingen niet bekend zijn, pas na de oorlog ontstaan.

Het Hildo Krop Museum heeft het fraaie gipsen model van deze kat in haar collectie. Dit model is echter exact twee keer zo groot als het marmeren exemplaar. Deze zuinigheid vloeit voort uit door de beperkte hoeveelheid marmer die Krop in die jaren had.

Ook bezit het museum een gipsen beeld van twee parende katten (47 x24 cm). Mogelijk is dit werk in dezelfde periode als de zittende kat ontstaan.

V 87 – Ruiter te paard

verblijfplaats onbekend

1930

mahoniehout, 43 cm

Voor het mahoniehouten beeld ‘Ruiter te paard’ volgde Hildo Krop dezelfde werkwijze als voor zijn in steen gehakte beelden. Eerst maakte hij een kleimodel die hij vervolgens in gips afgoot. Aan de hand van dit gipsmodel ging hij met behulp van een punteerinstrument het beeld in hout snijden.

Op het hoogste punt van deze gipsen studie, boven op het hoofd van de ruiter, is een ‘knobbel’ te zien. Dit punt is het primaire coördinatiepunt voor het punteerinstrument van waaruit alle metingen en afstanden worden bepaald voor het overbrenging van de vaste maten van het gips op het uiteindelijke materiaal zoals hier in hout. Het punteerinstrument wordt steeds overgezet van gips naar hout en weer terug om de maten over te nemen en te controleren. Op basis van de metingen kan het houtenblok vervolgens worden bewerkt met de beitel.

punteerinstrument

Het gipsen model is aanwezig in de collectie van het Hildo Krop Museum. Waar het mahoniehouten beeld uiteindelijk is terecht gekomen is onbekend.

Gehurkte faun op pilaar – Steenwijk – (ESKAF model 137)

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1925

donkerbruine grès, 39 cm

Begin jaren twintig van de vorige eeuw ontwierp Hildo Krop voor de Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek een gehurkte faun op een console. Dit model werd in productie genomen om te kunnen gebruiken in de bouw. Het is niet bekend of dit model daadwerkelijk in bouwprojecten is toegepast.

Het Hildo Krop Museum bezit naast dit ESKAF-model 137 ook het originele ontwerp in gips.

Een tweede model met de afbeelding van een papegaai is niet in productie genomen. Ook hiervan heeft het Hildo Krop Museum het originele gipsmodel in de collectie.

V 180 – Portret mejuffrouw de P. (Pont) met paardenstaart

verblijfplaats onbekend

1962

brons, 33 cm

Vrijwel tegelijkertijd met het portret van het meisje De Pont (V179), maakte Hildo Krop dit tweede portretje van haar. De reden is niet bekend, maar mogelijk was de familie De Pont niet helemaal tevreden met het eerste portret. Ook bestaat de mogelijkheid dat Hildo Krop zelf het eerste kopje minder geslaagd vond.

V 179 – Portret mejuffrouw de P. (Pont) met kort haar

verblijfplaats onbekend

1962

brons, 32,5 cm

Op zoek naar de achtergrond en/of een foto van dit meisje ‘Mej. De P. (Pont) met kort haar’, stuitte ik in het boekje ‘Portretten’ (een uitgave van het Instituut Collectie Krop) op pagina 60, op een foto van een meisje met een strik in het haar. Onder deze foto staat de tekst : Mej. J. G. (Judith Goudsmit) (V183). Het bleek dat het meisje op deze foto niet Judith Goudsmit is maar Mej. De Pont met twee strikken in het haar, of zoals Lagerweij-Polak het noemt “met kort haar”. Krop maakte vrijwel tegelijkertijd (of vlak daarna) nog een portret van dit meisje, nu met paardenstaart (V180). Mogelijk was of Krop zelf, of de familie De Pont, niet tevreden met dit eerste portret.

V 72 – Portret dr D. (Schoenewald)

verblijfplaats onbekend

1928

Foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk
foto: archief Hildo Krop Museum, Steenwijk

1 ex. brons, 1 ex. terracotta, 30 cm

In 1928 kreeg Hildo Krop van zijn tandarts dr. D. Schoenewald de vraag of hij van hem een portret wilden maken. Krop stond daar niet onwelwillend tegenover en maakte van hem een portretkop in twee uitvoeringen. Een in brons en een in terracotta. Over Krop met dit portret zijn tandartsrekening betaalde is niet bekend.

In het Hildo Krop Museum is het gipsen model te bekijken.

V 111 – Portret van de heer H.J. V. (Versteeg)

verblijfplaats onbekend

ca. 1938

brons, 43 cm

In 1929 werd  Hendrik Johan Versteeg (1878-1954) hoofdcommissaris van politie in Amsterdam. Versteeg was commissaris in een roerige periode. Begin jaren ’30 kreeg Amsterdam te maken met massale werkloosheid als gevolg van de economische crisis. Ook ontstonden er spanningen tussen aanhangers van de Communistische Partij Nederland (CPN) en de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Dit leidde in juli 1934 tot een volksoproer wat sindsdien bekend staat als het Jordaanoproer.
In het begin van de Tweede Wereldoorlog werden hooggeplaatste ambtenaren met vaderlandslievende  sympathieën nog gedoogd, maar enkele weken na de Februaristaking in 1941 werd eerst burgemeester W. de Vlugt uit zijn ambt gezet en kort daarop werd Versteeg met vervroegd pensioen gestuurd.

Rond 1938 heeft Hildo Krop deze hoofdcommissaris met een bronzen portret vereeuwigd. De gedachte was dat het bronzen beeld mogelijk in het hoofdbureau van politie aan de Amsterdamse Elandsgracht een plaats gekregen zou hebben. Bij navraag bleek dit niet het geval. Waar het portret zich bevindt is niet duidelijk. Het gipsen model is aanwezig in de collectie van het Hildo Krop Museum, Steenwijk.

V 99 – Kinderportret mejuffrouw A.A. van H. (van Hattum)

verblijfplaats onbekend

1934

2 ex. terracotta, 30 cm

Hildo Krop staat er om bekend dat hij een beeldhouwer was die in z’n algemeen figuren neerzette als stevige, stoere mannen en vrouwen. Het valt des te meer op hoe teder de kinderportretten van zijn hand zijn. De kunstcriticus Just Havelaar schreef hierover: “In zijn uitbeelding van kleine kinderen weet Krop verrassend fijn te zijn, heel licht. bijna beschroomd.”

In 1934 maakte Krop twee portretten van de niet verder geïdentificeerde  zusjes Van Hattum (zie ook V100).

bron: ‘Hildo Krop Portretten’, Wim Heij, 2011

V 92 – Portret mevrouw H.J.S.-W. (Sleef-Wilkes)

particuliere collectie

1932

foto: archief Hildo Krop Museum, Steenwijk

brons, 34 cm

In 1932 maakte Hildo Krop een zeer expressief portret van zijn schoonmoeder, mevrouw H.J. Sleef-Wilkes. Deze bronzen portretkop bevindt zich in een particuliere collectie. Het Hildo Krop Museum in Steenwijk heeft het gipsen origineel in de collectie.

V 108 – Portret Etienne Bouchaud

verblijfplaats onbekend (voorheen Maison Decartes, Amsterdam)

1936

brons, 34 cm

De Franse schilder Etienne Bouchaud (1898-1989) kreeg in 1935 van de Franse regering een beurs en werd in staat gesteld als ‘pensionnaire’ van het Maison Descartes twee jaar in ons land te werken.

Waarschijnlijk heeft Hildo Krop van Maison Descartes de opdracht gekregen om het portret van de schilder te maken. De bronzen kop heeft jaren in het gebouw van deze  Franse culturele ambassade aan de Amsterdamse Vijzelgracht gestaan. Waar het portret is gebleven na de sluiting van het instituut in 2017, is niet bekend.

V 102 – Staand vrouwelijk naakt met draperie

verblijfplaats onbekend

1934

gepolychromeerd zandsteen, 59 cm.

Van het beeld ‘Staand vrouwelijk naakt met draperie’ is geen andere afbeelding bekend dan de twee kleine fotootjes uit het archief van het Hildo Krop Museum. Op deze afbeeldingen staat Krop in zijn atelier, waar hij het beeld aan het afwerken is. Althans daar lijkt het op. Krop heeft namelijk niet zijn werktenue aan. Aannemelijk is het dat hij hier poseert voor de fotograaf.

Waarschijnlijk is het beeld een keer beschadigd geweest. In de oeuvre catalogus Lagerweij-Polak wordt namelijk bij het werk vermeld dat het ‘gelijmd’ is.

Arbeidersvrouw

particuliere collectie

ca. 1953

geglazuurde gepolychromeerde keramiek, ca. 20 cm

Door al zijn geëxperimenteer met verschillende soorten ovens en bak- en glazuurtechnieken bereikte Hildo Krop in de jaren vijftig van de vorige eeuw een stadium waarin je kan spreken van echte beeldhouwerskeramiek, kleurig en monumentaal.

V 183 – Portret mejuffrouw J.G. (Judith Goudsmit)

particuliere collectie

1963

brons, 39 cm

De vader van Judith Goudsmit was bevriend met Hildo Krop. Hij was tevens de makelaar van Krop. Toen de beeldhouwer op bezoek was bij het gezin Goudsmit, kwam op een gegeven moment een springerig meisje van zo’n 11 jaar de kamer in. De dochter met een hoge paardenstaart had onmiddellijk de aandacht van Krop. “Ik weet het,” riep hij, “ik maak een portret van haar.” Als dank voor een bemiddeling van de makelaar, bood Krop spontaan aan om een beeld van Judith te maken.

Toen Judith naar het atelier van de beeldhouwer ging om te poseren, bleek dat Krop het kopje al uit zijn hoofd had geboetseerd. Zij moest alleen nog een keer terug komen omdat Krop nog wat afmetingen moest controleren en wat kleine details wilde wijzigen.
Hieruit blijkt wat een ongelofelijk fotografisch geheugen Krop moet hebben gehad.
Dat Krop een snelle werker was blijkt ook uit een boek over de beeldhouwer Han Wezelaar. De collega van Krop liet in 1933 zijn model voor één beeld maar liefst 71 keer poseren. Niet voor niets noteerde Wezelaar verbaasd na een bezoek aan Krop in Amsterdam: “Krop zegt vandaag heb ik model gehad – 3 uur. 1 Keer morgen nog een uur dan is ‘t klaar.”

bronnen: Judith Goudsmit; ‘Wezelaar statuaire’, J.B.J. Teeuwisse (2004), pag.72

V 115 – Doodsportret Wiedijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1938

terracotta, 15 cm

Ondanks zijn politieke ongebondenheid bleef Hildo Krop hopen op een betere samenleving met meer gelijkheid en solidariteit. Dit ideaal bracht hem in de kringen van democratische marxisten. Zo raakte hij bevriend met Pieter Wiedijk (1867-1938), een ondogmatisch communist die onder het pseudoniem J. Saks in De Nieuwe Tijd en De nieuwe Amsterdammer schreef over cultuurpolitiek. Deze artikelen werden zeer gewaardeerd in socialistische kringen.

Het door Krop gemaakte terracotta doodsportret van Wiedijk bevindt zich in de collectie van het Hildo Krop Museum in Steenwijk.

V 168 – ‘Pinda-Chinees’

verblijfplaats onbekend

1954 – 56

palmhout, 37 cm

Rond 1900 begon de Stoomvaart Maatschappij Nederland Chinese zeelieden te werven als arbeidskrachten. Chinese arbeiders stonden er om bekend dat ze goedkoop waren, nooit klaagden en altijd bereid waren om zwaar en ongezond werk te doen. Zij werkten voornamelijk in de steenkolenruimten of als stoker in de hete stookruimten van de oceaanstomers. In de dertiger jaren ontstond grote werkloosheid, die ook toesloeg onder de bemanningen van vrachtschepen. Doordat ook nog veel kolengestookte schepen overgingen op olie, waren er veel minder Chinezen op de boten nodig. Werkloze Chinezen storten zich op de verkoop van pindakoekjes: ‘Pinda pinda, lekka lekka’.

Hildo Krop beeldt zo’n ‘Pinda-Chinees’ midden jaren vijftig uit als een mager mannetje met handen als kolenschoppen, waarmee ze hun achtergrond als stoker op de schepen van de grote vaart niet verloochenden.

V 164a/b – Portret/schets Henri Puvrez

verblijfplaats onbekend

1953

a. portret Henri Puvrez

b. schets Henri Puvrez

a. terracotta, 25 cm
b. 2ex. brons, 27 cm

In 1953 maakte Hildo Krop een bronzen schets (V164b) en een terracotta portret (V164a) van zijn Belgische  collega en vriend Henri Puvrez (1893-1971). Deze autodidactische beeldhouwer was professor aan de Hogere Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen , lid van de Aankoopcommissie van het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en directeur van de Klasse voor Schone Kunsten van de Koninklijke Academie van België.


V 76 – Portret Liesbeth B. (Baanders)

particuliere collectie

1929

2 ex. terracotta, 33 cm

Met de architect H.A.J. (Herman) Baanders (1876-1953) was Krop goed bevriend. Regelmatig werken ze samen, zoals o.a. in Amsterdam aan het kantoorgebouw Algemeene Friesche aan het Rokin (B79), het woningencomplex (B93) aan de Rooseveltlaan en het winkelpand van Piet van den Brul (B85) aan de Nieuwendijk en in IJsselstein aan de Sint Nicolaaskerk (B56 en B70).

Waarschijnlijk op verzoek van Baanders, maakte Hildo Krop in 1929 een portret van Liesbeth, de oudste dochter van de architect.
Van deze terracotta portretkop ‘Portret van Liesbeth B.’ bestaan twee exemplaren en zijn ondergebracht in particuliere collecties.

Twee jaar later zou Krop van dochter Liesbeth nog een portret maken. Ter gelegenheid van de zilveren bruiloft van Herman Baanders en zijn vrouw op 8 december 1931, boetseerde Hildo Krop zeer goed lijkende maskerportretten van hun vier kinderen: Liesbeth, Geertje, Herman en Frans. (V 90).

V 82 – ‘Genius van de Revolutie’

verblijfplaats onbekend

ca. 1930

brons en eikenhout, 53 cm

Deze ruim een halve meter hoge ‘Genius van de Revolutie’ laat een vrouwfiguur zien met in de geheven handen een hamer en een sikkel, staande op een mannenkop.

Het mag duidelijk zijn waar Hildo Krop met dit werk naar verwijst.

Van dit werk (oorspronkelijk in gips) ontbreekt elk spoor. Ook zijn er geen afbeeldingen van bekend.

V 95 – Doodsportret van Willem Steenhoff

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1932

witte grès, 19 cm

De kunstschilder, graficus en tekenaar Willem Steenhoff  (1863-1932) was van 1905 tot 1924 onderdirecteur van het Rijksmuseum in Amsterdam en daarna directeur van het Haagse Mesdag Museum (1924-1928). Vanaf 1914 werkte Steenhoff ook als kunstcriticus voor de krant De Nieuwe Amsterdammer.

Wim Heij schreef over Krops doodsportret van Willem Steenhoff in het boek ‘Hildo Krop – Portretten’: “Dit in ivoorbleke grès uitgevoerde portret laat op indringende wijze de eerbied voor het mysterie van de dood zien.”

V 186 – Zittend vrouwelijk naakt

verblijfplaats onbekend

1967 – 70

Het laatste werk in het oeuvre van Hildo Krop is het bijna voltooide zittend vrouwelijk naakt uit 1967-69. Op een van de laatste foto’s van Krop zien we de beeldhouwer bezig met de afwerking van dit beeld.

Een foto uit Lagerweij-Polak laat het atelier van Krop zien vlak na zijn dood in 1970, waarbij het zittend vrouwelijk naakt nog op de werkbank wacht op zijn definitieve voltooiing. Een voltooiing die nooit meer plaats zal vinden.