Categoriearchief: Vrij werk

Meisjeskop Cora de Stuers

particuliere collectie
Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1918

syeniet, ca. 31,5 cm
gips (Hildo Krop Museum), 31,5 cm

In 2016 was het Stedelijk Museum de tentoonstelling ‘Wonen in de Amsterdamse School’ aan het voorbereiden, waarbij ook bij particulieren objecten werden geleend. Bij de zoektocht naar kunstwerken van de Amsterdamse School, kwam men ook een eikenhouten kast van Hildo Krop tegen. Boven op deze kast stond een hardstenen meisjesportret. Bij het Stedelijk ontstond het vermoeden dat dit werk wellicht ook van Hildo Krop zou kunnen zijn. Krop gebruikte het materiaal syeniet eind jaren tien van de vorige eeuw regelmatig voor portretkoppen. Zowel de kast als het meisjeskopje werden voor de tentoonstelling geleend. In de tentoonstellingscatalogus waar het meisjeskopje ook op de eikenhoutenkast te zien is, wordt  vermeld: ‘Bovenop de kast een gebeeldhouwd meisjeskop, vermoedelijk ook door Krop gemaakt, circa 1916’.

foto’s: catalogus Stedelijk Museum Amsterdam / Erik & Petra Hesmerg

De toenmalige conservator van het Hildo Krop Museum herkende bij een bezoek aan de tentoonstelling in het Stedelijk Museum dit kopje. Dit kinderportret is namelijk ook aanwezig in de Hildo Krop gipscollectie van het Steenwijkse museum. Hiermee werd duidelijk dat het in het Stedelijk Museum tentoongestelde meisjesportret inderdaad van Hildo Krop is.

Het geportretteerde meisjeskopje is een verbeelding van de negenjarige Cora de Stuers (1909-2002), een nichtje van Dirk Hannema, voormalig directeur van Museum Boijmans (van 1921 tot mei 1945) en oprichter van de ‘Stichting Hannema De Stuers Fundatie’.

In de oeuvrecatalogus van Lagerweij-Polak staat op pagina 124 een verwant meisjesportret (V19) uit 1917-18 in syeniet afgebeeld.

bron: e-mail Frans van Burkom/Hans Bakker

V 30 – Eekhoorn

verblijfplaats onbekend

1919 of vroeger

palmhout, afmeting onbekend

In 1919, mogelijk nog eerder, sneed Hildo Krop uit palmhout een naar beneden loerende eekhoorn. De enige afbeelding die bekend is van dit werkje is te vinden op een foto die zich in de collectie van het Hildo Krop Museum bevindt. Naast dit eekhoorntje zien we ook de pottendraaier van de gevel van de Steenwijkse ESKAF-fabriek (B 18) en een witte ESKAF vaas (nr. 118).

V 145 – Vrouwelijk naakt – Zwolle

(staand zonder armen)

Museum de Fundatie, collectie Hannema-de Stuers Fundatie, Zwolle en Heino/Wijhe

ca. 1950

wit geglazuurde keramiek, 26,5 cm

Dit keramische Vrouwelijk naakt van Hildo Krop werd in februari /maart 1984 door Kunsthandel G.J. Scherpel B.V. in Den Haag getoond op de “Herdenkingstentoonstelling Hildo Krop 1884-1970 Beeldhouwer en Ceramist”. Na deze tentoonstelling kocht Dirk Hannema dit werk en bracht het vervolgens als schenking onder in de door hem opgerichte Stichting Hannema-de Stuers Fundatie.

bron en foto’s: Museum de Fundatie, Zwolle

Staand naakt jongetje

ca. 1950-1953

particuliere collectie

polychrome geglazuurd keramiek, 37,5 cm

Dit keramische beeldje van een naakt kinderfiguur stamt waarschijnlijk uit het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Het werd in 2013 bij een veilinghuis aangeboden. Daar werd gesuggereerd dat het geportretteerde jongetje een buitenechtelijk kind van Krop zou zijn.

Man met meisje op zijn knie

verblijfplaats onbekend

ca. 1937

steen, afm. niet bekend

In de oeuvrecatalogus van Lagerweij-Polak staat op pagina 129 een rubriek ‘onvoltooid werk in steen’. In deze rubriek wordt een beeld genoemd met de titel ‘Man met meisje op zijn knie’. Op twee foto’s uit het archief van het Hildo Krop Museum met afbeeldingen van het atelier van Hildo Krop is dit werk te zien. Opvallend is de gelijkenis van Krop met het mannenfiguur. Ook is waarneembaar dat het model, dat voor het meisje heeft geposeerd, al vaker voor Krop model heeft gestaan. Voor het lopend vrouwelijk naakt (V 110) uit 1937 heeft dezelfde vrouw model gestaan. Het is aannemelijk dat dit onvoltooide beeld ook in dezelfde periode ontstaan is.

Waarom het werk niet is voltooid en waar het is gebleven is niet bekend.

V 22 – Drie presse-papiers

verschillende particuliere collecties

1918 of vroeger

a. kameleon
b. dolfijn
c. egel

koper, a. 9 cm – b. 7,5 cm – c. 7,5 cm

Van deze serie van drie dieren zijn van elk, zes genummerde exemplaren afgegoten. Waarschijnlijk heeft het palmhouten egeltje uit 1917 (V 17) model gestaan voor het derde diertje uit deze serie.

In de collectie Kunstmuseum Den Haag bevinden zich de gietvormen van deze presse-papiers.

Er bestaat nog een presse-papier, welke wordt toegeschreven aan Hildo Krop. Dit werkje, een paling, stamt waarschijnlijk uit dezelfde tijd als de hierboven genoemde presse-papiers.

V 136 – Jongensportret van L.J.F.P.H. S. (Strengholt)

verblijfplaats onbekend (brons)
Hildo Krop Museum, Steenwijk (gips)

1946 – 47

brons – gips, 31 cm

Dit portret van een jongen uit het omvangrijke geslacht Strengholt maakte Hildo Krop vlak na de oorlog. Het is niet duidelijk wie deze jongen is. Waar dit mooie jongensportret in de brons uitvoering zich bevindt is ook niet bekend.

V 112 – Rustend paar

Particuliere collectie

ca. 1938-41

marmer (rosé aurore), 25 cm

beton, gedeeltelijk gehakt, 73 cm

De kleinzoon van Hildo Krop vertelt in de documentaire ‘Beeld van een kunstenaar’ (2018) over het ontstaan van dit rustende paar. Kleinzoon Hildo jr. zit aan een tafel achter dit fraaie marmeren beeld. Hij vertelt dat zijn grootvader op een ochtend de kamer van zijn zoon Johan was binnengelopen en hem in bed liggend aantrof met een vriendin. Een snelle blik van de beeldhouwer was genoeg om deze situatie in zijn geheugen te prenten. Een paar maanden later, op de verjaardag van zijn zoon, schonk hij dit marmeren beeld als verjaardagscadeau.

Voor het zover was maakte Krop eerst een schets in gips. Dit model, dat hij later afgoot in beton, is drie keer de afmeting van het marmeren beeld. Dit afgegoten model is te vinden in de collectie van het Hildo Krop Museum in Steenwijk. Bij de marmeren versie heeft Krop zijn zoon slapend weergegeven.

V 110 – Lopend vrouwelijk naakt – Steenwijk

1937

brons, gips, aardewerk, 104 cm

brons: verblijfplaats onbekend
gips en aardewerk: Hildo Krop Museum, Steenwijk

Dit ‘Lopend vrouwelijk naakt’ van Hildo Krop is een bijzonder beeld, dat een nadere beschouwing oproept. In Lagerweij-Polak is zo goed als geen informatie over het werk te vinden. Slechts het jaartal en de afmeting wordt vermeld en dat het beeld in brons is afgegoten. Het Hildo Krop Museum bezit een foto van een fragment van dit bronzen beeld.

Daarnaast zijn er in de museumcollectie twee andere varianten van het beeld te vinden: het origineel in gips en een uitvoering in geglazuurd chamotte aardewerk. Omdat Krop het werk in verschillende uitvoeringen heeft gemaakt, is het aannemelijk dat hij dit werk geslaagd vond. En terecht! Met het naar rechts overhellend, enigszins getorst bovenlichaam lijkt het of deze vrouw echt loopt. Ook het fraai krullend haar en het karakteristieke hoofd van de vrouw, maakt dit werk belangwekkend.

Dit ‘Lopend vrouwelijk naakt’ is waarschijnlijk geen opdracht en behoort tot het zogenaamde vrije werk van Krop. Voor naakten maakte Krop vrijwel altijd gebruik van modellen. Vaak was het beeld dat Krop van zo’n model maakte een interpretatie van het lichaam, zoals bijvoorbeeld bij het ‘Zittend vrouwelijk naakt’ (V 96) uit 1934. Bij het ‘Lopend  vrouwelijk naakt’ heeft de beeldhouwer het model natuurlijk weergegeven. Mogelijk heeft Dorothea la Ververe voor dit werk model gestaan, zoals een notitie in het museumarchief suggereert.

geglazuurd chamotte aardewerk

V 119 – Doodsportret mevrouw Th. Mann-Bouwmeester – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1939

gips, 47 cm

Hildo Krop was al vroeg bekend met het Nederlandse theater. Aan het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw vroeg de danseres-choreografe Gertrud Leistikow hem een aantal maskers te maken voor haar dansvoorstellingen (Ma1). Ook voor de acteur-regisseur Albert van Dalsum maakte Krop toneelmaskers (Ma2). In de loop der jaren kende Krop veel toneelspelers, waarvan hij enkele geportretteerd heeft, zoals Charlotte Köhler (V126), Fien de la Mar (V120) en dit doodsportret van Theo Mann-Bouwmeester.

Theo Mann-Bouwmeester (1850-1939) maakte haar debuut als zevenjarige. Sarah Bernhardt was haar inspiratiebron, die zij in 1880 in Amsterdam zag optreden. Datzelfde jaar beleefde zij haar eigen doorbraak bij het grote publiek.

Zij had een breed repertoire, van klassieke tragedies tot eigentijdse stukken en was lange tijd Nederlands bekendste actrice.

Sinds 1955 wordt jaarlijks de naar haar genoemde Theo d’Or verleend voor de beste vrouwelijke hoofdrol gedurende het seizoen.

bron: wikipedia

V 120 – Portret mevrouw Fien de la Mar

particuliere collectie

1939

brons, 33 cm

Hildo Krop maakte dit portret van Fien de la Mar (1898-1965) een jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Krop was al vroeg bekend met het Nederlandse theater. Aan het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw vroeg de danseres-choreografe Gertrud Leistikow hem een aantal maskers te maken voor haar dansvoorstellingen (Ma1). Ook voor de acteur-regisseur Albert van Dalsum maakte Krop toneelmaskers (Ma2). In de loop der jaren kende Krop veel toneelspelers, waarvan hij enkele geportretteerd heeft, zoals Theo Mann-Bouwmeester (V119), Charlotte Köhler (V126) en van het grote en veelzijdige talent Fientje de la Mar, ‘de koningin van het Nederlandse cabaret’.

In de vooroorlogse Nederlandse geluidsfilms, waaronder De Jantjes (1934), Bleeke Bet (1934), Op stap (1935) en De spooktrein (1939), was zij dé ster.

bron: wikipedia

Vruchtbaarheidsbeeldje – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1950

hout, 64 cm

Bij de in 1999 door het Hildo Krop Museum verworven atelierinventaris van Hildo Krop, kwam ook deze naakte vrouwentorso mee. Dit bijzondere vruchtbaarheidsbeeldje is uit een tak gesneden. Het linkerbeen  wordt omvat door een slangenkop. Het slangenlijf mondt uit in een ring waar een touwtje aan vast zit met bosjes tarwe- en gersthalmen als vruchtbaarheidssymboliek. De slang wordt hier bedoeld als het eeuwig durende leven.

Het hoofd van de vrouw is gebeeldhouwd aan de vlakke bovenzijde van de afgesneden tak. Zij heeft de handen op de rug.

V 83 – Zittende vrouw met kindje

verblijfplaats onbekend

ca. 1930

brons, 38 cm

In het depot van het Hildo Krop Museum in Steenwijk liggen fragmenten in gips opgeslagen van het monumentale reliëf, dat in een bronzen uitvoering de ingang van de Bijenkorf in Den Haag sierde (B53a). Deze imposante wandplaat, van twee meter hoog, is helaas verloren gegaan. Van de gips restanten is een reconstructie gemaakt.

Hierop is de zittende vrouw met een kindje te zien waarvan Hildo Krop rond 1930 een bronzen uitwerking heeft gemaakt. Hoe dit bronzen beeldje van 38 cm hoog er exact heeft uitgezien is niet bekend. Omdat de verblijfplaats van dit werkje niet bekend is, zullen we het met het gipsen voorbeeld moeten doen.

Wandelend paar – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1950/60

terracotta, 20 cm

De vrouw en dan met name de moeder, was volgens Hildo Krop de bron van het leven. Veelvuldig heeft hij dat beeld in zijn oeuvre vorm gegeven. Maar ook het paar, man en vrouw, zittend, staand, minnend, lopend, zoals bij dit terracotta beeldje uit de jaren 50 van de vorige eeuw, is veel voorkomend in zijn werk. In dit bijzondere beeldje laat Krop zowel het contrast tussen man en vrouw zien, als de eenheid die ontstaat tussen de twee seksen. Dit wordt extra geaccentueerd doordat het paar elkaar op de rug vasthoudt. De moeder mag dan de bron van het leven zijn, maar voor het voortbestaan van het menselijk leven is de eenheid van man en vrouw noodzakelijk.

Deze wandelende man en vrouw heeft het Hildo Krop Museum in langdurige bruikleen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Lopend paar – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1949

polychroom geglazuurd terracotta, 26 cm

“De keuze voor het thema man/vrouw, (echt)paar kan niet los worden gezien van Krop zijn credo: Kunst en gemeenschap dienen onverbrekelijk met elkaar te zijn verbonden. Een kunstenaar is een dienaar van de gemeenschap, waarbij hij het woord gemeenschap in dit verband altijd met een hoofdletter schreef. Een kunstwerk, zo was zijn opvatting, dient iets te symboliseren en een vorm te hebben die de gevoelens en verlangens vertolkt die bij mensen leven. Aangezien de kleinste eenheid, waar een gemeenschap door wordt gevormd, uit twee mensen bestaat, een man en een vrouw, ligt hier ten diepste de verklaring voor Krop zijn niet aflatende keuze, gedurende zijn gehele leven, voor juist dit thema”.

(citaat Wim Heij: Nieuwsbrief nr. 14 – juli 2017 – Hildo Krop Museum).

V 130 – Staande vrouw met tak lelies

verblijfplaats onbekend

1944

Portlandstone, 114 cm

Van deze staande vrouw met lelietak heeft het Hildo Krop Museum een gipsen model in de collectie. De enige afbeelding van dit kunstwerk in Portlandstone is te zien op een foto  van het atelier van Krop, gemaakt door Johan Krop, de zoon van de kunstenaar. Dit beeld is ontstaan vanwege een opdracht voor een monument voor een cacaofabriek in de Zaanstreek (Mo22).
Waarschijnlijk was Krop zo tevreden over het resultaat dat hij naast dit monument, dat in brons werd afgegoten, ook dit werk in Portlandstone hakte en wel twee keer zo groot als het gipsmodel.
Waar dit beeld zich bevindt is niet bekend.

gipsen exemplaar in het Hildo Krop Museum

V 122 – Zittende kat, Steenwijk

verblijfplaats (marmer en brons) onbekend

gips: Hildo Krop Museum, Steenwijk

1941 – 42

1 exemplaar wit marmer , 22,5 cm
1 exemplaar brons, afmeting onbekend
1 exemplaar gips, 45 cm

In de oorlogsjaren was er voor Hildo Krop niet veel werk te doen. Hij had geweigerd om voor de Kultuurkamer te tekenen en was hierdoor zijn baan bij de gemeente kwijt geraakt. Daarnaast ontstond er ook een probleem met betrekking tot het verkrijgen van materiaal. Niet tekenen voor de Kultuurkamer betekende ook dat hij geen materiaal kon aanschaffen om te werken. Gelukkig had hij nog wel wat voorraadjes steen. Waarschijnlijk had hij nog wat stukken onbewerkt marmer liggen, gezien zijn productie in die jaren van beeldhouwwerk in marmer. Hij maakte in dit materiaal enkele naakten (V121, V124, V129), een liggende vrouw met kindje (V123) en deze zittende kat. Van deze kat met een ‘Egyptische’-uitstraling is helaas geen afbeelding bekend. Er bestaat ook een uitvoering in brons. Hoogst waarschijnlijk is deze bronzen uitvoering, waarvan de afmetingen niet bekend zijn, pas na de oorlog ontstaan.

Het Hildo Krop Museum heeft het fraaie gipsen model van deze kat in haar collectie. Dit model is echter exact twee keer zo groot als het marmeren exemplaar. Deze zuinigheid vloeit voort uit door de beperkte hoeveelheid marmer die Krop in die jaren had.

Ook bezit het museum een gipsen beeld van twee parende katten (47 x24 cm). Mogelijk is dit werk in dezelfde periode als de zittende kat ontstaan.

V 87 – Ruiter te paard

verblijfplaats onbekend

1930

mahoniehout, 43 cm

Voor het mahoniehouten beeld ‘Ruiter te paard’ volgde Hildo Krop dezelfde werkwijze als voor zijn in steen gehakte beelden. Eerst maakte hij een kleimodel die hij vervolgens in gips afgoot. Aan de hand van dit gipsmodel ging hij met behulp van een punteerinstrument het beeld in hout snijden.

Op het hoogste punt van deze gipsen studie, boven op het hoofd van de ruiter, is een ‘knobbel’ te zien. Dit punt is het primaire coördinatiepunt voor het punteerinstrument van waaruit alle metingen en afstanden worden bepaald voor het overbrenging van de vaste maten van het gips op het uiteindelijke materiaal zoals hier in hout. Het punteerinstrument wordt steeds overgezet van gips naar hout en weer terug om de maten over te nemen en te controleren. Op basis van de metingen kan het houtenblok vervolgens worden bewerkt met de beitel.

punteerinstrument

Het gipsen model is aanwezig in de collectie van het Hildo Krop Museum. Waar het mahoniehouten beeld uiteindelijk is terecht gekomen is onbekend.

Gehurkte faun op pilaar – Steenwijk – (ESKAF model 137)

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1925

donkerbruine grès, 39 cm

Begin jaren twintig van de vorige eeuw ontwierp Hildo Krop voor de Eerste Steenwijker Kunst- en Aardewerk Fabriek een gehurkte faun op een console. Dit model werd in productie genomen om te kunnen gebruiken in de bouw. Het is niet bekend of dit model daadwerkelijk in bouwprojecten is toegepast.

Het Hildo Krop Museum bezit naast dit ESKAF-model 137 ook het originele ontwerp in gips.

Een tweede model met de afbeelding van een papegaai is niet in productie genomen. Ook hiervan heeft het Hildo Krop Museum het originele gipsmodel in de collectie.

V 180 – Portret mejuffrouw de P. (Pont) met paardenstaart

verblijfplaats onbekend

1962

brons, 33 cm

Vrijwel tegelijkertijd met het portret van het meisje De Pont (V179), maakte Hildo Krop dit tweede portretje van haar. De reden is niet bekend, maar mogelijk was de familie De Pont niet helemaal tevreden met het eerste portret. Ook bestaat de mogelijkheid dat Hildo Krop zelf het eerste kopje minder geslaagd vond.

V 179 – Portret mejuffrouw de P. (Pont) met kort haar

verblijfplaats onbekend

1962

brons, 32,5 cm

Op zoek naar de achtergrond en/of een foto van dit meisje ‘Mej. De P. (Pont) met kort haar’, stuitte ik in het boekje ‘Portretten’ (een uitgave van het Instituut Collectie Krop) op pagina 60, op een foto van een meisje met een strik in het haar. Onder deze foto staat de tekst : Mej. J. G. (Judith Goudsmit) (V183). Het bleek dat het meisje op deze foto niet Judith Goudsmit is maar Mej. De Pont met twee strikken in het haar, of zoals Lagerweij-Polak het noemt “met kort haar”. Krop maakte vrijwel tegelijkertijd (of vlak daarna) nog een portret van dit meisje, nu met paardenstaart (V180). Mogelijk was of Krop zelf, of de familie De Pont, niet tevreden met dit eerste portret.

V 72 – Portret dr D. (Schoenewald)

verblijfplaats onbekend

1928

Foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk
foto: archief Hildo Krop Museum, Steenwijk

1 ex. brons, 1 ex. terracotta, 30 cm

In 1928 kreeg Hildo Krop van zijn tandarts dr. D. Schoenewald de vraag of hij van hem een portret wilden maken. Krop stond daar niet onwelwillend tegenover en maakte van hem een portretkop in twee uitvoeringen. Een in brons en een in terracotta. Over Krop met dit portret zijn tandartsrekening betaalde is niet bekend.

In het Hildo Krop Museum is het gipsen model te bekijken.

V 111 – Portret van de heer H.J. V. (Versteeg)

verblijfplaats onbekend

ca. 1938

brons, 43 cm

In 1929 werd  Hendrik Johan Versteeg (1878-1954) hoofdcommissaris van politie in Amsterdam. Versteeg was commissaris in een roerige periode. Begin jaren ’30 kreeg Amsterdam te maken met massale werkloosheid als gevolg van de economische crisis. Ook ontstonden er spanningen tussen aanhangers van de Communistische Partij Nederland (CPN) en de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Dit leidde in juli 1934 tot een volksoproer wat sindsdien bekend staat als het Jordaanoproer.
In het begin van de Tweede Wereldoorlog werden hooggeplaatste ambtenaren met vaderlandslievende  sympathieën nog gedoogd, maar enkele weken na de Februaristaking in 1941 werd eerst burgemeester W. de Vlugt uit zijn ambt gezet en kort daarop werd Versteeg met vervroegd pensioen gestuurd.

Rond 1938 heeft Hildo Krop deze hoofdcommissaris met een bronzen portret vereeuwigd. De gedachte was dat het bronzen beeld mogelijk in het hoofdbureau van politie aan de Amsterdamse Elandsgracht een plaats gekregen zou hebben. Bij navraag bleek dit niet het geval. Waar het portret zich bevindt is niet duidelijk. Het gipsen model is aanwezig in de collectie van het Hildo Krop Museum, Steenwijk.

V 99 – Kinderportret mejuffrouw A.A. van H. (van Hattum)

verblijfplaats onbekend

1934

2 ex. terracotta, 30 cm

Hildo Krop staat er om bekend dat hij een beeldhouwer was die in z’n algemeen figuren neerzette als stevige, stoere mannen en vrouwen. Het valt des te meer op hoe teder de kinderportretten van zijn hand zijn. De kunstcriticus Just Havelaar schreef hierover: “In zijn uitbeelding van kleine kinderen weet Krop verrassend fijn te zijn, heel licht. bijna beschroomd.”

In 1934 maakte Krop twee portretten van de niet verder geïdentificeerde  zusjes Van Hattum (zie ook V100).

bron: ‘Hildo Krop Portretten’, Wim Heij, 2011