Categoriearchief: Penningen

Herdenkingspenning Gerrit van der Veen en Frans Duwaer – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1944

gebakken aarde, 8,2 cm

In 1944 ontwierp Hildo Krop een penning ter herinnering aan Gerrit van der Veen en Frans Duwaer. Het Hildo Krop Museum heeft door een schenking in 2021 deze penning in bezit gekregen. Ook de originele mallen zijn in de collectie van het museum aanwezig, zowel in gips als in gietijzer. Aan de voorzijde van de penning  staan twee mannen met een vaandel en de tekst ‘IN MEMORIAM G.J. V.D. VEEN EN FR. DUWAER’. Aan de andere zijde: een  uit de grond stekende arm met in de vuist een brandende fakkel, met de tekst :’10 juni 1944 HOUDT DE FAKKEL BRANDENDE’.

In de zomer van 1942 werd de Persoonsbewijs centrale  opgericht door o.a. Gerrit van der Veen. Deze P.C.B. was een Nederlandse ondergrondse organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog het verzet en onderduikers voorzag van vervalste persoonsbewijzen. De centrale werkte als een overkoepelend orgaan van vervalsingsfirma’s. Vervalsingen werden geleverd op bestelling, vooral van collega-verzetsorganisaties. Het vervalsingswerk werd gedaan door vaklieden, zoals Frans Duwaer, de directeur van een bloeiend drukkersbedrijf in Amsterdam. Een meesterdrukker en een Nederlander met het hart op de juiste plaats. Zijn vriend de beeldhouwer Gerrit Jan van der Veen, die ook handig was met de tekenpen, zorgde voor het grafisch werk. Moeilijk, maar ook gevaarlijk werk. Zij leverden een dermate goed product af, dat het niet van echt was te onderscheiden. Dit alles werd in het diepste geheim gedaan. Twee jaar lang heeft Frans Duwaer zijn zondagen aan dat drukken gegeven, want het moest gebeuren als er niemand in de drukkerij was. Er mocht ook geen spoor achterblijven van het clandestiene werk. Aan het einde van de werkdag moest alles weer precies op zijn plaats gelegd worden als voorheen. In deze jaren zijn zestig- tot zeventigduizend persoonsbewijzen gedrukt— om nog maar niet te spreken van de duizenden andere falsificaties: ‘Ausweise’, zegeltjes en Ariërverklaringen. Ze werden verspreid over heel het land. De S.D. had wel iets door. In een rapport gaven ze openlijk toe dat de vervalsingen zo goed zijn, dat alleen deskundigen na een nauwkeurig onderzoek de afwijkingen konden vaststellen. Begin 1944 hadden ongeveer honderd mensen een dagtaak bij de P.B.C.. Omstreeks Pasen 1944 ging het mis. Gerrit van der Veen werd opgepakt. Ondanks de waarschuwingen uit zijn omgeving bleef Frans Duwaer in Amsterdam. Hij wilde de zaak niet in de steek laten. Begin juni werd hij aangehouden bij een simpele persoonsbewijscontrole. Binnen zestig uur na zijn aanhouding was zijn vonnis al bekend. Gerrit van der Veen en Frans Duwaer werden samen met vijf anderen op 10 juni 1944 in de duinen bij Overveen gefusilleerd.

Deze door Hildo Krop in 1944 ontworpen penning is gemaakt, ter herdenking aan deze twee grote verzetshelden.  De in gebakken aarde uitgevoerde herdenkingspenning is waarschijnlijk uitgereikt aan leden van de P.B.C. met het verzoek om toch vooral door te gaan met het illegale werk en de fakkel brandend te houden.  

bronnen: J. Berkovits; Wikipedia

P 7 – Senaatspenning – Steenwijk

1932

Hildo Krop Museum, Steenwijk

brons, diameter 6 cm

In 1932 was het 300 jaar geleden dat in Amsterdam het Athenaeum Illustre werd gesticht. Ter gelegenheid van de verjaardag van deze voorloper van de Universiteit van Amsterdam, werden drie penningen geslagen. De ontwerpers waren Jan Bronner, Bertus Sondaar en Hildo Krop. Krop nam de Senaatspenning voor zijn rekening. Aan de voorzijde plaatste hij drie naakte mannen met fakkels, voorstellende de drie eeuwen die het licht der wetenschap van generatie op generatie hebben doorgegeven. Daaronder voegde hij zes medaillons toe met de symbolen van de faculteiten: wis- en natuurkunde, geneeskunde, godgeleerdheid, rechtsgeleerdheid, letteren en wijsbegeerte en handelswetenschappen.
Op de achterzijde van de penning is een koggeschip te zien, het oudste wapen van Amsterdam. Dat is niet zo bijzonder. Dit wapen gebruikte Krop vaker, onder andere bij gemeentelijke bouwwerken zoals bij de Universiteits Bilbliotheek, het stadhuis op de Oudezijds Voorburgwal, tramremise Lekstraat, Politiebureau Elandsgracht, Koninklijke Hollandse Lloyd en bij de Stadionbrug. Op de kogge staat soms één, maar meestal twee ridders afgebeeld en vaak ook nog met een hond erbij, als symbool van trouw. Maar het figuur op dit koggeschip roept vragen op. We zien een breed geschouderd figuur met een zwaard en een kroon. Dit is beslist géén ridder te noemen en nog minder de Amsterdamse stedenmaagd, zoals door Emmy Lagerweij-Polak werd beweerd in haar artikel Nederlandse makers van penningen 13 – Hildo Krop uit 1980 in “De Beeldenaar”. De eerste gedachte die opkomt bij het zien van het figuur is ‘een Afrikaans stamhoofd’. Wat Krop met dit figuur bedoelt valt, zoals vaak bij de cryptische gedachtegang van de beeldhouwer, moeilijk te raden. Toch moet het een reden hebben. Bij Krop was niets ‘zo maar’, alles in zijn werk had een betekenis. Soms ver gezocht, maar toch. Zou de verbeelding misschien iets met de slavernij te maken kunnen hebben?

B 130 – B 103 – B 10

Na de ontdekking van Amerika vestigden de Spanjaarden en Portugezen zich in Zuid- en Midden-Amerika. Om goedkope arbeidskrachten in de mijnen en plantages in te kunnen zetten, begon men in de zestiende eeuw mensen uit Afrika te kopen. De Nederlanders zagen ook wel brood in deze handel. Zij verenigden zich in de West-Indische Compagnie (WIC) die in 1621 werd opgericht. Hiermee werd een grootscheepse slavenhandel opgezet. Of Krop op deze penning de slavernij aan de orde had willen stellen is niet zeker. De slavernij-discussie speelde begin jaren dertig in ieder geval niet in die mate, zoals dat tegenwoordig aan de orde is. Maar is het niet erg toevallig dat Krop op deze penning voor de 300ste verjaardag van Athenaeum Illustre, een Afrikaans figuur plaatst, terwijl de oprichting van deze illustere school samenvalt met het moment dat de Nederlandse slavenhandel grote vormen aannam? Het blijft natuurlijk gissen.

bronnen: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014; Wikipedia

P 6 – Penning H.A.J. Baanders – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1930

brons, diameter 8,2  cm

Ter gelegenheid van zijn 25 jarige jubileum als architect maakte Hildo Krop voor Herman Ambrosius Jan Baanders een erepenning. Hij ontwierp deze penning op verzoek van de vrouw en kinderen van de architect.
Aan de voorzijde van de penning zien we een mannenfiguur met een schop, als symbool van 25 jaar scheppende arbeid. Aan de achterzijde staat de tekst:

Gy Waart.Gy zijt.Gy zult dezelfde blijven

Met Baanders had Krop regelmatig samengewerkt, zoals o.a. aan het woningencomplex (B93) aan de Rooseveltlaan en het winkelpand van Piet van den Brul (B85) aan de Nieuwendijk in Amsterdam. Ook aan de nieuwe toren van de Sint Nicolaaskerk in IJsselstein werken Krop en Baanders samen (B56).

bron: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014

P 5 – Medaille Tien Jaar arbeidersregering USSR 1917-1927 – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1927

brons, diameter 6,5 cm

Krop was een dynamische, felle, geëngageerde persoonlijkheid. Politiek was hij in sterke mate links gericht, maar hij was te ondogmatisch om zich lang aan een politieke partij te binden. Gedurende de Eerste Wereldoorlog verscheen er in het aan de S.D.A.P gelieerde dagblad Het Volk een advertentie met een oproep tot steun aan een Duitse oorlogslening. Dit was voor Krop de reden om zijn lidmaatschap van deze socialistische partij op te zeggen. Hierna heeft hij zich nooit meer bij een politieke partij aangesloten. Wel bleef hij contact houden met de socialistische en communistische voormannen. Vanwege zijn sterke communistische gerichtheid ontstond in 1927 de penning Tien jaar Arbeidersregering. We zien een kracht uitstralende werkman met in de ene hand een sikkel en hamer en in de andere een vaandel.  Al eerder had hij dergelijke figuren in houtsneden uitgebeeld die hij maakte voor het communistische blad De Tribune.

bron: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014

P 13 – Medaille Hildo Krop – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1959

terracotta,  8,3 cm

In 1959 maakte Hildo Krop een penning van terracotta met een zelfportret. Hij beeldde zich af getooid met zijn karakteristieke petje, een vilten hoed waar hij deels de randen van had afgeknipt. Dit was zijn vaste hoofddeksel als hij aan het hakken was in zijn atelier. Dit petje bevindt zich overigens in de collectie van het Hildo Krop Museum.

Deze penning werd door Krop geschonken aan een aantal mensen die er voor hadden gezorgd, dat ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag, vijf bronzen afgietsels van de door hem gemaakte maskers, konden worden aangekocht. Deze vijf maskers zouden worden geplaatst in de Stadsschouwburg in Amsterdam. De maskers waren in 1922 door Krop ontworpen voor ‘Vrouwe Emers groote strijd’, een Nederlandse bewerking van een Keltisch toneeldrama van de Ierse dichter en toneelschrijver W.B. Yeats (Ma 2).

Deze penningen waren uitgevoerd in terracotta, op één exemplaar na. Die penning werd geglazuurd uitgevoerd en was bestemd voor de schilder Paul Citroen.

bron: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014

P 12 – Gerrit van der Veen penning – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1945

brons, diameter 6 cm

In september/oktober 1945 werd in het Rijksmuseum in Amsterdam de tentoonstelling Kunst in Vrijheid gehouden. Dit was een tentoonstelling van werken van Nederlandse beeldende kunstenaars die tijdens de bezetting de Kultuurkamer hadden afgewezen. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling was een prijsvraag uitgeschreven voor een penning als aandenken aan de omgekomen verzetsstrijder Gerrit van der Veen. Hildo Krop stuurde ook een ontwerp in en won de prijs. Deze herdenkingspenning werd uitgereikt aan de Nederlandse kunstenaars die aan de tentoonstelling hadden deelgenomen. Ook kregen 25 Amerikaanse kunstschilders de penning als dank voor wat zij voor Nederlandse kunstenaars in de Tweede Wereldoorlog hadden gedaan.

Gerrit van der Veen weigerde als beeldhouwer, net als o.a. Hildo Krop, lid te worden van door de Duitsers ingestelde Kultuurkamer. Van der Veen werd zelfs leider van een actiegroep tegen deze kamer, met als gevolg dat hij al snel gearresteerd werd. Na zijn vrijlating dook Van der Veen onder. Hij was zeer actief in het verzet en was leider van een uitgebreid verzetsnetwerk. Na de overval op het Huis van Bewaring in Amsterdam in mei 1944 werd hij opgepakt. Begin juni 1944 is hij in de duinen bij Overveen gefusilleerd. Van der Veen ligt begraven op de erebegraafplaats in Overveen.

bronnen: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014; Wikipedia

P 2 – Penning Nederlandse Oudheidkundige Bond – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1924

brons, goud,  diameter 6,6 cm

Ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van de Nederlandse Oudheidkundige Bond ontwierp Hildo Krop een penning. Deze penning was bedoeld om, in goud uitgevoerd, uit te reiken aan personen welke zich bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt voor de Nederlandse oudheid. In verschillende tijdschriften en boeken werd de penning afgebeeld waarbij de kritieken positief waren. Voor enkele oudheidkundigen bleek de vormgeving echter te modern. Zo meende dr. A. Bredius, dat de penning beter “geschikt was om aan een vijand van de bond te worden geschonken”.

bron: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014
foto: Arie van Andel

P 8 – Penning lopende vrouw – Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1934

brons,  diameter 8,5 cm

In één van de scenes van het maskerspel ‘Vrouwe Emers groote strijd’ uit 1922, een Nederlandse bewerking van ‘The Only Jealousy of Emer’ van Yeats  (Ma 2), kwam een vrouw voor met een lelie. Haar verschijning sprak Krop dermate aan dat hij haar in 1928 uitbeeldde op één van de veertien gevelstenen die hij maakte voor een villa aan de Apollolaan (B 74). In 1934 gebruikte hij het motief nog een keer, nu op een penning. Van deze eenzijdige penning bestaan twee versies: één met een Nederlands en één met een Latijns randschrift.

De Nederlandse tekst is hetzelfde als het randschrift dat Krop later plaatste op een niet-uitgevoerde penning voor illegale werkers (P 11). Deze tekst luidde: ‘Voor het verleden soms, voor de toekomst altijd’.

bron: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014

P 4 – Plaquette Ons Huis – Amsterdam

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1924

brons,  11 cm

Rond 1924 ontwierp Hildo Krop voor de Amsterdamse vereniging Ons Huis een klein plaquette die bedoeld was als huldeblijk voor personen die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor het buurt- en jongerenwerk dat toen al door Ons Huis in de Amsterdamse Jordaan werd verricht. Op deze plaquette plaatste Krop een naaktfiguur met verschillende symbolen. In dit geval ging hij niet naar eigen idee te werk, maar volgde hij een denkbeeld van de bezielende directrice van Ons Huis, de in 1969 op 100-jarige leeftijd overleden mejuffrouw C.P. van Asperen van de Velde.
Een lopend mannelijk naakt (de over de aarde schrijdende mens) met op zijn hand een adelaar (de verziende mens) en tussen zijn voeten een karper (de volharding) kijkt om naar een glazen bol (de klaarheid). De plaquette heeft het lang uitgehouden. Bijna vijftig jaar heeft hij zijn dienst gedaan. Nog tot in 1973 werd hij uitgereikt aan begunstigers, bestuursleden en employés die zich uitzonderlijk voor Ons Huis hadden ingespannen.

bron: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014
foto: Arie van Andel

P 9 – Legpenning met afbeelding van beeldhouwer – Steenwijk

ca. 1935

Hildo Krop Museum, Steenwijk

legpenning - foto: loek van vlerken 25.06.2012detail legpenning - foto: loek van vlerken 25.06.2012detail legpenning - foto: loek van vlerken 25.06.2012
brons,  diameter 10 cm

 

Hildo Krop is vooral bekend door zijn sculpturen die hij in en voor Amsterdam ontwierp. Dat hij tussen zijn grotere werken ook penningen heeft gemaakt is veel minder bekend. Veelal waren dit opdrachten, zoals voor de Bond Nederlandse Architecten, Senaatspenning, Architectura et Amicitia-penning en de Gerrit van der Veen-penning.
Vrije penningen heeft Krop slechts weinig ontworpen. Eén van deze vrije ontwerpen ontstond rond 1934/35. Hij maakte een vrij grote penning met een stoere beeldhouwer met klompen aan zijn voeten en een hamer en een beitel in zijn handen. Of hij hiermee zichzelf wilde uitbeelden is niet met zekerheid te zeggen.

 

bron: Hildo Krop Penningen, Pieter Jonker/Emmy Lagerweij-Polak, 2014