Categoriearchief: Monument

Mo 6 – ontwerp monument omgekomen Engelse mijnwerkers

verblijfplaats onbekend

1926

gips, 40 cm

‘De Britsche mijnwerkers staken ook voor u! Plicht is het, dure plicht, den Britsche mijnwerkers te steunen’. – De Tribune, 3 juni 1926
collectie: Hildo Krop Museum, Steenwijk
‘De Britsche mijnwerkers houden stand!’ – De Tribune, 3 juli 1926, in bijvoegsel Voor den Zondag
collectie: Hildo Krop Museum, Steenwijk

Ter ondersteuning van de staking van de Britse mijnwerkers in 1926 werden er in juni en juli een tweetal houtsneden van Hildo Krop afgedrukt in De Tribune, het dagblad van de Communistische Partij van Nederland. De eerste toont een kracht uitstralende, staande mijnwerker met in de ene hand een houweel en in de andere een banier. Op de tweede prent zien we een man en een vrouw zij aan zij, harde gezichten en een gebalde vuist, om de onverzettelijkheid van de stakers te onderstrepen.

Naast deze houtsneden in de Tribune, maakte de Krop ook een ontwerp voor een monument voor de omgekomen Engelse mijnwerkers. Van deze gipsen schets bestaat alleen nog een afbeelding in het Socialistisch Democratisch Dagblad ‘Voorwaarts’ van 18 november 1930 naar aanleiding van een tentoonstelling ‘Sociale Kunst Heden’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar het ontwerp werd tentoongesteld.

Interessant in dit geheel is dat er gedurende de gehele stakingsperiode  geen enkele staker is omgekomen. Mogelijk gingen er destijds wel geruchten dat er tijdens een confrontatie tussen de stakers en een door de regering samengestelde ‘militie’ van speciale agenten, slachtoffers waren gevallen, wat later ongegrond bleek. Dit zou kunnen verklaren dat Krop er van af zag om dit ontwerp verder uit te werken.

Vanaf 1921 lagen de Britse mijneigenaren en mijnwerkers voortdurend met elkaar in de clinch. Mijnwerkers klaagden over erbarmelijke arbeidsomstandigheden. Zo moesten zij vrijwel al het werk doen met een ouderwetse pikhouweel – slechts een vijfde van de kolen werd verwerkt met een machine. De mijneigenaren bleken niet erg gevoelig te zijn voor de roep om modernisering: zij kondigden aan vanwege de depressie de lonen met dertien procent te verlagen en bovendien de dagelijkse arbeidsuren op te schroeven van zeven naar acht. Hierop dreigde een algemene staking, waar in eerste instantie nog niets van terecht kwam.
Halverwege 1925 stelde de overheid een tijdelijke subsidie in om de lonen enigszins op peil te houden. Nadat vervolgens een poging van de regering om tot een compromis te komen (zelfde uren, minder loon) mislukte, de subsidie vanwege de malaise noodgedwongen werd stopgezet en mijneigenaren voet bij stuk hielden, kondigde de overkoepelende Britse vakcentrale Trade Union Congress (TUC) op 1 mei 1926 een algehele staking aan, die twee dagen later in Londen van start ging. Dit betekende dat niet alleen mijnwerkers de barricades op gingen: ook dokwerkers, arbeiders uit de gas- en elektriciteit,  drukkerijen en bouwsectoren kwamen vanaf maandag 3 mei 1926 niet opdagen op hun werk.
De dagen die volgden stonden in het teken van voortdurende protestmarsen en hevige rellen tussen stakers en het leger – niet alleen in Londen, maar ook in steden als Hull, Middlesbrough, Newcastle, Preston en Glasgow. In totaal waren er gedurende negen dagen ongeveer 1,7 miljoen arbeiders op de been. Op initiatief van toenmalig minister van Financiën Winston Churchill werd de media ingezet om de publieke opinie aan de kant van de overheid te krijgen. Omdat er vanwege de staking geen dagbladen meer verschenen, publiceerde de regering vanaf 5 mei een eigen propagandistische krant, The British Gazette, waarin de staking werd veroordeeld en bovendien het gevaar van een communistische revolutie werd benadrukt. Zo werd geprobeerd de Britse middenklasse angst in te boezemen en ze te overtuigen de stakingen te veroordelen.
De Britse premier Stanley Baldwin maakte op 6 mei nog een extra statement door de staking te bestempelen als een aanval op de democratie. Bovendien verklaarde de katholieke kerk de staking drie dagen later ‘zondig’. Op 10 mei werden 374 communisten gearresteerd omdat zij zouden streven naar een algehele revolutie. Uiteindelijk zette TUC-leider J.H. Thomas op 11 mei een punt achter de staking toen bleek dat de strijd niet te winnen viel. De teleurgestelde mijnwerkers bleven zich vervolgens op eigen houtje nog tot en met november 1926 verzetten, maar hadden uiteindelijk geen andere keuze weer aan het werk te gaan – voor minder geld en langere dagen.

bron: IsGeschiedenis.nl

Mo 14 – Dijkwerker – Moskou

Park voor cultuur, Moskou

1937

monument dijkwerker - moskou - foto: collectie hildo krop museum
foto: archief Hildo Krop Museum, Steenwijk

brons, ca 90 cm

Ondanks zijn politieke ongebondenheid bleef Hildo Krop hopen op een betere samenleving met meer gelijkheid en solidariteit. Dit ideaal bracht hem in de kringen van democratische marxisten. Zo raakte hij bevriend met Pieter Wiedijk, een ondogmatisch communist die onder het pseudoniem J. Saks schreef over cultuurpolitiek. Ook leerde hij Annie en Jan Romein, Henriette Roland Holst en G.J.M. van het Reve (de vader van Karel en Gerard) kennen. Krop voelde zich verwant met al degenen die zich verzetten tegen fascisme en nazisme en die hulp boden aan de slachtoffers van deze regimes.

Uit 1935 dateert de opdracht die Krop kreeg voor een beeld, een dijkwerker, dat in 1937 door een Nederlandse Arbeidersbeweging aan de volkeren van de Sovjet Unie was geschonken.

kleimodel - dijkwerker - foto: lagerweij-polak
kleimodel in het atelier van Krop – foto: Lagerweij-Polak

Mo 42 – Monument voor de onbekende politieke gevangene, Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1952

maquette monument voor de onbekende politieke gevangene - foto: lagerweij-polak
foto: Lagerweij-Polak

freedom of religion - wandelende jood - gips - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Religion 
freedom of fear - man met kind - gips - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Fear
freedom of speech - vrouw aan martelpaal - gips - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Speech
politieke gevangene - gips (voorzijde) - foto: loek van vlerken 28.08.2017

Politieke gevangene (voorzijde)
politieke gevangene - gips - (achterzijde) - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Politieke gevangene (achterzijde)

Sokkel waarop vijf pijlers, de continenten die een aardbol dragen, waaraan vijf twijgen ontspruiten, bekroond met een zittend vrouwfiguur; ‘Moeder Aarde’
1. Freedom of fear
2. Freedom of religion
3. Freedom of speech
4. Freedom of want
5. Geknield liggende, geboeide man: ‘het symbool van de politieke gevangene’

De aardbol en figuren gedacht in brons, de rest in natuursteen.
Het geheel is een omwerking van het niet uitgevoerde Churchill-monument (Mo 37) uit 1949, waarbij ‘Het herstel van het land’ is vervangen door ‘het symbool van de politieke gevangene’.
Niet uitgevoerd.

In 1951 werd een internationale prijsvraag voor een ‘Monument voor de Onbekende Politieke Gevangene’ uitgeschreven door het Institute of Contemporary Arts in Londen. Voor dit concours werkte Hildo Krop zijn Churchill-monument om met handhaving van de vier deviezen van het Atlantic Charter, maar in plaats van het onderdeel ‘Herstel van het Land’ kwam als symbool van de politieke gevangene een geknield liggende, geboeide man. Het standbeeld van Churchill werd vervangen door een wereldbol, waarop een Moeder Aarde rust.
Krop maakte van enkele beelden, Wandelende Jood, vrouw met kind (werd man met kind) en vrouw aan martelpaal, nieuwe schetsen in gips. Op de voet van het nieuw ontworpen beeld van de geboeide man staat een inscriptie in het Latijn:
SI FRACTUS ILLABATUR ORBIS, IMPAVIDUM FERIENT RUINAE
(indien het hemelgewelf breekt en instort, dan zullen de brokstukken hem, onverschrokken, treffen). Deze gipsen schetsen bevinden zich in het Hildo Krop Museum te Steenwijk.

De verschillende ingezonden ontwerpen werden in december 1952 in Antwerpen en in maart/april 1953 in Londen tentoongesteld. In het voorwoord van de tentoonstellingscatalogus stond dat het monument van de onbekende politieke gevangene een eerbetoon was aan die mensen die onder verschillende politieke systemen het gewaagd hadden hun vrijheid en hun leven te offeren voor de zaak van de menselijke vrijheid. In essentie ging het erom dat het gedenkteken zowel de slachtoffers van de Duitse concentratie- en vernietigingskampen diende te herdenken als die van de politieke zuiveringen onder Stalin in de voormalige Sovjet Unie. De realisering van het monument ging uiteindelijk niet door. De Koude Oorlog speelde hierbij een belangrijke rol.  Officieel heette het dat de geldschieter zich had teruggetrokken. De echte reden waarom het gedenkteken er niet is gekomen heeft te maken met het feit dat na de dood van Stalin in 1953, de eerste naoorlogse topconferentie tussen Oost en West plaats vond. Op deze conferentie stond de toekomst van Berlijn hoog op de agenda. Het monument kon door het Kremlin worden opgevat als provocatie en dat zou de ontspanningspolitiek bemoeilijken. De plannen voor het monument werden daarom in de ijskast gestopt.

In 1960 werd besloten de oprichting van het monument definitief niet te laten doorgaan.

bron: Voormalige concentratiekampen, Roel Hijink, 2011

Mo 37 – Ontwerp Churchill Monument – Steenwijk

Hildo Krop Museum,  Steenwijk

1949

churchill - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Churchill
gips, 45 cm

'aan churchill' - foto: loek van vlerken 28.08.2017
“Aan Churchill”
freedom of fear - vrouw met kind - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Fear
freedom of religion - wandelende jood - foto: loek van vlerken 28.08.2017

Freedom of Religion
freedom of speech - vrouw aan martelpaal - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Speech
freedom of want - zwangere vrouw - foto: loek van vlerken 28.08.2017

Freedom of Want
herstel van het land - man helpt ander opstaan - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Het herstel van het land

Aardewerk met monochroom glazuur met doorschijnende gloed van rode terracotta, 15,5/10/11,5/11,5/11,5/10 cm

ontwerp churchill-monument - foto: lagerweij-polakfoto: Lagerweij-Polak

Beeld van Churchill op zuil geplaatst waar omheen vijf beeldengroepen
1. Freedom of fear
2. Freedom of religion
3. Freedom of speech
4. Freedom of want
5. Het herstel van het land

Het monument was gedacht in natuursteen, de beeldengroepen in brons, de hoogte zou ca. 12 meter bedragen.
Niet uitgevoerd.

Hildo Krop was als commissielid betrokken bij de oprichting in 1947 van het Nationale Monument op de Dam in Amsterdam. Krop steunde daarbij het idee dat de opdracht voor dit gedenkteken naar John Rädecker ging, waarvoor J.J.P. Oud de architectuur ontwierp. De voorgang van dat project verliep echter dermate traag dat twee mede-commissieleden, de Rotterdamse havenbaron D.G. van Beuningen en de textielfabrikant G.J. van Heek een oud plan voor een Churchill-monument uit 1945 van stal haalden. Van Beuningen en Van Heek, die zich garant stelden voor de volledige stichtingkosten, verzochten Krop twee ontwerpen te maken voor dit gedenkteken. Het gedenkteken zou geplaatst moeten worden in Rotterdam, de stad die zo zwaar door de oorlog was getroffen. Het gemeente bestuur van Rotterdam stemde in met dit voornemen en wees als locatie het Hofplein aan. Krop accepteerde de opdracht, maar werd daarvoor – zij het zonder naam of toenaam – scherp aangevallen door de journalist H.P.L. Wiessing, een orthodox communist die Churchill zag als een kapitalist die al vroeg had gewaarschuwd tegen de agressie van Rusland.
Krop maakte voor het monument verschillende schetsen. Uiteraard moest er een beeld komen van Churchill zelf, geplaatst op een twaalf meter hoge zuil. Daar omheen vier figuren die de rechten van de mens uit het Atlantic Charter van 14 augustus 1941 symboliseerden (freedom of fear, freedom of religion, freedom of speech en freedom of want). Ook was er een beeldengroep ontworpen die ‘het herstel van het land’ moest verbeelden. Aanvankelijk werkte Krop enthousiast aan deze opdracht, maar bij de uitwerking van de figuren, die de leuzen van het Atlantic Charter moesten verbeelden, raakte hij aan het twijfelen. Op 6 november 1949 schreef hij Van Beuningen dat hij in de knoop zat met de opdracht: “Ik heb altijd in gedachten gehad dat het monument moest dienen om Churchill te huldigen voor zijn houding gedurende de oorlog. Ik heb de grootste waardering voor Churchill tijdens de oorlogsjaren. Zijn houding na de oorlog heeft niet mijn onverdeeld enthousiasme en ik heb de indruk dat wij daar in waardering
verschillen …”. Krop vreesde, dat zijn interpretatie van de figuren van het Atlantic Charter een kritiek zouden kunnen inhouden op de na-oorlogse politiek van Churchill. Hij wilde graag aan de opdracht voldoen, maar “zonder de hand te lichten met zijn inzichten of zonder oneerlijk te worden in zijn werk en tegenover zijn opdrachtgever”. Van Beuningen antwoordde Krop dat deze het monument volgens eigen inzichten mocht ontwerpen.
Uiteindelijk ging het hele plan niet door. Churchill zelf deelde Van Beuningen mee dat er naar zijn mening geen monumenten ter ere van nog levende personen behoorden te worden opgericht. Aanvankelijk dacht men dat dit geheel Churchill’s eigen visie was, maar het verhaal ligt iets genuanceerder. De Telegraaf van 24 december 1953 onthulde hoe Churchill tot zijn besluit kwam:

” … Midden october (1949 red.) stelde men Winston Churchill in passende bewoordingen op de hoogte van de plannen, daar men van mening was, zonder diens toestemming het monument niet te kunnen oprichten. Churchill antwoordde prompt, dat hij het plan in overweging had genomen en dat hij spoedig nader zou berichten. Maar die berichten lieten op zich wachten. Toen men eind november nog steeds geen antwoord had ontvangen, schreef de heer Van Beuningen om inlichtingen aan Churchill’s privé-secretaris”.

Het bleek dat Churchill het verzoek “voor advies” aan het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken had doorgezonden. De Nederlandse regering had al eerder laten weten dat men niet enthousiast was over het Churchill-monument, omdat het de plannen voor een Nationaal Monument (op de Dam in Amsterdam) zou doorkruisen. Zodoende had de regering het besluit genomen Churchill mee te delen “dat het in Nederland geen gewoonte is om voor nog in leven zijnde personen een monument te vervaardigen of op te richten”. Dit advies nam Churchill klakkeloos over.

In het Hildo Krop Museum te Steenwijk is nog iets te zien van dit monument (in wording). Twee schetsen van Churchill en kleine, polychrome geglazuurde schetsen van verschillende onderdelen van het monument (zie boven).

De schetsen 2 en 4 heeft Krop in 1950/51 uitgewerkt tot twee beelden: resp. ‘Wandelende Jood’ (V149) en ‘Zwangere vrouw’ (V148). Van de beelden zijn elk twee exemplaren in brons gegoten (beide 43 cm).

Zie ook: Monument voor de Onbekende Politieke Gevangene (Mo 42)

bron: De Telegraaf, 24.12.1953