Categoriearchief: Monument

Mo 14 – Dijkwerker – Moskou

Park voor cultuur, Moskou

1937

monument dijkwerker - moskou - foto: collectie hildo krop museum
foto: Hildo Krop Museum, Steenwijk

brons, ca 90 cm

Ondanks zijn politieke ongebondenheid bleef Hildo Krop hopen op een betere samenleving met meer gelijkheid en solidariteit. Dit ideaal bracht hem in de kringen van democratische marxisten. Zo raakte hij bevriend met Pieter Wiedijk, een ondogmatisch communist die onder het pseudoniem J. Saks schreef over cultuurpolitiek. Ook leerde hij Annie en Jan Romein, Henriette Roland Holst en G.J.M. van het Reve (de vader van Karel en Gerard) kennen. Krop voelde zich verwant met al degenen die zich verzetten tegen fascisme en nazisme en die hulp boden aan de slachtoffers van deze regimes.

Uit 1935 dateert de opdracht die Krop kreeg voor een beeld, een dijkwerker, dat in 1937 door een Nederlandse Arbeidersbeweging aan de volkeren van de Sovjet Unie was geschonken.

kleimodel - dijkwerker - foto: lagerweij-polak
kleimodel in het atelier van Krop – foto: Lagerweij-Polak

Mo 42 – Monument voor de onbekende politieke gevangene, Steenwijk

Hildo Krop Museum, Steenwijk

1952

maquette monument voor de onbekende politieke gevangene - foto: lagerweij-polak
foto: Lagerweij-Polak

freedom of religion - wandelende jood - gips - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Religion 
freedom of fear - man met kind - gips - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Fear
freedom of speech - vrouw aan martelpaal - gips - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Speech
politieke gevangene - gips (voorzijde) - foto: loek van vlerken 28.08.2017

Politieke gevangene (voorzijde)
politieke gevangene - gips - (achterzijde) - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Politieke gevangene (achterzijde)

Sokkel waarop vijf pijlers, de continenten die een aardbol dragen, waaraan vijf twijgen ontspruiten, bekroond met een zittend vrouwfiguur; ‘Moeder Aarde’
1. Freedom of fear
2. Freedom of religion
3. Freedom of speech
4. Freedom of want
5. Geknield liggende, geboeide man: ‘het symbool van de politieke gevangene’

De aardbol en figuren gedacht in brons, de rest in natuursteen.
Het geheel is een omwerking van het niet uitgevoerde Churchill-monument (Mo 37) uit 1949, waarbij ‘Het herstel van het land’ is vervangen door ‘het symbool van de politieke gevangene’.
Niet uitgevoerd.

In 1951 werd een internationale prijsvraag voor een ‘Monument voor de Onbekende Politieke Gevangene’ uitgeschreven door het Institute of Contemporary Arts in Londen. Voor dit concours werkte Hildo Krop zijn Churchill-monument om met handhaving van de vier deviezen van het Atlantic Charter, maar in plaats van het onderdeel ‘Herstel van het Land’ kwam als symbool van de politieke gevangene een geknield liggende, geboeide man. Het standbeeld van Churchill werd vervangen door een wereldbol, waarop een Moeder Aarde rust.
Krop maakte van enkele beelden, Wandelende Jood, vrouw met kind (werd man met kind) en vrouw aan martelpaal, nieuwe schetsen in gips. Op de voet van het nieuw ontworpen beeld van de geboeide man staat een inscriptie in het Latijn:
SI FRACTUS ILLABATUR ORBIS, IMPAVIDUM FERIENT RUINAE
(indien het hemelgewelf breekt en instort, dan zullen de brokstukken hem, onverschrokken, treffen). Deze gipsen schetsen bevinden zich in het Hildo Krop Museum te Steenwijk.

De verschillende ingezonden ontwerpen werden in december 1952 in Antwerpen en in maart/april 1953 in Londen tentoongesteld. In het voorwoord van de tentoonstellingscatalogus stond dat het monument van de onbekende politieke gevangene een eerbetoon was aan die mensen die onder verschillende politieke systemen het gewaagd hadden hun vrijheid en hun leven te offeren voor de zaak van de menselijke vrijheid. In essentie ging het erom dat het gedenkteken zowel de slachtoffers van de Duitse concentratie- en vernietigingskampen diende te herdenken als die van de politieke zuiveringen onder Stalin in de voormalige Sovjet Unie. De realisering van het monument ging uiteindelijk niet door. De Koude Oorlog speelde hierbij een belangrijke rol.  Officieel heette het dat de geldschieter zich had teruggetrokken. De echte reden waarom het gedenkteken er niet is gekomen heeft te maken met het feit dat na de dood van Stalin in 1953, de eerste naoorlogse topconferentie tussen Oost en West plaats vond. Op deze conferentie stond de toekomst van Berlijn hoog op de agenda. Het monument kon door het Kremlin worden opgevat als provocatie en dat zou de ontspanningspolitiek bemoeilijken. De plannen voor het monument werden daarom in de ijskast gestopt.

In 1960 werd besloten de oprichting van het monument definitief niet te laten doorgaan.

bron: Voormalige concentratiekampen, Roel Hijink, 2011

Mo 37 – Ontwerp Churchill Monument – Steenwijk

Hildo Krop Museum,  Steenwijk

1949

churchill - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Churchill
'aan churchill' - foto: loek van vlerken 28.08.2017
“Aan Churchill”
freedom of fear - vrouw met kind - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Fear
freedom of religion - wandelende jood - foto: loek van vlerken 28.08.2017

Freedom of Religion
freedom of speech - vrouw aan martelpaal - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Freedom of Speech
freedom of want - zwangere vrouw - foto: loek van vlerken 28.08.2017

Freedom of Want
herstel van het land - man helpt ander opstaan - foto: loek van vlerken 28.08.2017
Het herstel van het land
ontwerp churchill-monument - foto: lagerweij-polakfoto: Lagerweij-Polak

Beeld van Churchill op zuil geplaatst waar omheen vijf beeldengroepen
1.Freedom of fear
2. Freedom of religion
3. Freedom of speech
4. Freedom of want
5. Het herstel van het land

Het monument was gedacht in natuursteen, de beeldengroepen in brons, de hoogte zou ca. 12 meter bedragen.
Niet uitgevoerd.

Hildo Krop was als commissielid betrokken bij de oprichting in 1947 van het Nationale Monument op de Dam in Amsterdam. Krop steunde daarbij het idee dat de opdracht voor dit gedenkteken naar John Rädecker ging, waarvoor J.J.P. Oud de architectuur ontwierp. De voorgang van dat project verliep echter dermate traag dat twee mede-commissieleden, de Rotterdamse havenbaron D.G. van Beuningen en de textielfabrikant G.J. van Heek een oud plan voor een Churchill-monument uit 1945 van stal haalden. Van Beuningen en Van Heek, die zich garant stelden voor de volledige stichtingkosten, verzochten Krop twee ontwerpen te maken voor dit gedenkteken. Het gedenkteken zou geplaatst moeten worden in Rotterdam, de stad die zo zwaar door de oorlog was getroffen. Het gemeente bestuur van Rotterdam stemde in met dit voornemen en wees als locatie het Hofplein aan. Krop accepteerde de opdracht, maar werd daarvoor – zij het zonder naam of toenaam – scherp aangevallen door de journalist H.P.L. Wiessing, een orthodox communist die Churchill zag als een kapitalist die al vroeg had gewaarschuwd tegen de agressie van Rusland.
Krop maakte voor het monument verschillende schetsen. Uiteraard moest er een beeld komen van Churchill zelf, geplaatst op een twaalf meter hoge zuil. Daar omheen vier figuren die de rechten van de mens uit het Atlantic Charter van 14 augustus 1941 symboliseerden (freedom of fear, freedom of religion, freedom of speech en freedom of want). Ook was er een beeldengroep ontworpen die ‘het herstel van het land’ moest verbeelden. Aanvankelijk werkte Krop enthousiast aan deze opdracht, maar bij de uitwerking van de figuren, die de leuzen van het Atlantic Charter moesten verbeelden, raakte hij aan het twijfelen. Op 6 november 1949 schreef hij Van Beuningen dat hij in de knoop zat met de opdracht: “Ik heb altijd in gedachten gehad dat het monument moest dienen om Churchill te huldigen voor zijn houding gedurende de oorlog. Ik heb de grootste waardering voor Churchill tijdens de oorlogsjaren. Zijn houding na de oorlog heeft niet mijn onverdeeld enthousiasme en ik heb de indruk dat wij daar in waardering
verschillen …”. Krop vreesde, dat zijn interpretatie van de figuren van het Atlantic Charter een kritiek zouden kunnen inhouden op de na-oorlogse politiek van Churchill. Hij wilde graag aan de opdracht voldoen, maar “zonder de hand te lichten met zijn inzichten of zonder oneerlijk te worden in zijn werk en tegenover zijn opdrachtgever”. Van Beuningen antwoordde Krop dat deze het monument volgens eigen inzichten mocht ontwerpen.
Uiteindelijk ging het hele plan niet door. Churchill zelf deelde Van Beuningen mee dat er naar zijn mening geen monumenten ter ere van nog levende personen behoorden te worden opgericht. Aanvankelijk dacht men dat dit geheel Churchill’s eigen visie was, maar het verhaal ligt iets genuanceerder. De Telegraaf van 24 december 1953 onthulde hoe Churchill tot zijn besluit kwam:

” … Midden october (1949 red.) stelde men Winston Churchill in passende bewoordingen op de hoogte van de plannen, daar men van mening was, zonder diens toestemming het monument niet te kunnen oprichten. Churchill antwoordde prompt, dat hij het plan in overweging had genomen en dat hij spoedig nader zou berichten. Maar die berichten lieten op zich wachten. Toen men eind november nog steeds geen antwoord had ontvangen, schreef de heer Van Beuningen om inlichtingen aan Churchill’s privé-secretaris”.

Het bleek dat Churchill het verzoek “voor advies” aan het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken had doorgezonden. De Nederlandse regering had al eerder laten weten dat men niet enthousiast was over het Churchill-monument, omdat het de plannen voor een Nationaal Monument (op de Dam in Amsterdam) zou doorkruisen. Zodoende had de regering het besluit genomen Churchill mee te delen “dat het in Nederland geen gewoonte is om voor nog in leven zijnde personen een monument te vervaardigen of op te richten”. Dit advies nam Churchill klakkeloos over.

In het Hildo Krop Museum te Steenwijk is nog iets te zien van dit monument (in wording). Twee schetsen van Churchill en kleine, polychrome geglazuurde schetsen van verschillende onderdelen van het monument.

Zie ook: Monument voor de Onbekende Politieke Gevangene (Mo 42)

bron: De Telegraaf, 24.12.1953