Categoriearchief: Algemeen monument

Mo 22 – Vrouw met tak lelies

particuliere collectie

1944

brons, ca. 55 cm

Het in 1944 gemaakte monument zou bedoeld zijn voor een cacaofabriek in de Zaanstreek. Lagerweij-Polak schrijft letterlijk: ‘Gemaakt voor een (cacao?)fabriek in Zaanstreek (naam onbekend)’. Zoals bekend heeft mevrouw Lagerweij-Polak, een nicht van Hildo Krop, een oeuvrecatalogus gemaakt van het werk van haar oom. Later heeft ze de catalogus aan Krop voorgelegd ter autorisatie, waarbij hij aanvullingen en correcties heeft toegepast. De beeldhouwer was toen echter al flink op leeftijd en kon zich helaas niet alles meer duidelijk herinneren. In het kader van deze vrouw met een lelietak, kan ik me niet voorstellen dat mevrouw Lagerweij-Polak het woord ‘cacao’ in de hierboven geciteerde zin, zelf verzonnen zou hebben. Dat moet dus wel een (vage) herinnering van Krop zijn geweest.

Een vrouw met een lelietak voor een cacaofabriek, dit roept vragen op. In het gezicht van deze vrouw zijn Aziatische trekken waar te nemen. Dit is een link met Nederlands Indië, het land waar de grondstof voor de Zaanse chocoladefabrieken vandaan kwam. Welke symboliek de tak met lelies vertegenwoordigt met betrekking tot de cacaofabriek, of het ‘Verre Oosten’, is een ander aspect. De lelie staat voor veel symbolen; ze vertegenwoordigt onder meer ‘zuiverheid’. Dit zou op de cacao en chocola kunnen slaan. Ook ‘eenheid’ wordt aan deze bloem toegeschreven. Dit is een interessant gegeven. Krop kon het niet kon laten om actualiteit aan zijn werk toe te voegen, wat ook blijkt bij dit werk, waarbij de tijdgeest aanwezig is. In 1944 leefde Nederland op gespannen voet met de onafhankelijkheidstrijders in Nederlands Indië. De Indonesische vrijheidsstrijder Soekarno had een deal gesloten met de Japanse bezetter, dat na de oorlog Nederlands Indië onafhankelijk zou worden en niet meer onder de Nederlandse regering zou komen te vallen. Vanwege de mogelijke deling van de ‘eenheid’ van de twee volken zou Krop de vrouw een lelietak in de hand gegeven hebben. Bij deze theorie rees bij mij wel de vraag: kan de communistisch gezinde Krop wel eenheid tussen de twee volken gewenst hebben? Het communisme was immers principieel tegen elke vorm van koloniale overheersing. Die ‘eenheid’ moet dan ook wellicht ruimer gezien worden, meer als een eenheid van de volken die strijden tegen zowel de Duitse bezetter in Nederland als de Japanse bezetter in Nederlands Indië.

Mede omdat de naam van de fabriek (één van de velen cacaofabrieken die de Zaanstreek rijk was) niet bekend is, blijkt het ondoenlijk de verblijfplaats van het bronzen beeld te traceren. Volgens Lagerweij-Polak bestaat er ook een tweede bronzen afgietsel dat zich bevindt in een onbekende particuliere collectie. We mogen van geluk spreken dat Krop het gipsen beeld in zijn atelier heeft bewaard, met als gevolg dat deze staande vrouw met lelietak in de collectie van het Hildo Krop Museum terecht is gekomen.

Interessant is nog te vermelden dat Krop vrijwel tegelijkertijd van dit gipsmodel een twee keer zo groot beeld in steen hakte  (V130).

Mo 30 – Portretkop van de heer C.L. Miellet

verblijfplaats onbekend

1947

brons, 42 cm

De portretkop was oorspronkelijk geplaatst in het interieur van de voormalige Galeries Modernes, Oude Gracht/Lange Viestraat, Utrecht.

In 1904 verhuisde het Utrechtse warenhuis de Grand Bazar Français van de Bakkerstraat naar de Lange Viestraat. Door aankoop van buurpanden en verbouwingen breidde het bedrijf zich steeds verder uit, uiteindelijk tot om de hoek van de Oudegracht. In 1921 kreeg het warenhuis onder leiding van de Fransman Charles Miellet een nieuwe naam: Galeries Modernes. Ook maakte Miellet plannen voor nieuwbouw. Deze modernisering werd vertraagd door een jarenlange discussie met de gemeente over de verbreding van de Lange Viestraat, waardoor de Galeries Modernes ruimte moest inleveren. De gevelrij moest worden afgebroken en verder naar achteren herbouwd. In 1938 werd overeenstemming bereikt en kreeg Galeries Modernes een schadevergoeding waarmee een heel nieuw warenhuis gebouwd kon worden. De nieuwbouw zou in fases plaatsvinden, zodat de winkel ondertussen kon openblijven. In maart 1939 brak er echter een grote brand uit die het hele complex in de as legde. Dit had tot gevolg dat de nieuwbouw toch in één keer gerealiseerd kon worden.
De Franse hoofddirecteur Charles Miellet was zeer betrokken bij de bouw van dit moderne pand van de architect Dirk Brouwer. Regelmatig bezocht hij Nederland om te kijken hoe het stond met de nieuwbouw. Hij overleed echter kort voor het Utrechtse paradepaardje af was.

Galeries Modernes 1965 – foto: duic.nl

In het dagblad De Standaard van 27 mei 1941 wordt melding gemaakt van de opening van het nieuwe gebouw: “De heer J.J.F. Grauss (bewindvoerder van Galeries Modernes, Nederland, red.) hield een uitvoerige openingsrede, waarin hij mededeelde, dat het de bedoeling is, zodra de familie daarbij aanwezig kan zijn, in het gebouw een borstbeeld op te richten ter nagedachtenis aan den heer Miellet, die het initiatief nam voor dezen bouw.”

Hildo Krop kreeg de opdracht om dit portret te maken. Hij was echter vanwege de oorlogsjaren niet eerder in staat deze portretkop te maken dan in 1947.
Helaas is er van deze ‘Portretkop van de heer C.L. Miellet’ geen afbeelding te vinden. Ook is niet bekend waar het bronzen beeld zich bevindt.

bronnen: Vergeten gebouwen in Utrecht 1850-1940, Arjan den Boer, 2020; De Standaard, 27.05.1941

Mo 16b – Schets van een vrouwelijk naakt met draperie

Hildo Krop Museum, Steenwijk

ca. 1938

brons, 37,5 cm

Dit bronzen beeld is een voorstudie van het ‘Monument voor de uitvinding van de kunstzijde’ (Mo16a), dat zich in Arnhem bevindt.

Zowel de bronzen schets als het gipsen origineel bevinden zich in de collectie van het Hildo Krop Museum in Steenwijk.

Ook bestaat er van dit vrouwelijk staand naakt met draperie een marmeren exemplaar van 40 cm. Het is niet bekend waar dit beeld zich bevindt.


Mo 59 – portret van de heer R. Pais

verblijfplaats onbekend

1962

brons, 41 cm

Rafael (Felie) Pais (1895-1972) was de oprichter en eigenaar van de N.V. IJzerhandel Hollandia en bezat daarnaast nog bedrijven in België en Zuid-Afrika. Toen Pais in 1972 overleed lied hij een miljoenenbedrijf met meer dan vijfhonderd werknemers achter. Hij begon zijn carrière op 13-jarige leeftijd als schroothandelaar in Delfzijl waar hij, na vijf jaar lagere school te hebben genoten, met een roeiboot de scheepswerven afging op zoek naar schroot. Zeven jaar later begon hij een schroothandel in Amsterdam, die zou uitgroeien tot verreweg de grootste in ons land. In 1929 sloeg Pais zijn „slag” toen hij het toen uitgebrande Paleis voor Volksvlijt aan het Amsterdamse Frederiksplein opkocht en daar 5000 ton schroot aan  overhield – het grootste sloopobject uit de vaderlandse geschiedenis. Bij het slopen bleek een fortuin aan koper en lood in de grond te liggen.

In 1962 maakte Hildo Krop een bronzen portret van Pais. De verblijfplaats van het werk is niet te achterhalen. Ook zijn er geen afbeeldingen van dit portret bekend.

bron: www.joodsamsterdam.nl

Mo 6 – ontwerp monument omgekomen Engelse mijnwerkers

verblijfplaats onbekend

1926

gips, 40 cm

Ter ondersteuning van de staking van de Britse mijnwerkers in 1926 werden er in juni en juli een tweetal houtsneden van Hildo Krop afgedrukt in De Tribune, het dagblad van de Communistische Partij van Nederland. De eerste toont een kracht uitstralende, staande mijnwerker met in de ene hand een houweel en in de andere een banier. Op de tweede prent zien we een man en een vrouw zij aan zij, harde gezichten en een gebalde vuist, om de onverzettelijkheid van de stakers te onderstrepen.

Naast deze houtsneden in de Tribune, maakte de Krop ook een ontwerp voor een monument voor de omgekomen Engelse mijnwerkers. Van deze gipsen schets bestaat alleen nog een afbeelding in het Socialistisch Democratisch Dagblad ‘Voorwaarts’ van 18 november 1930 naar aanleiding van een tentoonstelling ‘Sociale Kunst Heden’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar het ontwerp werd tentoongesteld.

Interessant in dit geheel is dat er gedurende de gehele stakingsperiode  geen enkele staker is omgekomen. Mogelijk gingen er destijds wel geruchten dat er tijdens een confrontatie tussen de stakers en een door de regering samengestelde ‘militie’ van speciale agenten, slachtoffers waren gevallen, wat later ongegrond bleek. Dit zou kunnen verklaren dat Krop er van af zag om dit ontwerp verder uit te werken.

Vanaf 1921 lagen de Britse mijneigenaren en mijnwerkers voortdurend met elkaar in de clinch. Mijnwerkers klaagden over erbarmelijke arbeidsomstandigheden. Zo moesten zij vrijwel al het werk doen met een ouderwetse pikhouweel – slechts een vijfde van de kolen werd verwerkt met een machine. De mijneigenaren bleken niet erg gevoelig te zijn voor de roep om modernisering: zij kondigden aan vanwege de depressie de lonen met dertien procent te verlagen en bovendien de dagelijkse arbeidsuren op te schroeven van zeven naar acht. Hierop dreigde een algemene staking, waar in eerste instantie nog niets van terecht kwam.
Halverwege 1925 stelde de overheid een tijdelijke subsidie in om de lonen enigszins op peil te houden. Nadat vervolgens een poging van de regering om tot een compromis te komen (zelfde uren, minder loon) mislukte, de subsidie vanwege de malaise noodgedwongen werd stopgezet en mijneigenaren voet bij stuk hielden, kondigde de overkoepelende Britse vakcentrale Trade Union Congress (TUC) op 1 mei 1926 een algehele staking aan, die twee dagen later in Londen van start ging. Dit betekende dat niet alleen mijnwerkers de barricades op gingen: ook dokwerkers, arbeiders uit de gas- en elektriciteit,  drukkerijen en bouwsectoren kwamen vanaf maandag 3 mei 1926 niet opdagen op hun werk.
De dagen die volgden stonden in het teken van voortdurende protestmarsen en hevige rellen tussen stakers en het leger – niet alleen in Londen, maar ook in steden als Hull, Middlesbrough, Newcastle, Preston en Glasgow. In totaal waren er gedurende negen dagen ongeveer 1,7 miljoen arbeiders op de been. Op initiatief van toenmalig minister van Financiën Winston Churchill werd de media ingezet om de publieke opinie aan de kant van de overheid te krijgen. Omdat er vanwege de staking geen dagbladen meer verschenen, publiceerde de regering vanaf 5 mei een eigen propagandistische krant, The British Gazette, waarin de staking werd veroordeeld en bovendien het gevaar van een communistische revolutie werd benadrukt. Zo werd geprobeerd de Britse middenklasse angst in te boezemen en ze te overtuigen de stakingen te veroordelen.
De Britse premier Stanley Baldwin maakte op 6 mei nog een extra statement door de staking te bestempelen als een aanval op de democratie. Bovendien verklaarde de katholieke kerk de staking drie dagen later ‘zondig’. Op 10 mei werden 374 communisten gearresteerd omdat zij zouden streven naar een algehele revolutie. Uiteindelijk zette TUC-leider J.H. Thomas op 11 mei een punt achter de staking toen bleek dat de strijd niet te winnen viel. De teleurgestelde mijnwerkers bleven zich vervolgens op eigen houtje nog tot en met november 1926 verzetten, maar hadden uiteindelijk geen andere keuze weer aan het werk te gaan – voor minder geld en langere dagen.

bron: IsGeschiedenis.nl

Mo 52b – schetsen monument Farmsum, Steenwijk

Nicolaas ter Maethstraat, Steenwijk

1958

1. scheepslasser
brons, 44 cm

2. zeeman/schipper
brons, 108 cm

Voor het monument ‘De ontmoeting tussen zee en land’ aan de zeesluizencomplex in Farmsum bij Delfzijl (Mo 52a), maakte Hildo Krop in 1958 een aantal schetsen. Voor deze beeldengroep, bestaande uit een zeeman (zee), een scheepslasser (industrie) en een landarbeidster (landbouw), heeft Krop van de eerste twee figuren een schets gemaakt en uitgevoerd in brons.

Van de ‘Scheepslasser’ bestaan twee exemplaren en waren tot het faillissement in 1987 in het bezit van N.V. E.J. Smit & Zn Scheepswerven in Westerbroek, Groningen. Waar de beelden zich nu bevinden is niet bekend.

Van het tweede beeld, ‘Zeeman’, bestaan ook twee bronzen afgietsels. Eén exemplaar uit de collectie van het Hildo Krop Museum is geplaatst bij het sluisje aan de Woldpoort in Steenwijk. Het beeld werd op 20 augustus 2020, de vijftigste sterfdag van Hildo Krop, onthuld door de kleinzoon van de beeldhouwer, Hildo Krop jr. en de wethouder van kunst en cultuur van Steenwijkerland, Trijn Jongman.

Mo 39 – De Zaaiende Boer – Velsen-noord

Monument aangeboden door het personeel van de Mekog aan de directeur ir. P. van Delden, Velsen noord

verblijfplaats onbekend

1950

de zaaiende boer - foto: personeelsblad 'samen' - maandblad van hoogovens, juli 1950, nr.7

brons, ca. 60 cm

In 1950 werd een nieuwe kunstmestfabriek van de Mekog op het Hoogovens terrein geopend. Om deze gelegenheid te vieren werd er door het personeel een feestavond georganiseerd, waarin ook ruimte werd gecreëerd om de directeur van de Mekog, ir. P. van Delden te bedanken, zo lezen we in het Hoogoven Maandblad ‘Samen’.  ” Om dit resultaat te bereiken waren heel wat moeilijkheden overwonnen (…) en op de kritieke momenten met een  koene gedachte en een gedurfde greep (had van Delden – red.) het karretje in het goede spoor gebracht. (…) Men wilde het echter niet bij woorden laten en had daarom aan de beeldhouwer Hildo Krop opgedragen het beeld te ontwerpen van – op dat moment ging het doek open en werd het gipsmodel zichtbaar van – EEN ZAAIENDE BOER. Het lag in de bedoeling om naar dit gipsmodel een bronzen beeldje te laten maken, waarvan men hoopte, dat de heer van Delden dat in zijn kantoor zou willen plaatsen.”

bron: ‘Samen’ – Hoogoven maandblad, juli 1950, nr.7

Het archief van het Hildo Krop Museum in Steenwijk bezit een foto  van een keramische studie van De Zaaiende Boer: studie de zaaiende boer - foto hildo krop museum

Mo 12 – Monument Erdalfabriek – Amersfoort

Brabantsestraat 17, Amersfoort
Oliemolenhof 108, Amersfoort

1935

trappaalbekroning erdal - foto: loek van vlerken 08.03.2018trappaalbekroning erdal (detail - pelikaan) - foto: loek van vlerken 08.03.2018trappaalbekroning erdal (detail) - foto: loek van vlerken 08.03.2018trappaalbekroning erdal (detail) - foto: loek van vlerken 08.03.2018trappaalbekroning erdal (detail) - foto: loek van vlerken 08.03.2018trappaalbekroning erdal (detail) - foto: loek van vlerken 08.03.2018

trappaalbekroning:

4 figuren met attributen, uitbeeldend de 4 hoofdhandelingen in het bedrijf, met als bekroning een pelikaan

vernikkeld brons, 82 cm

De Erdalfabriek voor schoencrême en wrijfwas aan de Omval in Amsterdam was rond 1935 te klein geworden. Te meer daar het bedrijf ook tandpasta  (Prodent) ging produceren en er geen ruimte was om het fabrieksterrein uit te breiden. Men besloot naar Amersfoort te verhuizen waar de Amsterdamse architect F.A. Warners een modern fabriekscomplex bouwde. De officiële opening vond plaats op 27 mei 1937. Ter gelegenheid van deze opening bood het personeel  de directie als ‘huldeblijk’ een kunstwerk aan, gemaakt door Hildo Krop.

Het was een trappaal bekroning met figuren die verschillende handelingen in het productieproces uitbeelden met boven op een zuil een pelikaan, het symbool van de fabriek. Het Erdalpersoneel koos Krop uit om dit monument te maken, omdat hij bekend was in Amersfoort vanwege zijn reliëfs op het Belgenmonument (Mo 2) in de stad. Voor dit kunstwerk moest vijfhonderd gulden op tafel komen. Onder het personeel werd een inzameling gehouden en ook architect Warners deed mee voor 225 gulden onder aftrek van wat later nog méér van de medewerkers zou binnenkomen dan de inmiddels ontvangen 275 gulden. Het kunstwerk kwam te staan in het trapportaal van de hoofdingang aan de Brabantsestraat en was voorzien van de teksten:

“vereenigd werken bracht dit tot stand”
en
“de directie aangeboden door het personeel”

ontwerp erdal monument- afb.: hildo krop museumontwerpschets trappaal bekroning Erdal-monument – collectie Hildo Krop Museum

Na verschillende fusies hield Erdal op te bestaan en is het fabriekscomplex in 2013 verkocht  aan ontwikkelaar en belegger Schipper Bosch. Het terrein, het Oliemolenkwartier, is getransformeerd tot een vernieuwende en bruisende plek. Het is een stad in het klein met een diversiteit aan grote en kleine bedrijven, winkels, evenementen, horeca en onderwijs. Het beeld met de pelikaan van Krop heeft een plek gevonden in het kantoor van projectontwikkelaar Schipper Bosch die ook in ‘De Nieuwe Stad’ is neergestreken.

Het Hildo Krop Museum in Steenwijk bezit verschillende ontwerpschetsen van dit beeld, waaronder deze drie gipsen modellen:
gipsmodel 1 erdal monument - foto: loek van vlerken 07.05.2018gipsmodel 2 erdal monument - foto: loek van vlerken 07.05.2018gipsmodel 3 erdal monument - foto: loek van vlerken 07.05.2018

bron: de Erdalfabriek glansrijk middelpunt van Nederland, Jan Carel van Dijk, 2017

Mo 18 – Portret van de heer B. van Leer – Vreeland

Bergseweg 6, Vreeland

1938

b. van leer - foto: loek van vlerken 21.11.2017reliëfplaquette brons, 68 cm

 

AAN B. VAN LEER
AANGEBODEN
DOOR ZYN GEZAMENLYK PERSONEEL
-1 JUNI 1938-

staat er onder de bronzen portret van de industrieel Bernard van Leer. Deze dag was een bijzondere dag voor het Van Leer concern. Op 1 juni 1938 werd in een gloednieuwe fabriek in Velsen-Noord op het terrein van de Hoogovens de eerste stalen plaat gewalst. Deze nieuwe fabriek was nodig om onafhankelijker te worden van de staalprijzen. Staal was immers de belangrijkste grondstof voor de vaten van Van Leer. Omdat er vanwege de oorlogsdreiging vanaf 1936 een sterke prijsstijging van staalplaten optrad, was voor Bernard van Leer de enige oplossing om Van Leer’s Walsbedrijven N.V. op te richten.  Ter gelegenheid van de opening van de fabriek kreeg Hildo Krop de opdracht, namens het gehele personeel, een bronzen plaquette te maken met een portret van de directeur. Het reliëf heeft waarschijnlijk bij de entree van de fabriekshal in Velsen gehangen en bevindt zich tegenwoordig  op de fabriekslocatie in Vreeland.

b. van leer - foto: loek van vlerken 21.11.2017

Bernard van Leer (Amersfoort, 27 december 1883 – Den Haag, 6 januari 1958) was een Nederlands zakenman en industrieel. Hij was de oprichter van Van Leer’s Vatenfabriek, een fabriek van verpakkingsmiddelen met het accent op olievaten, die tot wereldconcern uitgroeide. Van Leer kwam uit een familie van joodse handelslieden. In 1941 moest hij voor de bezetter vluchten, waarbij hij overigens een vrijgeleide kreeg, en zijn fabrieken werden geconfisqueerd. Na de bevrijding kwam Van Leer weer terug en vanaf 1946 expandeerde het bedrijf weer en opende vatenfabrieken in vele landen. De naam van het bedrijf, Van Leer’s Vatenfabrieken N.V., werd in 1980 veranderd in Koninklijke Emballage Industrie Van Leer NV, mede om de diversificatie uit te drukken.

Toen Bernard van Leer in 1958 overleed werd Bernards zoon Oscar de opvolger. Na Oscars’ overlijden in 1996 was Van Leer geen familiebedrijf meer. In 2001 werd het bedrijf overgenomen door het Amerikaanse concern Greif en verdween de naam Van Leer.

bron: De Vatenman, Pauline Micheels, 2002

 

Krop maakte in 1938 nog een portret van Bernard van Leer (zie V114)
b. van leer - foto: loek van vlerken 27.11.2017

Mo 20 – Herdenkingsmonument voor de heer A.A.C. de Vries Robbé – Gorinchem

Arkelsedijk 8, Gorinchem

1941-42

monument a.a.c. de vries robbe - foto: hildo krop museum - 1942

a.a.c. de vries robbe - foto: hildo krop museum
monument  met borstbeeld
Franse kalksteen, 70 cm (borstbeeld)
verloren gegaan

a.a.c. de vries robbe - fotograaf onbekend

A.A.C. de Vries Robbé (1897 – 1940) was beherend vennoot (1923 – 1930) en president-directeur (1930 – 1940) van het staalconstructiebedrijf De Vries Robbé & Co N.V.. Hij was de zoon van de oprichter van het bedrijf Willem de Vries Robbé. Het bedrijf heeft bestaan van 1881 tot en met 1976 en had zijn hoofdvestiging in Gorinchem. In december 1940 overleed  A.A.C. de Vries Robbé plotseling. Hij was geliefd onder het personeel en kende veel van de medewerkers persoonlijk. Hildo Krop kreeg het verzoek van het personeel een monument te ontwerpen te zijner nagedachtenis. Op 20 juni 1942 werd het monument onthuld bij de poort van de fabriek.
Na de opheffing van het bedrijf is het monument afgebroken en alleen het borstbeeld zou volgens Lagerweij-Polak overgeplaatst zijn naar het gebouw ‘De Kaatsbaan’ aan de Nieuwstad 1 in Gorinchem. Daar is echter anno 2016 niets te vinden. Bij het gemeentearchief van Gorinchem was niet bekend dat het beeld daar ooit gestaan heeft. Volgens de gemeentegegevens was het met de restanten van het monument afgevoerd en derhalve verloren gegaan.

Het archief van het Hildo Krop Museum bezit een foto waar Krop aan het portret van De Vries Robbé werkt. Krop gebruikt hierbij een punteerapparaat. Met dit toestel meet hij drie dimensionaal de maten van het gipsen ontwerp en verplaatst het apparaat vervolgens naar het stenen exemplaar in wording. Op deze manier kan exact bepaalt worden waar en hoeveel er van een bepaald deel weggehakt moet worden.

bron: Gemeente archief, Gorinchem

Mo 8 – Plaquette met reliëfportret van Isaac Bendien – Almelo

Mennistenhoek, Almelo

1929

isaak bendien - foto: loek van vlerken 20.09.2016
isaak bendien - foto: loek van vlerken 20.09.2016 isaak bendien - foto: loek van vlerken 20.09.2016 isaak bendien - tekst sokkel - foto: loek van vlerken 20.09.2016 isaak bendien - monogram HLK - foto: loek van vlerken 20.09.2016brons,   ca. 45 cm

Het door Hildo Krop gemaakte bronzen reliëf van Isaac Bendien, gemonteerd op een bestaand gedenkteken, stond oorspronkelijk op het terrein van Bendiens Confectiefabrieken in de Holtjesstraat 16 in Almelo.
Op de zuil staat de tekst:

TER HERINNERING AAN
HET 40 JARIG BESTAAN. AANGEBODEN
DOOR HET GEZAMENLIJK PERSONEEL
AAN DE N.V. TOT EXPLOITATIE VAN
BENDIENS CONFECTIEFABRIEKEN
11 FEBR: 1930.

Waarschijnlijk heeft Krop de opdracht tot het maken van een reliëf gekregen via zijn vriend en bekende schilder, Jacob Bendien. “Toppie”, zoals Jacob werd genoemd, was de neef van Isaac Bendien, de oprichter en directeur van de in Almelo gevestigde confectiefabrieken.

Mo 19 – Drie walswerkers – Velsen-Noord

Ontwerp monument voor Van Leer’s Walsbedrijven N.V.
Velsen Noord

1938walswerker 1 - foto: gem.museum helmondwalswerker 2 - foto: gem.museum helmondwalswerker 3 - foto: gem.museum helmond
brons, 45 cm (elk)

 

Bernard van Leer (Amersfoort, 27 december 1883 – Den Haag, 6 januari 1958) was een Nederlands zakenman en industrieel. Hij was de oprichter van Van Leer’s Vatenfabriek, een fabriek van verpakkingsmiddelen met het accent op olievaten. Het bedrijf zou uitgroeien tot een wereldconcern. De belangrijkste grondstof voor deze vatenfabriek was staal. Omdat er vanwege de oorlogsdreiging vanaf 1936  een sterke prijsstijging van staalplaten optrad, besloot Bernard van Leer om Van Leer’s Walsbedrijven N.V. op te richten, om zo onafhankelijker te worden van de staalprijzen. Op 1 juni 1938 nam deze vennootschap in Velsen-Noord op het terrein van de Hoogovens een plaatwalserij in gebruik. Een bronzen gedenkteken van Hildo Krop herinnert hier aan (zie Mo 18). b. van leer - foto: loek van vlerken 21.11.2017Voor deze plaatwalserij had Van Leer het plan om een groot bronzen beeld bij de ingang te plaatsen en gaf Hildo Krop hiervoor de opdracht een ontwerp te maken. Krop ontwierp drie afzonderlijke, maar bij elkaar horende beelden van staande walswerkers. Het was de bedoeling dat deze drie mannen bovenop een ruim twee meter hoog vliegwiel zouden komen te staan. Het geheel was gedacht op een voetstuk van een halve meter met daarop de inscriptie:

‘Waar geen slaven zijn / kan geen tiran ontstaan’

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gingen deze plannen uiteindelijk niet door. Bernard van Leer werd vanwege zijn Joodse achtergrond gedwongen afstand te doen van zijn bedrijven en verbleef van juli 1941 tot mei 1945 in de Verenigde Staten. Het plan van het beeld van de walswerkers was van de baan.

drie walswerkers museum helmond - foto: loek van vlerken 12.01.2018drie walswerkers tentoongesteld 2018 – Gemeente Museum Helmond

Gelukkig bestaat het ontwerp voor het monument ‘Drie Walswerkers’ nog wel. Er bestaan van deze drie, bij elkaar horende bronzen sculpturen enkele exemplaren, waarvan er een in het bezit is van de Rijksdienst Beeldende Kunst in Den Haag en in bruikleen gegeven aan het Gemeente Museum in Helmond. Het Hildo Krop Museum in Steenwijk bezit van deze walswerkers verschillende voorstudies in gips.studie walswerkers (gips) collectie hildo krop museum - foto: loek van vlerken 15.01.2018

Ook bestaat er een litho van een walswerker van de hand van Hildo Krop. Deze litho werd  uitgegeven in 1939, in een niet bekende oplage, bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de maatschappij Arti et Amicitiae.
litho walswerker - collectie loek van vlerken

 

 

Mo 21 – Mercurius staand op wereldbol – Amsterdam

Bonthandel Otto Meyer
Keizersgracht 111-115, Amsterdam

ca 1942

mercurius - foto: loek van vlerken 29.11.2016mercurius - foto: loek van vlerken 29.11.2016mercurius - foto: loek van vlerken 29.11.2016mercurius (detail) - foto: loek van vlerken 29.11.2016mercurius (detail) - foto: loek van vlerken 29.11.2016 brons, 83 cm (op zwart-wit geaderd marmer voetstuk 42 cm)

Mercurius was een opdracht van Bonthandel Otto Meyer in Amsterdam ter verfraaiing van het interieur van het bedrijf aan de Keizersgracht. Deze bonthandel was echter aan het eind van de oorlog al verdwenen en wie Otto Meyer was heb ik niet kunnen achterhalen. (In het Gemeente Archief kwam ik niet verder dan een Otto Meyer met een totaal ander beroep: Otto Meyer (1894-1964), directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, Het Amsterdams Historisch Museum en het Joods Historisch Museum).  Waar het beeld Mercurius na de sluiting van de bonthandel verbleef was volstrekt onduidelijk. Het beeld is inmiddels getraceerd en bevindt zich in een particuliere collectie.

Mercurius, de god van de handel komt als symbool regelmatig voor in het oeuvre van Hildo Krop. Naast dit beeld voor Otto Meyer zien  we Mercurius voor het eerst in 1916-19 bij de omlijsting van de hoofdingang van de Telefoondienst aan de Herengracht in Amsterdam (B9); in 1923-24 bij de Handelsschool aan de P.L.Takstraat in Amsterdam (B42); het bankgebouw aan de Kneuterdijk in Den Haag in 1924 (B45) ; aan de gevel van het Gemeentelijk Girokantoor aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam (B81) en in zijn laatste bouwbeeldhouwwerk uit 1963-65: een gevelsteen aan de Universiteitsbibliotheek aan het Singel in Amsterdam (B130).

bron: Gemeente Archief, Amsterdam

Mo 45 – Jongen met fiets en vogel – Amsterdam

N.V. Simplex Machine- en Rijwielfabrieken en N.V. Rijwielfabriek De Locomotief,
Pilotenstraat 35, Amsterdam

1954-55

jongen met fiets en vogel - foto: peter osinga - bewerking loek van vlerken

jongen met fiets en vogel - foto: peter osinga - bewerking loek van vlerkenjongen met fiets en vogel - foto: peter osinga - bewerking loek van vlerken
brons, ca 95 cm

Voor in de hal van het fabriekskantoor van Simplex/Locomotief ontwierp Hildo Krop in de jaren vijftig van de vorige eeuw deze bronzen fiets met een manfiguur die met de loslatende vogel de vrijheid symboliseert, een vrijheid die je ook op de fiets ervaart. Na sluiting van de fabriek is het beeld in een particuliere collectie opgenomen.


keramiek, afmetingen onbekend

Vooraf maakte Krop een schets in keramiek, zoals hij vaak deed bij opdrachten in de jaren vijftig. De voorstudie werd afgeleverd bij het reclamebureau van de Simplex- en Locomotief fietsenfabriek en blijkbaar goedgekeurd. Van dit bureau kwam onder meer de slagzin: Een Locomotief fiets, dat is pas iets! En natuurlijk de jaarlijkse advertentie-activiteiten rond de Tour de France met de Locomotief-ploeg onder leiding van Kees Pellenaars met wielrenners als Wout Wagtmans en Wim van Est.
Ook de keramische schets bevindt zich in een particuliere collectie.

Mo 41 – Portret van de heer H.J. Winkelman – Amsterdam

N.V. Ateliers voor kunstnijverheid Winkelman,
Westerstraat 99, Amsterdam

1951

reliëfplaquette

brons, 67 cm

Hendrik Jan Winkelman (1872–1947) begon zijn carrière in dienst van de Koninklijke Fabriek F.W. Braat in Delft. Hij ontwikkelde zich als autodidact tot ontwerper en tekenaar van eigen projecten. In 1911 richtte hij de ‘N.V. Ateliers voor kunstnijverheid Winkelman’ op. Dit atelier voor siersmeedkunst vervaardigde in 1915 onder andere het hekwerk en het siersmeedwerk van trappen en lampen van het Scheepvaarthuis in Amsterdam naar het ontwerp van architect J.M. van der Mey. In 1929 was het atelier uitgegroeid tot een bedrijf met 29 personeelsleden met opdrachten in Amsterdam en Den Haag. Winkelman werkte veelvuldig samen met de beeldhouwer Hildo Krop en de architect Piet Kramer bij de realisering van projecten van de Amsterdamse School, zoals talloze brugleuningen.
Ter gelegenheid van het veertig jarig bestaan van het bedrijf maakte Hildo Krop een reliëfplaquette met een afbeelding van de oprichter. Op het reliëf staat de tekst:

1 SEPT. 1911     1 SEPT. 1951
H.J. WINKELMAN
OPRICHTER
N.V. ATELIERS VOOR
KUNSTNIJVERHEID
WINKELMAN

Het bronzen reliëf bevindt zich in een particuliere collectie. Een reliëf in gips is aanwezig in de collectie van het  Hildo Krop Museum in Steenwijk.

bron: Wikipedia

Mo 52a – Monument ‘De ontmoeting tussen zee en land’ – Farmsum

Zeesluizencomplex Farmsum (bij Delfzijl)

1957-64

monument 'de ontmoeting tussen zee en land' - foto: loek van vlerken 21.06.2016 monument 'de ontmoeting tussen zee en land' - foto: loek van vlerken 21.06.2016 monument 'de ontmoeting tussen zee en land' - foto: loek van vlerken 21.06.2016 monument 'de ontmoeting tussen zee en land' - foto: loek van vlerken 21.06.2016
monument 'de ontmoeting tussen zee en land' - foto: loek van vlerken 21.06.2016
beeldengroep van drie figuren

de ontmoeting tussen zee en land - foto: hildo krop museum
beeld op originele kolom

beelden: brons, 280 cm
kolom en voetstuk: Frans marmer uit de groeve van St. Anne d’Evenos, 1000 cm (verloren gegaan)

Het beeld ‘De ontmoeting tussen zee en land’ van Hildo Krop, dat gefinancierd werd door de Provinciale Staten van Groningen, werd op 3 juli 1964 onthuld. Het beeld laat drie figuren zien: de zeeman (zee) omarmt scheepslasser (industrie) en landarbeidster (landbouw). Op het marmeren voetstuk stond de inscriptie:

KEREND DE WATERVLOED
ONTSLUIT IK EEN WEG NAAR ZEE

In 2009 werd het kunstwerk deels ontmanteld. Waterschap Hunze en Aa’s besloot hiertoe, omdat de zware marmeren platen aan de sokkel loslieten door betonrot. Het ruim 2,5 meter hoge bronzen beeld stond tot begin 2016 in een opslagloods. In 2013 leek er schot in de renovatie te zitten, het kunstwerk zou worden herplaatst op een andere locatie bij de zeesluizen. De provincie Groningen bedacht een ander plan wat mogelijk kosten besparend zou zijn. Het kunstwerk zou op de huidige locatie worden herbouwd op een ingekorte sokkel. Voor deze laatste variant werd gekozen. De oude sokkel werd in juni 2015 tot de grond toe afgebroken en op 16 februari 2016 werd het beeld herplaatst bij de zeesluizen tussen het Eemskanaal en De Eems in Farmsum. Het geheel ziet er wat soberder uit met een verkorte roze betonnen zuil. De tekst is teruggekeerd op een band van Corten staal rond de sokkel. Ook zijn op deze band allerlei voornamen geplaatst, waarbij vooral  hildo  opvalt.

monument 'de ontmoeting tussen zee en land' sokkeltekst - foto: loek van vlerken 21.06.2016monument 'de ontmoeting tussen zee en land' sokkeltekst - foto: loek van vlerken 21.06.2016monument 'de ontmoeting tussen zee en land' sokkeltekst - foto: loek van vlerken 21.06.2016monument 'de ontmoeting tussen zee en land' detail sokkeltekst - foto: loek van vlerken 21.06.2016

Het Hildo Krop Museum in Steenwijk heeft in de collectie de allereerste schets van dit monument. Dit terracotta beeldje van 24,5 cm laat al de zeeman, de scheepslasser en de boerin zien.

Van de scheepslasser en de zeeman bestaan ook bronzen schetsen (zie Mo 52b).

Mo 47 – Monument Th.M.Th. van Welderen, Baron Rengers – Leeuwarden

Westerplantage, Leeuwarden

1955

monument th.m.th.van welderen, baron rengers - foto: loek van vlerken 15.01.2014 monument th.m.th.van welderen, baron rengers - foto: loek van vlerken 15.01.2014 monument th.m.th.van welderen, baron rengers - foto: loek van vlerken 15.01.2014monument th.m.th.van welderen, baron rengers - foto: loek van vlerken 15.01.2014

borstbeeld

brons, 116 cm

 

wapen op sokkel - foto: loek van vlerken 01.09.2016In opdracht van Provinciale Staten van Friesland maakte Hildo Krop in 1955 een bronzen borstbeeld van de in Friesland bekende liberale politicus Theodorus Marius Theresius (Theo) van Welderen baron Rengers (1867 – 1945). Deze zoon van de Leeuwarder burgemeester Wilco Julius van Welderen baron Rengers was lid van de Provinciale Staten (1899-1914, 1917-1930) en Gedeputeerde Staten (1901-1914, 1917-1923) van Friesland. Van 1914-1916 was hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Hij zette zich onder meer in voor de afsluiting van de Zuiderzee en de ruilverkaveling op Ameland.

bron: Wikipedia

Mo 44 – Borstbeeld van de heer D.G. van Beuningen – Rotterdam

Museum Boijmans – van Beuningen,
Museumpark 18, Rotterdam

1954

van beuningen - foto: loek van vlerken 19.08.2018van beuningen - foto: loek van vlerken 19.08.2018van beuningen - foto: loek van vlerken 19.08.2018
brons, 114 cm

gips studie - van beuningen - collectie hildo krop museum - foto: loek van vlerken 10.07.2017
gips studie 

Daniël George van Beuningen (1877-1955) trad in de voetsporen van zijn vader als directeur van de Steenkolen Handels Vereniging (SHV). Hij bouwde verder een concern uit met verschillende bedrijven in de Rotterdamse haven. De ondernemer was ook actief in het maatschappelijk leven. Hij was medefinancier van het in 1937 gebouwde Stadion Feijenoord en een van de stichters van het Havenziekenhuis. Van Beuningen was een groot verzamelaar van laat vijftiende- en vroeg zestiende-eeuwse kunst uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Van Beuningen schonk tijdens zijn leven het Rotterdamse Museum Boijmans regelmatig delen van zijn collectie. Dank zij die schenkingen draagt het museum nu ook de naam van Van Beuningen.
Het borstbeeld dat Hildo Krop van hem maakte en nu in het Museum Boijmans–van Beuningen staat, was oorspronkelijk gemaakt voor de Röntgen Technische Dienst in Overschie, een bedrijf waar gelaste scheepsrompen door middel van x-stralen werden gekeurd, waarvan Van Beuningen medeoprichter was. Het beeld is daar onthuld in november 1955.

bronnen: wikipedia; RTD Quality Services

zie ook bij : m.s. TARA (B122)

Mo 38 – Portret van de heer L. van Wijngaarden – Rhenen

Cuneralaan 67a, Rhenen

1950

lucas van wijngaarden - foto: loek van vlerken 27.10.2015lucas van wijngaarden (detail) - foto: loek van vlerken 27.10.2015
portretreliëf

brons, 75 cm

Lucas van Wijngaarden was de oprichter van ‘L. van Wijngaarden en Zonen’s Tapijten en Mattenfabriek’ in Rhenen. Zijn zoon, Adrianus Hubertinus van Wijngaarden, was getrouwd met Hildo Krops’ oudste zuster Lucine Hilda. Na het overlijden van Lucas werd hij, samen met zijn broer, eigenaar van de fabriek. Voor de hal van de fabriek maakte Krop in 1950 een bronzen portretreliëf van de oprichter van de tapijtfabriek. In 1941 maakte Krop ook al een reliëf voor deze fabriek (B 113).
Het bedrijf, onder de naam Cunera Vloerbedekking Tapijthandel, bestaat nog steeds. Op de nieuwe locatie aan de Cuneralaan, is bij de ingang van het gebouw het bronzen portretreliëf van Lucas van Wijngaarden herplaatst.

bron: Cunera Vloerbedekking Tapijthandel

Mo 55 – Standbeeld Descartes – Amsterdam

Cartesius Lyceum,
Frederik Hendrikplantsoen 7A, Amsterdam

1958-61
descartes - foto: loek van vlerken 16.01.2012   descartes - foto: loek van vlerken 16.01.2012

Beeld van de filosoof Descartes die op een console staat. Op deze console is een gebonden hertenkalf te zien: ‘De gebondenheid van het dier tegenover de vrijheid van de mens’.

Frans eikenhout, 208 cm

 

Vanaf 1959 was het Cartesius Lyceum gevestigd aan de Piet Mondriaanstraat 140 in de nieuwe wijk Overtoomse Veld. Voor deze locatie werd door Hildo Krop het beeld Descartes gemaakt. In 1989 fuseerde het lyceum met de Plesman MAVO om het Mondriaanlyceum te vormen. In 1995 ontstond de Esprit Scholengroep door de fusie van het Mondriaan met vier andere scholen. Enkele jaren later werd het Mondriaan weer opgesplitst en werd het nieuwe Cartesius Lyceum gevormd. Alleen de naam, Cartesius Lyceum, leeft nog voort in de huidige school. Deze school is echter niet meer in Nieuw-West, doch aan het Frederik Hendrikplantsoen gevestigd en het beeld van Cartesius is in de hal bij de hoofdingang geplaatst.

bron: Wikipedia

cartesius lyceum, frederik hendrikplantsoen - foto: loek van vlerken 25.01.2016

Mo 13 – Standbeeld Erasmus – Den Haag

tuin Vredespaleis,
Carnegieplein 2, Den Haag

1936-37

erasmus - foto: loek van vlerken 07.07.2016 erasmus - foto: loek van vlerken 07.07.2016  erasmus - foto: loek van vlerken 07.07.2016erasmus - foto: loek van vlerken 07.07.2016erasmus - foto: loek van vlerken 07.07.2016  erasmus - foto: loek van vlerken 07.07.2016
brons, 135 cm (zonder sokkel)

In 1900 stelden de Russische diplomaat Friedrich Martens en de Amerikaanse diplomaat Andrew Dickson White voor om in Den Haag een ‘vredespaleis’ te bouwen. Daar zouden internationale geschillen juridisch moeten worden getoetst. Bij de Vredesconferentie in die stad was hier ook al over gesproken. De Amerikaan had zijn vriend in de Verenigde Staten, de weldoener Andrew Carnegie, overgehaald de bouw te financieren. Carnegie (1835-1919) was een staalmagnaat die zijn bedrijven in 1901 voor 485 miljoen dollar had verkocht. Hij bestemde dat geld voor verbetering van de wereld. “Een man die rijk sterft, sterft in schande”, was zijn motto. Hij schonk de wereld o.m. 2500 bibliotheken en in totaal drie vredespaleizen.

Het Vredespaleis staat vol met geschenken van de deelnemers van de Haagsche Conventie (1907) ten teken van hun steun. Onder de geschenken zijn: een jaspisvaas van 3200 kilogram uit Rusland, gietijzeren en koperen deuren uit België, marmer uit Italië, een fontein uit Denemarken, wandtapijten uit Japan, de klok van de klokkentoren uit Zwitserland en hout uit Indonesië en de Verenigde Staten van Amerika. Het hek dat het hele perceel omringt, is een geschenk van Duitsland. In het paleis en in de tuin staan ook beelden, bustes en portretten van diverse voorvechters van de vrede uit alle tijden. Eén van die beelden is gemaakt door Hildo Krop. In de jaren 1936/37 maakte hij een beeld van Desiderius Erasmus uitgevoerd in brons. Dit beeld staat in de tuin van het Haagse Vredespaleis. Een aantal jaren daarvoor (1930/34) hakte hij ook al een beeld van Erasmus. Dit bijna twee meter hoge kalkstenen beeld was bestemd voor het Vossius-gymnasium in Amsterdam (B 89).

sokkel erasmus - foto: loek van vlerken 07.07.2016

Op de sokkel  staat de tekst:

DULCE
BELLUM
INEXPERTIS

ERASMUS

‘Iedereen die weet wat oorlog is, heeft er een afschuw van. Er is niets slechter en niets dat meer vermeden zou moeten worden. Oorlog is onmenselijk en onchristelijk.’
Dat zegt Erasmus (1469-1536) aan het begin van zijn bespreking van het gezegde ‘Dulce bellum inexpertis’ in de Adagia, letterlijk vertaald: zoet is de oorlog voor de onervarenen.

bron: Wikipedia

Mo 16a – Monument voor de uitvinding van de kunstzijde – Arnhem

Velperweg 76, Arnhem

ca. 1938

vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014  vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014 vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014 vrouwelijk naakt -foto: loek van vlerken 30.04.2014 wapen van arnhem - foto: loek van vlerken 30.04.2014
wapen van Arnhem wapen van Ede - foto: loek van vlerken 30.04.2014
wapen van Ede
man bij pulpgoot - foto: loek van vlerken 30.04.2014
man bij pulpgoot 
man bij spinmachine - foto: loek van vlerken 30.04.2014  man bij spinmachine vrouw met weefgetouw - foto: loek van vlerken 30.04.2014
vrouw bij weefgetouw
garencontroleuse - foto: loek van vlerken 30.04.2014
garen controle
zuil met tekst - foto: loek van vlerken 30.04.2014 zuil met tekst - foto: loek van vlerken 30.04.2014 beeld van een vrouwelijk naakt met draperie op een zeshoekige sokkel, waaraan reliëfs  gewijd aan vier fasen in het productieproces van de kunstzijde en wapens:
1. wapen van Arnhem
2. wapen van Ede (vrijheidsbeeld leunend op de Bijbel)
3. man bij pulpgoot
4. man met spinmachine
5. vrouw met weefgetouw
6. garencontroleuse

brons (beeld) / Franse kalksteen (monument en reliëfs), 246 cm (geheel) / 150 cm (beeld) / 63 cm (reliëfs)

Op het monument staat onder het wapen van Arnhem een inscriptie bedacht door Krop:
TECHNIEK GELEID DOOR GEEST
WIEKT OVER D’AARD
DE WELSTAND GROEIT
DIE DOOR DE EEUWEN HEEN
DE SCHOONHEID HEEFT GEBAARD

onder het wapen van Ede staat de volgende tekst:
OP 13 JANUARI 1913
WERD DE EERSTE IN NEDERLAND
VERVAARDIGDE KUNSTZIJDE
BRUIKBAAR AFGELEVERD
TER HERINNERING HEEFT
HET NEDERLANDSE PERSONEEL
IN 1938 EEN GEDENKTEKEN DOEN BOUWEN
BIJ DE VOLTOOIING VAN
HET A.K.U. HOOFDKANTOOR
KREEG DIT GEDENKTEKEN
EEN NIEUWE PLAATS
1960

oorspronkelijk monument - foto: hildo krop museum
oorspronkelijk monument

“De opdracht was ‘n monumentje op het terrein gelegen tussen twee grote villa’s aan de Velperweg, dus eigenlijk een tuin”, aldus Hildo Krop in een document uit het archief van het Hildo Krop Museum in Steenwijk. “Om in het karakter van de tuin te blijven heb ik als materiaal baksteen gekozen voor het horizontale gedeelte, verlevendigd met zes reliefs (franse kalksteen) en met ‘n middenstuk van  italiaase travertin, waaruit ook het verticale middenstuk bestaat. Voor de muur koos ik schematisch ‘n vleugelvorm. Ik was n.l., toen ik voor het eerst in de fabriek kwam, getroffen door het enorme bedrijf, waarvan je voelde dat het als ‘t ware over de geheele wereld zijn vleugels spreidde. Daardoor kwam ik ook op de spreuk:
‘Techniek geleid door geest
Wiekt over d’aard.
De welstand groeit,
Die door de eeuwen heen
De schoonheid heeft gebaard.’

(…) in ‘t midden staat het verticale gedeelte, bestaande uit ‘n vierkant voetstuk, waarin bovenstaande spreuk gebeiteld is (…) Op het voetstuk staan vijf zuilen, die de vijf werelddelen voorstellen. De vijf zuilen worden door bronzen beugels en ‘n stenen dekplaat bijeen gehouden en worden bekroond door ‘n bronsfiguur als symbool van de schoonheid van het product. Van de zes reliefs in de muur zijn twee behakt met de wapens van Arnhem en Ede en de vier andere met beelden van arbeiders die voor de kunstzijdefabricatie typische handelingen verrichten: het mengen, het spinnen, het twijnen en het sorteren.”

In 1960 werd het monument afgebroken omdat de Algemene Kunstzijde Unie (A.K.U.) een nieuw centraal kantoorgebouw op de oude locatie ging bouwen. Van de gedemonteerde onderdelen werd een nieuw ‘monument’ gecreëerd.  Het bronzen beeld werd op een zeshoekige sokkel geplaatst en de zes reliëfs werden aan de bovenzijde van de sokkel ingemetseld. In maart 1961 kreeg Krop hiervan bericht en ging binnen een week naar Arnhem om te bekijken hoe het monument erbij stond. Hij was ‘not amused’. Hij schreef de hoofddirectie een brief waarin hij zijn mening niet onder stoelen of banken stak: ” (…) Ik ben daar vandaag geweest en ik moet zeggen dat ik het niet alleen geen monument vind, maar bovendien ‘n zeer slecht werkstuk vanuit vakmansstandpunt bekeken. De onbeschaamdheid van Prof. Zwiers (Henry Tino Zwiers, de architect van de A.K.U. en verantwoordelijk voor de verplaatsing van het monument – red.) culmineert in het opschrift. Dat luidt n.m. zo (ik citeer uit het hoofd):
In 1913 werd de eerste kunstzijde draad gesponnen.
In 1938 werd door het personeel een monument opgericht en aan de directie aangeboden.
Bij de oprichting van het hoofdgebouw werd dit monument verplaatst – 1960.
Ieder, die enig inzicht heeft, zal moeten erkennen dat dit slechte stukje stucadoorswerk (zo ziet het verminkte monument er uit, ook al zijn er natuurstenen platen gebruikt) niets met het originele werk te maken heeft.”

Hoewel Krop niet op de hoogte gesteld werd van de verplaatsing van het monument, werd hem wél verzocht advies te geven voor de versiering van de gevel van het nieuwe hoofdkantoor. De reactie van Krop, nadat hij op de hoogte was van de ‘verminking’ van zijn monument, spreekt boekdelen: “Ik ben nu tot mijn grote spijt genoodzaakt mij als adviseur voor het betrokken beeldhouwwerk terug te trekken, omdat ik er niet voor voel te praten met iemand over beeldhouwwerk ter versiering van een door hem ontworpen gebouw, die zo weinig begrip toont voor ‘t werk van anderen en het kleine beetje fatsoen niet op kan brengen dat nodig is om te begrijpen dat je van het werk van een collega moet afblijven.”

bronnen: Notitie Hildo Krop (ongedateerd) – archief Hildo Krop Museum; twee brieven van Hildo Krop aan de hoofddirectie van de A.K.U., 20 en 21 maart 1961 – archief Hildo Krop Museum

Mo 43 – Borstbeeld Erasmus – Gouda

park bij St.Janskerk, Gouda

1954

erasmus - foto: loek van vlerken 29.04.2011 erasmus - foto: loek van vlerken 29.04.2011erasmus - foto: loek van vlerken 29.04.2011brons, 57 cm

 

Dit beeld is gelijk aan het bovendeel van het standbeeld van Erasmus vóór het Vossius-gymnasium, Amsterdam (B 89). Het bronzen borstbeeld werd in 1954 aangekocht door de Stichting voor Culturele Samenwerking en was bedoeld voor het Erasmus Huis in Jakarta, maar kon daar niet worden geplaatst na het uitroepen van de staat Indonesië. Het beeld werd teruggestuurd naar Nederland en kwam in het depot van het Rijksmuseum terecht. Eind jaren ’60 werd het beeld geschonken aan een museum in Paramaribo, waar het na enkele jaren uit de museumtuin werd ontvreemd. De Goudse museumdirecteur Jan Schouten vond de buste terug als vogelverschrikker in de rijstvelden. Dankzij de Stichting Culturele Samenwerking tussen Nederland Suriname en de Nederlandse Antillen kwam de buste terug naar Nederland in de stad van de jeugd van Erasmus, Gouda. Aanvankelijk kreeg de buste een plek in de Goudse museumtuin. Vanaf 27 oktober 2009 prijkt het beeld in de Willem Vroesentuin achter de Sint Janskerk.

bron: Erasmus Genootschap Gouda

erasmus - foto: loek van vlerken 29.04.2011

Mo 33 – Monument Henri Viotta – Amsterdam

Richard Wagnerstraat, Amsterdam

1948

henri viotta - foto: loek van vlerken 14.03.2012 monument henri viotta - foto: loek van vlerken 09.03.2011monument henri viota - foto: loek van vlerken 09.03.2011

tekst op sokkel monument henri viotta - foto: loek van vlerken 09.03.2011 tekst op sokkel monument henri viotta - foto: loek van vlerken 09.03.2011

Franse kalksteen, 248 cm

In 1938 kreeg Hildo Krop het verzoek een monument te maken voor de Grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Het betrof een monument voor Willem Kes (Mo17), de eerste dirigent van het Concertgebouworkest, dit naar aanleiding van het 50-jarige bestaan van het Concertgebouw en zijn orkest in dat jaar. Tien jaar later kreeg Krop de opdracht nog een monument maken van een (toen) bekend dirigent: Henri Viotta (1848-1933). Op 16 april 1948 zou groots gevierd worden dat Viotta 100 jaar geleden werd geboren met de onthulling van het monument in de Richard Wagnerstraat. Dit gedenkteken bestaat uit  een sokkel met een rond reliëf, waarin de kop van Viotta is afgebeeld. Het geheel wordt bekroond door een notenbalk. Op de sokkel aan de zijkanten staan de volgende teksten:

HIJ
DIE DE HEERLIJKHEID VAN
WAGNER’S KUNST
HEEFT GEBRACHT IN ONS LAND
DIEPENBROCK

en

VAN VRIENDEN EN VEREERDERS
IN SAMENWERKING
MET AMSTERDAM’S
GEMEENTEBESTUUR

De dirigent, componist, cellist, pianist en advocaat Henri Viotta was een pionier voor de nieuwe muziek. Hij wilde dan ook werken van de toenmalige moderne componisten, zoals Richard Wagner, Richard Strauss, Hector Berlioz dirigeren. Degene die echter de scepter zwaaide over het Amsterdamse muziekleven in de 19e eeuw was de componist Johannes Verhulst, leerling van Felix Mendelssohn en vriend van Robert Schumann. Verhulst waakte er op allerlei manieren voor dat de moderne muziek geen kans kreeg. Daarom richtte Viotta de Wagner-Vereeniging op met als doelstelling ‘de waardige uitvoering van Richard Wagner’s dramatisch-muzikale werken’. Viotta’s dirigentschap van deze vereniging betekende niet alleen voor het werk van zijn idool een doorbraak, maar ook voor zichzelf: in 1904 werd hij benoemd tot eerste dirigent van het mede op zijn initiatief in datzelfde jaar opgerichte Residentie Orkest.

bron: Wikipedia

Mo 9 – Monument Vincent van Gogh – Nuenen

De Berg, Nuenen

1930-32

monument vincent van gogh - foto: loek van vlerken 29.09.2015
monument vincent van gogh (detail) - foto: loek van vlerken 29.09.2015monument vincent van gogh (detail) - foto: loek van vlerken 29.09.2015
monument vincent van gogh (detail) - foto: loek van vlerken 29.09.2015syeniet, 228,5 cm

Het beeld is een molensteen van Beierse zwerfsteen waarop een basaltblok uit Zuid-Frankrijk staat met een daarin gebeiteld een stralende zon. Het beeld verbindt zo de donkere Nuenense periode met het lichte Frankrijk. Op de rand van de molensteen staat de inscriptie:

In dit dorp werkte Vincent van Gogh dec. 1883-nov. 1885

In december 1929 werd er in Amsterdam een comité opgericht dat zich ten doel had gesteld een blijvend monument op te richten ter gelegenheid van de veertigste sterfdag van Vincent van Gogh. Tot de initiatiefnemers behoorden o.a. Berlage en Mondriaan. In 1930 werd door dit comité besloten dat Nuenen de beste plaats was om dit monument te plaatsen. Ook de gemeente Nuenen werd een bijdrage gevraagd. Na wikken en wegen besloot de raad om vijftig gulden bij te dragen. Hildo Krop werd gevraagd om het beeld te vervaardigen, en op zaterdag 30 juli 1932 werd het monument onthuld. De arts Hendrik Wiegersma uit Deurne, lid van het oprichtingscomité, schreef voor de gelegenheid een rede en las die tijdens de onthulling voor. Daarna bood hij deze te koop aan voor honderd gulden ten behoeve van de armen. Uiteindelijk kreeg hij er twaalf en een halve gulden voor.

bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven


onthulling van het Van Gogh monument in Nuenen, 30 juli 1932