Narva (Estland). “We are from both sides”

narva brug huidige situatie
Narva brug huidige situatie

Voordat ik mijn reis in september 2017 naar Narva beschrijf schets ik de omstandigheden van mijn vader in 1944, aan de hand van zijn veldpost aan zijn boezemvriend Arie Boer en het proces-verbaal dat tegen hem werd opgemaakt in 1946. (CABR-archief).

Half december 1943 vertrekt vader, vanuit zijn pioniers-opleidingskamp (Stikowitz in Tsjecho-Slowakije), weer naar Leningrad. De Brigade Nederland houdt zich op ten zuiden van Oranienbaum, westelijk van Leningrad.  Op 1 januari 1944 schrijft hij aan zijn boezemvriend in Bergambacht.

Henk Smit aan Arie Boer


Nordfront 1-1-‘44

Waarde vriend,

We zijn het oudejaar weer uitgegeleden en het nieuwe ingegaan. Door deze wil ik jou en al degenen die om je heen zijn een gelukkig nieuwjaar wenschen. Bij zulke ogenblikken zijn mijn gedachten immer in Holland bij alle bekenden. Onder hoe andere omstandigheden moest ik nu hier zijn bij de jaarwisseling. We hopen met elkaar dat dit jaar de vrede brengen zal. Henk Roest heeft maar weer verlof gehad. De ene heeft toch meer geluk wie de ander. Nu is hij ook kort bij mij in de buurt. Zooals je aan het opschrift wel hebt gemerkt ben ik weer een aardig eindje van huis. Toch hoop ik nog steeds eenmaal met verlof te komen. Bekom buitengewoon weinig post uit Holland. Ik kan me de tijd niet heugen dat ik een brief bekommen heb. Desondanks blijf ik immer aan het schrijven. Je zult me niet kwalijk nemen dat ik met potlood schrijf want ik heb niet anders.
Groet alle bekenden en ontvang van mij de groeten en tot ziens

Henk Smit Fpn 58308C.

Na een maand geen post te hebben ontvangen, ontvangt vader alle post in één keer en schrijft op 6 januari weer. Zijn vriend heeft deze zin met rode pen onderstreept. Ook in de andere brieven heeft zijn vriend zinnen met rode pen onderstreept.

(…) Ik kan wel van hieruit schrijven dat de wereld geestelijk met sprongen terug gaat in deze tijd. Misschien zie ik het hier nog beter als jullie die thuis zijn. Hoop dat God spoedig de vrede geven mag en dat we elkander nog eenmaal in gezond de hand kunnen drukken.

Half januari 1944 breekt het Rode Leger door de omsingeling in Oranienbaum heen. Het legerkorps ‘Nordland’ waar De brigade Nederland in onder is gebracht,  wordt teruggedrongen naar de vestigingsstad Narva, aan de gelijknamige rivier. De legionairs liggen in stelling langs de rivier, richting de brug. Er vinden in maart zware gevechten plaats. Het met veel meer manschappen en wapengeschut uitgeruste Rode Leger blijft opdringen. Er is bij de Duitsers toenemend gebrek aan munitie en er zijn voortdurend lucht- en artilleriebombardementen, waardoor de versterkingen en communicatieverbindingen, die door de pioniers van ‘Nordland’ worden aangelegd, soms dagenlang uitvallen.

Meer dan een maand later schrijft vader weer. De aanhef van de brief is Ostfront 16-2-‘44

hs aan ab 16 2 44

Beste vriend Boer

Nu ik niet meer in de kazerne ben is het regelmatig brief schrijven voorbij. Je moet het me dus niet kwalijk nemen dat het wat lang geleden is dat ik je schreef.
Hoe het hier is kun je je toch niet voorstellen. Het leven hangt immer aan een zijden draad.  Doch hier is dat zoo goed te merken. Ik heb dat van nabij gezien met mijne kameraden. Velen zijn niet meer. Wat heb ik dikwijls gedacht dat ons leven in des Heeren hand is, daar rondom mij zoovelen gevallen zijn en ik nog niet. Dat gaf in  stille momenten zooveel te denken.  Of Henk Roest nog leeft weet ik niet.  Van ons zijn zoovelen gevallen en dan misschien heeft hij nog geen gelegenheid gehad om te schrijven. Hoop verder dat bij jullie alles nog goed en gezond is. Hoop dat je dit schrijven in gezondheid mag ontvangen zooals het ook nog van hier gaat. Ontvang allen de hartelijke groeten van je vriend Henk Smit.

Als de Brigade Nederland zich in januari terugtrekt, wordt vader 3 dagen ingezet als infanterist, waar hij vecht met zijn geweer. Bij de gevechten raakt  zijn voet bevroren en hij ligt 8 dagen in de ziekenzaal. Hij krijgt de kans een opleiding als radiotelegrafist te volgen, waarvoor hij veel voelt. Deze opleiding vindt plaats in Wesenberg (het huidige Rakvere) en duurt van februari 1944 tot september 1944. Hij  wordt als radiotelegrafist daarna weer bij “Divisie Nederland” geplaatst en ingedeeld bij de divisiestaf. In deze hoedanigheid maakt  hij vanaf september de terugtocht van Narva tot Zuidelijk van Riga mee.

explosie
granaatinslag

Ik herinner we weer mijn vraag aan mijn vader of hij tegenstanders had moeten doden. Nee, was zijn antwoord, hij had niemand gedood. En het was een wonder dat hij, dienend als  “kanonnenvlees” levend uit deze strijd was gekomen.

Hij had inderdaad geluk. Hij was weg van het front omdat hij de opleiding tot radiotelegrafist volgde in Wesenberg, 100 km. westwaarts. De brigade verdedigde bij Narva  een halfjaar lang een bruggenhoofd, waarbij enorm veel verlies geleden werd en vader vele kameraden verloor. De terugtocht uit Narva eind juli, was catastrofaal.  Het regiment ‘Generaal Seffardt’ – dit was de voortzetting van het Vrijwilligerslegioen Nederland – , werd door de Russen omsingeld en vrijwel volledig vernietigd. Zo’n 900 soldaten waren gesneuveld of gevangen genomen. Aangenomen mag worden dat vaders kameraad  Henk Roest in gevangenschap van de Russen was gekomen of was gesneuveld. Vader kende hem uit zijn dorp Bergambacht en vooral ook uit zijn kerk. Hij was ook lid van de orthodoxe stroming “Gereformeerde Bond” in de Protestantse  Kerk. Hoogstwaarschijnlijk sneuvelde in deze periode ook Piet Boudesteyn, de verloofde van mijn moeder. In 1946 was hij nog vermist en haar naspeuringen bij het Rode Kruis, hadden niets opgeleverd. Vader kon toen wel met zekerheid tegen haar zeggen dat hij Piet, die een fatale buikwond opgelopen had  en stervende was, had gesproken. Hier kom ik op terug in het hoofdstuk ‘terug in Nederland’ .

Vader houdt in deze extreme omstandigheden vast aan zijn geloof.

Hij schrijft op 19 maart,

feldpost
feldpost

(…)Heb nu een kameraad gevonden met wie ik veel over de godsdienst spreken kan. Hij is een intellectueel, heeft verschillende dominee’s in zijn familie. Het bezondere geval is nu dat hij na zijn 20ste jaar R.K. is geworden (uit overtuiging). Kan de bijbel zoo ongeveer van buiten en wend de teksten nu voor zijn kerk (…) Ernstige bijbelonderzoeker. Heb hem dan ook het woord van Luther toegevoegd dat de bijbel de grootste martelaar is wijl eenieder hem gebruikt voor zijn stellingen te verdedigen. Het zwaartepunt hangt im [sic] de gesprekken over het avondmaal, vagevuur en de verdeeldheid van onze kerk en de eenheid in Katholieke kerk. (…) Men mist hier zoo van de godsdienst alles dat het toch goed doet met iemand van gedachten kunnen wisselen.  Hoop dat dit schrijven je in gezondheid mag ontvangen zoals het ook van hier gaat. Men weet niet hoe lang men gezond is en leeft dat heb ik heden zoo van nabij gezien dat we met steeds één been in het graf staan en dan nog meest zulke jonge levens.

Op 12 september 2017 vlieg ik naar Estland. Ik wil zelf de plekken zien waar deze vernietigende gevechten plaatsvonden en waarbij het Vrijwilligerslegioen toen al feitelijk ten onder ging. In hoeverre dit besef toen ook al bij mijn vader leefde, weet ik niet. Het is sowieso bijna ondoenlijk om deze periode te onderzoeken,  alsof je de afloop van de oorlog niet kent. Wij weten hoe het is afgelopen. Als soldaat zat je er middenin en was je afhankelijk van berichtgeving binnen je eenheid.

In Tallinn voer ik een geanimeerd gesprek met de eigenaar van onze huurauto, een goedlachse veertiger. Hij begint over het orkest van André Rieu, waar hij en zijn moeder grote fan van zijn en dat de calvinistische Noord-Nederlanders niets moeten hebben van dit showorkest uit Zuid-Nederland. Als wij zijn toeristische tips onderbreken, met de opmerking dat we alleen geïnteresseerd zijn in militaire geschiedenis, en we slechts naar Narva en omstreken zullen gaan, trekt hij een ernstig gezicht en vertelt hij dat hier een belangrijke geschiedenis voor de Esten ligt. De Esten kenden een lange geschiedenis van meerdere bezetters. In de Tweede Wereldoorlog omarmden de Esten ‘both sides’. De Duitse aanvallers, die op 5 juli 1941 de Estse grens vanuit het zuiden passeerden, werden aanvankelijk gezien als de verdedigers, die de Esten zouden bevrijden van de terreur van Stalin. De geschiedenis zou echter anders lopen. De hoop op een zelfstandige republiek werd niet vervuld. Estland werd onderdeel van Oostland, een provincie van het Duitse Rijk. Voor Estland zijn de verliezen in de Tweede Wereldoorlog de grootste ooit geweest. Mart Laar, de Estse historicus en latere premier van Estland beschrijft tot in detail deze verliezen in Estonia in Worldwar II.

Estonia in World War II

Onze geschiedenisles over Estland in de Tweede Wereldoorlog wordt de volgende dag in het Vaivara Sinimaëd Museum voortgezet.  Maar eerst is er tijd om samen met directeur Ivika Maidre het individuele spoor van mijn vader na te trekken.  “Ah love and women”  is de lachende reactie van Ivika als ze hoort dat vader in paniek, nadat zijn verkering na een huwelijksfeestje  bij vrienden abrupt eindigde, zich de volgende dag zich aanmeldde voor het Vrijwilligerslegioen. Ze verontschuldigt zich voor haar lach, maar ik ben juist blij met de ontspannen sfeer waarin ons gesprek plaats vindt. Dicussies over dit onderwerp lopen in Nederland, over het algemeen, minder luchtig.

Vaivara regio kaart

Omdat ik een beeld wil krijgen van het gebied waarin de gevechten plaatsvonden en ik nieuwsgierig ben naar de precieze plek waar vader in de ziekenzaal lag, rijden we naar Narva. Deze vestigingsstad wordt gedomineerd door de in de veertiende eeuw gebouwde Duitse Hermannsburcht en haar evenknie, de eeuwenoude Russische vesting Ivangorod aan de overkant van de rivier de Narva. Op deze plek worden de beide oevers van de rivier verbonden met een brug. Nu heb je een Russisch visum nodig om over de brug te lopen naar Rusland. In 1944 lagen beide vestigingen op het grondgebied van Estland.

Hermannsfeste
Hermannsburcht
Narva brug historisch
Vesting Ivangorod

In maart 1944, werd Narva zwaar gebombardeerd en werd de stad grotendeels verwoest.  Het industriële complex Kreenholm bleef echter gespaard. Ivika neemt me hiermee naar toe.

Ivika Maidre en Nita Smit

Ivika Maidre en Nita Smit

Dit centrum voor textielverwerking werd door het Russische Rijk aan het eind van de negentiende eeuw ontwikkeld. Rond 1910 werkten meer dan 10.000 mensen in dit complex, waar naast huizen voor het personeel, ook een ziekenhuis en dependances werd gebouwd.  Vanaf januari  tot aan  de zomer van 1944 werden in het algemene ziekenhuis van Kreenholm gewonde Duitse soldaten ondergebracht. Zoals ik al vaker bij dit sporenonderzoek heb ondervonden, een locatie precies achterhalen is lastig, eigenlijk ondoenlijk. Ivika’s inschatting is dat het voor 80% waarschijnlijk is, dat hij in een ziekenzaal in Kreenholm heeft gelegen. Een tweede mogelijkheid is, in de catacomben van de Hermannsburcht, waar een veldhospitaal was ingericht voor gewonde soldaten.

Kreenholm centraal ziekenhuis Narva
Historische foto Kreenholm

kreenholm centraal ziekenhuis Narva huidige situatieKreenholm huidige situatie

In de collectiezaal van het Vaivara Blue Hills Museum wordt in de vitrines door middel van diverse kleine objecten het dagelijkse leven getoond. Daarnaast zijn er uniformen en militair materieel opgesteld. De vitrine met identiteitsplaatjes vond ik aangrijpend.

identiteitsplaatjes
identiteitsplaatjes

Op de tekstborden lees ik dat de gevechten aan het Narva front, in de blauwe heuvels van de Vaivara gemeente, het grootste aantal slachtoffers eiste in de geschiedenis van Estland; 60.000 gesneuvelden en drie keer zoveel gewonden.  Op 26 juli 1944 marcheerde het Rode Leger het platgebombardeerde Narva binnen. De grootste troepen van het Duitse Leger hadden zich al teruggetrokken naar de Tannenberg Linie in de heuvels van Sinimaëd. De Estse eenheden verloren hevig en het 48e Regiment Generaal Seyffardt van de SS-Brigade Nederland maakte een strategische fout bij de terugtrekking en werd vrijwel geheel vernietigd. Jaarlijks wordt op 26 juli deze  “battle of the blue hills” herdacht. Er zijn monumenten opgericht voor de strijders van de legereenheden, waaronder ook voor de SS-Vrijwilligers-legioenen, inclusief het Nederlandse legioen.

VrijwilligerslegioenposterVrijwilligerslegioenposter

Op 14 september bezoek ik de herdenkingsmonumenten langs de Noordelijke Narva-route. De grootste indruk maakt de Duitse militaire begraafplaats Sivertsi  in Noordelijk Narva, waar ook Nederlanders liggen. Zoveel zinloos verlies. Ik krijg kippevel.

Kerkhof Sivertsi
Kerkhof Sivertsi

Bij de ingang van de begraafplaats lees ik het motto van Nobel Prijswinnaar Albert Schweitzer. “Soldiers’graves are the great preachers for peace”. Dit militaire kerkhof werd aangelegd tussen 1997 en 1999 door de Duitse oorlogsgravenstichting in opdracht van de Duitse regering. Het kerkhof vervangt het kerkhof dat de Wehrmacht in 1943 had opgericht voor 4000 gevallen Duitse soldaten. Na de oorlog werd dit kerkhof door de inmiddels Russische regering  geruimd en er kwam een park voor in de plaats.

Rakvere
Rakvere kasteel

Ik vervolg  dan mijn reis naar Rakvere, dat in de Tweede Wereldoorlog Wesenberg heette. Pas na mijn gesprek met Ivika Maidre, begreep ik dat Wesenberg in Estland lag. Ivika vertelde ook dat de ligging van dit soort opleidingskampen vaak geheim werd gehouden.

Zoals ik al eerder opmerkte, had vader ook positieve herinneringen aan zijn oorlogsreis. Zo vertelde hij een keer uitgebreid over hoe hij naar de sauna ging en hoe gezond en verkwikkend dit was, na de sauna het bos inlopen en je onderdompelen in ijskoud water. Het lijkt me dat hij dit in Estland heeft meegemaakt.

Eenmaal in Rakvere aangekomen, ga ik weer spoorzoeken, ook al weet ik dat ik alleen mijn gevoel volg en er in Rakvere geen sprake kan zijn van archiefonderzoek. Maar ik wil vooral ook graag in deze stad staan, waar vader ook rond moet hebben gelopen.  De VVV verwijst mij voor meer informatie naar het Estonian War Museum (General Laidoner Museum) in Tallinn, waar ik vlak voordat het museum sluit nog een emailadres weet te bemachtigen van een Estse onderzoekster. Sporenonderzoek houdt nooit op.