Onderzoek

In mijn onderzoek laat ik me onder andere inspireren door drie teksten van historicus Willem Frijhoff.

  • Herinneringen als kunst van vergeten. Hoe wij al dan niet bewust onze geschiedenis selecteren
  • Plaatsen van herinnering: van Frankrijk via Nederland naar Europa. Succes en nut van een concept.
  • Religie en de mist van de geschiedenis. Hoe behoefte aan herinnering onze cultuur transformeert.

De teksten zijn opgenomen in deze in 2011 verschenen bundel:
Willem Frijhoff

Als prominent vertegenwoordiger van de cultuurgeschiedenis in Nederland, beschouw ik zijn visie als richtinggevend in  mijn onderzoek .  Ik vind het inspirerend dat hij er op wijst dat herinneringscultuur en geschiedenis niet alleen gaan over brede ontwikkelingen, belangrijke personen en grote daden, maar ook over gewone mensen en hun dagelijks leven.  Het geeft mij de moed en de kracht om, als drager van onze herinnering, mijn vaders stem en mijn stem te laten horen.

Frijhoff wijst me ook de weg naar  het begrip “sublieme historische ervaring”, in de theoretische geschiedschrijving geïntroduceerd door historicus Frank Ankersmit. Hij gaat in tegen de heersende opvatting in de geschiedwetenschap dat geschiedschrijving afstandelijk en objectief hoort te zijn. In zijn visie voegt de historische ervaring iets toe en overwint het de tijd.

In zijn tekst Religie en de mist van de geschiedenis geeft hij twee definities van religie en biedt hij handvatten om religieuze identiteit en religieuze cultuur en haar (symbolische) gedragsvormen procesgericht te analyseren en te beschrijven. Voor mijn onderzoek is dit belangrijk. Mijn vaders handelen werd voor een groot deel bepaald door de religieuze cultuur van de bevindelijke gereformeerden, waarin hij opgroeide. Daarnaast is zijn relatie en interactie met de maatschappelijke historische context van groot belang; de ontwikkelingen na de Eerste Wereldoorlog, de opkomst van de fascistische beweging en de economische crisis in de dertiger jaren.

Voor mijn onderzoek maak ik ook gebruik van de oral history methode. Schriftelijke en persoonlijke herinneringen zijn subjectieve bronnen; herinneren is een proces. Herinneringen kunnen veranderen, ontwikkelen en zich aanpassen aan ruimte en tijd. Inherent aan herinneren is vergeten. Zo kan een eenduidige geschiedschrijving ontstaan met zwart-witte overwinnaars- en slachtofferbeelden. De geschiedenis die ik schrijf is mijn verhaal, visie, analyse en beelden. Ik streef er wel naar mijn methoden met kritische blik en zorgvuldigheid te hanteren. Met andere woorden, het licht te laten schijnen op meerdere kanten van het verhaal en op het aanbrengen van nuanceringen. Om hiertoe te komen wil ik bij mezelf nagaan hoe mijn eigen geheugen heeft gewerkt in het omgaan met historische feiten.

Om te voorkomen dat ik teveel verzand in eindeloos onderzoek naar de historische context, gebruik ik vooralsnog de papersessie methode die ik bij een managementcursus leerde. In losse termen schets ik vaders familie-achtergrond en het tijdperk waarin hij opgroeide.

  • 1900-1930 papersessie

Ik heb er twee citaten bij gezet.

“Give me the child until he is seven and I’ll give you the man”. Op deze uitspraak baseerde de Britse filmmaker Michael Apted zijn Up series. Vanaf 1964 volgt hij de levens van veertien Britse kinderen uit verschillende sociale klassen. Hij start op hun zevende jaar en doet elke zeven jaar verslag van hun ontwikkeling. Het doel was om te laten zien dat er in Groot-Brittannië weinig mogelijkheden waren om in een andere sociale klasse terecht te komen. Ik zag de serie, door de VPRO op televisie uitgezonden, in 1986. De geportretteerden waren toen 28 jaar. Ik vond het een fascinerende en steengoede serie. Ik was van dezelfde leeftijd en een aantal portretten raakten me emotioneel. Ik herkende mezelf in de steile weg die ik bewandelde van arbeidersking richting middenklasse-professional. Als kind, die de invoering van de Mammoetwet in 1968, als tienjarige meemaakte, had ik de mogelijkheid om te gaan studeren. In het tijdperk waarin vader opgroeide was het spreekwoord ‘wie voor een dubbeltje is geboren, wordt nooit een kwartje’ eerder regel dan uitzondering. Maar hij was, geboren in 1912, ook een kind van de nieuwe Twintigste eeuw met zijn snelheid, techniek, auto’s, reizen en optimisme. En hij droomde over de American Dream.

In 1983 kreeg ik op weg naar mijn kandidaats geschiedenis, een hoorcollege van Maarten Brands. In mijn herinnering was het een inleiding tot de geschiedenistheorie en filosofie. Ik vond het moeilijke stof en begreep er heel veel niet van. De uitspraak van Karl Marx heb ik altijd onthouden en vrij vertaald: “mensen maken de geschiedenis, maar ze kunnen niet kiezen voor de omstandigheden”.