Jeugd

Kroniek van de Fam Smit

Ik leer mijn voorouders kennen, door de ogen van mijn vader. Als hij de tachtig nadert, schrijft hij een schets over zijn grootouders van vaders en moederszijde. Het zijn 4 blocknootvellen gevuld met zijn vertrouwde handschrift in zeer beknopte stijl. Hij stopt met zijn verhaal in 1934.

In Nieuwland, een dorp in Zuid-Holland met ruim 500 inwoners,  dreef opa Smit een klompenhandel. Vrijwel iedereen in het dorp leefde van de landbouw en de klomp was het meest gebruikte goedkope, waterdichte schoeisel. Het zal in het gezin met 11 kinderen geen vetpot zijn geweest en zijn kinderen zullen meegewerkt hebben om het gezinsinkomen aan te vullen. In het midden van de negentiende eeuw  werd op het platteland anders over inkomsten en manier van leven gedacht dan nu. Er werden lange werkdagen gemaakt, de lonen waren laag en de prijzen constant. Gewoonten en zeden bleven ongewijzigd in een wereld die bepaald werd door de godsdienst. 

Vader beschrijft de rampen die de negentiende-eeuwers konden treffen. Zijn grootvader bezweek aan de cholera.

In die tijd kwamen ook nog epidemieën voor waarbij dan veel mensen stierven. Door zo’n cholera epidemie werd opa getroffen. Bij het wegdragen van een buurman is hij getroffen en kort daarna overleden. Hij was 52 jaar. Nu was het verplicht dat het bed waarop de zieke gestorven was ter plaatse in de bedstede werd verbrand en dat ging met veel rookontwikkeling gepaard. Dat was wel erg in huis maar het ergste was dat de zoon Hendrik nog in de krib lag in de bedstee. Nog tijdig heeft iemand hem van de verstikkingsdood gered.