Introductie

Het doel is de levensgeschiedenis van mijn vader te reconstrueren en aan te vullen met mijn eigen herinneringen. Ik wil inzicht geven in hoe hij, in de strijd om het bestaan, kwam tot een drastische beslissing die hem tot op zijn doodsbed, bezighield. In 1942 nam hij dienst in het vrijwilligerslegioen van de SS. In 1945 werd hij veroordeeld tot gevangenisstraf en dwangarbeid. Hij had dienst genomen in een vijandig leger. Een leger dat beschouwd werd als het meest misdadige leger ooit.
 Voor mijn onderzoek maak ik gebruik van primaire bronnen (o.a. verslagen uit het Archief van de Bijzondere Rechtspleging) en secundaire literatuur (toonaangevende studies op dit terrein). In de loop van de jaren heb ik ook een aantal familieleden van mijn vader gesproken en mensen die hem hebben gekend. Ze hadden elk hun eigen verhaal en het ene verhaal stond soms haaks op het verhaal dat iemand anders over mijn vader vertelde. Ik heb vroeger meer geloofd in het achterhalen van wat er nu echt was gebeurd. Ik besef nu dat de waarheid achterhalen onmogelijk is. Puur omdat bij het vertellen van verhalen en bij het putten uit herinnering iedereen uitgaat van haar of zijn eigen waarheid en dat het voldoende is om deze verhalen uit de particuliere herinnering vast te leggen. Ik hoop hierbij toch wel verder te komen dan alleen het noteren van de cliché's, in de trant van: het ging om het avontuur, het was een vlucht en zo verder.
Mijn streven is een publicatie uit te geven in eigen beheer (planning: 2018). Ik heb niet de tijd (ik werk fulltime) nog de financiële middelen om een volledig onderzoek uit te voeren. Ik gebruik literatuur en bronnen om de historische feiten te toetsten aan de persoonlijke verhalen. Deze website gebruik ik om delen van mijn onderzoek te documenteren.
vader 1928 (geen jaartal op foto)
vader 1928
Op vijftien mei 1989 maakte mijn vader een kleine schets over zijn familiegeschiedenis, met de titel Kroniek van de Fam Smit. Hij schrijft over zijn grootouders van vaderszijde en moederszijde. Het huwelijk van zijn ouders, zijn geboorte in 1912 en de dood van zijn moeder in het kraambed op 2 april 1922, bij de geboorte van het achtste kind. Ze heeft dan al twee dochtertjes voor hun eerste levensjaar naar het kerkhof moeten brengen. Twee Niesjes, beiden gestorven aan de hoest. Vader is dan negen jaar en zit in de vierde klas van de lagere school. Veel verder komt hij niet met zijn scholing. Op elfjarige leeftijd gaat hij met zijn vader meewerken als knechtje bij een boer. Zijn schets stopt abrupt in mei 1934 met deze woorden: "Hoe de strijd om het bestaan gestreden is laat ondergetekende aan jongeren over. Ondergetekende is dan op de 3e mei naar Bergambacht vertrokken met broer Arie. We kwamen dan alleen zaterdagavond naar huis". Ze gaan als boerenknecht werken en hebben dan kost en inwoning bij de boer. Vader overleed op 10 maart 1994. In de jaren daarvoor had ik, in het kader van mijn studie Nieuwe en nieuwste geschiedenis (UVA 1981-1987), zo nu en dan vragen aan hem gesteld over de dromen die hij had gehad als schooljongen, als jongeman, in de jaren dertig en hoe die uitpakten in de oorlogsjaren. Hij vertelde zelf ook wel over vroeger als een opmerking zijn herinnering kietelde. In 1985 zei ik dat ik een paar dagen naar Praag zou gaan. Zijn eerste reactie was: "dan moet je naar dat plein gaan met die schitterende klok". Ik was heel verbaasd. Was hij daar geweest, wanneer dan en wat deed hij daar?