V 96 – Zittend vrouwelijk naakt

1932-34

Particuliere collectie

zittend vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 04.01.2018
zittend vrouwelijk naakt (detail) - foto: loek van vlerken 04.01.2018gelakt esdoornhout (taille directe), 115 cm

Vanaf ca.1920 werkte Hildo Krop in een speciaal voor hem door de gemeente Amsterdam gebouwd atelier achter zijn woning aan de Plantage Muidergracht 105. Later had hij ook de beschikking over de grote stenen paardenstal tegenover de woning en het tussenliggende pleintje. Daar ontstonden tot aan zijn dood in 1970 vrijwel al zijn beeldhouwwerken. De woning verliet hij al na zo’n vier jaar. Na hem betrok de familie Post de woning. Het gezin bestond uit vader en moeder en tien kinderen. De arbeiders van het atelier en ook Krop zelf, kwamen regelmatig bij het gezin over de vloer. De kinderen speelden als er niet gewerkt werd op het atelierterrein, waar grote kolossale granieten en marmeren kunstvoorwerpen lagen. Van tijd tot tijd kwamen er ook modellen naar Krops’ atelier en volgens de toenmalige 16 jarige Kees Post waren dat soms de mooiste vrouwen van Nederland. Althans dat schrijf hij in het herinneringsboekje ‘Verhalen over Krop als buurman’ uit ca. 1955, dat in het archief van het Hildo Krop Museum ligt. In 1932 wilde Hildo Krop een groot houten beeld maken voor de solo-tentoonstelling in 1934, die hem was aangeboden naar aanleiding van zijn vijftigste verjaardag. Het zou een zittend vrouwelijk naakt van esdoornhout moeten worden van meer dan een  meter hoog. Gezien de fraaie modellen die de jonge Kees over het terrein zag lopen, moest het wel een prachtig beeld worden. Groot was dan ook de teleurstelling toen het werk af was. Kees kwam kijken in het atelier en zocht naar een Mona Lisa of Minerva beeld, compleet met alles erop en eraan. Toen zei Hildo “Kees, jongen, hier is dat beeld hoor” en hij wees naar ‘die zittende tante’, zoals Kees het beeld beschreef.  Hij had iets heel anders gehoopt te zien. Om er snel tussen uit te kunnen knijpen was zijn antwoord: “me moeder roept me”. En weg was Kees.


zittend vrouwelijk naakt in ongelakt stadium - historische foto: k.l. sijmons (collectie hildo krop museum) 02.06.1933het nog ongelakte beeld in het atelier

Ook Krop zelf was in eerste instantie niet helemaal tevreden met het resultaat. Dit betrof niet de gebeeldhouwde vormen, maar het lag meer aan het materiaal. Esdoornhout heeft een nogal lichte kleur, waardoor het beeld een wat vlakke uitstraling had. Om de lijnen en vormen beter te laten uitkomen, wilde hij het beeld donkerder hebben. Na enkele testen besloot hij het beeld af te spuiten met zwarte autolak en dat pakte erg goed uit. De donkere kleur onderstreepte het zware, ‘primitieve’ zoals bij een middeleeuwse zwarte madonna. Volgens E.J. Lagerweij-Polak in de monografie ‘Hildo Krop’, kan het kunstwerk gezien worden als de verbeelding van een oermoeder of een aardse godin of, zoals Jos de Gruyter het verwoordde in zijn monografie over Krop uit 1938: ‘een moeder, het stabiliserende beginsel in de natuur, een idool dat eigenlijk niet thuis hoort in een museum’. Dit prachtige beeldhouwwerk staat dan ook niet in een museum, maar bevindt zich in een particuliere collectie.zittend vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 04.01.2018

In 1952 stond het beeld wél in een museum. Het Stedelijk Museum in Amsterdam toonde het beeld, zoals de foto uit de catalogus laat zien:

historische foto: stedelijk museum 1952

bron: Verhalen over Krop als buurman, Kees Post, ca. 1955