B 69 – Brug nr. 410 – ‘Lyceumbrug’ – Amsterdam

over Noorder Amstelkanaal bij het Olympiaplein, Amsterdam

1926-28

moeder en dochter - foto: loek van vlerken 23.02.2011moeder en dochter - foto: loek van vlerken 23.02.2011moeder en dochter - foto: loek van vlerken 23.02.2011vader en zoon - foto: loek van vlerken 23.02.2011vader en zoon - foto: loek van vlerken 23.02.2011vader en zoon - foto: loek van vlerken 23.02.2011a. 2 pijlerbekroningen
1. moeder en dochter
2. vader en zoon
Franse kalksteen, 175 cm

meisje - foto: loek van vlerken 23.02.2011meisje - foto: loek van vlerken 23.02.2011jongen - foto: loek van vlerken 23.02.2011jongen - foto: leok van vlerken 23.02.2011b. 2 paalversieringen
1. meisje
2. jongen
Franse kalksteen, 255 cm

architect: Piet Kramer

brugdeel - foto: loek van vlerken 23.02.2011
De vier beelden van Hildo Krop op de Lyceumbrug over Noorder Amstelkanaal bij het Olympiaplein in Amsterdam verwijzen naar de jeugd, de opvoeding en het onderwijs en daarmee naar het aan de brug liggende schoolgebouw van het Amsterdams Lyceum. Aan de lyceumzijde zijn de beelden geplaatst op bakstenen pylonen, aan de Olympiapleinzijde hebben de beelden een lagere sokkel. De beelden, een jongen en een meisje (de kinderen van Krop, Helen en Johan, hebben hier model voor gestaan) staan te midden van golven en gestileerde lelies (symbool van puurheid) en lotusbloemen. De hoge beelden laten een moeder en dochter (Krop’s vrouw en dochter Helen) met bloemen zien (zie ook de terracotta studie V 81). Daar tegenover zit een vaderfiguur met een zoon (Krop zelf met zoon Johan). Hier zien we allerlei technische gereedschappen. Onder de voeten van de figuren zijn vliegende vogels in laag reliëf weergegeven. Dit is voor die tijd een nogal voor de hand liggende moralistische les in gewenste sociale rolpatronen. Zowel de technische apparaten bij de jongen en het meisje met de roos, als wel de afgebeelde vogels laten dit zien. De meeuw kan gezien worden als mannelijk en zwervend, de zwaluw als vrouwelijk en nestvast.
Met Piet Kramer, de architect van de brug, had Krop wel eens verschil van mening. Krop vertelde in een interview (augustus 1969) dat Kramer niet plastisch genoeg dacht. Hij bedacht dingen, die misschien als tekening, prachtig te realiseren zouden zijn, maar als beeldhouwwerk niet. Daar hadden ze dan wel eens strijd over. Met name over het vrouwfiguur op de Lyceumbrug was Kramer van mening dat de voeten veel te groot waren. Krop legt uit: “Zij heeft zulke grote voeten, omdat de zuil waarop ze staat vrij breed is en het bovengedeelte van die zuil is natuursteen waar het beeld als het ware uitgroeit. Dus ik heb voor die voeten vrij grote vormen gemaakt als overgang van het brok natuursteen naar het beeld. Hoe verder je naar boven gaat, hoe fijner het wordt. Maar nou maakte Kramer aanmerkingen op die voeten, omdat het volgens hem van die ‘klospoten’ waren.”
moeder en dochter (detail) - foto: loek van vlerken 23.02.2011

In de jaren 2007/08 zijn de kalkstenen beelden, die erg verweerd waren gerestaureerd. De hoge beelden zijn geïmpregneerd met de zgn. ‘Ibach-methode’. In de beelden worden tot in de kern acrylhars geperst, waardoor de steen geconsolideerd wordt. Bij de kleine beelden werd gekozen voor het repliceren in stampmortel. De oude beelden werden gerestaureerd, waarna er mallen werden gemaakt. In deze mallen werd de mortel aangebracht. De structuur en kleur van de originele steen wordt zeer goed benaderd en de stampmortel is bestendiger dan de oorspronkelijke poreuze kalksteen.

bron: Kunst aan de straat, Joost de Wal (red.), 2009

amsterdams lyceum en lyceumbrug - foto: loek van vlerken 23.02.2011