Mo 16 – Monument voor de uitvinding van de kunstzijde – Arnhem

Velperweg 76, Arnhem

ca. 1938

vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014  vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014 vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014vrouwelijk naakt - foto: loek van vlerken 30.04.2014 vrouwelijk naakt -foto: loek van vlerken 30.04.2014 wapen van arnhem - foto: loek van vlerken 30.04.2014
wapen van Arnhem wapen van Ede - foto: loek van vlerken 30.04.2014
wapen van Ede
man bij pulpgoot - foto: loek van vlerken 30.04.2014
man bij pulpgoot 
man bij spinmachine - foto: loek van vlerken 30.04.2014  man bij spinmachine vrouw met weefgetouw - foto: loek van vlerken 30.04.2014
vrouw bij weefgetouw
garencontroleuse - foto: loek van vlerken 30.04.2014
garen controle
zuil met tekst - foto: loek van vlerken 30.04.2014 zuil met tekst - foto: loek van vlerken 30.04.2014 beeld van een vrouwelijk naakt met draperie op een zeshoekige sokkel, waaraan reliëfs  gewijd aan vier fasen in het productieproces van de kunstzijde en wapens:
1. wapen van Arnhem
2. wapen van Ede (vrijheidsbeeld leunend op de Bijbel)
3. man bij pulpgoot
4. man met spinmachine
5. vrouw met weefgetouw
6. garencontroleuse

brons (beeld) / Franse kalksteen (monument en reliëfs), 246 cm (geheel) / 150 cm (beeld) / 63 cm (reliëfs)

Op het monument staat onder het wapen van Arnhem een inscriptie bedacht door Krop:
TECHNIEK GELEID DOOR GEEST
WIEKT OVER D’AARD
DE WELSTAND GROEIT
DIE DOOR DE EEUWEN HEEN
DE SCHOONHEID HEEFT GEBAARD

onder het wapen van Ede staat de volgende tekst:
OP 13 JANUARI 1913
WERD DE EERSTE IN NEDERLAND
VERVAARDIGDE KUNSTZIJDE
BRUIKBAAR AFGELEVERD
TER HERINNERING HEEFT
HET NEDERLANDSE PERSONEEL
IN 1938 EEN GEDENKTEKEN DOEN BOUWEN
BIJ DE VOLTOOIING VAN
HET A.K.U. HOOFDKANTOOR
KREEG DIT GEDENKTEKEN
EEN NIEUWE PLAATS
1960

oorspronkelijk monument - foto: hildo krop museum

“De opdracht was ‘n monumentje op het terrein gelegen tussen twee grote villa’s aan de Velperweg, dus eigenlijk een tuin”, aldus Hildo Krop in een document uit het archief van het Hildo Krop Museum in Steenwijk. “Om in het karakter van de tuin te blijven heb ik als materiaal baksteen gekozen voor het horizontale gedeelte, verlevendigd met zes reliefs (franse kalksteen) en met ‘n middenstuk van  italiaase travertin, waaruit ook het verticale middenstuk bestaat. Voor de muur koos ik schematisch ‘n vleugelvorm. Ik was n.l., toen ik voor het eerst in de fabriek kwam, getroffen door het enorme bedrijf, waarvan je voelde dat het als ‘t ware over de geheele wereld zijn vleugels spreidde. Daardoor kwam ik ook op de spreuk:
‘Techniek geleid door geest
Wiekt over d’aard.
De welstand groeit,
Die door de eeuwen heen
De schoonheid heeft gebaard.’

(…) in ‘t midden staat het verticale gedeelte, bestaande uit ‘n vierkant voetstuk, waarin bovenstaande spreuk gebeiteld is (…) Op het voetstuk staan vijf zuilen, die de vijf werelddelen voorstellen. De vijf zuilen worden door bronzen beugels en ‘n stenen dekplaat bijeen gehouden en worden bekroond door ‘n bronsfiguur als symbool van de schoonheid van het product. Van de zes reliefs in de muur zijn twee behakt met de wapens van Arnhem en Ede en de vier andere met beelden van arbeiders die voor de kunstzijdefabricatie typische handelingen verrichten: het mengen, het spinnen, het twijnen en het sorteren.”

In 1960 werd het monument afgebroken omdat de Algemene Kunstzijde Unie (A.K.U.) een nieuw centraal kantoorgebouw op de oude locatie ging bouwen. Van de gedemonteerde onderdelen werd een nieuw ‘monument’ gecreëerd.  Het bronzen beeld werd op een zeshoekige sokkel geplaatst en de zes reliëfs werden aan de bovenzijde van de sokkel ingemetseld. In maart 1961 kreeg Krop hiervan bericht en ging binnen een week naar Arnhem om te bekijken hoe het monument erbij stond. Hij was ‘not amused’. Hij schreef de hoofddirectie een brief waarin hij zijn mening niet onder stoelen of banken stak: ” (…) Ik ben daar vandaag geweest en ik moet zeggen dat ik het niet alleen geen monument vind, maar bovendien ‘n zeer slecht werkstuk vanuit vakmansstandpunt bekeken. De onbeschaamdheid van Prof. Zwiers (Henry Tino Zwiers, de architect van de A.K.U. en verantwoordelijk voor de verplaatsing van het monument – red.) culmineert in het opschrift. Dat luidt n.m. zo (ik citeer uit het hoofd):
In 1913 werd de eerste kunstzijde draad gesponnen.
In 1938 werd door het personeel een monument opgericht en aan de directie aangeboden.
Bij de oprichting van het hoofdgebouw werd dit monument verplaatst – 1960.
Ieder, die enig inzicht heeft, zal moeten erkennen dat dit slechte stukje stucadoorswerk (zo ziet het verminkte monument er uit, ook al zijn er natuurstenen platen gebruikt) niets met het originele werk te maken heeft.”

Hoewel Krop niet op de hoogte gesteld werd van de verplaatsing van het monument, werd hem wél verzocht advies te geven voor de versiering van de gevel van het nieuwe hoofdkantoor. De reactie van Krop, nadat hij op de hoogte was van de ‘verminking’ van zijn monument, spreekt boekdelen: “Ik ben nu tot mijn grote spijt genoodzaakt mij als adviseur voor het betrokken beeldhouwwerk terug te trekken, omdat ik er niet voor voel te praten met iemand over beeldhouwwerk ter versiering van een door hem ontworpen gebouw, die zo weinig begrip toont voor ‘t werk van anderen en het kleine beetje fatsoen niet op kan brengen dat nodig is om te begrijpen dat je van het werk van een collega moet afblijven.”

bronnen: Notitie Hildo Krop (ongedateerd) – archief Hildo Krop Museum; twee brieven van Hildo Krop aan de hoofddirectie van de A.K.U., 20 en 21 maart 1961 – archief Hildo Krop Museum